Recensie: Inleiding en leesgids ineen

30 november 2015 , door Miriam Rasch
| | | | | | | |

Stel, je wil je verdiepen in mythes. Je leest wat oude Griekse verhalen, raakt benieuwd naar mythes in andere culturen en begint mythen in politiek en media te herkennen. Daar moet je meer over weten! Dus google je: 199.000.000 resultaten. Google Books: 16,3 miljoen titels. Waar begin je? Bij de Very Short Introductions (VSI) van Oxford University Press. Informatieve inleiding en leesgids ineen, geven ze grip op de enorme literatuur die over een begrip als ‘mythe’ is geproduceerd. Het geheim van de goede VSI: weet je te beperken, blijf kritisch en wees niet bang om citeren. Door miriam rasch.

N.B. Vrijdag 29 november, bij Spui25, zullen studenten of recent afgestudeerden hun gesproken VSI's presenteren: beperkt, kritisch en levendig. Er is nog plek. Vrijdag geen tijd? Alle VSI's zijn bij Athenaeum voortaan € 9,95. Grijp uw kans.

Beperking

Uit de grote berg VSI’s koos ik lukraak drie deeltjes. Dat wil zeggen, Myth, Romanticism en Heidegger vallen binnen mijn vakgebied van de filosofie, maar dat had evengoed drie totaal andere titels kunnen opleveren. En alle thema’s uit de reeks vallen in de categorie ‘eigenlijk te groot om in 150 pagina’s samen te vatten’. Uiteraard is dat wel wat de schrijvers vervolgens doen, hoewel samenvatten in dit geval te kort door de bocht is.

Natuurlijk is een van de eerste dingen die de auteur van een VSI doet, zichzelf beperken. Miljoenen boeken samenvatten of presenteren gaat nu eenmaal niet. Dat beperken gaat in grote stappen. Sommige auteurs scharen onder mythen alles van de Amerikaanse droom tot reality-tv, of juist alleen verhalen die te maken hebben met het ontstaan van het universum. Robert A. Segal, auteur van Myth, toont de alternatieven en kiest iets daartussenin: een mythe is per definitie een verhaal, stelt hij, maar dat verhaal kan over vele dingen gaan. Zo heeft de lezer in zeer kort bestek toch alvast een beeld gekregen van de vele mogelijke manieren om over het onderwerp na te denken.

Vanaf de eerste bladzijde neemt Segal op deze manier stelling zonder andere perspectieven weg te laten of te bagatelliseren. Daarbij vraagt hij wel behoorlijk wat concentratie van de lezer: de dichtheid van de tekst is enorm.

Het juiste citaat

Dat is anders in Romanticism (Google Books: 2,8 miljoen resultaten). Terwijl Michael Ferber in feite dezelfde aanpak heeft – eerst maar eens dat multi-interpretabele woord romantiek inperken – is zijn tekst meteen een genot om te lezen.

Dat komt omdat hij niet bang is uitgebreid te citeren of te parafraseren. Het zal een hoge drempel zijn geweest. Als je maar 150 pagina’s tot je beschikking hebt, is de voor de hand liggende neiging om zo min mogelijk ruimte te verdoen aan citaten. In Romanticism werkt het andersom. Het geheim ligt in de keuze voor de juiste citaten. Zoals de lange passage (twee bladzijden!) over een tekst van Alfred de Musset waarin twee heren op zoek gaan naar een definitie van romantiek:

‘“Romanticism is the weeping star; it is the sighing wind, the chilly night […]” Such “nonsense” leaves them even more baffled, and after a little more research, they settle on the conclusion that Romanticism is “an abuse of adjectives”.’

To the point en grappig — zo houdt Ferber de lezer bij de les.

Niet kritiekloos

Mythe is een concept of genre, of in elk geval een verhaal zoals Segal stelt, romantiek definiëren we als een tijdperk of een levenshouding of een combinatie van die twee. Heidegger — dat is simpel! — is gewoon een mens, met een filosofisch oeuvre.

Was het maar zo makkelijk. Heidegger (Google Books: ruim 4 miljoen) is ook een notoir ingewikkelde filosoof — volgens sommigen zelfs een onbegrijpelijke charlatan. Michael Inwood schreef met Heidegger eigenlijk een introductie bij het hoofdwerk Zijn en tijd – dat is zijn manier om het onderwerp in te perken. Vreemd genoeg begint hij met een nogal schools aandoende biografische schets; zonde van de beperkte ruimte. Het zal er wel bij horen, toch laat dit boekje net als de andere twee juist zien dat in Oxford niet gevraagd wordt om een neutrale samenvatting van bekend materiaal. Inwood is lekker kritisch op de Duitse filosoof in skipak en probeert de complexe denkgang van Zijn en tijd tot op het bot te doorgronden – om soms tot de conclusie te komen dat dat gewoonweg onmogelijk is.

Verbindingen

Het is leuk om bij het lezen van de drie boekjes ook na te denken over de onderlinge verbanden. De Romantici waren bovenmatig geïnteresseerd in mythen, zozeer dat zij het kunstenaarschap opvatten als mythisch. Heidegger zou je niet zo snel een romanticus noemen – aan de andere kant hield hij evenveel van wandelen in de natuur als Wordsworth. Juist het dwalen langs (vergeten) paden leverde ze allebei materiaal voor hun werk, zo niet hun persoonlijkheid. Misschien kunnen we Heideggers vraag naar het zijn ook wel een mythische vraag noemen? Welk verhaal vertelt die vraag dan?

Eigenlijk zou iedereen min of meer lukraak drie deeltjes moeten lezen. ‘Stimulating ways in new subjects,’ beloven de Very Short Introductions en dat geldt niet alleen voor de deeltjes op zich, maar ook voor de creatieve verbindingen die ertussen ontstaan.

Miriam Rasch studeerde literatuurwetenschap en filosofie en werkt als redacteur en docent media/filosofie bij de Hogeschool van Amsterdam. Ze schrijft voor verschillende websites, zie www.miriamrasch.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum