Recensie: De chaos van 1813

30 november 2015 , door Bram Mellink
| | |

Het jaar 2013 is het jaar van tweehonderd jaar Koninkrijk, maar wat vandaag de dag wordt herdacht als het begin van de Nederlandse eenheidsstaat, begon in verwarring, onzekerheid en politieke factiestrijd. In november 1813 trokken de Fransen geleidelijk weg uit Nederland, kort nadat Napoleon in de Volkerenslag bij Leipzig een gevoelige nederlaag had geleden. In de bestuurlijke en politieke chaos die hierop volgde, ontstond het Koninkrijk der Nederlanden. In 1813. Haagse Bluf documenteert historicus Wilfried Uitterhoeve deze onoverzichtelijke overgangstijd. Door bram mellink.

N.B. Zaterdag 27 april vertelt Wilfried Uitterhoeve bij Athenaeum Haarlem over 1813.

Caleidoscopisch

Chaos is daarbij het sleutelwoord, zoals al uit de openingszin blijkt. 'Enkele trouwe meelezers hebben na kennisneming van [...] dit boek gerept van een wat chaotisch geheel,' schrijft Uitterhoeve. Hij liet zich echter niet uit het veld slaan: de chaos van 1813 mocht zijns inziens wel een 'soort van weerspiegeling vinden in de opzet van het boek'. Het resultaat is een 'caleidoscoop': in 29 hoofdstukken wordt inzicht geboden in 'de chaotische veelheid van belangen, verwachtingen en strevingen' die in 1813 de revue passeerden. Hiermee zet Uitterhoeve zich af tegen de bestaande geschiedschrijving, waarin volgens hem ten onrechte de indruk wordt gewekt dat Nederland in 1813 eensgezind en vanzelfsprekend het huis van Oranje omarmde.

Op deze polemiek tegen de bestaande geschiedschrijving valt wel wat af te dingen. In de afgelopen jaren verschenen verschillende studies over de late achttiende eeuw die licht werpen op het chaotische, gepolariseerde karakter van die tijd. Joost RosendaalJoris Oddens en Mart Rutjes beschreven de politiek-maatschappelijke onrust tijdens de patriottentijd en de daaropvolgende Bataafse Republiek (1795-1801). In de praktijk neemt Uitterhoeve het stokje van hen over, en onderzoekt hij de verdeeldheid en de strijd van 1813. Door in elk hoofdstuk een stad of dorp te belichten waarin onrust te bespeuren viel, laat hij zien hoe met het Franse vertrek een machtsvacuüm ontstond, dat na onoverzichtelijk politiek getouwtrek met succes werd opgevuld.

Verzet

De opzet van het boek lijkt de centrale boodschap goed te ondersteunen. Door steeds weer een andere plaats onder de loep te nemen, laat Uitterhoeve treffend zien dat er geen sprake was van uniform Nederlands verzet tegen een Franse 'bezetting'. Hoewel de Fransen dankzij de door Napoleon geleden verliezen geleidelijk uit Nederland wegtrokken, hadden verschillende dorpen en steden verschillende redenen om tegen de Fransen in verzet te komen. In het Drentse Hoogeveen kwam de lokale bevolking in opstand tegen de verplichte afdracht van turf en drank die van Franse zijde was verordonneerd. In Den Haag speelde het verlangen naar vroeger, de tijd van voor 1795 een belangrijke rol, toen de stad onder de Oranjes een belangrijke residentie was geweest. In Amsterdam behoorden scheepstimmerlieden tot de stoottroepen van de opstand. In Kampen ontstond een veel breder verzet, waarbij de Kampenaren zich van de Fransen ontdeden uit angst dat de stad ten prooi zou vallen aan een dreigende strijd tussen Fransen en kozakken, die zich sinds kort in de regio vertoonden.

In de wirwar van opstanden en opstandjes wist een kleine Haagse elite, geleid door Gijsbert Karel van Hogendorp en Anton Falck, op slinkse wijze in het ontstane machtsvacuüm te springen. Uitterhoeve noemt het blufpoker: door een Algemeen Bestuur in het leven te roepen, dat zegde te opereren 'uit naam van Zijne Hoogheid', schiep Hogendorp een bestuur dat tot ver buiten de Haagse stadsgrenzen kon reiken, en hierdoor steeds meer gezag won. Het voornemen om terug te keren naar de situatie van voor 1795, gaf het Algemeen Bestuur nog meer legitimiteit. In het vervolg van het boek laat Uitterhoeve zien hoe de macht van dit bestuur geleidelijk werd uitgebouwd.

Vrolijke chaos

In de beschrijving van deze uitbouw wordt de auteur echter het slachtoffer van de vrolijke chaos die hij zelf heeft gecreëerd. Door in de korte hoofdstukken steeds weer een nieuwe Nederlandse plaats als uitgangspunt te nemen, steeds met een wisseling van perspectief, valt het hem duidelijk zwaar om de rode draad vast te houden. Dit probleem wordt verergerd omdat Uitterhoeve naar eigen zeggen 'de lezer niet steeds in de weg [wil] zitten met een eigen standpunt' en zijn eigen beschouwingen daarom voor de epiloog heeft bewaard. De hoofdstukken zijn hierdoor vooral beschrijvend van aard. Broncitaten van meerdere pagina's worden niet geschuwd en ook dat belemmert het overzicht. Hoewel de door Uitterhoeve gecreëerde chaos goed van pas komt als hij de verdeeldheid en de belangenstrijd van 1813 moet tonen, loopt hij er bij de opbouw van zijn analyse in vast. Zonder de leidende hand van de auteur blijft de lezer wat stuurloos achter.

Dat is jammer, want uit de slotbeschouwing blijkt dat de ontwikkelingen van 1813 volop stof tot nadenken geven. Uitterhoeve constateert dat onder de elite van de vroege negentiende eeuw een grote angst leefde voor het volk ofwel 'de droesem, het grauw, het gepeupel'. Hoe verhield die angst zich tot heersende verlichtingsidealen, die enerzijds de gelijkheid van mensen proclameerden en anderzijds de verlichte minderheid boven een ongeschoolde meerderheid verhief? De terugkeer van de Oranjes werd verkocht als een teken van herstel. Tegelijkertijd keerde de stadhouder terug als vorst en werd een voormalige republiek omgetoverd tot een monarchie, ondersteund door een grondwet en een reeks van Franse ambten en instituties. Hoe diep waren de anti-Franse sentimenten eigenlijk, en in hoeverre werd het 'herstel' van 1813 als een herstel gevoeld?

Het zijn belangwekkende vragen, en hoewel Uitterhoeve het materiaal bijeenbrengt dat antwoorden mogelijk maakt, gunt hij zich daar nauwelijks de ruimte voor. Pas in de epiloog stelt hij vast dat systematische analyse eigen nooit zijn bedoeling is geweest: hij heeft het boek bedoeld 'als leesboek, gebaseerd op en deels bestaand uit teksten uit de beschreven periode'. De duiding laat op zich wachten, maar wie niet terugschrikt voor lange bronnencitaten en de regelmatige perspectiefwisselingen voor lief neemt, kan aan de rijke beschrijvingen zijn hart ophalen.

Bram Mellink is postdoc-onderzoeker Nieuwste Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum