Recensie: Verhalen van achter het IJzeren Gordijn

05 juni 2013 , door Maarten Muns
| | | | | |

Zelden was de hoop op een voorspoedig nieuw begin groter dan op 8 mei 1945, de dag dat Nazi-Duitsland definitief capituleerde. Stunde Null noemen de Duitsers dat moment - het uur nul. Wat er precies voor het oude regime in de plaats zou komen wist niemand, maar alles zou snel beter worden. Voor het door Rusland bezette Oost-Europa bleek deze gedachte al gauw een ‘valse dageraad’. Daar volgden nog lange jaren van opsluiting in het socialistische paradijs. Anne Applebaum schreef een gedetailleerd werk over het leven achter het ‘IJzeren Gordijn’, Iron Curtain: The Crushing of Eastern Europe, 1944-1956.

Sovjetleider Josef Stalin eiste al tijdens de oorlog de vrije hand op in de door zijn leger veroverde gebieden. In 1946 daalde er, in de woorden van de Britse premier Winston Churchill een ‘IJzeren Gordijn’ neer in Europa, dat het ‘vrije Westen’ definitief scheidde van het door de Sovjet-Unie bezette Oosten. Wat gebeurde er achter dat gordijn? Wat betekende die vrije hand voor Stalin? Onder andere omdat nog lang niet alle archieven zijn vrijgegeven is er over deze periode nog altijd veel onbekend.

Berg verhalen uit eerste hand

In Iron Curtain (later deze maand verschijnt de Nederlandse vertaling, IJzeren Gordijn) zet de Amerikaanse journaliste Anne Appelebaum voor het eerst nauwgezet uiteen hoe de communistische transformatie van Oost-Europa in zijn werk ging. Applebaum doet dit op haar kenmerkende verhalende en journalistieke manier. Ze schreef haar werk op basis van tientallen interviews met ooggetuigen en ervaringsdeskundigen. De kracht van Iron Curtain ligt dan ook niet zozeer in grootse nieuwe wetenschappelijke inzichten als wel in de enorme berg verhalen uit eerste hand. Vergezichten over de wereldpolitiek ten tijde van de ontluikende Koude Oorlog hoeven we niet te verwachten. Deze aanpak is in zoverre verfrissend dat het een boeiend inkijkje geeft in de wereld van hen die de communistische transformatie aan den lijve ondervonden.

De donkere kanten van het communisme

Applebaums fascinatie voor de donkere kanten van het communisme bleek eerder al uit haar uitstekende boek Goelag, een uitgebreide beschrijving van de werking van het Russische systeem van werkkampen dat tot het ineenstorten van de Sovjet-Unie in 1991 bestaan heeft. De Goelag was het symbool voor de nietsontziende terreur die het Sovjet-regime over zijn eigen bevolking uitoefende. Het boek won in 2004 de prestigieuze Pulitzer Prize voor non-fictie.

Foto’s uit 1945 uit landen als Polen, Hongarije en het Oosten van Duitsland laten platgebombardeerde steden, uitgebrande dorpen, restanten van concentratiekampen en door tanksporen vernielde boerenvelden zien. Dit zijn de landen wiens tragische lot de Britse historicus Timoty Snyder onlangs beschreef in zijn indrukwekkende boek Bloedlanden (2010). Met de term Bloedlanden doelde Snyder op de landen in Centraal- en Oost-Europa die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog klem zaten tussen Hitler en Stalin. Zowel de Nazi’s als de communisten hebben er meedogenloos huisgehouden. In Iron Curtain pakt Applebaum nu de draad op waar Snyder stopte, tegen het einde van de oorlog. Ze concentreert zich vooral op de gebeurtenissen in Warschau, Boedapest en Oost-Berlijn.

Kleine Stalins

Duitsers, vermeende Amerikaanse spionnen en nationalisten uit allerlei landen werden na de zege van het Rode Leger opgesloten in dezelfde concentratiekampen als de Nazi’s gebruikt hadden. De omstandigheden werden er al snel vergelijkbaar met onder het Duitse juk. Willekeurige arrestaties van ‘fascisten’, iedereen die een Duitser was, met de Duitsers had samengewerkt of op iemand leek die met de Duitsers had samengewerkt, waren aan de orde van de dag.

Die beginjaren waren de tijd dat de ‘kleine Stalins’, De Oost-Europese dictators Walter Ulbricht, Matyas Rakosi en Boleslaw Bierut zich opwerkten binnen de communistische pikorde. De drie waren totaal verschillende karakters, maar hadden op zijn minst een ding gemeen. Ze geloofden heilig in de verheffing van de arbeidersklasse en een nietsontzienende strijd tegen de bourgeoisie.

Moegestreden volk

Nationalistische legertjes zoals het Poolse Armia Krajowa (Thuisleger) werden al snel ontmanteld. Hun commandanten werden doorgaans naar Moskou gestuurd om na een showproces te worden geexecuteerd. Daarna was van gewapend verzet nauwelijks meer sprake. Legden de Oost-Europeanen zich neer bij het nietsontziende geweld van de Russen? Of werden ze al snel trouwe communisten? Applebaum komt niet met een duidelijk antwoord, maar ze hint erop dat de Oost-Europeanen na vijf jaar verwoestende oorlog vooral rust en stabiliteit wilden, en zich daarom veelal bij de nieuwe situatie neerlegden. Propaganda, het mobiliseren van de jeugd en indoctrinatie van de gehele maatschappij deden de rest voor dit moegestreden volk.    

Indrukwekkend gedetailleerd

Omdat Applebaum zich baseert op interviews met ooggetuigen die na de ondergang van het communisme zijn gehouden zijn er uiteraard voorzichtige vraagtekens te plaatsen bij de betrouwbaarheid van de bronnen. Maar al met al vertelt Applebaum een indrukwekkend en gedetailleerd verhaal over hoe de hoop op een nieuw begin na de oorlog in korte tijd weggevaagd wordt door een voor de Oost-Europeanen van oudsher gehate bezettingsmacht. Iron Curtain bevat een verhaal dat nog niet eerder met zoveel details geopenbaard is.

Zoals het een goed journalist betaamt, vertelt Applebaum nieuwe, verrassende verhalen, en laat de interpretatie daarvan aan de lezer zelf. Zowel de geïnteresseerde leek als de Oost-Europa-kenner die op zoek is naar nieuwe feiten en verhalen van achter het IJzeren Gordijn kunnen daarom bij Applebaum hun hart ophalen.

Maarten Muns is historicus en wetenschapsjournalist, voor onder andere Kennislink en NRC Handelsblad. Hij is ook boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel.

pro-mbooks1 : athenaeum