Recensie: Moordverdachte als een luipaard

12 december 2012 , door Miriam Rasch
| | | | |

Verdachte H. loopt met de psychiater die hem onderzoekt door de tuin van de instelling waar hij wordt vastgehouden op verdenking van moord. H. heeft geen stoornis, concludeert Antoine de Kom, de psychiater. Hij lijdt aan een patstelling: ‘zijn en/of niet-zijn’. Dat klinkt bekend.
H. is Hamlet, een van de tien ‘wereldberoemde misdadigers’ die Antoine de Kom, tevens dichter, onderzoekt in zijn intrigerende boek Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. De onderzochte subjecten – negen mannen en een vrouw – zijn niet allemaal literaire personages, wel zijn ze allemaal dood. Bin L., De S.(ade) en E.(ichmann) zijn enkelen van de beoefenaars van het kwaad, die De Kom ontmoet. Door miriam rasch.

Een nieuw gezicht voor misdadigers

Hij praat met ze in de realistische omgeving van de penitentiaire instelling waar ze verblijven, in afwachting van hun proces waarvoor ze psychiatrisch onderzocht moeten worden. De Kom heeft een duidelijke opdracht: hij moet onderzoeken of verdachte een stoornis heeft die hem wellicht ontoerekeningsvatbaar maakt. In sommige zaken zien we De Kom als getuige optreden in de rechtbank en onder vuur liggen van de advocaten. De diagnose die de psychiater stelt valt niet altijd in goede aarde.

Hij wil niet alleen diagnosticeren, maar ook begrijpen wat deze figuren tot het kwaad gedreven heeft. Dat betekent: teruggaan naar de omstandigheden waaronder iemand is opgegroeid, de verhoudingen binnen het gezin in kaart brengen, liefdesrelaties onder de loep leggen. Binnen het bestek van een tiental bladzijden leer je zo ‘de verdachte’ kennen als een persoon met een geschiedenis die vaak tragisch te noemen is.

Het kwaad wordt daarmee niet goedgepraat. Een van de briljante aspecten aan Het misdadige brein is juist dat Antoine de Kom ‘de verdachten’, met hun anonieme initiaal, in feite hun persoonlijke geschiedenis teruggeeft. Tegelijk maakt hij daarmee inzichtelijk hoe zij tot hun misdrijf zijn gekomen. Het gruwelijke van dat misdrijf intensifieert eerder dan dat het afneemt, precies omdat het personen zijn die het op hun geweten hebben. Niet voor niets is de ondertitel Over het kwaad in onszelf. (Het ‘brein’ in de titel noemen lijkt overigens een knieval voor de huidige hersenhype, die weinig tot niets met de inhoud te maken heeft.)

Antoine de Kom was als psychiater verbonden aan het Pieter Baan Centrum. Met dit boek bewijst hij ook schrijver te zijn. In een heldere, haast parlando stijl, bespreekt hij de verschrikkelijke daden van zijn verdachten.

‘“Dit is geen verhoor maar een gesprek. Ik ben geen rechercheur maar probeer u te begrijpen,' zeg ik. 'Het dossier is enorm maar de kern is vrij eenvoudig: u vereenzelvigde zich met een bizarre opdracht, wilde koste wat het kost uw doel bereiken en die ambitie leidde tot onbeschrijfelijke excessen.”
“Maar dokter, dokter, ik was de eerste die dat signaleerde! Ik moest van mijn direct baas Müller rapport uitbrengen over wat er gebeurde... ik zag dat er Joden werden doodgeschoten... onze SS stond in een grote kuil te schieten, mijn knieën begaven het, ik zei later tegen mijn baas dat dit toch geen oplossing was, onze mannen werden sadisten! Ik stond bij een kuil waar een moeder haar tweejarig kind smekend omhooghield. Ik had willen roepen: ‘Niet schieten! Pak dat kind aan!’, maar toen schoten ze en stukjes hersenen spatten op mijn jas. Het was walgelijk en helemaal niet volgens mijn plan.”’

De vogel had geen enkele invloed op de gestelde diagnose

Parallel daaraan, onderaan de bladzijde, loopt een interview van de schrijver met zichzelf (neem ik aan). Je wordt deelgenoot van zijn overwegingen, indrukken, twijfels en soms ook angsten. De Kom is zeker van zijn kennis en kunde, maar weet ook exact de grens daarvan aan te geven. Een consequente houding die werkelijk indrukwekkend is. Zo wordt hij evengoed een persoon van leven en bloed, wijs en humoristisch. Op elke pagina staat wel een observatie die verrast.

Interviewer: Hoe gaat u te werk als u verdachten vergelijkt met dieren?
Psychiater: Dat is net als schoenen kopen. Je let op de maat en dan op het model.
Interviewer: Wat is het vreemdste dier dat ooit in uw wachtkamer heeft gezeten?
Psychiater: Dat was een agapornis, een echte welteverstaan. De eigenaar was meer een luipaard. De vogel ging op mijn schouder zitten. De eigenaar werd verdacht van moord. Hij wees mij erop dat ik in mijn oorlel zou worden gebeten.
Interviewer: U maakt wat mee als misdaadpsychiater. Was de vogel van invloed op de diagnose?
Psychiater: De vogel had geen enkele invloed op de gestelde diagnose.

Een boek om van te huiveren en van te houden.

Miriam Rasch studeerde literatuurwetenschap en filosofie, werkt als programmamaker bij Studium Generale en schrijft voor verschillende websites.

MINDBOOKSATH : athenaeum