Vandaag in de Nacht
Nu je het vraagt
door Micha HamelOver enkele dagen verschijnt de nieuwe bundel van Micha Hamel, Nu je het vraagt. Vannacht zijn bij Athenaeum.nl al enkele gedichten uit de bundel te lezen, én is er de mogelijkheid om uw exemplaar te bestellen of reserveren.
Micha Hamel (1970) is freelance componist-dirigent en dichter. Hij componeerde orkestwerken, liederen, kamermuziek en elektronische muziek. Hij begon zijn loopbaan met het dirigeren van hedendaagse muziek bij vrijwel alle Nederlandse ensembles en orkesten. Inmiddels heeft hij echter eveneens een breed repertoire aan klassieke en romantische muziek opgebouwd, waarmee hij ook in het buitenland succesvol is. Met Alle enen opgeteld debuteerde hij in 2004 als dichter. De bundel werd bekroond met de Lucy B. & C.W. van der Hoogtprijs 2005 en werd in korte tijd twee keer herdrukt. In 2006 verscheen de dichtbundel Luchtwortels.
Doei
Neem me mee
neem me mee
Ik zeg oeps als ik iets meen
Ik kus je wang en zwaai aju
adieu nou doei dahag en ween
neem me mee
neem me mee
Wolkje zucht ach bloedjes
laat mij een woordje doen
zeg kom draai om en
zeg het
zeg het
zeg het
zeg het
zeg het
niet hoor non si non tja
gaapt de banaankleurige
maan hoor knul er zit een
kras in deze song zeg
jij hebt het nummertje
van mijn jas nog zegt zij
fuck o kut o jee
neem hem mee
neem hem mee
Ik zeg niks van wat ik meen
Ik kus je mond en doe joehoe
even rustig handje wuif alleen
oh nee
neem me mee
neem me mee
neem ze
mee
Uit het niets
Vind je niet dat het met een flirt moet beginnen dit uit dit trilei geboren bericht
dat titi uit de piepzak slaat, de handtas waar je mij mee zou moeten meppen?
Wees niet bang, ik beoog geen serenade of bombrief, ik noteer zanglijnen oftewel
met tik-klikjes getypte signalen die iets niet wagen maar jou wel winnen willen
Wat weet u dat mij dorst naar het azijn van uw ochtendkus, naar de radula onder uw
oksel, naar uw woordenmoeie lippen die die fijne barst in jouw mom glimlachen
Kun je me een foto van je haarlok sturen is een apert ongepaste openingszin. Nooit
om jou te spreken maar om jouw stem te horen zal ik je bellen is ietsje beter
Heb je de aanvechting mij te contacteren, weet dan dat ik alleen indirect reageer.
Ik verbeeld mij namelijk dat ik spion ben, en dat jouw hart mijn informant is
Wie wacht op jou wie komt aan jou wie rukt jouw kleren los wie troost zich aan de
besproete boezem die ik vermoed? Mogen jouw moesjes dra mijn sterrenkaart zijn
Ik heb een telefoonstem hoor je, ik kies er eentje uit mijn hoofd. Neem deze hier
die jou verleidt tot een tête-à-tête met je hightech elektronische leesplankje
Als jij in het echt een omgekatte mispoes bent die het niet kan laten om over nieuwe
laarzen te zeuren, dan kies ik nu een fijnere molenaarsdochter om te plagen
Vraag jij je af wie is dit toch? Geen bobo geen homo geen homie geen bro, geen gamer
geen player geen bouwdoos en geen bonobo. Hiero jouw persoonlijke bolleboos
Mijn harnas is solide want mijn innerlijk is een hortend scharnierende assemblage
die meedeint met wat ik voel en napijnt van de wee die het jou missen mij doet
Ook vingerverven met kinderen begint gezellig en ontaardt steevast in huilen en een
kliederboel. Van knus komt meer tot au.Wil je mij toch tot gefrunnik noden?
Er is geen emoticon dat mijn meerlagige gevoel kan verbeelden. Eerder buikspreker
dan charmeur veins ik, al schakelend tussen brutaal en verlegen, dit gestuntel
Liefde is een werkwoord, de hel is de ander en ik is een fictie. Of is liefde fictie
een hemel de ander en ik een werkwoord? Is ik een ander, ben jij de liefde?
Het is net als met papieren vliegtuigjes vouwen: ze vliegen nooit allemaal. Ook
vrees ik dat je straks ik mis het geluid van brieven die op de mat ploffen sms’t
Aangezien jij nooit antwoordt stop ik. De ruimte om lyrisch te worden is te miniem.
Toch hoopte je ooit dat ik op mijn eenhoorn door jouw schermpje zou springen
Middels elektromagnetische golven trachtte ik je te verschalken maar verlies je
aan de chaos van alledag. Fluit met koortslip naar de liefde ja ik klap nu dicht
Schouw
Giga glossy, haar lichaam dat in badmode
geweldig uit het cellofanen water klimt
geen nagelriem beschadigd
geen oorlel doorgeprikt
Mieters deftig, zijn eng gezwembroekt lijf dat
bijkans schijndood uit het kleedhok stapt
geen schouders ooit brozer
geen porie zonder talg
Och smart, de lichamen kennen elkaar, acteren een
groet en beginnen uit hun snoepmonden te kwaken
geen pose natuurlijk
geen beweging onopgemerkt
Lieve help, de maagden lopen een eindje met elkaar op, de één vormelijk
grapjes makend die buiten de vriendenkring hun humor node ontberen
geen uitweg in draadhek
geen triomftocht per brommer
O mensch, en de ander schichtig lachend rap reikend naar handdoek terwijl
haar kijkers de zonneweide afspeuren naar de reeds vertrokken vriendin
geen tijd zonder bom
geen grap of
Ik onderbreek, want het lijkt al te kras op een hoofdstuk uit
mijn autobiografie, en geen poëzie zal ooit mijn lentedagen
figuurzagen opdat deze tot in het jaar 2071 op de schouw te
bewonderen blijven omdat er toevallig een verhuisdoos vol
foto’s omkiepert wanneer ik langs het huis fiets met de kamer
waarin je tijgerde, danste, vocht, blokte op je proefwerken en
vervloeide met de schaduwen van je ouders en oudere zussen in
de grauwte achter het raam waarin nu deze burgo bloemenvaas.
Groot ben ik en ik hoef echt niet met de koevoet te poeren om
iets te voelen dus ik stop en stap af en loer naar binnen en zie
een lamp een stoel een bank een scherm een box een pop een
hond en een roestig muuroog van het portret dat er niet hangt.
Copyright © 2010 Micha Hamel en uitgeverij Augustus






