Leesfragment: Dagboek van een puber

08 maart 2018 , door Raoul de Jong
| |

Vandaag verschijnt Dagboek van een puber, de bijna letterlijke publicatie van het dagboek wat Raoul de Jong schreef toen hij elf was. Lees bij ons alvast de proloog!

Wie is in staat om zonder gevoel van schaamte zijn puberdagboek te herlezen? De meeste dagboeken belanden in een vergeten doos, in de haard of in een papierversnipperaar. Raoul de Jong beschouwt de auteur van zijn dagboeken daarom niet als zijn jongere zelf maar als ‘een twaalfjarig monster dat met veel gevoel voor drama schittert in zijn eigen op Beverly Hills 90210 geïnspireerde soapopera’. Op hilarische wijze analyseert De Jong fragmenten uit zijn dagboek waarin opstandigheden, ontluikende liefdes, gebroken harten en existentiële crises elkaar in hoog tempo afwisselen. Maar De Jong geeft niet alleen een inkijkje in de tere puberziel, zijn verwijzingen naar popmuziek, tv-programma’s en nieuwsfeiten brengen je als lezer onmiddellijk terug naar de jaren negentig van de vorige eeuw. 

 

Proloog

Geen van mijn vrienden kan zich herinneren wat zij in hun puberdagboeken schreven: twee gooiden hun dagboeken weg, een derde had het zijne verbrand en een vierde duwde het hare door de papierversnipperaar. Toen ik in de zomer van 2017 op de zolder van mijn achtentachtigjarige opa een eenentwintig jaar oud schrift vond, snapte ik waarom ze dat hadden gedaan.
Sinds mijn oma is overleden, blijf ik soms een paar dagen bij mijn opa logeren. Overdag werk ik dan achter mijn laptop aan de eettafel, terwijl opa in een gemakkelijke stoel naast het raam de krant leest en commentaar geeft op het wereldnieuws. Dat is elke dag iets anders, maar komt geruststellend genoeg al drieëndertig jaar toch ook op ongeveer hetzelfde neer: het gaat slecht, het wordt slechter en er is niets wat wij daaraan kunnen doen, behalve klagen.
Om stipt zes uur eten we: aardappelen, groenten, en iets uit de bio-industrie. Daarna doen we de afwas en zetten koffie, de rest van de avond kijken we tv. Tros Radar, Kassa, of iets anders over bedonderaars en bedriegerij met Antoinette Hertsenberg. Om elf uur begin ik te gapen en zeg dat ik morgen weer vroeg op moet. ‘Weet je waar de handdoeken liggen?’ vraagt opa dan. ‘In de kast naast de badkamer, al mijn hele leven,’ antwoord ik, en ik geef hem een kus en ga naar de zolder. Maar die avond zei opa: ‘De schoonmaakster heeft een doos gevonden.’
‘Goh,’ zei ik.
Ja, knikte hij, ‘met dingetjes. Van jou.’ Als ik er vanavond even naar keek, konden we de doos morgenochtend bij het vuilnis zetten.

De doos stond al op me te wachten, pontificaal op het hoofdkussen van mijn logeerbed. Ik deed hem open en werd bruusk geconfronteerd met een krantenknipsel uit het Delfts Dagblad van 2003. ‘Over tien jaar woon ik in Amsterdam of New York, heb succes met mijn werk en heb tienduizend nieuwe, leuke, hippe vrienden, onder wie Katja Schuurman’ stond onder een foto van mijn achttienjarige zelf, die druipend van zelfoverschatting de camera in kijkt.

Ik kieperde de doos leeg en vond:

  • drie boetes en één aanmaning van de NS
  • een nooit verstuurd kaartje aan een vriendin (ik ben op vakantie met mijn moeder, gezellig dat het is!!!)
  • een kaartje voor een concert van No Doubt

Helemaal onder in de doos lag een hard wit schrift met lichtblauwe bloemen. Ik sloeg het open en las:

Lief dagboek,
Het is voorbij. De laatste dag op mijn school is voorbij. Voorbij is een periode. Voorbij is de band met sommige kinderen uit mijn klas. Mijn basisschooltijd is vanaf vandaag voorgoed voorbij.

Geschreven op vrijdag 12 juli 1996. In mijn eigen handschrift. Dit schrift, zo bleek, was mijn allereerste dagboek. Ik begon het in het laatste jaar van de basisschool en stopte ermee op de dag dat ik op mijn nieuwe middelbare school werd verkozen tot Brugger van het Jaar. Jaren geleden had ik het achter in een kast verstopt. Destijds dacht ik dat het nooit meer zou hoeven zien.
Terwijl opa beneden naar de nachtherhaling van het journaal keek, las ik het hele dagboek. Dit bleek een absoluut ondraaglijke exercitie, tot ik besloot de auteur te beschouwen als iemand anders dan ikzelf, namelijk: een opportunistisch kindmonster dat vlak nadat hij voor het laatst tikkertje speelde, met veel gevoel voor drama en zonder enig gevoel voor humor begon aan zijn eigen op Beverly Hills 90210 geïnspireerde soapopera. Vastbesloten om alles uit zijn jeugd te halen wat erin zat, vinkte hij in negentig bladzijdes alle tienerthema’s af. En zo schreef hij, onbedoeld, een ode aan een van de gekste, leukste, wonderlijkste periodes uit een mensenleven: de laatste maanden van het kinderleven en de eerste gouden maanden van de puberteit.

Dit, beste lezer, is zijn verhaal. De mateloos fascinerende geschiedenis over hoe een elfjarige kinderdiva genaamd Raoul de Jong zichzelf in het jaar 1996 van een kind tot een puber transformeerde, in zijn eigen woorden: ‘iemand die volwassen begint te worden, iemand die wat van de wereld begint te zien’.

 

© 2018 Raoul de Jong

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum