Leesfragment: Tussen ergens en nergens

03 juni 2017 , door Edzard Mik
|

7 juni presenteert Uitgeverij Querido bij Athenaeum Tussen ergens en nergens Edzard Mik. Wij publiceren voor!

‘Met taxichauffeurs in deze contreien weet je het maar nooit,’ laat Edzard Mik een personage denken dat zich ver van huis van de ene plek naar de andere laat vervoeren, ‘het gaat ze meer om het onderweg dan om de bestemming, voor bestemmingen hebben ze geen gevoel.’
Bed, kamer, huis, stad, metropool: waar zijn we eigenlijk als we ergens zijn? Wat een plek lijkt te zijn, is geen plek maar telkens de opening naar een ándere plek, een ándere ruimte. In elf verhalen legt Edzard Mik de raadselachtigheid van het dagelijkse leven bloot. Zijn verhalen zijn glashelder en eigen zinnig, indringend en origineel.

 

Villa der lusten

‘Het was een villa zoals je ze wel eens in Amerikaanse films ziet,’ zei hij. ‘Een en al glas en een interieur dat ongemerkt overloopt in het weeïg blauwe universum van een zwembad en een uitzicht op ontelbare lichtjes, zodat je je in een sterrenhemel waant. De gasten waren chic maar gemakkelijk gekleed. De kostuums van de mannen voegden zich soepel naar hun lichaam, zo soepel dat het leek of ze er geen erg in hadden dát ze gekleed waren. Bij de vrouwen was het niet anders en zag je meer blote huid dan textiel; lichaamsdelen als schouderbladen, flanken, borsten, dijen, enkels en wreven werden in de fijnste uitsneden getoond. Sieraden maar ook piercings schitterden en brachten de zachtheid van het lichaam aan het licht, de willigheid van het vlees. Her en der enorme kussens om in weg te zakken, als een archipel stonden verspreid sofa’s en kingsize bedden – alleen al als je ernaar keek, voelde je jezelf opgloeien en leek het of je daar vanzelf in de ander zou uitvloeien.’
Veronique moest lachen, ging hij haar ineens verhaaltjes vertellen voor het slapengaan. ‘Je reinste pornofantasie, ik wist niet dat jij dat genre zo goed kende, dat had je me wel eerder mogen vertellen,’ zei ze terwijl ze zijn borsthaar tussen haar vingers liet glijden. ‘Of ben je misschien nog iets van plan?’
‘Het is geen verhaaltje. ’s Nachts is de bezemkast geen bezemkast meer, maar een villa. Je kunt er zo naar binnen stappen.’
‘In mijn slaap kom ik ook overal. Jammer dat ik zowat al mijn dromen meteen weer vergeet’, en ze gaapte al.
‘Maar ik ben er al twee keer geweest. Ze wachten op ons, het feest kan pas beginnen als wij er zijn.’
‘Dat zouden ze niet moeten doen.’
‘Wat niet?’
‘Wachten, ze zouden niet moeten wachten, dat is zonde als je zin hebt om te feesten’, en ze gaf hem een kus en draaide zich van hem af.
In het zwakke schijnsel onderscheidde hij nog net de ronding van haar schouder, en het bandje van haar nachthemd, dat er losjes overheen slingerde. Hij legde haar hand op haar heup, maar ze bleef roerloos. Ook toen hij tegen haar aan schoof, bewoog ze niet. Zo bleef hij liggen, starend naar haar haar, dat in het oranje lantarenlicht van buiten donkerder leek. Eronder liet zich een droom vermoeden, of een ondoorgrondelijk niets waar ook zijzelf geen toegang toe had.
Toen hij het niet meer hield, liet hij zich onder het dekbed vandaan glijden en daalde de trap af. Het huis ontving hem koeltjes. Het parket was hard en koud, meubels stonden er afwerend bij, oranje licht kroop tegen de muur omhoog. Even bleef hij dralen, misschien toch maar niet gaan en de tv aanzetten en alles in de stroom beelden kwijtraken, zijn lust en zichzelf, maar hij doolde al verder. In het halletje afhangende schaduwen, hij deed geen moeite ze thuis te brengen, hij was al in de keuken en tastte voor zich uit; het moest wel dat hij toch slaapwandelde, maar geen bezems, zwabbers, emmers, dweilen en stoflappen, hij stond weer in die grenzeloze living en zag net als in de vorige nachten de blauwe droom die de villa omsloot, het visioen van lichtjes daarachter en, vlak voor hem, de gasten die hem andermaal verwachtingsvol aanstaarden maar al oesters uit hun schelpen zogen en kelkvormige champagneglazen aan hun lippen zetten.
Midden in de living was een replica van de Trevifontein gebouwd. In het strakke, transparante interieur deed de barokke scène van Oceanus, halfgoden en steigerende paarden nog zinnelijker aan dan ze al was. De fontein was nog niet in werking, maar in het bassin golfde het water loom, alsof het even ervoor door een badende Anita Ekberg uit de vitrine van de geschiedenis was bevrijd en zich voor wie maar wilde openstelde. Zoveel katten en honden kon hij zich niet herinneren en er vlogen ook vogels rond, misschien had hij ze de vorige keer in zijn verwarring niet opgemerkt of waren ze er nog niet geweest. Ze hadden felle kleuren en moesten wel tropisch zijn. Ze zwierden met ellenlange slepen en pronkten met kuiven als pluimen en hadden gulzige snavels en de harde, dwingende blik van de lust, die hem ondanks al die pracht deed huiveren. Voor de gasten waren ze niet bang, ze streken neer op schouders en hoofden of landden op een geheven hand, nipten dan van de champagne of pikten in het glibbervlees van een oester. Her en der schalen met kunstig gestapelde vruchten en ook de kussens waren onaangeroerd en lagen er precies zo bij als ze moesten zijn neergelegd. Er gebeurde nog niets, maar een knip van een vinger of een belletje en de ruimte zou als vanzelf uitdijen tot voorbij het einde van de nacht.
‘Alleen?’ vroeg een vrouw die zich niet liet beschrijven, en ze reikte hem een glas aan. ‘Kwel ons niet langer, we staan te popelen.’
‘Niet zonder Veronique, heb ik jullie gezegd. Ik wil het met haar meemaken.’
‘Kom nou. Met wie je je inlaat maakt hier niets uit.’
‘Ze is ook zo nuchter. Maar ik krijg haar wel zover.’
De vrouw was weer verdwenen, als ze er al ooit was geweest. Hij keek om zich heen, sommige vrouwen leken wel op haar maar waren haar niet; begeerlijk waren ze zonder uitzondering, waar kwamen ze toch vandaan? Alle blikken waren op hem gericht, hij begon zich ongemakkelijk te voelen en sloeg zijn ogen neer. Dat werkte averechts, nog heviger drong zich aan hem op wat er zou kunnen gebeuren maar door zijn afzijdigheid niet in vervulling kon gaan.

[...]

 

Copyright © 2017 Edzard Mik

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum