Leesfragment: Een bezielde schavuit

12 januari 2018 , door Marita Mathijsen
| |

Lees bij ons alvast een fragment uit Een bezielde schavuit, het boek dat Marita Mathijsen over Jacob van Lennep schreef.

Jacob van Lennep, gangmaker en spotter, vrouwenliefhebber en hulpvaardig vriend. Hij leidde een fascinerend leven, gespleten tussen de bedrukkende moraal en de turbulente moderniseringen van zijn tijd. Als telg uit een voorname Amsterdamse familie voelde hij de last daarvan op zich drukken. Want iemand van zijn afkomst moest zich conformeren, en dat lag hem niet. Al op zijn negentiende verwekte hij een buitenechtelijk kind. Toen hij 32 was, ging hij ervandoor met een nieuwe liefde en liet zijn vrouw met vier kinderen achter. Zijn vader kon hem nog net tegenhouden.

Hij werd niet herkozen als lid van de Tweede Kamer, omdat hij spotverzen over de vaderlandse geschiedenis schreef. Zijn daadkracht was enorm: Amsterdam dankt zijn waterleiding aan hem en Den Haag het behoud van de Ridderzaal. Hij was betrokken bij de plannen voor het Amstel Hotel, het Noordzeekanaal en het Rijksmuseum. Maar Jacob van Lennep was bovenal een getalenteerde, enorm productieve schrijver die de moed had zijn eigen weg te volgen in een door conventies bepaalde tijd.

Marita Mathijsen schreef met Een bezielde schavuit een fascinerend levensverhaal, dat tegelijk een biografie is van een tijdperk. Ze doorzocht duizenden brieven en documenten en sprak met vele afstammelingen, waar ze oude familieverhalen achterhaalde en tal van onbekende foto’s en tekeningen, die in dit rijk geïllustreerde boek zijn opgenomen. Met haar elegante stijl, humor, inlevingsvermogen en eruditie weet Mathijsen de complexe negentiende eeuw in dit boek voor iedereen toegankelijk te maken. Want Jacob van Lennep ís die fenomenale eeuw, met al zijn tegenstrijdigheden.

N.B. U bent van harte uitgenodigd om op 27 januari de boekpresentatie van Een bezielde schavuit in Spui25 bij te wonen. Eerder publiceerden we voor uit Mathijsens Boeken onder druk en Vroeger is ook mooi (een fragment over onze boekhandel!).

 

1 Voorspel

Opa speelt voor paard. Op zijn rug een kleine jongen. De oude man hinnikt en maakt vaart over het tapijt, op handen en voeten. Dan gaat de vader van de jongen ook door de knieën en doet alsof hij een hond is die blaffend achter paard en ruiter aan gaat. Jacob van Lennep schreef deze herinnering aan zijn grootvader, Cornelis van Lennep, jaren na het tafereel met enige weemoed neer. Hij hield veel van zijn zachtmoedige grootvader. Wat praten wij over deftige negentiende-eeuwers en over mannen die de omgang met kinderen aan hun vrouw overlaten? De vaders en grootvaders waren ook in de achttiende en negentiende eeuw betrokken bij hun kinderen en zelfs in de beste kringen werd paardje gespeeld. Ze hadden Rousseau gelezen en hadden zich ideeen over de opvoeding gevormd die anders waren dan die van hun voorouders. Er was veel veranderd sinds grootvader Cornelis in 1751 geboren was. Politiek, maatschappelijk, wetenschappelijk, technisch en cultureel volgde de ene omslag na de andere.

Wie rond 1800 leefde was niet meer zeker van vastigheden die hij uit het verleden meegekregen had. Als hij de kranten las, wist hij dat er in Engeland allerlei nieuwigheden ontwikkeld werden. Men was daar aan het experimenteren met de opwekking van stoomkracht en had machines uitgevonden die op stoom liepen, men voorspelde dat die mensenarbeid zouden gaan vervangen. Er zouden zelfs in plaats van koetsen rijtuigen kunnen komen die door stoom aangedreven werden en die wel tweemaal zo snel als het snelste paard konden gaan. Schepen zouden ook door die nieuwe machines vooruit kunnen komen, en dus zou men in de toekomst niet meer afhankelijk zijn van de wind om op zee voort te kunnen. Zeilen zouden niet meer nodig zijn. Zelfs de Hollandse trekschuit, die met paarden langs de wal voortgetrokken werd, zou erdoor vervangen worden. In Engeland had men ook een vaccin uitgevonden tegen de pokken, en wie zich daarmee liet inenten zou nooit pokken krijgen. Diezelfde krantenlezer wist ook dat de consul van Frankrijk, Napoleon, bezig was heel Europa in zijn macht te krijgen. Napoleon was te vergelijken met zo’n nieuwe krachtmachine: tomeloos, onstuitbaar in zijn ambities.
De krantenlezer had niet alleen toekomstvisioenen van technische en medische veranderingen, hij had ook al meegemaakt hoe zijn eigen land en Europa veranderd waren, in politiek opzicht en in denkwijzen. En dat waren geen kleine verschuivingen geweest, en ze hadden zowel negatieve als positieve wendingen veroorzaakt. Men kan zich heden ten dage nauwelijks voorstellen hoe ingrijpend toen het idee was dat alle mensen gelijk waren, dat zelfs ‘Afrikaanse negers’ zich op burgerrechten mochten beroepen, dat het standsverschil geen door God gegeven onderscheid was en dat iedereen recht had op scholing.
De paardje-spelende grootvader van Jacob van Lennep, Cornelis, was zo’n krantenlezer. Hij hoorde tot de rijkste en invloedrijkste burgers van Amsterdam en hij was op de hoogte van wat er zich afspeelde in zijn tijd. Wie de stamboom van de Van Lenneps naloopt, ziet dat ze al vanaf de zestiende eeuw door huwelijken geparenteerd waren aan de belangrijkste families. Ze waren rijk geworden in de handel in kostbaar textiel. Een zuster van de schrijver P.C. Hooft zit in de familie, de familie Trip leverde bruiden, evenals de familie De Neufville. Ook de Sixen waren aangetrouwd. Wie in het Rijksmuseum of het Frans Hals Museum zeventiende-eeuwse portretten bekijkt, van Frans Hals, Rembrandt of Ferdinand Bol, komt heel wat voorouders van Van Lennep tegen. Toch was de doopsgezinde familie Van Lennep niet meteen vanaf de zeventiende eeuw bij de regentenstand van het land gaan horen, want doordat ze doopsgezind waren konden de mannen geen regeringspost krijgen. Dit veranderde in de eerste helft van de achttiende eeuw. Toen sloot Cornelis’ vader David zich aan bij de hervormden. Hij trouwde met een burgemeestersdochter en sindsdien kon de familie Van Lennep zich tot de regenten rekenen. Hij is ook degene die het buitenhuis in Heemstede, het Manpad, kocht dat zo belangrijk zou worden voor de familie. Als Cornelis opgroeit, is zijn familie al geheel geaccepteerd onder de regenten. Cornelis zit midden in de veranderingen van de tweede helft van de achttiende eeuw, zowel wat zijn politieke betrekkingen als zijn verlichte opvattingen betreft. Hij was een tolerante en zachtaardige man, en zeker niet behoudzuchtig.

Jacob van Lennep was elf toen zijn grootvader stierf. Hij zag hem veel op het buitenhuis en logeerde geregeld bij hem in Amsterdam. Zeker was Cornelis een lieve opa die zich leende als paard voor de kleine Ko, maar belangrijker is dat Jacob van hem verhalen gehoord moet hebben uit de patriottentijd. Ofschoon Jacob zelf een trouw aanhanger van het koningshuis was, moet hij van zijn opa toch meegekregen hebben dat er een andere kijk op de Oranjes bestond. Opa was een zogenaamde ‘kees’. ‘Kezen’ werden de patriotten genoemd, de achttiende-eeuwers die zich verzetten tegen de stadhouderlijke politiek en streefden naar meer burgerinspraak. Jacob moet van zijn grootvader het Verlichtingsidee meegekregen hebben dat de mensen in principe gelijk zijn. Opa ging gemakkelijk om met mensen van andere standen. Hij ging naast de schipper of de koetsier zitten als hij reisde tussen Amsterdam en Heemstede, stelde ze op hun gemak, maakte grappen en wist uit ieder mens te halen wat erin zat. Dit gemak in de omgang kenmerkte ook de kleinzoon. Desalniettemin is de jongen hem niet gevolgd in zijn kezenverleden. Jacob van Lennep vertelt dat hij in zijn studententijd, toen hij geheel in de ban van Bilderdijk was, een schimpscheut op de kezen gaf. Zijn vader corrigeerde hem toen: ‘uw grootvader was een Kees, en ik zal zeer te vrede zijn indien gij maar half zoo knap wordt als hij is geweest.’

 

© 2018 Marita Mathijsen & Uitgeverij Balans

MINDBOOKSATH : athenaeum