Recensie: Kloos - Perk - Verwey. Vriendschappen

30 november 2015 , door Bob Hopman
| | | | | |

Zonder dichter en criticus Willem Kloos (1859-1938), zou men tegenwoordig hoogstwaarschijnlijk nooit gehoord hebben van Jacques Perk en zijn gevierde Mathilde-cyclus, of van Albert Verwey. Er zou geen Nieuwe Gids hebben bestaan, weinigen zouden weet hebben gehad van het bestaan van Herman Gorters Mei. Dit alles is waar, maar als er een ding duidelijk wordt uit Bart Slijpers nieuwe Kloos-biografie, In dit gevreesd gemis, is het wel dat Willem Kloos niet het onafhankelijke en zelfredzame genie was waarvoor hij tegenwoordig nog vaak wordt gehouden. Door bob hopman.

Jacques Perk

Het is typerend voor Slijpers biografie, die Kloos' omgeving evenveel aandacht geeft als de man zelf, dat hij opent met de ontmoeting in de Kalverstraat tussen een jonge Kloos (dan pas 21 jaar) en de bijna even oude Jacques Perk, twee schoolvrienden die elkaar enkele jaren uit het oog verloren zijn. Kort daarvoor had Kloos zijn poëziedebuut gemaakt in het tijdschrift Nederland en Perk vraagt of hij zin heeft om naar zijn eigen sonnetten te komen kijken, in zijn kamer aan de Kerkstraat. Kloos gaat mee en raakt volkomen betoverd, niet alleen door de sonnetten die Perk heeft liggen, maar ook door het vlotte en aantrekkelijke voorkomen van de jongeman zelf. En zo beginnen enkele maanden van emotierijk samenzijn en poëtische en poeticale correspondenties.

Het zijn vooral deze correspondenties en de aantekeningen in een klein notitieboekje dat Kloos bijhield, waarop Slijpers reconstructie van de relatie tussen de twee is gebaseerd. Ongetwijfeld is de keuze om Kloos’ vroege jeugd zo beknopt de revue te laten passeren gestoeld op het ontbreken van al te veel overgeleverde persoonlijke documenten uit die tijd. Maar een belangrijkere reden lijkt de focus van deze biografie. Die is gericht op het ontstaan van de poëzie en kritieken van Kloos en de zijnen, en de vroege jeugd van de man lijkt daar weinig invloed op te hebben gehad. De aanloop naar en het verloop van de vriendschap tussen Perk en Kloos des te meer.

Van Kloos wordt uitgebreid beschreven hoe hij in de jaren vóór de genoemde ontmoeting heftig op zoek was naar goede Nederlandse poëzie, en vooral veel bekritiseerde. De eerste grootsheid vindt hij in Perks sonnetten, in diens Mathilde-cyclus. Het ontstaan hiervan komt ook uitgebreid aan bod, zoals door Perks vakanties in het Ardense dorpje Laroche, waar hij – een mooi detail – in contact kwam met en wellicht geïnspireerd werd door Oscar Wilde.

Woede, verdriet en productiviteit

De vriendschap tussen Kloos en Perk is van korte duur en daarmee ook hun mooie poëzieconversatie. De altijd al ziekelijke Perk overlijdt op 22-jarige leeftijd, maar al een tijd daarvoor zijn de twee gebrouilleerd geraakt. Hij werd immers werd verliefd op Joanna Blancke, en was daarmee uitgekeken op Kloos, die nog wel altijd sterk van zijn vriend gecharmeerd was. Dit doet hem – in zijn poëzie althans – in een enorme, allesvernietigende woede ontsteken, die hem tot het einde van zijn leven niet meer verlaten zal.

Het is een gemis dat Slijper op dit punt in zijn biografie maar zo weinig citeert. Een beeld van Kloos’ poëzie uit die tijd blijft zo beperkt tot drie regels. In een boek dat zo gericht is op het ontstaan van Kloos’ poëzie, was iets meer aandacht voor citaat, parafrase en vooral interpretatie van de betreffende poëzie heel welkom geweest.

Waar vervolgens wel veel aandacht naar uit gaat, is de totstandkoming van de uitgave van Perks Gedichten na de dood van de jongeling. Het is Vosmaer, van De Spectator, aan wie deze klus wordt toevertrouwd, maar Kloos blijft voortdurend bij hem in de buurt en verzekert zich van toestemming tot het maken van een inleiding en het leveren van de redactie. Waarom besteedt hij zoveel aandacht aan een overledene die weigerde zijn vriend nog te zijn? Kloos schrijft Vosmaer dat de poëzie hem heilig is en dat niemand Perks wil kent zoals hij. De echte reden was wellicht meer egoïstisch van aard. Slijper verwoordt dit als volgt: ‘[Kloos] bedoelt: Perk was van mij en niet van hen.’

Waren het maar flikkers, dan was er niets aan de hand

Slijper werpt hypotheses als die van Kloos’ egocentrisme bijzonder zorgvuldig op. De biografie is voor negenennegentig procent gebaseerd op parafrases van brieven, kritische publicaties en dagboeken, voorzien van een zorgvuldig notenapparaat. Wanneer Slijper zijn eigen interpretaties levert, komt hij hier expliciet voor uit. Dit doet hij ook wanneer de aard van de relatie tussen Kloos en Perk, en later tussen Kloos en Albert Verwey ter sprake komt.

‘Of erotische aantrekkingskracht een rol speelde, is ongelooflijk moeilijk te zeggen. Zonder een schijn van bewijs zou ik zeggen: bij Kloos wel, bij Perk hooguit soms. […] Hoe belangrijk zijn vriend ook voor hem [Perk, BH] is, hoe lief hij hem ook heeft, het gaat meteen tintelen als hij ergens een bevallig meisje ziet.’

Waarom zou de al dan niet homoseksuele aard van de relatie zo belangrijk zijn voor Slijper? Juist dit ‘symbiotische in elkaar opgaan’ levert Kloos tijdens zijn vriendschappen (die steevast stuklopen) met Perk en later Verwey sterke emotie en daarom uitspattingen van schrijflust op. Slijper probeert deze onbegrijpelijke, complexe en schijnbaar niet wederzijdse relaties te doorgronden en komt daarbij met heel boeiende inzichten.

Verwey en verval

In minder dan vierhonderd pagina’s is te lezen hoe Willem Kloos in verval raakt, na misschien vijf jaar van zijn leven de grote dichter te zijn geweest die wij kennen. Zijn alcoholisme, neigingen tot schizofrenie, zelfmoordpogingen en daarna opname in een psychische kliniek, zijn burgerlijke levenseinde en financiële afhankelijkheid vormen de onderwerpen van het einde van deze biografie.

Slijper ontkent daarmee Kloos’ grootheid niet, maar werpt bewust of onbewust wel een heel nieuw licht op een man die zonder Perks genie of Verwey's grootmoedige aard waarschijnlijk weinig had voorgesteld. Dit maakt Slijpers biografie een aanrader, een eye-opener, een boek dat eigenlijk onmisbaar is voor de liefhebber van vroegmoderne literatuur.

Bob Hopman is neerlandicus (Ma) en lid van de hoofdredactie van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum