Recensie: Doordouwers

30 november 2015 , door Xandra Schutte
| | | | |

Later vandaag in De Groene Amsterdammer, nu op Athenaeum.nl: voor de M.J. Brusseprijs-special schreef Xandra Schutte over Het nieuwe land van journaliste Eva Vriend: 'Een rijk boek waarin persoonlijke geschiedenissen, de vreugde van de uitverkorenen en het verdriet van de afgewezenen, het meedogenloze idealisme van de ambtenaren van de Rijksdienst en de ideologie van sociale planning die hen dreef vloeiend in elkaar overlopen.'
Athenaeum Boekhandel en De Groene Amsterdammer werken samen, bijvoorbeeld in boekverkoop en een tweede gezamenlijke bijlage.

‘Een stugge, zeer onvriendelijke man. Zijn ontwikkeling is gering. Voor de gemeenschap betekent hij niks.’ ‘Weinig schrandere vrouw.’ ‘Een sociaal-zwak geval.’ ‘Geen sympathiek mens.’ De typeringen van potentiële boeren die de selectieambtenaren van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (rijp) in hun keuringsrapporten optekenden, logen er niet om.

De drooggelegde polders van Flevoland waren in het interbellum en in de decennia na de oorlog dan ook gewilde grond voor boeren; de concurrentie was moordend. Zo’n 45.000 aanvragen kreeg de rijp te verwerken voor de tweehonderdduizend hectare nieuwe landbouwgrond die vanaf 1930 (Wieringermeer) tot 1968 (Zuidelijk Flevoland) ontgonnen werd; zij kon zich dan ook een rechtlijnigheid permitteren die niet onderdeed voor de rechte lijnen in het uitgestrekte landschap. Het paste ook in haar ideologie: niet alleen de grootste polder ter wereld was ‘gemaakt’, er moest ook een ‘maakbare’ samenleving op verrijzen.

In Het nieuwe land schildert journaliste Eva Vriend hoe in de nieuwe polder een gemeenschap werd gesticht. Het begon bij haar eigen geschiedenis. Vriend groeide op in een boerderij bij Luttelgeest, in de Noordoostpolder. Iets van het harde pioniersbestaan kreeg ze ook mee: elke dag zestien kilometer heen naar school op de fiets en zestien kilometer terug, een brommer mocht ze niet, altijd weer over dezelfde saaie, als langs een liniaal getrokken wegen. Haar grootvader was een van de gelukkigen die door de selectieprocedure kwamen voor een boerderij op het nieuwe land. In de familie werd het verhaal over die procedure nog vaak verteld: toen de selectieambtenaar onaangekondigd op huisbezoek kwam, had hij een driftaanval gekregen. Kansen verspeeld, dacht hij. Tot zijn verwondering kwam hij toch in aanmerking. In haar boek probeert Vriend te achterhalen waarom haar grootvader tot de gelukkigen behoorde die een boerenbedrijf mocht beginnen op het droog­gelegde polderland.

Eva Vriend sprak met familieleden, dook in de archieven, praatte met boeren die door de selectie kwamen en boeren die werden afgewezen, en ambtenaren die destijds verantwoordelijk waren voor de selectie van de polderboeren. Het levert een rijk boek op waarin persoonlijke geschiedenissen, de vreugde van de uitverkorenen en het verdriet van de afgewezenen, het meedogenloze idealisme van de ambtenaren van de Rijksdienst en de ideologie van sociale planning die hen dreef vloeiend in elkaar overlopen.

Het waren andere tijden, de decennia tussen de wereldoorlogen en de naoorlogse periode. De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders vormde een rijk in het rijk, verantwoording hoefde zij nauwelijks af te leggen. Transparantie en mogelijkheden om in beroep te gaan, het waren dingen die nog uitgevonden moesten worden. De ambtenaren, hun voorman Bram Lindenbergh voorop, konden zich onbelemmerd inzetten voor social engineering. Het begon met het verhaal van de ‘gewone’ ingenieurs, die in 1926 de Afsluitdijk aanlegden en vervolgens aan een gigantisch inpolderingsproject begonnen. Het voetvolk werd gevormd door de mannen die naar het lege land kwamen, in barakken bivakkeerden en de inpolderingswerkzaamheden verrichtten: greppels graven, drainages aanleggen, de grond rijp maken voor intensief landgebruik. Daarna was het de beurt aan de sociale ingenieurs om te bedenken hoe op het drooggelegde land een vruchtbare samenleving kon ontstaan.

Bij Vriend draait het vooral om de aspirant-boeren. Draad voor draad ontrafelt ze de strenge selectie­procedure. Kandidaten moesten intekenen op grond, de selectie­commissie beoordeelde formulieren en ging zo nodig spontaan op huisbezoek. Er werd gekeken of de boeren wel ‘modern’ genoeg waren, of ze verstand hadden van de nieuwste methoden in landbouw en veeteelt. Natuurlijk moesten ze aan financiële vereisten voldoen en er blijk van geven dat ze een goede boekhouding voerden. Ze moesten getrouwd of verloofd zijn, en niet boven de vijftig – ouderen hadden meer kans op heimwee in het genadeloze polderlandschap. Ook de gemeenschapszin werd getoetst: waren de boer of zijn vrouw lid van kerk- of school­bestuur of een plattelandsvereniging? Aan lone wolfs was geen behoefte in het polderparadijs. Tijdens huisbezoeken werd gekeken hoe het erf erbij lag, hoe de hygiëne was, soms werd er zelfs een blik in de linnenkast geworpen. En dan moesten de geselecteerde boeren samen ook nog eens een getrouwe afspiegeling vormen van de dominanten groepen – protestanten, katholieken en vrijzinnigen – in de samenleving.

Maar dat was allemaal niet genoeg: kandidaat-boeren moesten bovenal ook een pioniersgeest hebben. Een oud-rijksambtenaar omschrijft de geschikte boeren zo: ‘Mannetjesputters. Mensen met wie je verder kon, die wat mans waren.’ Zijn vrouw bemoeit zich met het gesprek met de journaliste en vult aan: ‘Twee rechterhanden. Doordouwers ten koste van alles.’

Eva Vriend toont wel enig begrip voor het rücksichtslose utopisme van de Rijksdienst, maar ze heeft vooral oog voor de keerzijde van social engeneering. De boeren die niet door de selectie kwamen, kregen een koel, nietszeggend afwijzingsbriefje. Ze droegen het verdriet van en de schaamte over de afwijzing de rest van hun leven met zich mee. En voor wie mocht denken dat die droom van maakbaarheid nu vervlogen is, voert Vriend in de epiloog een paar voorbeelden op die dat logenstraffen: de inburgeringscursussen, de leefstijlentest van woningbouwverenigingen, experimenten met selecties om asociale bewoners eruit te filteren. Toetsen is misschien van alle tijden, maar het kan geen kwaad om steeds voor ogen te houden dat bij selecteren afgewezenen horen.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum