Recensie: Sarphati, grootdenkende katalysator

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | | | |

De Franse scheikundige Antoine Lavoisier legde eind achttiende eeuw met zijn experimenten en daarop gebaseerde betogen de basis voor de moderne scheikunde. Maar in 1794 toonde Robespierre zich bepaald niet onder de indruk. Lavoisier was wegens belastingfraude tot de guillotine veroordeeld: 'De revolutie heeft geen scheikundigen nodig.' Een halve eeuw later in Amsterdam zorgde een andere scheikundige voor een revolutie, of althans nieuw elan. Samuel Sarphati ontwikkelde zich volgens de pas verschenen biografie van Lydia Hagoort 'van Portugese armenarts tot Amsterdamse ondernemer', maar bleef in zekere zin zijn hele leven een scheikundige. Door pieter hoexum.

Een aanpakker

Sarphati werd dit jaar precies tweehonderd jaar geleden, op 2 februari 1813, geboren. Hij groeide op in de Sefardische (Portugees-Joodse) gemeenschap van Amsterdam. Als tiener ging hij in de leer bij een apotheker, en toen hij daar blijk gaf van bijzondere begaafdheid, mocht hij studeren in Leiden. Geen scheikunde, maar medicijnen, want de Sefardische gemeenschap had behoefte aan artsen. Sarphati doet als oppassend joodse jongen braaf wat de ouderen hem opdragen, maar besteedt ondertussen in Leiden de meeste tijd aan scheikunde. Zijn onderzoek naar Jodium stuurt hij in voor een prijsvraag en wordt beloond met de gouden medaille.

Het meest frappant aan Sarphati's levensverhaal is misschien wel dat hij orthodox (joods) gelovig blijft én gelooft in de moderne wetenschap en techniek, dat wil zeggen in de vooruitgang die dat op kan leveren. Boven alles geloofde hij in de mogelijkheid het algemeen welzijn te kunnen verbeteren. Zoals veel bevlogen scheikundigen van zijn tijd was Sarphati nadrukkelijk geen kamergeleerde, maar vooral praktisch aangelegd: een 'aanpakker', altijd op zoek naar toepassingen van de nieuwe theorieën.

Het boek komt, net als Sarphati, eigenlijk verbazingwekkend langzaam op gang. Je weet als lezer al dat er een Sarphatistraat (bekend van Nescio: 'Behalve den man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.') en een Sarphatipark is, mét een monument waarop hij, zoals de achterflap vermeldt, terecht wordt geëerd als de 'schepper van nieuw Amsterdam'. Je vraagt je steeds sterker af: hoe zal hij dat allemaal klaarspelen?

Groot denken

Pas in 1851 slaat bij Sarphati echt de vlam in de pan. Hij bezoekt de wereldtentoonstelling in Londen met het indrukwekkende Crystal Palace, en hij weet: zo’n gebouw moeten we ook in Amsterdam voor elkaar krijgen. In 1855 lukt het hem zijn plannen voor Het Paleis voor Volksvlijt te concretiseren en de weerstand bij de gemeente enigszins te doorbreken. Dan heeft hij nog maar ruim tien jaar te gaan...

Ondanks heel veel onverschilligheid en tegenwerking weet Sarphati ieder succes dat hij haalt met een volgende onderneming te overtreffen, eigenlijk wel te verdubbelen – zijn succes neemt exponentieel toe. Sarphati denkt namelijk groot, heel groot.

Zo verwacht hij dat Het Paleis een trekpleister van internationale allure zal worden en bedenkt dat er daarom een hotel nodig is waar Amsterdam zijn gasten waardig kan huisvesten: het latere Amstel Hotel. Bovendien komt Het Paleis pas echt tot zijn recht in een mooie omgeving én is er enorme behoefte aan woonruimte in Amsterdam ontstaan: Sarphati komt met hele plannen voor een complete stadsuitbreiding, de eerste sinds de zeventiende eeuw. Dat moet natuurlijk gefinancierd worden, dus komt hij met hypotheekbanken... enzovoorts.

En dan, terwijl Sarphati net begonnen is met 'oogsten', is het opeens afgelopen. De opening van 'zijn' Paleis in 1864 maakt hij nog mee, maar twee jaar later sterft hij plotseling, 53 jaar oud.

Een wazige vlek

Natuurlijk is deze biografie, zoals elke goede biografie, een beetje saai. Saai in de zin van voorspelbaar, want je weet als lezer hoe het afloopt, je weet waarmee de hoofdpersoon beroemd zal worden. Je leest een biografie om erachter te komen hoe dat allemaal zo gekomen is, wat voor persoon er achter die roem schuilgaat. Daar blijft deze biografie in gebreke. Maar dat kon ook niet anders: er was gewoon niets persoonlijks te vinden, hoe diep Hagoort ook gegraven heeft. En gegraven heeft ze, in ijver steekt de biografe haar onderwerp naar de kroon. Ze schetst een uitgebreid en gedetailleerd overzicht van de tijd waarin Sarphati's leven zich afspeelde en tegen welke achtergrond je hem moet zien. Maar Sarphati zelf blijft een vreemde, wazige vlek op de voorgrond van dit panorama.

Hagoort is zelfs zo eerlijk en integer de mythe van het 'miskende genie' en de 'tragische held', die altijd om Sarphati heen is blijven hangen, te ontzenuwen. Sarphati was eerder een soort koning eenoog: het was niet zo dat hij nu zo'n enorme visionair was, het was eerder zo dat zijn tijd- en landgenoten en vooral stadgenoten zeer bijziend en zelfs blind waren. Misschien zegt deze biografie wel meer over Amsterdam dan over Sarphati. Hijzelf blijft oog in een orkaan. Of, om in scheikundige termen te blijven: een katalysator, een stof die een chemische reactie versnelt zonder zelf verbruikt te worden.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, in 2013 verschijnt Reis door mijn rijtjeshuis. Kleine filosofie van het wonen. Hij heeft nu een website, pieterhoexum.wordpress.com.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum