Recensie: Vader en zoon en stroeve dialogen

30 november 2015 , door Bas Stoffelsen
| | | |

Een zoon keert terug naar zijn ouders en het land van zijn jeugd, Zuid-Wales. Raymond Williams toont in zijn 54 jaar oude, waardevolle roman Grensland (vertaald door Gerbrand Bakker) beurtelings de kant van de zoon en de vader in een lange vertelling die hun beider ontwikkeling schetst – maar nergens beoordeelt. Die de ontwikkeling van Wales vanaf de jaren twintig tot de jaren zestig omschrijft – maar nergens duidt. Aan het slot is voor de zoon veel duidelijk, hoewel hij het zelf moeilijk onder woorden kan brengen. En ik, de lezer, wat begrijp ik ervan? Door bas stoffelsen.

Stroef, taai, zoekend en tastend

‘Hij liep traag de trap af, bekeek de mensen die hem passeerden. Het was alsof hij voor de eerste keer hen als zichzelf kon zien en dat zorgde voor een verschuiving van de zwaarte in zijn lichaam, een intens terugvloeien van energie. Hij ervoer het herstel van een jeugd die op het moment van herstel niet langer de ervaring van een kind was, maar een levendige samenhang tussen herinnering en werkelijkheid. “Toen gingen we weg, liepen we de markt op.” Hij hoorde de woorden weer en het grote geheel werd hem plotseling helder.’

Matthew Price, onderweg naar Londen, vrouw en kinderen, keert om als hij hoort dat zijn vader na een lang ziekbed is overleden. Op dit moment, naar het einde toe van Grensland, ziet Matthew de relatie met zijn vader plotseling duidelijk voor zich. Hun relatie wordt gekenmerkt door dialogen die niet op elkaar aansluiten en gebeurtenissen die tegenover elkaar worden gezet maar schijnbaar los van elkaar staan. Dat, gecombineerd met een wat wollige schrijfstijl, maakt Grensland een uitdaging om te lezen. Welke zwaarte verschuift? Hoe herstel je een jeugd? Hoe heeft het citaat van zijn vader te maken met dat grote geheel? Ik val nu over details, maar het zijn details als deze die me het boek lang dwars hebben gezeten.

De onduidelijkheid in dit fragment is geen incident. Bakker, in zijn nawoord, zegt dat ‘[h]et is alsof Raymond Williams de moeite die zijn hoofdpersonen hebben met het uiten van hun gevoelens heeft willen vangen in de dialogen. Stroef, taai, zoekend en tastend’. Het klinkt alsof Bakker over zijn eigen personages spreekt in zijn zoon-vaderroman Boven is het stil of zijn Welshe roman De omweg.

En inderdaad, die moeite spreekt duidelijk uit de dialogen, maar te vaak ook voelen ze gemaakt, nep: als een amateuracteur die een klassieke monoloog wil voordragen en de juiste intonaties niet kan vinden. Dat maakt het moeilijk om me te in te leven in de karakters. Ik zie hun problemen, maar ze doen me weinig. Dai Smith, hoogleraar en Williams’ biograaf, roemt het gebrek aan een ‘valse of sentimentele noot […] Niets is geromantiseerd, niemand geïdealiseerd’. Ik kan niet anders dan het met hem eens zijn en ik ben fan van nuchtere, droge personages.

Taal als barrière?

Ik houd van zulke personages, en toch mis ik ditmaal de klik. Is het de schrijfstijl van Williams? Is het Bakkers vertaling? Is het mijn verwende leesverleden, gewend als ik ben aan schrijvers die hun karakters inzichtelijk maken, de lezer manipuleren tot meevoelen? Heb ik me te veel laten beïnvloeden door de kennis dat ik een vertaling uit het Engels lees, een taal die ik voldoende beheers om dit boek in de oorspronkelijke taal te lezen? Dat zou verklaren waarom ik niet opga in het verhaal, dat taal, iets waar ik me normaal door kan mee laten slepen, een barrière wordt.

Voor wie Welsh is, voor zonen met vaders

In alle eerlijkheid, met het voordeel van afstand nu ik het boek al enkele dagen uit heb: het verhaal an sich is bijzonder interessant. De ontwikkelingen binnen de relatie tussen vader en zoon, met op de achtergrond de ontwikkelingen in Zuid Wales in de eerste helft van de twintigste eeuw is een goede combinatie. Matthew Price en zijn vader Harry praten voor het eerst met elkaar over hun keuzes: hoe bouw je een leven op? Hoe belangrijk is de omgeving waar je opgroeit, het werk dat je kiest? Hoeveel van je eigen karakter krijg je van je vader mee, en hoeveel eigen keuzes zijn beïnvloed door die vader, bewust of onbewust? De reflecties op hun keuzes en de veranderingen die die tot gevolg hebben gehad maakt Grensland een waardevol boek: ik had het alleen meer gewaardeerd als het leesbaarder was geweest.

Ja, zijn verhaal is zeker de moeite waard: voor eenieder die geïnteresseerd is in de Welshe geschiedenis van de afgelopen eeuw. Maar ook voor eenieder die van huis is vertrokken om elders zijn heil te zoeken, voor elke zoon die een vader heeft. Zelfs voor iedereen die een zoon kent die een vader heeft. Waar ik moeite had met de schrijfstijl, de (bedoelde) onduidelijkheden, heeft u dat misschien niet.

Wie weet, als ik Grensland over een paar maanden ga herlezen met een kaart van Zuid-Wales ernaast, kan ik me over mijn initiële wijfelingen heenzetten. En misschien moet ik nog leren dat niet alles verklaard hoeft te zijn na de laatste punt, dat niet elke levensvraag een eenduidig antwoord kan hebben. Grensland, hoewel voor mij in de categorie ‘moeilijke boeken’, is het lezen waard, en in mijn geval zeker een tweede poging. Misschien wordt dan plotseling het grotere geheel helder.

Bas Stoffelsen studeerde Engelse Taal en Letterkunde, schreef voor Recensieweb en werkt in de horeca.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum