Recensie: Saté van hertenzwijnen

30 november 2015 , door Gemma Venhuizen
| | | |

In Reizen tussen de lijnen. Dwars door Indonesië met Alfred Russel Wallace gaat Alexander Reeuwijk op zoek naar de soortenrijkdom van de Indonesische eilanden - net zoals bioloog Alfred Russel Wallace anderhalve eeuw eerder deed. Waar Wallace een geweer bij zich droeg om bijzondere soorten te kunnen verzamelen, had Reeuwijk weinig meer bij zich dan zijn aantekeningenboekje en een flesje muskietenspray. Voldoende om thuis te komen met een boeiend reisverslag, blijkt, van een gebied dat niet alleen in bereisbaarheid aanzienlijk is veranderd. Door gemma venhuizen.

N.B. Alexander Reeuwijk geeft donderdag 17 oktober een lezing over zijn boek bij Athenaeum Haarlem.

Vijf bloedvlekken

Hij volgt het spoor van olifanten. Hij wordt bekogeld met takken en rijp fruit door een orang-oetan en bevindt zich op de eerste rang bij een betoverende paradijsvogeldans. In zijn boek Reizen tussen de lijnen - dwars door Indonesië met Alfred Russel Wallace staat Alexander Reeuwijk (1975) oog in oog met tal van bijzondere dieren. Maar een van zijn intiemste ontmoetingen met Indonesische fauna speelt zich af op Sumatra.

'Ik doe mijn shirt uit en tel vijf bloedvlekken, die centimeters groot zijn. Ik inspecteer mijn broek en boxershort. Drie grijszwarte bloedzuigers rollen als knikkers op de grond.'

Bloedzuigers: ze blijven Reeuwijk lastigvallen tijdens de reis die hij maakt in navolging van de negentiende-eeuwse bioloog Wallace. Eerst op Sumatra, later op Sulawesi. Maar Reeuwijk laat zich niet uit het veld slaan. Hij wil met eigen ogen het eilandenrijk zien dat Wallace op het idee bracht van de biogeografie: de tak van wetenschap die de verspreiding van planten en dieren over de aarde bestudeert. In Indonesië is de soortenverspreiding opvallend verdeeld: op eilanden die dicht bij elkaar liggen leven soms totaal andere dieren. 'Hoe komt dat,' vroeg Wallace zich af. Ook Reeuwijk stelt die vraag, en probeert hem gaandeweg te beantwoorden met behulp van huidige inzichten in de biogeografie.

Sumatraanse eenhoorn

Al eerder schreef Reeuwijk een boek over Wallace. Over diens belangrijke rol in de totstandkoming van Darwins evolutietheorie, om precies te zijn.  Maar waar Reeuwijk in Darwin, Wallace en de anderen een reis door de geschiedenis maakte, trekt hij er nu echt op uit. Een populair-wetenschappelijk reisverslag is het resultaat. Reeuwijk wisselt passages over geschiedenis, geologie en evolutieleer af met het persoonlijke verslag van zijn reis. Anderhalve eeuw nadat Wallace erdoorheen reisde, blijkt de Indonesische jungle nog altijd een fascinerend, ruig en soortenrijk gebied.

Maar één diersoort heeft duidelijk zijn opmars gemaakt, ten koste van andere soorten: op elk eiland laat de mens verwoestende sporen achter. Op Sulawesi, bijvoorbeeld, waar bijzondere vlinders in hars worden gegoten en als sleutelhangers worden verkocht. Op Ternate, Sumatra en andere eilanden waar intensieve houtkap plaatsvindt. Op Papoea, waar vogels door jong en oud uit de lucht worden geschoten:

'"Kinderen vinden het leuk om met luchtdrukgeweren op vogels te schieten," zegt Jamil, en haalt zijn schouders op. "Er is hier geen vogel echt veilig. Kinderen schieten op duiven, papegaaien en eigenlijk alles wat vliegt. Volwassen stropers zetten strikken voor kasuarissen om ze op te eten en proberen paradijsvogels te schieten omdat ze veel geld opleveren op de zwarte markt."'

De mens zuigt de natuur uit, kortom - en gaat daarbij heel wat rigoureuzer te werk dan malariamuggen en bloedzuigers. Het hertenzwijn wordt gevangen en als saté geroosterd, de hoorn van de Sumatraanse 'eenhoorn' (de neushoorn) is gewild onder impotente mannen...
Wallace en zijn collega-natuurvorsers waren overigens ook geen lieverdjes. Zelf schoot en verzamelde Wallace dat het een lieve lust was; thuis in Engeland zou hij goed betaald krijgen voor opgezette exotische diersoorten.

Stadsmens in de jungle

Reizen tussen de lijnen zit vol interessante natuurwetenschappelijke en historische feiten. Ook als reisverhaal is het boek boeiend. Reeuwijk schrijft zijn ontmoetingen met dieren en mensen beeldend op: de dialogen zijn levendig, de omschrijvingen uitvoerig en met oog voor detail. Iets te veel detail, wellicht. Van vrijwel elke vogel wordt het verenkleed in bloemrijke bijzinnen benoemd, zoals 'de zanglijster met het glanzend zwarte lijf, de oranjerode borst en de zwart-witte staart'. Nu en dan beginnen die bijvoeglijk naamwoorden te duizelen en verlang je naar wat foto's. Die ontbreken; de enige illustraties zijn de tekeningen bij elk hoofdstuk.

'En zorg dat je veel aantekeningen maakt; iedere dag en heel gedetailleerd,' adviseert reisschrijver Redmond O'Hanlon voordat Reeuwijk vertrekt.
Dat advies heeft Reeuwijk iets te goed ter harte genomen: het boek staat zo boordevol soorten (soms worden er wel zes of zeven per pagina genoemd) dat je als lezer enigszins verzadigd raakt. Niet alle informatie blijft hangen. Vergelijk het met een rondwandeling in een natuurhistorisch museum: als je daar alle dieren bestudeert, inclusief hun naamkaartjes, kun je er bijna prat op gaan dat je aan het einde de helft van de namen alweer bent vergeten.
Reeuwijk is zo goed in het opsommen van alle details, dat de spanningsboog soms even verdwijnt.

Toch werkt het observatievermogen van de auteur vooral in zijn voordeel. Reeuwijk weet veel, kan mooi schrijven en durft op avontuur te gaan: drie eigenschappen die hem tot een goede reisschrijver maken.
'Ik voel me een stadsmens in de jungle: tegelijkertijd erg ongewenst en zeer gewild,' schrijft Reeuwijk na zijn eerste ontmoeting met de bloedzuigers. Toch is het te hopen dat hij nogmaals op avontuur in het oerwoud durft te gaan. Voor ons, als lezers - en voor de bloedzuigers.

Gemma Venhuizen is fysisch geograaf, wetenschapsjournalist en auteur van de roman Alle bessen kun je eten - alleen sommige maar een keer.

MINDBOOKSATH : athenaeum