Recensie: Van bloemknop tot Man Ray

30 november 2015 , door Elisabeth Stoutjesdijk
| | | | |

De openingstreffer van de recentelijk gerenoveerde Philipsvleugel van het Rijksmuseum zal half januari alweer plaatsmaken voor de late Rembrandt. Gelukkig is er dan nog de gelijknamige tentoonstellingscatalogus, Modern Times: Photography in the 20th Century, samengesteld en geschreven door de museumconservatoren fotografie Mattie Boom en Hans Rooseboom. Want voor een tentoonstelling die uitblinkt in verscheidenheid, is het extra fijn om thuis op de bank met boek in de hand pas op de plaats te maken. Door elisabeth stoutjesdijk.

‘The Rijksmuseum seeks the best examples of the main genres, styles and applications,’ schrijft Boom over de drijfveren achter de collectieverzameling moderne fotografie. Modern Times wil, als afspiegeling van de museumcollectie, het verhaal van de fotografie vertellen in al haar facetten, in een eeuw waarin deze laat negentiende-eeuwse uitvinding tot bloei kwam. In de twintigste eeuw steeg zowel aantal beoefenaars, foto’s (en reproducties ervan) als fotografische toepassingen spectaculair onder invloed van technische ontwikkelingen. Zoals toegelicht achterin het boek is naast kwaliteit de vraag in hoeverre een foto een bepaald aspect of ontwikkeling van de twintigste-eeuwse fotografie vertegenwoordigt dan ook leidend geweest in de samenstelling van de collectie. Deze collectievormende thema’s vinden hun weerslag in de hoofdstukindeling van de catalogus. Het resultaat is een divers palet: van fotojournalistiek tot conceptuele fotografie, van kleurgebruik (of kleurfobie) tot fotoboek, van ‘terra incognita’ tot ‘telling history’.

Dit per definitie onbevredigende (want niet te vervullen) streven naar coherentie en naar foto’s die ‘the story of photography and the twentieth century’ markeren - en niet een ander of nieuw verhaal of vele verhalen door elkaar - maakt Modern Times weinig spannend of vernieuwend, eerder wat braaf en bevestigend. Maar tegelijkertijd ook bevestigend in die zin dat de catalogus keer op keer de kracht van de fotografie illustreert om - op ontelbare manieren, zo blijkt - de kijker anders, beter of aandachtiger te doen kijken naar de wereld om hem heen. Het feit dat de zorgvuldige selectie van ‘exemplary items’ niet is ingegeven door kwaliteitscriteria op basis van categorieën zoals kunstfotografie versus toegepaste fotografie of professionaliteit versus amateurisme zorgt ervoor dat je historische documenten, fotografische studies en amateuristische snapshots tegenkomt die zeker ook museumwaardig zijn. Juist die onconventionele grenzeloosheid gecombineerd met een neus voor kwaliteit levert ongebruikelijke en verrassende ontdekkingen op.

Dingen

Om met een van mijn favorieten te beginnen: de schitterende serie Plant Studies van Karl Blossfeldt (nr. 266), rond 1900 geschoten, toont realistische close-ups van bloemknoppen en plantenstengels tegen een neutrale achtergrond, die direct de link oproepen met de op de natuur geïnspireerde vormen en patronen van de arts & crafts-beweging waartoe de fotograaf behoorde. Maar los van die associatie met de kunst zijn deze foto’s vooral zo treffend vanwege de bijna liefdevolle, verstilde aandacht voor detail en textuur, voor elk haartje en iedere kromming, van elk afzonderlijk blaadje of stengeltje dat de fotograaf voor zijn lens had. Blossfeldt verstaat de kunst om deze natuurobjecten geheel tot hun recht te doen komen, bijna losgezongen van hun dagelijkse betekenis, ontroerend aaibaar of juist griezelig stekelig. Zoiets triviaals als een foto van een blad - en wellicht vervolgens ook de echte bladeren - verrast (‘is dit een blaadje waar ik naar kijk?’), intrigeert (‘wat is dit?’) en verwondert (‘wat een perfectie, wat een natuurschoon!’).

In de catalogus heeft Blossfeldts serie een plekje gevonden tussen foto’s van elektrische kabels en stalen gevels, vliegtuigonderdelen en bruggen: toegepaste fotografie, gemaakt in opdracht van industrie en handel voor in salescatalogi en ter promotie - een genre dat je, ondanks de inhoudelijke link met de ‘modern times’ waaraan boek en tentoonstelling hun titel ontlenen, in eerste instantie niet in een museumcatalogus zou verwachten. Maar in tweede instantie stemt het toch blij met het feit dat de conservatoren Boom en Rooseboom, in hun zucht naar thematische volledigheid, dit genre aan de vergetelheid hebben onttrokken. De puur feitelijke registratie die het genre typeert, blijkt iets met de dingen te doen waardoor ze opeens heel anders zijn dan wanneer je er in of over reist op weg naar je bestemming (Le Boyer, Railway Tracks, nr. 270; Pistoor, Construction of the Bridge over the River Maas at Spijkenisse, nr. 274; Anonymous, Close-ups of Parts of Aeroplanes, nr.276) of wanneer de elektricien ze installeert in je huis (Piet Zwart, Cable insulated with Metalized Paper, nr. 247). De pure aandacht voor de objecten en het vaak onverwachte perspectief waarin ze gevangen worden, bijvoorbeeld van heel dichtbij of van binnenuit, stelt deze toonbeelden van functionaliteit en eenvormigheid in een geheel nieuw daglicht. Materialiteit en detail, bijna abstracte lijnpatronen en contrasten winnen het van hun functie als gebruiks- of consumptieartikel.

‘Amateurs’

Het verhaal van de fotografie van de twintigste eeuw (voor zover dat verteld kan worden, maar dat is een ander verhaal) is bovendien niet compleet zonder amateurs aan het woord te laten. De eerste draagbare Kodak van eind negentiende eeuw - ‘You press the button, we do the rest’ - ontwikkelde zich razendsnel tot algemeen huishoudartikel. Amateurs vormden niet alleen de grootste groep beoefenaars van de twintigste-eeuwse fotografie, maar bleken ook vaak voorloper te zijn bij haar ontwikkelingen, zoals de opkomst van het dagelijks leven als thema, de snapshot-esthetiek en de introductie van kleur in de fotografie.

Tussen de Man Rays, William Kleins en Ed van der Elskens stuit je dan ook onverwachts op een selfie avant la lettre: Marjorie Bell photographs herself and a Friend in the Mirror (nr. 66). Zorgvuldig poserend en wat onwennig staan Bell en vriendin voor de spiegel (en achter de camera), in een pre-digitale sfeer van ernst en ingetogenheid. De gedachteloze vanzelfsprekendheid waarmee wij te pas en te onpas de camera-mobiel uit onze broekzak tevoorschijn halen is hen vreemd. De foto is aanstekelijk in haar onvolmaaktheid, met Bells metgezel, wegkijkend van de lens, verdwijnend in het donker door onderbelichting.

Even verderop barst je plotseling in lachen uit wanneer je de foto Person Dressed Up as a Fox - de titel spreekt voor zich - van amateurfotograaf J.H.A.M. Lutz (1907-14) (nr. 94) tegenkomt: weliswaar een grapje, maar dan wel een in de unieke kleuren die zo typerend zijn voor de autochrome. En ergens weerklinkt dan toch een echo van Vermeer, in de intieme, huiselijke familiekiekjes van Hendrik Teding Berkhout (1912-15) (nr. 68). En, als laatste voorbeeld, The Rooftops of Pyongyang, North Korea uit 1907 van Jan Adriana (nr. 64): een schitterende zee van golvende leistenen daken die al eeuwenlang - maar nu voorgoed verloren - als een soort geruststellend shelter het leven dat zich eronder afspeelt verhult en beschermt.

Kijken

Het zijn deze onverwachte thematische uitstapjes die langer op je netvlies blijven hangen dan de soms bijna ‘verplicht’ aanvoelende iconen van de internationale fotografie of de ons inmiddels vertrouwde fotojournalistiek. Hoezeer deze ook bijdragen aan een collectie van betekenis, het voelt soms toch alsof er ‘gaten’ mee opgevuld worden voor een optimaal integraal beeld van de  twintigste-eeuwse fotografie. Het streven naar een evenwichtige afspiegeling van Photography in the 20th Century, zoals de ondertitel van Modern Times luidt, mag een goed uitgangspunt zijn voor de samenstelling van een collectie moderne fotografie wars van canonieke beperkingen (al roept het wel de vraag op wat deze collectie dan nog tot een Rijksmuseumcollectie maakt), in een tentoonstellingscatalogus kent het ook een keerzijde en die bestaat uit een soort ‘plaatjesmoeheid’.

Er is zo veel en zo veel verschillends te zien, weliswaar door uitgebreide toelichtende teksten ingebed in een coherent verhaal over moderne fotografie, maar die inbedding werkt op haar beurt een ‘lezing’ in de hand die de foto’s reduceert tot illustratie van het thema dat ze - toch altijd min om meer bij toeval - vertegenwoordigen. En is coherentie eigenlijk wel wat we zoeken? Wat gebeurt er wanneer de foto’s hun thematische categorisering ontstijgen? Wellicht is dat de volgende stap voor het Rijksmuseum.

Modern Times biedt een uitgebreide kennismaking met de collectie en een degelijke inleiding tot de moderne fotografie bovendien. Maar nu is het zaak af en toe het boek open te slaan op een willekeurige bladzijde en gewoon te kijken - geheid dat je goed zit.

Elisabeth Stoutjesdijk is neerlandicus en literatuurwetenschapper, daarnaast werkt ze als boekverkoper in onze Rijksmuseumwinkel.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum