Recensie: Hypothetische reizen

30 november 2015 , door Pieter Hoexum
| | | | | | |

Eigenlijk is er niets mis met reizen. Integendeel, reizen kan bijzonder inspirerend zijn. Maar het is een heel gedoe. Het zou mooi zijn als je voor je reis de deur niet uit hoefde. De mooiste reizen zijn hypothetische reizen: reizen die je zou kunnen maken. Maar dat doe je natuurlijk niet, want net zoals je een mooie anekdote niet kapot moet checken, moet je een 'toeristische hypothese' niet verpesten door hem in werkelijkheid te toetsen. De mooiste reis die je kunt maken is de reis door je kamer, zoals Maarten Biesheuvel die maakte. Door pieter hoexum.

N.B. Deze recensie is een uitgewerkte versie van Pieter Hoexums live bespreking tijdens de Amsterdamse Boekennacht.

'Ik zou in een vliegtuig kunnen stappen en naar Sjanghai vliegen, ik zou scheep kunnen gaan en naar Port Churchill in de Hudsonbaai varen, ik zou in een auto kunnen stappen en naar Parijs rijden. Geld heb ik immers genoeg? Ik zou mijn hele leven kunnen reizen en altijd in hotels slapen en in restaurants eten. Ik zou duizenden mij nu nog onbekende mensen de hand kunnen schudden en zeggen: "Goedemiddag, hier ben ik, Maarten Biesheuvel," of: "Bonjour, me voilà, Maarten Biesheuvel." Ja, ik zou het allemaal makkelijk kunnen doen en ik vraag me af waarom ik er niet toe overga.'

Huisarrest

De reis die Biesheuvel maakte door zijn kamer is een soort echo van de reis van de Franse schrijver Xavier de Maistre, een jongere broer van de filosoof Joseph de Maistre. Xavier had in 1781, toen hij achttien jaar oud was geworden, dienst genomen bij het leger van het koninkrijk Sardinië. Dat leverde hem naast de gehoopte avonturen ook, als er niet gevochten werd, veel verveling op. En die verveling leidt al snel tot vechten. In 1790 was De Maistre betrokken bij een illegaal duel en kreeg hij voor straf zes weken huisarrest. In die zes weken schrijft hij zijn beroemd geworden Reis door mijn kamer:

'Ik heb een reis van tweeënveertig dagen door mijn kamer ondernomen en tot een goed einde gebracht. De belangwekkende waarnemingen die ik heb gedaan en het onafgebroken plezier dat ik onderweg heb gehad, wekten in mij het verlangen het openbaar te maken; de zekerheid dat ik daarmee iets nuttigs zou doen, gaf de doorslag.'

De meest belangwekkende waarneming, de conclusie van het hele boek eigenlijk, staat al op de eerste bladzijde:

'Zou er iemand bestaan die zo ongelukkig en zo ontheemd is, dat hij niet eens een kamertje heeft waar hij zich kan terugtrekken en zich voor alles en iedereen verbergen? Meer heb je voor de reis namelijk niet nodig.'

De snelheid van een paard

Het mooiste reisboek dat is recentelijk las was ook een soort 'reis door mijn kamer'. Het is Reisoefeningen van de Utrechtse dichter Igmar Heytze. Het gaat over het overwinnen van zijn reisangst, zijn 'hodofobie' zoals hij het noemt. Je zou kunnen zeggen dat het gaat over het overwinnen van angst in het algemeen. Heytze overwon zijn reisangst door middel van de zogenaamde graduele blootstelling: de lijder aan de angst gaat geleidelijk steeds meer de confrontatie aan met dat waar hij bang voor is. Als je bijvoorbeeld lijdt aan hoogtevrees ga je eerst een tijdje op een boek staan, de volgende dag op een kistje, vervolgens beklim je een keukentrapje, enzovoorts. Heytze gaat er met een scooter op uit en durft in de loop van enkele jaren steeds verder van huis. Hij heeft voorin het boek een handig kaartje op laten nemen met zijn actieradius. Hij noemt dat gebied zijn 'Groot Utrecht', grofweg het gebied tussen het Gooimeer en de Lek en tussen Veenendaal en Woerden.

Heytze doorkruist dat gebied op zijn niet zo heel snelle brommer, 'met de snelheid van een paard', zoals hij zelf zegt. En hij zegt er terecht bij dat dat 'volgens velen de natuurlijke snelheid is waarmee de geest zich kan verplaatsen'. Een vriend merkt op dat hij de actieradius heeft bereikt die mensen in de middeleeuwen hadden en dat voor een goed leven strikt genomen méér ook niet nodig is.

Tot die conclusie komt Heytze zelf ook. Hij ontdekt dat zijn uitstapjes eigenlijk volwaardige reizen zijn:

'Elke vierkante meter die ik aan mijn Groot Utrecht toe weet te voegen, is winst, en elke rit door nieuw landschap is vakantie. Ik heb nooit geweten hoe schitterend deze provincie is, met het polderland, de grote plassen, de voortkronkelende hoge dijkwegen, de mooie oude dorpen, de naaldbossen, de Utrechtse Heuvelrug. Ik ben elke dag verwonderd over de schoonheid en de ruimte om me heen.'

De kunst om het thuis naar de zin te hebben

Voor de lezer is interessant dat je gaandeweg meer begrip krijgt voor Heytzes reisangst - het is wat dat betreft een besmettelijk boek: je krijgt er zelf hodofobische neigingen van, ik wel althans. Heel erg is dat niet, want je gaat gaandeweg ook steeds meer twijfelen aan het nut en de noodzaak van het maken van verre reizen.

Uiteindelijk moet je wel tot dezelfde conclusie komen als die waar in de zeventiende eeuw Blaise Pascal in een van zijn Gedachten ook al op uit was gekomen. Namelijk:

'De keren dat ik me er toe zette na te denken over de veelsoortige en drukke activiteiten van de mensen en de gevaren en moeilijkheden waaraan ze zich blootstellen, aan het hof en in de oorlog, waar zo veel twisten en hartstochten, zoveel gewaagde en vaak kwalijke ondernemingen etc. uit voortkomen, heb ik vaak gezegd dat alle ellende van de mensen maar één oorzaak heeft, namelijk dat zij niet in staat zijn rustig in een kamer te blijven. Iemand die voldoende bezit om van te leven, zou niet wegtrekken om de zee op te gaan of een vesting te belegeren als hij de kunst verstond om het thuis naar de zin te hebben.'

Maar ja, dat is gemakkelijk gezegd. Het is echter heel moeilijk die kunst van het thuis naar de zin te hebben, onder de knie te krijgen. Het is het beste om thuis op reis te gaan. Je denkt misschien dat er thuis te weinig te ontdekken valt en dat je huis te klein is voor echte ontdekkingsreizen. Dat is een misvatting, onze woningen zijn verbazingwekkend groot. Mark Boog demonstreerde dat in zijn gedicht 'Klein huis', dat is opgenomen in zijn debuut Alsof er iets gebeurt. Dat gedicht begint als volgt:

Klein huis, maar gooi er eens een bal doorheen
en het wordt groot. Zie je al die meters,
zijn ze niet van ons? En slenter eens alsof
je niet weet waar je heen gaat: ruimte rekt
zich geeuwend uit tussen de muren. […]

Pieter Hoexum  is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, mei 2014 verscheen Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Hij heeft een website, pieterhoexum.wordpress.com.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum