Recensie: Hoe muziek bevrijdt en troost biedt

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | |

Voor de opnames van zijn film Barry Lyndon zou regisseur Stanley Kubrick de acteurs en medewerkers hebben laten luisteren naar de Sarabande uit de Vierde Suite voor klavecimbel (H437) van Händel, muziek die een prominente rol zou spelen in de film. Als zij wilden weten hoe de film eruit zou komen te zien en aan zou moeten voelen, zouden ze alleen maar hoeven luisteren naar die muziek. Het werd een prachtige film, maar of dat te danken is aan het luisteren naar de Sarabande durf ik te betwijfelen. Luisteren naar muziek is nog niet zo eenvoudig. Het is niet een kwestie van 'aanhoren'; luisteren is een activiteit die veel van de luisteraar vergt. Luisteren doe je met je handen, zoals François Noudelmann ook al duidelijk maakte in zijn boek The Philosopher’s Touch. Voor wie geen piano of ander instrument beheerst, is er altijd nog de klassieker Waar je naar moet luisteren in muziek van Aaron Copland, waarvan gelukkig weer een vertaling leverbaar is. Door pieter hoexum.

Begrijpend luisteren

'Met dit boek wil ik zo duidelijk mogelijk beschrijven wat de grondslagen zijn van begrijpend luisteren naar muziek’, zo zegt Copland het zelf in de eerste zin van zijn voorwoord. Hoe eenvoudig dat ook klinkt, Copland moet in de volgende zin meteen toegeven dat het niet gemakkelijk is. Om echt te kunnen genieten van componisten als Bach, Beethoven en Brahms, moet je over heel wat voorkennis beschikken.

Toch heb je daar volgens Copland geen bijzondere gaven of talenten voor nodig. Je hoeft niet eens echt muzikaal te zijn, het begint al bij het herkennen van een melodie. En dat kan vrijwel iedereen. Na dit relatief eenvoudige begin sleept Copland je mee naar steeds complexere werelden.

De melodie is een van de vier elementen van muziek die Copland behandelt, ieder in een apart hoofdstuk. De andere elementen zijn ritme, harmonie en klankkleur. In een volgend viertal hoofdstukken legt Copland uit hoe die elementen een samenhangend geheel kunnen gaan vormen. Dat kan namelijk in de vormen in de muziek: de variatie, de fuga, de sonate en de vrije vorm.

Vrijheid

Al met al geeft Copland een systematisch overzicht van de westerse muziek, met veel aandacht voor de geschiedenis ervan, maar met de nadruk op de systematiek. Dit boek vormt als het ware het contrapunt bij André Klukhuns boek Ongehoorde symfonie, dat een overzicht biedt van de geschiedenis en de filosofie van de klassieke muziek. Of misschien beter gezegd: het is er de ideale aanvulling op.

Copland geeft een genuanceerdere visie op Bach dan Klukhun en dat is nodig ook. Bij de laatste is Bach de cerebrale componist bij uitstek, alsof Bach eerder wiskundige of logicus was dan componist. Copland kan Bach echter roemen om zijn gedurfde vormvrijheid en rijke fantasie. Juist als je de vormen en conventies goed kent en herkent in Bachs muziek, kun je zien hoe vaak hij ervan afwijkt. De luisteraar dient eerst het algemene schema te (her)kennen, zodat hij vervolgens de afwijkingen en persoonlijke ingrepen kan zien en waarderen. Om het hegeliaans te zeggen: het is de gebondenheid die de vrijheid mogelijk maakt.

Troost

Een andere, nog interessantere, paradox die in het boek van Copland impliciet een hoofdrol speelt, is dat het volgens hem onzin is in muziek troost te zoeken - terwijl zijn hele boek er zo'n beetje op gericht is uit te leggen hoe het kan dat muziek de kunstvorm bij uitstek is om troost aan de luisteraar te bieden.

In het begin van het boek, op pagina 22, waarschuwt Copland ervoor muziek niet te 'misbruiken'. Veel mensen gaan volgens hem slechts naar concerten om zichzelf te verliezen, 'ze gebruiken muziek als troost of als vlucht.' Toch maakt hij in zijn boek duidelijk dat je door begrijpend te luisteren naar muziek, er onvermijdelijk troost in zal vinden.

Als hij het bijvoorbeeld over de melodie heeft, wijst hij erop dat een mooie melodie goede proporties moet hebben. Dat geldt natuurlijk voor het hele muziekstuk: als die goede proporties heeft, en wij die herkennen, geeft het ons 'een gevoel van compleetheid en onvermijdelijkheid'. En wat is dat gevoel van compleetheid en onvermijdelijkheid anders dan troost? Muziek verzoent de begrijpende luisteraar met het onvermijdelijke. Dat is ook precies de kracht van bijvoorbeeld die Sarabande van Händel.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, in 2012 verschijnt Reis door mijn rijtjeshuis. Kleine filosofie van het wonen. Hij heeft nu een website, pieterhoexum.wordpress.com.

MINDBOOKSATH : athenaeum