Recensie: Je doet jezelf tekort als je niet kookt

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | |

De belangstelling voor alles wat met koken te maken heeft is enorm en lijkt alleen maar groter te worden. In theorie althans. In de praktijk beperkt het koken zich steeds vaker tot het opwarmen van prefab voedsel of het slaafs volgen van de gebruiksaanwijzing op het pakje. Michael Pollan vraagt zich in zijn nieuwe boek Pleidooi voor echt koken af waarom, en of het niet tijd wordt koken ook in de praktijk serieuzer te nemen. Zoals het een essayist betaamt schrijft hij vanuit persoonlijke en filosofische motieven, minder gelukkig is dat hij ook politieke bedoelingen heeft. Door pieter hoexum.

N.B. Op 3 juni organiseert het John Adams Institute een avond met Michael Pollan.

Timmeren

Voor mij is dit het tweede boek van Pollan dat ik lees. Ik heb natuurlijk een en ander over hem gehoord en gelezen, want als activistisch foodie timmert Pollan nogal aan de weg; hij schijnt zelfs Michelle Obama aan de moestuin te hebben gekregen en wie weet lukt het hem met dit boek Barack achter het aanrecht te krijgen. Maar het boek dat ik heb gelezen gaat over zijn ervaring met het echte timmeren. In A Place of My Own beschrijft hij de avonturen die hij beleeft nadat hij besloten heeft een schuurtje achterin de tuin bij zijn huis te bouwen waarin hij in het vervolg zijn boeken zou kunnen schrijven. En waarin hij zou kunnen lezen en vooral nadenken en mijmeren ('The Architecture of Daydreams,' zo luidt de ondertitel). Dát vond ik een betoverend goed boek.

Natuurlijk heeft Martin Heidegger, die immers zijn denkwerk ook in een hut verrichte, belangrijke en interessante (en helaas ook grotendeels onbegrijpelijke) teksten geschreven over denken, bouwen en wonen, maar dat kan wat mij betreft niet tippen aan wat Pollan daarover in zijn boek te zeggen heeft. Pollans benadering gaat dwars in tegen de blijkbaar niet te onderdrukken neiging van veel architecten om te theoretiseren en te abstraheren. Als ik het goed begrijp zat Heidegger op hetzelfde denkspoor, maar Pollan steekt daarbij zijn handen werkelijk uit te mouwen, terwijl Heideggers hut op initiatief van zijn vrouw werd gebouwd (wat ik me overigens goed voor kan stellen...). Pollan schrijft aanschouwelijk over het concrete maken.

Koken

Dit Pleidooi voor echt koken lost enerzijds de hoge verwachtingen in, maar is anderzijds ook een teleurstelling. Het boek over bouwen schreef Pollan ook met persoonlijke en filosofische redenen, maar niet uit politieke, maatschappelijke motieven. A Place of My Own is expliciet geen how-to-book. Dat is ook precies de kracht van dat boek: het be-schrijft, zonder dat het expliciet voor-schrijft. Wanneer Pollan in Pleidooi voor echt koken op een beschrijvende manier over koken (zelf eten maken) schrijft, werkt dit enorm enthousiasmerend. Helaas probeert hij de lezer daarnaast ook het koken voor te schrijven en dat vind ik ronduit onverdraaglijk.

Authentiek

Het punt dat Pollan in dit boek maakt komt in al zijn eenvoud hierop neer: de mens is het dier dat kookt en koken maakt ons dus menselijk. Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Want het gaat hier om echt koken, oorspronkelijk, zuiver en authentiek... Authenticiteit is een glibberige helling waarop je je bijna niet staande kan houden. Want wat is echt? Tja... het kan altijd echter. En daar is het de echte foodies om te doen: niet het eten maar de echtheid.

Een brood gebakken van volkorenmeel is natuurlijk lang niet authentiek genoeg, er mag ook geen gist toegevoegd worden, het deeg moet met de hand gekneed worden, het meel moet met molenstenen gemalen zijn, het graan biologisch gekweekt... enzovoorts, enzovoorts. Het wordt een wedstrijdje wie het zuiverst in de leer is. Constant neemt men elkaar de maat: is het wel 'echt authentiek'? Het kleinste compromis wordt beschouwd als een volkomen nederlaag. Pollan verzucht op een gegeven moment: 'Om het brood te bakken dat ik wilde, had ik niet alleen een beter recept nodig, ik wilde een hele nieuwe beschaving.' Ik weet niet hoe serieus Polland dit meent, maar weet wel dat ik mij in zo'n beschaving niet thuis zal voelen. Wat des te spijtiger is omdat de ondertitel zo'n sympathiek streven weergeeft: 'Thuiskomen in de keuken.'

Vertrouw op je handen en neus

Ondertussen is het hoog nodig nog eens te benadrukken dat het boek grotendeels een feest is om te lezen. Lees bijvoorbeeld hoe Pollan heel langzaam en met veel vallen en opstaan de kunst van het broodbakken onder de knie krijgt. Uiteindelijk komt hij daar tot de conclusie dat hij alles wat hij van zijn leermeesters over de tradities en overleveringen heeft geleerd, en al hun gefilosofeer over 'echtheid' weer kan vergeten, want uiteindelijk gaat het erom op je handen en neus te vertrouwen.

Het is kortom een heerlijk boek zolang het over het hoe van het koken gaat - de haren gaan overeind staan bij het waarom. Waarom zou je koken? Pollan maakt er een heel moralistisch en spiritueel verhaal van. Toch heeft hij het helemaal aan het begin al heel eenvoudig en nuchter gezegd: 'De vooronderstelling van dit boek is dat koken […] een van de interessantste en waardevolste dingen is die wij als mensen kunnen doen.' Kortom, waarom koken? Omdat dat zo'n aangename en bevredigende bezigheid is. Je doet jezelf tekort als je niet kookt.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, begin 2014 verschijnt Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Hij heeft nu een website, pieterhoexum.wordpress.com.        

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum