Bestel uw boeken online bij Athenaeum Boekhandel!

Leesfragment: Handleiding voor poetsvrouwen

27 november 2015 , door Maartje Wortel
| | |

Het derde boek van Lebowski's Book of the Month Club is Handleiding voor poetsvrouwen, met de beste korte verhalen die Lucia Berlin (1936-2004) schreef. Athenaeum.nl publiceert het voorwoord van Maartje Wortel.

'Tot voor kort had ik nog nooit iets van Lucia Berlin gelezen, tot een vriend mij mailde. Hij schreef dat hij verliefd was geworden op haar verhalen. Ik dacht: zolang er mensen zijn die nog verliefd kunnen worden op verhalen komt het wel goed met de wereld.'

Handleiding voor poetsvrouwen bevat het beste werk van de legendarische korte verhalen schrijfster Lucia Berlin. In een krachtige mix van humor en melancholie belicht Berlin de wonderen van het alledaagse. De vrouwen in haar verhalen zijn verloren, maar ze zijn ook sterk, slim en buitengewoon oprecht. Het zijn lifters, harde werkers, slechte christenen die zich begeven in een wereld vol jockeys, doktoren en telefonisten. Ze lachen, ze treuren, ze drinken – en telkens weet Berlin, met de scherpte van Lorrie Moore en de vastberadenheid van Raymond Carver, ze stuk voor stuk voor altijd een plek te geven in ons hart.

 

Voorwoord

Als mens, maar zeker als schrijver, heb je soms het geluk dat iemand je een boek in handen drukt en zegt: ‘Lees dit eens, ik denk dat je ervan zult houden.’

Alleen dat gebaar al heeft iets moois, omdat er iemand is die jou iets wil laten zien, iemand die hoopt dat je hetzelfde zult voelen.
Wanneer ik een schrijver of een boek min of meer opgedrongen krijg, moet ik aan mijn broer denken. Als kind duwde hij mij van glijbanen en in de golven van woeste zeeën wanneer ik niet durfde, en later stopte hij mij te pas en te onpas etenswaren in de mond waarvan hij vond dat ik ze absoluut geproefd moest hebben. Het effect was groot wanneer ik die glijbaan of oester inderdaad op waarde wist te schatten. Omdat we dan pas echt wisten: wij houden van elkaar. We voldeden op die momenten aan elkaars wederzijdse verwachting.
Zoiets is er per definitie ook aan de hand met het delen van boeken. Het is al duizend keer gezegd, maar het aanbevelen van een schrijver kan een vriendschap maken of breken. Een van mijn allerbeste vriendinnen en ik bellen elkaar op elk tijdstip van de dag opgewonden op als we iets moois hebben gelezen. En altijd zeggen we erbij: ‘Ik heb getwijfeld of ik je zou bellen, maar ik weet zeker dat je dit mooi zult vinden.’ Zo deelden we onder anderen Richard Yates, Jan Arends, John Cheever, David Vann, Nanne Tepper, Alejandro Zambra, Elke Geurts, Valeria Luiselli en John Williams. Nooit schatten we elkaar verkeerd in. We praten aan de telefoon over hoe het kan dat deze schrijvers niet meer bekendheid genieten, waarom bepaalde (oninteressante) schrijvers zo’n groot lezerspubliek hebben, en deze grootheden mondjesmaat gelezen worden door voornamelijk mensen uit het boekenvak. Iedereen móét het werk van deze schrijvers leren kennen. (En dat moet nog steeds.
De boeken van John Williams zijn gelukkig inmiddels een groot succes. Het is wachten op de anderen. Met de Book Of The Month Club, waarbij ‘vergeten werken’ opnieuw worden uitgegeven, krijgen lezers en boekhandelaren de kans om schrijvers te (her)ontdekken. Eerder verschenen in deze reeks De wandeling van Robert Walser en De buurt van Ab Visser; nu zijn er de korte verhalen van Lucia Berlin.
Lucia Berlin was een Amerikaanse schrijver. Ze werd geboren in 1936 in Juneau, Alaska en publiceerde in totaal zes bundels met korte verhalen. Haar werk werd vergeleken met dat van Raymond Carver en Richard Yates. De ook al zo interessante korteverhalenschrijver Lydia Davis verklaarde zich fan.
Tot voor kort had ik nog nooit iets van Lucia Berlin gelezen, tot een vriend mij mailde. Hij schreef dat hij verliefd was geworden op haar verhalen. Ik dacht: zolang er mensen zijn die nog verliefd kunnen worden op verhalen komt het wel goed met de wereld.
De vriend stuurde me de verhalen toe, het was alsof hij me kennis wilde laten maken met een geliefde, het kon niet langer wachten; ik moest onmiddellijk een boek van Lucia Berlin lezen.
Ik las over iemand die steevast verkeerde eerste indrukken achterlaat; over de röntgenfoto’s van jockeys die skeletten hebben die eruitzien als bomen; over een mysterieuze knappe vrouw met een doorschijnende witte huid die op blijft duiken in het leven van de hoofdpersoon; over een terminaal zieke vrouw die opbloeit dankzij haar minnaar; over waarzegsters en dokters.
En ook ik dacht: dit boek mag niemand missen.
Meestal lees je een verhaal, je denkt erover na en de volgende dag lees je weer een verhaal. Maar de verhalen van Lucia Berlin hebben een vreemd soort samenhang, omdat ze alles en niets met elkaar te maken hebben. Soms dacht ik: ze missen een kern, tot ik met een schok besefte: ik ben zélf de kern. De verhalen zijn tegelijkertijd ongrijpbaar en compact. Ze plakken aan elkaar en dijen uit, net als de afzonderlijke zinnen. Zinnen die een verhaal vormen binnen het verhaal – ‘Ruth had nog nooit gewerkt en had het ook niet nodig, wat op zich al verdacht was.’ En (niet alleen) daarom blijf je doorlezen, er is geen ontkomen aan. Het is alsof je van de glijbaan geduwd bent en denkt: ik wil nog een keer.
Het verhaal ‘Huilen om niets’ opent als volgt: ‘Eenzaamheid is een Angelsaksisch concept. Als je in Mexico-Stad als enige passagier in een bus zit en er stapt iemand in, gaat hij niet alleen naast je zitten, maar zelfs tegen je aan.’
Zo schrijft Berlin. Het is alsof een totale vreemde in een lege bus even heel dicht tegen je aan zit en je grappige, vreemde, lieve, ontroerende, ware, sexy, mooie dingen verteld. Het is verwarrend en warm tegelijk.
Die vreemde zegt: ‘Hij had nog nooit gedanst, dus liet ik hem zien hoe makkelijk het was, gewoon vierhoekjes lopen.’
Die zegt over twee geliefden: ‘In alles wat ze zeggen, de banaalste dingen als “goedemorgen, mi vida” of “mag ik het zout” klinkt zoveel urgentie door dat Mercedes en ik giechelen.’
En ook: ‘Mensen zijn altijd overdonderd door de schoonheid van de zusjes. Als je een tijdje met hen optrekt raak je eraan gewend, zoals aan een hazenlip.’
Je rijdt in de bus met die vreemdeling naast je, en na een tijdje vergeet je dat je elkaar niet kent. Het gaat er, net als bij een vriendschap, om dat je dingen deelt, aan het denken wordt gezet, aan het lachen wordt gemaakt. Als je uitstapt blijf je verwonderd achter.
Lucia Berlin stierf in haar huis in Marina del Rey, op haar verjaardag, terwijl ze een van haar favoriete boeken las. Ik hoop dat de dood nog lang op zich zal laten wachten, maar als ik sterf, dan bij voorkeur op mijn verjaardag met dit boek in mijn hand.

 

© Maartje Wortel, 2015
© Lebowski Publishers, Amsterdam 2015

Uitgeverij Lebowski

MINDBOOKSATH : athenaeum