Recensie: Je moet de glans wel willen zien

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | | | |

Met zijn 177 pagina's weegt deze verhalenbundel niet veel, maar hoe anders is dat in figuurlijke zin. In Harry Olthetens Schier en andere verhalen zijn verhalen waar niet iemand zelfmoord pleegt, heimelijk wordt omgebracht of de dood vindt bij een crash de uitzondering. Anders is er wel sprake van een ongewenst kind of een enge ziekte. Als je al niet depressief was word je het na lezing van dit boek wel, zou je zeggen. En toch nodigen de verhalen juist uit om over de ellende heen te kijken en lichtpuntjes te zien. Door karlijn de winter.

N.B. Donderdagavond wordt Olthetens verhalenbundel gepresenteerd bij Athenaeum Boekhandel Haarlem, u bent van harte welkom.

Tien verhalen staan er in Schier en andere verhalen, ieder bestaande uit zo'n vier losse scènes. Samen vertellen die scènes hele levensverhalen. Zoals van het jongetje dat verslingerd is aan formule 1-racen. Op dezelfde zondag als zijn vader een merkwaardige zenuwinzinking krijgt is hij live getuige van het dodelijke ongeluk van coureur Roger Williamson op het circuit van Zandvoort. Beide gebeurtenissen zullen hem nog jaren achtervolgen.

Fonkelende stukken

Het is knap hoe Oltheten zulke grote verhalen in een paar pagina's weet neer te zetten. Dat komt vooral door de sprekende details, die zorgvuldig gekozen zijn. Neem 'Glas-in-lood', het verhaal over het jongetje wiens vader op de dag van de bevrijding is doodgeschoten door de Duitsers, en wiens moeder acht jaar later ten val komt bij het lappen van de ramen. Het was een heel dierbaar raam, gemaakt door de benedenbuurman Sjaak die een werkplaats heeft voor glas in lood:

'Prachtige dingen fabriekt hij. Fonkelende stukken geel, rood en blauw last hij aan elkaar tot een prachtig geheel. […] Om mijn moeder een plezier te doen die hem altijd koffie komt brengen, heeft Sjaak twee zwanen gemaakt die hij zelf voorzichtig heeft aangebracht op de plek waar eerst gebarsten wit glas zat. Mijn moeder vertroetelt de zwanen elke week.'

Soms dreigen de verhalen te bezwijken onder de nare gebeurtenissen. Zo veel ongevallen, zo veel ziekte. De flessen whisky, sigaretten en slaapmiddelen zijn ook niet aan te slepen. Maar die kleine, veelbetekende details, zoals de zwanen in glas in lood, blijven hangen en geven de verhalen hun glans.

Schier

Het titelverhaal van Olthetens bundel speelt zich af op Schiermonnikoog. Hier woont Sophie, afgezonderd in een huisje op een duin, de ex van de hoofdpersoon die haar hier nog een laatste maal komt opzoeken. Ze lijdt aan kanker en de artsen hebben haar uitbehandeld verklaard:

'Ze was alleen, alleen op een eiland met louter vreemden. En ze was bang, zo bang dat haar lichaamstemperatuur heen en weer pendelde tussen 34 en 41. Daarom had ze in een ziekenhuis willen sterven. Daarom had ze mij gebeld.'

De eenzaamheid van Sophie op Schiermonnikoog is de eenzaamheid die haast alle personages in de verhalenbundel in zijn greep heeft. 'Buiten hing een dikke wattenbrij waarin ik blind voortscharrelde,' is een van die zinnen waarmee Oltheten dat gevoel beeldend weet op te roepen. Niet voor niets wonen de personages wel vaker ergens aan de rand van de bewoonde wereld, langs uitgestrekte en verlaten uiterwaarden bijvoorbeeld. Maar niet alleen in een desolate omgeving, ook in hun eigen huis kan de eenzaamheid toeslaan en mensen tot een wanhoopsdaad brengen.

Schier staat niet alleen voor het eiland, het betekent ook 'bijna' of 'het scheelt niet veel of'. En dat is van toepassing op alle verhalen in deze bundel: de ellende is uitzichtloos, de verleiding om met drank of slaapmiddelen de ellende te verdoven is groot. Maar in ieder verhaal zit ook een moment van hoop. De echtgenoot die besluit zijn minnares vaarwel te zeggen, de dochter van de terminaal zieke man die op verrassingsbezoek uit de VS overkomt, de psychiatrisch zieke echtgenote die voor het eerst weer een weekend naar huis mag.

Het zijn lichtpuntjes, maar de redding komt steeds te laat. En dat levert telkens weer wrange situaties op. Toch zorgen ze ervoor dat de moed erin blijft, en je het boek niet met een cynisch gebaar dichtslaat. Het leven is niet een en al doffe ellende, maar je moet die glans wel willen zien.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum