Recensie: Parijse furore

30 november 2015 , door Martin Smit
| |

Twaalf jaar hebben we moeten wachten op een nieuwe Furore. Uitgever, ontwerper, vormgever en auteur Piet Schreuders - tevens directeur van De Poezenkrant - van het 'onregelmatig briljante' tijdschrift maakt pas een nummer van zijn tijdschrift wanneer hij voldoende interessant, triviaal of curieus materiaal heeft om het te vullen. Hoe onvoorspelbaar Furore verschijnt blijkt uit de verschijningsfrequentie: sinds 1975 is dit pas nummer 21 (eigenlijk nummer 25 als we de nummers -5 t/m -2/-1 meetellen). Niet eerder maakte Schreuders zo'n dik nummer van Furore - ruim honderd pagina's - nu vrijwel geheel gewijd aan één thema: de achtergronden van het maken van de korte speelfim Le ballon rouge van Albert Lamorisse uit 1956, de zoektocht naar locaties uit deze film en naar de nagenoeg verdwenen oorspronkelijke Parijse volkswijk Belleville. De filmtitel zal vooral voor vijftigers en zestigers nostaligische gevoelens oproepen. Menigeen zal in de jaren vijftig of zestig in de bioscoop in het voorprogramma van een kindermatinee met verwondering naar de vrolijke, ontspannende film hebben gekeken. De film kreeg in 1957 een Oscar. Door martin smit.

In Le ballon rouge ontdekt de zesjarige Pascal (de zoon van regisseur Lamorisse) een rode ballon die verstrikt is geraakt in een lantaarnpaal. Pascal neemt de ballon mee naar huis, naar school, dwaalt ermee door de straten en stegen van Belleville en probeert de ballon uit handen te houden van buurtjongens die zijn aanwinst willen kapen. Dit levert een spannende achtervolging door de stegen en straatjes van Belleville op.

Lamorisse volgt Pascal met de camera en creëert op die manier een documentair beeld van een wijk die toen al op de nominatie stond grotendeels gesloopt te worden. In de tegenwoordige wijk met dezelfde naam herinnert nauwelijks meer iets aan de buurt zoals die in de film wordt geportretteerd. Lamorisse maakte de film in zachte pasteltinten, hier en daar een beetje kleur, net geen zwart/wit. De zwierige, zwevende rode ballon die voortdurend bij Pascal blijft hangen, knalt uit het beeld.

Schreuders hanteert in deze Furore dezelfde formule. Zijn documentatie met stills, foto's, situatieschetsen en kaartjes is in zwart/wit of voorzichtig gekleurd in roze en lichtgroen. Het rood van de ballon vormt niet alleen de omlijsting: in onderschriften, oude advertenties en filmaffiches is de rode ballon alomtegenwoordig. En hoe! Op de ruim honderd zwart/witfoto's uit de film die in het blad zijn opgenomen, is de ballon consequent rood ingekleurd en spat het rood van de pagina's. Op die manier brengt Schreuders ook nog eens een eerbetoon aan Lamorisse.

Sloop
Furore # 21 is een schitterend nummer. Met een ongelooflijke precisie is Schreuders er in geslaagd het Belleville uit de film te reconstrueren. Onder meer met behulp van foto's uit de jaren vijftig en zestig, filmstills uit andere films die in de wijk zijn opgenomen, situatieschetsjes, kadasterkaarten en oude en nieuwe plattegronden, weet hij de oude wijk tot leven te roepen en essentiële locaties uit de film te localiseren: de plek waar Pascal de ballon vindt, het huis waar hij woont, zijn school en de straten die hij met zijn ballon doorkruist.

Ook op het eerste gezicht onbeduidende plekken, zoals een bakkerswinkel in zomaar een straat of de plek waar Pascal de bus wil nemen, heeft Schreuders weten terug te vinden. Zijn vondst een hedendaagse plattegrond van de wijk te projecteren op het oude stratenplan van de buurt is briljant. Meteen wordt duidelijk welke rigoureuze gevolgen het door de gemeente Parijs in de jaren vijftig ingezette sloopprogramma voor de buurt heeft gehad: complete straten zijn met de grond gelijk gemaakt en vervangen door andere straten met luxe nieuwbouwflats, kantoren en het Parc Belleville. Bewoners werden gedwongen te verhuizen naar de voorsteden van Parijs.

In Le ballon rouge gebruikt Lamorisse Pascal en zijn ballon om een beeld te schetsen van de wijk waar hij woonde. Belleville heeft in die zin ook een hoofdrol in de film. Hoewel de sloop van Belleville al in gang gezet was toen de opnames voor Le ballon rouge plaatsvonden, voert het wellicht te ver om de film te zien als een aanklacht tegen het Parijse sloopbeleid, maar dat Lamorisse met een weemoedige, nostalgische blik de film gemaakt moet hebben, is duidelijk. Diezelfde nostalgie voor het oude Parijs zou twee jaar later blijken uit de eveneens eind jaren vijftig populaire film Mon Oncle (1958) van Jacques Tati. Dat Le ballon rouge Tati op een idee heeft gebracht, lijkt voor de hand te liggen.

Plekken
Piet Schreuders is - in de goeie zin des woords - een plekkengek. Beter is misschien: locatiejager. Sinds jaar en dag is Schreuders gefascineerd door plekken waar bepaalde foto's of films zijn gemaakt. Zo maakte hij het boek The Beatles in Londen, waarin de locaties van de Londense foto's van de band zijn achterhaald: straten, pleinen, stegen, huizen - met foto's van de actuele situatie van de plek en handige plattegrondjes voor de Beatlesfan die op zoek is naar deze locaties.

Zijn voorliefde voor filmlocaties etaleerde hij al eerder in Furore. In een eerder nummer - het moet een speurtocht van jaren geweest zijn - bracht hij alle in Nederlandse en buitenlandse films gebruikte Amsterdamse filmlocaties in beeld - bruggen, grachten, van de Westertoren tot het Anne Frankhuis. Diverse locaties uit de films van Laurel en Hardy wist hij, gedocumenteerd met gedetailleerd beeldmateriaal te traceren. En in Furore # 3 speurde hij in Wenen naar plekken waar de ontknoping van de film The Third Man (met Orson Welles) zich had afgespeeld.

Trivia
Door te kiezen voor Le ballon rouge als het centrale thema van dit nummer, brengt Schreuders minder variatie aan dan in eerder verschenen nummers van Furore. Hij tracteerde de lezer daarin op onderwerpen als Amerikaanse pocketboekomslagen uit de jaren vijftig, Japanse pornostrips, plagiaat in strips, ontwerpen voor metroplattegronden, Kuifje, de Brooklyn Bridge, pulpmagazines of de Gouden Boekjes.

Gelukkig ontbreken de vaste rubrieken niet in dit nummer: de altijd lezenswaardige brievenrubriek (met een posthuum gepubliceerde bijdrage van Rudy Kousbroek over een straat in Le ballon rouge), de rubriek 'Een Deur Moet Open of Dicht Zijn', waarin 'Dingen, personen en gebeurtenissen die van belang kunnen zijn voor de Furore-wereldopvatting,' aan bod komen: triviale, maar voor de liefhebber wetenswaardige, opmerkelijke ontdekkingen op het gebied van films, vormgeving, boekomslagen en typografie. Zo onthult Schreuders nu de complete lijst van de betekenissen van de raadselachtige opschriften boven de ramen van de Londense Underground. Eindelijk!

Martin Smit is redacteur van het anarchistische tijdschrift De As, publiceerde artikelen in De As, Buiten de Orde en En Route, is redacteur bij uitgeverij De Vooruitgang en medewerker van Athenaeum Nieuwscentrum.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum