Recensie: Voor de liefde door de modder

30 november 2015 , door Karlijn de Winter
| | |

Najaar 1944. Noord-Italië is bezet door de nazi's - de fascisten leiden alleen nog een vazalstaatje - terwijl Zuid-Italië in handen van de geallieerden is. Beppe Fenoglio (1922-1963) vocht mee met de partizanen in de heuvels, bij wat zou uitgroeien tot de grootste verzetsbeweging van West-Europa. Zijn postuum uitgegeven roman Een privékwestie (Una questione privata, 1963) is hét boek over het verzet, in de woorden van Italo Calvino die zelf ook over deze periode gepubliceerd heeft. Tegelijk schreef Fenoglio een tijdloos klassiek verhaal over liefde, jaloezie en vergeldingsdrang. Door karlijn de winter.

Verzet en romantiek

Zoals in veel klassieke romans begint de beproeving met een mooie, jonge vrouw. Hoofdpersoon Milton, student Engels en een van de vele studenten die in het partizanenleger vochten, stuit tijdens een van zijn verkenningstochten op een hem welbekende villa. Tot vorige zomer, toen de streek nog niet in handen van de Duitsers was, verbleef daar Fulvia. Zij was van gegoede komaf, rijk en innemend; hij was een knokige twintiger, onhandig en verliefd. Wanneer Milton de villa nadert vervalt hij in romantische mijmeringen over de avonden die de twee samen bij de villa beleefden. De partizanenstrijd is opeens ver weg voor hem.

Hoe een collectieve kwestie, de strijd tegen de fascisten, opeens zijn relevantie kan verliezen en privé-aangeleden volledig de aandacht kunnen overnemen: dat is het conflict waar Fenoglio's roman om draait. Want wanneer Milton van de huishoudster hoort dat ook zijn beste vriend Giorgio regelmatig in de villa kwam, verlaat Milton stante pede zijn divisie om Giorgio te zoeken en aan de tand te voelen.

Wanneer Giorgio toevallig die ochtend door de fascisten gevangen genomen blijkt te zijn, begint voor Milton een eenzame, barre tocht. Zijn verantwoordelijkheidsgevoel is naar de achtergrond gedrongen: hij trekt erop uit, op zoek naar Giorgio. Alles moet wijken zodat hij, uit zijn mond, de waarheid over zijn verhouding met Fulvia kan horen.

'Het kan me gewoon allemaal niks meer schelen. Zomaar ineens niks meer. De oorlog, de vrijheid, mijn maten, de vijand. Alleen die waarheid nog.'

Een barre tocht

Veel plaats voor romantische mijmeringen is er vanaf dan niet meer; de focus ligt bijna volledig op de moeizame weg die Milton aflegt en de obstakels die hij daarbij tegenkomt. Mist, regen en modder komen in alle vormen en gradaties aan bod ('de modder […] die zo geel was als zwavel en zo taai als mastiek'). Het landschap is scherp neergezet: de grauwe, donkere heuvels, de drassige oevers en de doodse stilte in de dorpen zijn tekenend voor de sfeer in het boek.

Fenoglio geeft alles direct weer, dicht op de huid van Milton. Zoals wanneer Milton een sergeant van het fascistische leger neerschiet, iemand die hij eigenlijk gevangen had willen nemen om tegen Giorgio te ruilen: je ziet precies wat er gebeurt, maar het wordt beschreven alsof Milton er geen directe invloed op uitoefent. Alsof hij er met zijn hoofd niet bij is en alles hem overkomt.

'"Nee!"' had Milton geschreeuwd, maar de colt ging af, alsof de trekker door een schreeuw was overgehaald.
De man viel op zijn knieën en zat daar een ogenblik in elkaar gedoken, met het afgeplatte hoofd en de kleine, markante neus in de lucht gepriemd. Milton had het idee dat de aarde er niet meer aan te pas kwam, noch voor hem, noch voor de ander, en dat alles zich ergens in de witte hemel voltrok.'

Geen ontkomen aan

Milton lijkt zijn redeneringsvermogen steeds verder te verliezen en volledig op te gaan in zijn persoonlijke missie die alsmaar hopelozer wordt. Giorgio is wellicht al lang gefusilleerd. Het blijft uiteindelijk een keiharde verzetsoorlog daar in Noord-Italië. Zelfs Milton kan zich daar niet aan onttrekken, al zou hij dat nog zo graag willen. De collectieve kwestie kan nooit helemaal, in ieder geval niet in deze omstandigheden, voor de privékwestie wijken.

De kameraadschap tussen de verzetsstrijders, de moed die ze geen moment in de schoenen zakt en ondertussen de uitzichtloosheid van hun situatie: Fenoglio geeft de stemming in die periode prachtig weer. Op een kaart voorin het boek staat te zien is waar alle divisies en commando's in de omgeving gevestigd zijn. Ernest van der Kwast (die in Italië woont) schreef een voorwoord waarin hij de situatie bondig en in vlotte bewoordingen introduceert. Alles bij elkaar geeft deze roman, die op zichzelf van bescheiden omvang is, een helder en indringend beeld van de partizanenstrijd. Maar ook zonder die feitelijke achtergrond zou het compacte, perfect opgebouwde verhaal evengoed staande blijven.

Karlijn de Winter studeerde communicatie- en informatiewetenschappen aan de VU te Amsterdam en Italiaanse taal en cultuur aan de Universiteit Utrecht. Op dit moment werkt ze als freelance tekstschrijver. Daarnaast is ze hoofdredacteur van Recensieweb.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum