Recensie: Geslaagd literair engagement: een klap die je graag krijgt uitgedeeld

03 november 2014 , door Fleur Speet
| | |

In Maria Stahlie’s nieuwe roman Egidius begaat de hoofdpersoon een grove misstap en krijgt daarvoor een ferme klap in haar gezicht, uitgedeeld door haar eigen zoon. Een klap die haar bestraft en tegelijk bevrijdt. Maar indirect krijgt ook de lezer een pets, want zoveel verschillen de hoofdpersoon en hij eigenlijk niet van elkaar. Het is hoog tijd om wakker te worden. En om vergeven te zijn, zo betoogt Stahlie indirect in deze dikke, rijke en smeuïge schaduwroman van Scheerjongen. Door fleur speet.

Verfijnde variatie op een thema

Maria Stahlie bouwt aan een oeuvre met romans die steeds over hetzelfde gaan, maar steeds preciezer en bezwerender. Naastenliefde en mededogen zijn haar thema’s, en daarom is maatschappijkritiek in haar werk nooit ver weg. Wie een roman van haar leest, herkent die thema’s direct, net als haar stijl vol cijfers, herhalingen en humor. De cijfermatige obsessie is een manier om à la Reve in de tijd te staan, zoals in de betere Griekse tragedies en Stahlie neemt dat nauw (het omrekenen van Fahrenheit naar graden bijvoorbeeld, zodat we weten hoe warm het is). De herhalingen op hun beurt brengen cadans aan in haar tekst, waardoor een bezwerende melodie ontstaat. Zo is ‘vuur’ een woord dat in verschillende vormen voorkomt, al met de titel ‘Vuurdoop’ van het eerste deel, met de vlam van de Olympische Spelen, met het ‘witte vuur’ dat de hoofdpersoon bevangt.

Stahlie’s humor ten slotte is vlinderachtig licht en vrolijk, waarschijnlijk vooral door de herhaling. De grapjes maken je tot deelgenoot, alsof je tot de intimi behoort, omdat je alle knipoogjes die personages aan elkaar geven herkent. De zoon van een vader bekent dat zijn papa maar één bal en één balzak heeft en vervolgens duidt de hoofdpersoon die vader steeds zo aan. Dat wordt ontzettend geestig, omdat de herhaling telkens op een andere manier plaatsvindt, in verwondering. En juist dat maakt de werelden van Stahlie zo heerlijk om in te vertoeven.

Maar er is wel degelijk verandering opgetreden in het werk van Stahlie. Wie al haar romans en verhalen achter elkaar leest, merkt dat er meer nuance en rust in de uitwerking van het thema is gekomen en dat de stijl zorgvuldiger werd. Terughoudend is niet het beste woord, maar toch merk je aan Egidius, de negende roman van Stahlie, dat de schrijfster zich heeft ingetoomd. Ze staat niet langer pal voor haar boek, zoals ze in het verleden nog wel deed, maar ze staat er nu achter. Zoals een ouder achter haar kind: vol vertrouwen dat het de wereld alleen aan kan. Dat vertrouwen verdient het boek dubbel en dwars.

Het schaduwverhaal van Scheerjongen

Mij persoonlijk vielen de laatste twee romans wat tegen. Hoewel de stijl onveranderd sterk bleef, vond ik Boogschutters (2008) en Scheerjongen (2011) beide iets te geforceerd een boodschap uitdragen. Met name Scheerjongen was een groot pleidooi voor kinderlijke onbevangenheid en een aanklacht tegen de moderne, voortsnellende maatschappij waarin niemand nog werkelijk oog heeft voor elkaar. Ze schoot een beetje uit, zo leek. Was het haar nog meer dan anders ernst, ondanks al haar opgewektheid?

Niet helemaal vreemd dan, maar toch bijzonder, dat Stahlie juist dít verhaal nu herneemt. In Egidius krijgen we de schaduwzijde van Scheerjongen te zien. In Scheerjongen keken we door de ogen van de puber Aldo, die van zijn opa een schrobbering kreeg omdat hij zichzelf verzoop in liefdesverdriet en zich geen man toonde, geen nazaat van zijn Italiaanse voorvaderen, waarna Aldo uiteindelijk een linkse directe uitdeelde aan zijn moeder die een scheve schaats reed. Nu krijgen we een biografie van Aldo’s moeder: hoe het zo gekomen is.

Slaaf van impulsen

Aldo’s moeder is Annette van ’t Hoff, gevierd kunsthistoricus met een universitaire aanstelling en een televisieprogramma. Twee gezonde zonen, een betrouwbare, goudeerlijke Italiaanse Amerikaan als echtgenoot, iemand die zich oprecht over mensen ontfermt, een prachtwoning in het mooiste deel van Amsterdam… wat wil ze nog meer? Maar ze is haar jeugdige vuur kwijt. Ze is over de veertig en zit middenin een midlifecrisis. Ze is vergeten hoe wild en uitzonderlijk het is om te bestaan. En daarom voelt ze zich moedeloos en schuldig. Het boek is dan ook een groot mea culpa voor haar slappe houding. Omdat ze een slaaf is van haar impulsen en dus het tegendeel van haar zoon. Hij is het dan ook (zie je wel, kinderen zijn verstandiger dan hun ouders), die haar uit de droom helpt.

Stahlie heeft er een dik, rijk en smeuïg boek van gemaakt, met een prachtige prelude waarin een beslissende jeugdervaring voorvalt. Kinderen zijn haar fort; hun stem, hun tomeloze geestdrift, hun vrolijkheid en grenzeloze vindingrijkheid geven Stahlie’s proza vleugels. En zo begint Egidius met de tienjarige Annette die van haar moeder te horen krijgt dat ze zich illegaal heeft laten aborteren. Annettes wereld tolt en plotsklaps beseft ze dat het helemaal niet vanzelfsprekend is om te leven. Daarom leeft ze het leven dubbel, voor haar en haar ongeboren broertje dat ze Egidius noemt, in ‘witte hitte’. Ondertussen groeit het contrast met haar vader, een leraar klassieke talen die zichzelf mentaal in een gevangenis opsluit.

Annette voelt zich verantwoordelijk. Ze wil hem de sleutel aanreiken om te ontsnappen, maar als ze die sleutel eenmaal gevonden heeft, als student in Amerika, in een citroenschijfje op een zeventiende-eeuws schilderij van Pieter Claesz., is haar vader verdwenen. Koffer gepakt en simpelweg uit het gezin gestapt. Later, wanneer Annette ouder is en zelf bevangen raakt door lusteloosheid, slaat de angst haar om het hart. Omdat ze niet als haar vader wil sterven tijdens het leven, grijpt ze instinctief en wanhopig naar een clichématige oplossing. Oh, stommerd, denk je dan.

Kijken en engagement zijn een

Alles in deze roman draait om kijken. Hoe kijk je naar een schilderij? Hoe zie je de intense contemplatie van de schilder, door alle tijdlagen heen? Hoe kom je bij dat universele jubelgevoel, het moment waarop de barrières tussen jou en alles wat bestaat zijn opgeheven, bij die ondeelbare bestaanservaring waarvan je voelt dat iedereen daar deel van uitmaakt? Écht kijken is de basis van alle leven. En dat kost tijd en bereidheid.

Stahlie verweeft het persoonlijke ondergangsverhaal van Annette met politieke gebeurtenissen. Niet zoals Marja Brouwers deed in een roman die een ijkpunt is geworden voor literair engagement, de veelgeprezen, voor de Librisprijs genomineerde roman Casino (2004), waarin tirades de overhand voeren. Stahlie doet het heel subtiel, zodat er een grotere zeggingskracht van uitgaat.

Terwijl Annette overmand raakt door twijfel, weemoed, schaamte, vermoeidheid en bittere onmacht wordt Theo van Gogh vermoord. Haar gevoel blijkt dan parallel te lopen aan een groter, nationaal gevoel. Aan een tijdgeest waarin het draait om voldongen feiten en waarin nergens meer over te praten valt. En dat wist alle zorgeloosheid en lichtheid uit, dat maakt moderne mensen - ook Annette - tot zelfzuchtige wezens met halfzachte excuses ‘voor hun misstappen en dwaalsporen’. Tot mensen die zich niet eens meer wíllen meten met de hoge doelen die anderen zich niet eens zo lang geleden nog wilden en durfden stellen.

Het schaduwverhaal van onze tijd

Er zijn meer schrijvers die waarschuwen voor het gebrek aan idealen en de leeghoofdigheid, de gemakzucht die daarop volgt. Siri Hustvedt schreef onlangs ook een weergaloos mea culpa, ook een soort biografie, eveneens opgehangen aan idealen in de beeldende kunst. Haar roman De vlammende wereld (genomineerd voor de Bookerprize) gaat net als die van Stahlie over openstellen om geraakt te worden. Beide boeken bezingen vuur, vreugde, inzet, liefde en nederigheid. Dat klinkt wellicht School-of-Life-achtig, alsof de schrijfsters bij Alain de Botton zijn langs geweest, maar deze auteurs presenteren het schaduwverhaal van onze tijd. Riep Alessandro Baricco in De barbaren vier jaar geleden niet al dat we ons brein versmallen? Legde Jannah Loontjens met haar nieuwste roman niet de vinger op het feit dat keuzes gemaakt moeten worden die we helemaal niet meer willen maken? Luidde Joke Hermsen in Kairos begin dit jaar niet de noodklok omdat we de tijd met ons aan de haal laten gaan terwijl we onze hooggestemdheid verliezen? Denk er eens over, wat voor verzinsels je jezelf op de mouw spelt, terwijl je tijd doodt op Facebook of flapperend je handen veegt over je iPad of iPhone. Kijk eens om je heen! Kijk écht!

Na lezing van Egidius, vanzelfsprekend. Want dit weergaloos goed geschreven boek opent je hart voor de kern van ons bestaan, waar we allemaal samenzijn. En het opent je ogen, omdat de fictie beter is dan de werkelijkheid. Het wordt dus hoog tijd om die werkelijkheid te veranderen met hooggestemde ideeën. Kijk, dát is pas literair engagement.

Fleur Speet is literair recensent. Ze schrijft onder meer voor De Morgen.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum