Recensie: De doodstrafveteraan

30 oktober 2013 , door Peter C. Kop
| | |

Doodstrafveteraan noemt zich de advocaat die in de Verenigde Staten juridische bijstand verleent aan mensen die tot de doodstraf zijn veroordeeld en die niet dood willen. Ze zeggen onschuldig te zijn, of vinden de straf te zwaar. Zij worden zelden doodstrafveteranen genoemd. Dat is technisch onmogelijk, tenzij je Harry Potter hebt gespeld en de hem gegeven lessen over middeleeuwse heksenverbrandingen letterlijk hebt genomen. Maar het boek Onrecht. Leven en dood in de Amerikaanse rechtszaal (Injustice) van advocaat Clive Stafford Smith opent de mogelijkheid ook de veroordeelde als zodanig te duiden. Door peter kop.

De zaak Kris Maharaj

Kris Maharaj werd in 1986 gearresteerd voor een dubbele moord en werd in 1987 voor een van die moorden ter dood veroordeeld en voor de ander tot gevangenisstraf. In 2002 werd uiteindelijk het doodvonnis definitief geschrapt en na zo’n lange tijd zou je iemand ook een doodstrafveteraan kunnen noemen. Er bleef echter een vonnis van vijftig jaar gevangenisstraf staan. Maharaj zit (dus) nog steeds gevangen.

Stafford Smith, Engelsman maar voornamelijk werkzaam in de Verenigde Staten, betoogt met klem dat het gehele vonnis onjuist was en is, en dat Maharaj onschuldig is. Maharaj werden, aldus de schrijver, de moorden in de schoenen geschoven door drugscriminelen dan wel witwassers. Zijn boek behandelt het proces van Kris Maharaj en kent dus geen happy end, ondanks het feit dat velen – waaronder belangrijke politieke figuren uit het Verenigd Koninkrijk – van zijn onschuld zijn overtuigd. Het besteedt daarnaast aandacht aan vele aspecten van het strafrecht van een aantal staten van de Verenigde Staten en wel vanuit het perspectief van de strafrechtsadvocaat, die zich in het bijzonder bezighoudt met de gevallen van ter dood veroordeelden in de zuidelijk staten.

Een rechtssysteem zonder nuances

Een mens wordt niet vrolijk van dit boek en dat is ook niet de bedoeling. Vrolijk wordt je wel van de harkerige vertaling en van de vele anglicismen die je aantreft en, laat ik het niet vergeten, van het juridisch onbegrip dat door de vertaling heen sijpelt. (N.B. In de tweede druk, eind maart, zijn de ergste fouten verbeterd; er bleek sprake van een misdruk.) Droevig wordt je van de schets van het strafrecht. Soms moest ik denken aan de eerste bladzijden van Reizen zonder John van Geert Mak, waaruit een beeld van de Verenigde Staten oprijst als derdewereldland.

Het beeld dat Stafford Smith schetst, is dat van een rechtssysteem zonder nuances, dat helaas ruimte biedt voor vele niet–reparabele fouten en onnauwkeurigheden. De beide beelden zijn in hun algemeenheid onwaar maar het is nuttig en ontluisterend om de daarin tot uitdrukking gebrachte werkelijkheid ook eens van die andere kant, anders dan gebruikelijk, te bezien.

Onrecht behandelt dus niet alleen het proces van Kris Maharaj, die nu 27 jaren in het gevang zit, maar ook allerlei andere aspecten van het strafrechtssysteem in verschillende staten, en de impact van het federale systeem. Zo wordt de lezer tamelijk hard geconfronteerd met de onherroepelijkheid van de doodstraf, eenmaal uitgevoerd, en de vele missers en onjuiste oordelen in het systeem, die kunnen maken dat onschuldigen toch uiteindelijk geëxecuteerd worden. En dan heb ik het nog niet over de feitelijke beschrijving van een executie:

‘Maar hoewel er nauwelijks een geluid klonk, reageerde de groep toeschouwers op de trillingen van de eerste stroomstoot. Geen enkele vorm van isolatie kon dit helemaal voorkomen, toen er met het nijdige zoemen van een hoogspanningsleiding 2000 volt door Nicky’s lichaam schoot. Maar de beschuttende ruit beschermde de toeschouwers tegen alle andere geluiden, en ook geuren, toen Nicky doodgeroosterd werd.’

Waar het strafrecht dit soort straffen nog legitimeert, waan je je – helaas – nog in een heel ver verleden.

Uitvergrote tekortkomingen, ook in Nederland

Het boek laat in verscherpte vorm ook andere tekortkomingen in het systeem en in het justitie-apparaat zien die eveneens in Nederland voorkomen en waarover wordt gediscussieerd, maar die, zoals hier uitvergroot, opeens weer meer waakzaam doen zijn. Ik noem als voorbeeld het verschijnsel van de tunnelvisie: het totaal gericht zijn op een bepaalde oplossing, die het zicht beneemt op elke andere oplossing, de waarneming van feiten die niet passen in de theorie belemmert, en uiteindelijk ook leidt tot bewuste verdraaiing van de werkelijkheid.

De overtuiging dat men de juiste visie heeft kan ertoe leiden dat de feiten enige aanpassing behoeven opdat de waarheid niet verhuld wordt. Dat heet, heel beeldend, de waarheid liegen. Dat komt niet alleen in dit boek ter sprake maar ook in het nieuwe boek van Boris Dittrich, geheten De waarheid liegen. In Onrecht komt ook corruptie in het justitiële apparaat ter sprake en zelfs die binnen de zittende magistratuur. Dat zijn geen zaken die vrolijk stemmen en die soms moeilijk voorstelbaar zijn maar die, vrees ik, zeer verbonden zijn met de drugshandel waarin onvoorstelbare hoeveelheden geld omgaan.

Getikte juryleden

Voor Nederlandse lezers zijn, denk ik, de opmerkingen over de juryrechtspraak verhelderend. Vooral de voorstanders van invoering van deze vorm van rechtspraak raad ik lezing aan. Een jury bestaat veelal uit leken op juridisch gebied. Soms moeten de leden daarvan toch beslissen in tamelijk gecompliceerde juridische kwesties. Maar daaraan hoeven we in deze recensie geeneens toe te komen. Ik beperk me tot de volgende passages, waarin Stafford Smith stelt:

‘Naar schatting begrijpt slechts een derde van degenen die ooit in een jury zitting hebben gehad dat het OM de bewijslast draagt, laat staan wat het betekent dat het bewijs boven elke redelijke twijfel verheven dient te zijn.’

en

‘Geen van de twaalf gezworenen wist wat een “verzachtende omstandigheid” precies inhield en een van hen opperde dat het hetzelfde was als een verzwarende omstandigheid.’

Maar laten we het eenvoudig houden en ons beperken tot de vraag of de beschuldigde schuldig of onschuldig is. Dan belanden we bij het jurylid dat niet alleen gepromoveerd was maar ook gezegend met de gave van buitenzintuiglijke waarneming.

‘Daardoor wist ze gewoon dat Jack zonder enige twijfel schuldig was aan deze moord, en buitendien nog aan vier andere moorden. Ze had er dan ook geen enkel gewetensprobleem mee om hem ter dood te veroordelen.’

Getikte rechters kunnen natuurlijk ook bestaan, alleen de kans daarop is wellicht minder dan op een getikt jurylid.

Gratieverzoeken in tijden van populisme

Een kort hoofdstuk is gewijd aan de (rechten van de) slachtoffers. Nu er in Nederland op het moment een sterke tendens is om het slachtoffer dan wel de familie van het slachtoffer op enige manier meer inspraak te geven in de strafrechtsprocedure, hetgeen op vele manieren in strijd is met de vooronderstelling van onschuld van de verdachte, is het goed de daaraan gewijde passages in Onschuld te lezen. De familie is uit op wraak. Niet schuldig zijn bestaat voor de familie niet, want Maharaj is immers als dader veroordeeld, dus schuldig. Gratieverlening is in strijd met de wraakbehoefte. Dus begeeft men zich naar (in dit geval) de Raad voor de gratieverzoeken om opnieuw het door het misdrijf veroorzaakte verdriet te tonen. Het gratieverzoek heeft in een tijd van populisme geen kans van slagen.

Dit boek, slecht vertaald, zonder register en vooral in het begin niet pakkend, is toch zeer de moeite waard omdat het een zijde van het Amerikaanse recht laat zien dat doet schrikken en verontwaardigd maakt. Perry Mason was een fictie. De werkelijkheid is harder. 

Peter C. Kop is rechtshistoricus, voorheen raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden, en auteur van Mens en burger. Een geschiedenis van de grondrechten.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum