Recensie: De opstandige Johan Sebastian Bach

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | | | |

Het was geloof ik Maarten ’t Hart die ooit opmerkte dat als je alle bekende gegevens over het leven van Johann Sebastiaan Bach op een rijtje zou zetten, je nog geen A4-tje zou kunnen vullen. Dat heeft biografen er niet van weerhouden lijvige biografieën te schrijven. Integendeel, ze zien het juist als een uitdaging alle ‘witte vlekken’ in het portret in te vullen. Je zou kunnen zeggen dat de Bach-biografie een genre op zich is geworden. Dirigent John Eliot Gardiner heeft zich onlangs ook op dat genre geworpen; hij tovert de lezer een driftige Bach voor in Music in the Castle of Heaven (vertaald door Frits van der Waa & Pon Ruiter als Bach. Muziek als een wenk van de hemel). Door pieter hoexum.

N.B. Gardiners boek is een van de Penguinpockets die deze zomer tot wel 25% goedkoper zijn Music in the Castle of Heaven is van € 16,95 voor € 12,50.

Cantor

Gardiner is natuurlijk geen historicus maar dirigent, maar daardoor kan hij een extra inkijkje in het werk geven. Bovendien is hij met Bach opgegroeid, ‘Onder de blik van de cantor,’ zoals het eerste hoofdstuk dan ook heet. Zijn ouders kregen voor de oorlog namelijk door een gelukkig toeval een beroemd portret van Bach in bezit, dat ze in hun huis op de overloop ophingen: ‘Elke avond probeerde ik op weg naar bed zijn strenge blik te vermijden.’

Dat Gardiner Bach ‘cantor’ noemt is bepaald geen toeval. Wat Gardiner betreft was Bach, en beschouwde die zichzelf ook zo, in de eerste plaats muzikaal leider van een kerkelijke gemeente.  Eerlijk gezegd is deze biografie dan ook veel meer een boek over de cantates, waar Gardiner als dirigent ook in gespecialiseerd is, dan een levensbeschrijving van Bach. Andere soorten werken van Bach komen er nogal bekaaid af, zoals Gardiner toegeeft. Bezwaarlijk is dat niet echt, er zijn genoeg andere boeken over Bach verschenen. En Gardiner heeft meer dan genoeg belangwekkends te melden over cantates.

Driftkop

Behalve door de nadruk, die zoals gezegd ligt op de cantates, onderscheidt deze biografieën van Gardiner zich ook omdat hij iets recht wil zetten. Hij wil het beeld van Bach als een strenge, rechtlijnige en nogal saaie persoon – het beeld dat hij zo goed kende uit zijn jeugd – vervangen door dat van een lichtgeraakte, opstandige driftkop. Bach was geen saaie piet, daar komt het boek van Gardiner in het kort eigenlijk op neer.

De nog maar twintigjarige Bach zet een relatief ongeoefend leerlingenensemble een stuk voor met een lastige fagotsolo, die door de dienstdoende fagottist prompt verprutst wordt, waarop de heren flink tegen elkaar uitvallen en enkele weken later zelfs op de vuist gaan. Het is een behoorlijk bekende anekdote (zoveel zijn er ook niet), maar Gardiner vermoedt dat de te moeilijke muziek een provocatie van Bach was en hij wijst erop dat het volgens getuigen door Bach gebezigde scheldwoord ‘zippel fagottist’ door sommige biografen wel eufemistisch is vertaald als ‘beginneling, ‘schavuit’ of ‘rund’, terwijl Bach de man gewoon een lul noemt.

Het grote raadsel blijft

Gardiner laat als biograaf steeds zien hoe Bach worstelde met iedere vorm van gezag waarmee geconfronteerd werd en hoe snel hij zich gekrenkt voelde – en achteloos hij op andermans lange tenen ging staan. Bovendien laat Gardiner steeds zien hoe dramatisch veel cantates zijn opgebouwd, vol tegenstellingen. Ze lopen over van zowel doodsverlangen als levenslust, niet zelden tegelijkertijd.

 

Een van de grote vragen omtrent Bach is waarom hij geen opera schreef. Gardiner laat uitgebreid zien hoe relevant die vraag is én hij komt met verrassend eenvoudig en eigenlijk ook wel overtuigend antwoord: Bach schreef geen opera’s omdat hij cantates en passies en missen schreef.

Het gróte raadsel laat Gardiner gelukkig onopgelost, hij maakt het juist groter en daarvoor kan hij niet genoeg geprezen worden: hoe kon een tamelijk gewoon mens als Bach, met al zijn gebreken en tekortkomingen, met al zijn banaliteiten, zoveel en zulke uitzonderlijke muziek componeren? Gardiner: ‘Muziek kan een inspirerend en verheffende uitwerking hebben, maar hoeft niet te zijn voortgebracht door een inspireren (in tegenstelling tot geïnspireerd) individu.’ 

Pieter Hoexum  is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, dit jaar verscheenKleine filosofie van het rijtjeshuis. Hij heeft een website, pieterhoexum.wordpress.com.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum