Recensie: Zomaar

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | | |

Eigenlijk gaat het boek Appels en peren erover dat je beter niet kunt zeggen dat een boek 'eigenlijk' daar-en-daar over gaat. Niet dat de schrijver, Maarten Asscher, een pleidooi houdt voor een bodemloos relativisme waarbij iedere duiding even goed is. Maar het boek is, zoals de ondertitel zegt, een Lof van de vergelijking en is daarmee een pleidooi voor 'relationisme': hoewel er geen absoluut criterium is, is het heel wel mogelijk boeken aan elkaar te relateren en te beargumenteren waarom boek X, in vergelijking met boek Y,  meer over Z gaat. En toch enthousiast te zijn. Door pieter hoexum.

N.B. Vandaag, 18 oktober, vindt de presentatie plaats.

Vergelijken: Dingenliefde, H2olland, Bekentenissen van een nieuwsgierig mens

Het is met boeken als met mensen, die leer je pas kennen door ze te vergelijken. Appels en peren is net zo ongegeneerd sentimenteel en toch ironisch van toon als Dingenliefde, het boek van Asscher uit 2002 waarin hij als het ware dingen aan het woord liet. Maar in vergelijking met dat boek is dit boek abstracter. Er staan wel hoofdstukken in die doen denken aan Dingenliefde, met name 'De doos van Laterveer', maar daar gaat het om een doos met oude foto's. En hoewel foto's concrete objecten zijn die je vast kunt pakken, is een foto al behoorlijk abstract: het is een afbeelding van iets of iemand die je meestal juist niet meer kunt vastpakken (namelijk inmiddels gestorven mensen).
De dingen waar het in dit boek over gaat zijn meestal boeken, die nog abstracter zijn dan foto's. Soms bedrijft Asscher bijna literatuurwetenschap, hoewel hij gelukkig altijd begrijpelijk blijft.

Verder is Appels en peren net zo informatief als H2olland, Asschers kleine geschiedenis van de Nederlanders en het water. Ook hier op bijna elke bladzijde wel iets waarvan je niet wist dat je het wilde weten; maar dat boek stroomde meer, terwijl dit meer drijft.

Wat dat betreft lijkt het op Asschers Bekentenissen van een nieuwsgierig mens. Dit boek is trouwens even persoonlijk als dat boek, terwijl je nu ook weer niet zeggen dat het autobiografisch is, aangezien de schrijver weliswaar steeds weer opduikt, maar net zo snel weer onderduikt. Het is ook net zo tomeloos als dat boek, dat wil zeggen: alles blijkt even belangrijk en belangwekkend.
Maar dit boek is veel uitgesprokener, zelfs over zogenaamde 'maatschappelijk kwesties'. In de in deze bundel opgenomen tekst van zijn Cleveringa-lezing houdt Asscher een hartstochtelijk pleidooi voor 'burgerlijke ongehoorzaamheid', voor 'ongeüniformeerde heldhaftigheid'.

Identiteit gaat over verschillen

Hoe kinderachtig ook, ik ontkom er, in mijn enthousiasme toch niet aan te zeggen waar het boek volgens mij 'eigenlijk' over gaat. Dat is eenmaal de aard van het beestje: een lezer zoekt nu eenmaal een rode draad, een noemer waar alles onder kan vallen. Vooruit dan maar: volgens mij gaat het boek eigenlijk over identiteit.

Veelzeggend is de titel van het essay: 'Drie manieren om een Jood te worden.' In dat stuk gaat het, zoals in het hele boek, over het misverstand dat je persoonlijke identiteit een kern zou zijn die diep van binnen zit en die je zou kunnen vinden door middel van inkeer. Identiteit is echter niet iets dat je diep van binnen kunt vinden. Het is juist iets dat je slechts oppervlakkig en van buiten af kunt benaderen, namelijk door te vergelijken. Persoonlijk identiteit gaat over verschillen, over wat de ene persoon van de andere onderscheidt.

De lust tot uit zijn verband rukken

Het belangrijkste is dat ook dit boek, net als de eerdere bundels van Asscher, vanaf de eerste bladzijden de lezer aansteekt en besmet. Ik was althans meteen om en zag inderdaad alleen nog maar voordelen van het vergelijken en kon me helemaal niet meer vinden in die saaie, brave bezwaren die altijd worden aangevoerd tegen vergelijkingen. Nee, natuurlijk gaat de vergelijking niet op omdat er inderdaad natuurlijk altijd veel verschillen zijn. Maar bij een vergelijking gaat het ook helemaal niet over overeenkomsten, maar over verschillen. Dat is juist de kracht van de vergelijking: dat je beide variabelen beter leert kennen. Wie appels met peren vergelijkt slaat twee vliegen in een klap: hij leert meer over appels én over peren.

Het boek is zo aanstekelijk dat je gedachten vrij snel uitgaan naar andere slachtoffers van de communis opinio. Neem bijvoorbeeld het citaat, de aanhaling. Niet alleen vergelijkingen moeten het altijd maar weer ontgelden, onder het mom dat ze 'mank gaan, ook aanhalingen moeten het vaak bezuren. Zij zouden, zo hoor je steevast, 'uit hun verband gerukt' zijn. Altijd krijg je overal maar weer te horen dat je dingen in hun verband moet zien en tegen een bepaalde achtergrond, in hun context.

Zinnen zonder context

En dat terwijl het juist goed is de dingen uit hun verband te rukken, zo leer je zowel de dingen als hun context kennen. Neem nu deze zin uit het boek Appels en peren:

'Er is eigenlijk niets nodig, maar alles is het bestuderen en overdenken waard.'

Een mooie zin, die wat mij betreft in z'n eentje al de hele bundel rechtvaardigt. Maar eerlijk gezegd heb ik die zin niet slechts uit zijn context gerukt maar bovendien niet helemaal correct geciteerd, ik heb een stukje weggelaten – ook al zo'n doodzonde. Mag dat dan allemaal zomaar? Jazeker. Een rechtvaardiging is niet eens nodig; een paar bladzijden verderop in het boek staat nog een fraaie en veelzeggende zin, een slotsom van een hoofdstuk, die bestaat uit slechts één woord: 'Zomaar'.

Pieter Hoexum is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, begin 2014 verschijnt Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Hij heeft nu een website, pieterhoexum.wordpress.com.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum