Leesfragment: De Nederlandse Boekengids 2018-2

25 maart 2018 , door Marjolijn Voogel
| | |

Morgen verschijnt het tweede nummer van 2018 van De Nederlandse Boekengids. Wij publiceren voor: het artikel van Marjolijn Voogel, 'Osse pillenfabriek gestript', Over De zaak Organon van Jack Burgers en Johan Heilbron.

Het meest toonaangevende tijdschrift over boeken en ideeën in de Lage Landen, zes keer per jaar tientallen pagina's essays, boekbesprekingen, interviews en signalementen, op papier en digitaal, al vanaf € 30, inclusief toegang tot ons hele archief van op papier en online verschenen stukken. Met in dit nummer:

  • Open het gymnasium! - David Rijser
  • Wij, anachronismen - Jilt Jorritsma
  • Foucault, seks en Augustinus - Michiel Leezenberg
  • De smalle grens tussen universeel en generiek. Het oeuvre van Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro - Fiep van Bodegom
  • Guicciardini's Ricordi en Van Hengels Zieners - Rob Hartmans en Geerten Waling
  • Harde poëzie - Piet Gerbrandy
  • De nieuwe leegte. Over moederschap en het lichaam - Ilse Josepha Lazaroms
  • Oog in oog met Gaia - Dick Pels
  • Het masker van cool - Annelot Prins
  • Een kleine geschiedenis van de streetart - Claudia Cosma
  • De plooien van de historische kritiek. Frans Willem Korsten over onze barokke zeventiende eeuw - Jürgen Pieters
  • Europa's droom - Wim Verbaal
  • Presocraten - Sjoerd van Hoorn
  • Zoeken naar het verhaal voor de 21e eeuw - Harry van Dalen
  • Osse pillenfabriek gestript - Marjolijn Voogel

N.B. Neem nu een abonnement op de Nederlandse Boekengids!

 

Osse pillenfabriek gestript

Op de dag dat De zaak Organon verscheen, twitterde Micha de Winter dat we de verkoop van Organon onder leiding van bestuursvoorzitter Hans Wijers als een ernstig economisch en sociaal delict zouden moeten beschouwen.De betrokkenheid van de hoogleraar pedagogiek bij de geschiedenis van Organon is goed te verklaren. Zijn vader, Max de Winter, werkte er in de jaren vijftig als chemicus en was nauw betrokken bij de ontwikkeling van de anticonceptiepil Lyndion. Die kwam in 1962 op de markt en werd al snel wereldwijd de meest gebruikte anticonceptiepil. Naast het later ontwikkelde anticonceptiemiddel Marvelon was dit middel een van Organons meest succesvolle producten.
Net als De Winter is het Jack Burgers en Johan Heilbron in De zaak Organon ook vooral te doen om Wijers felomstreden beslissing om Organon in 2007 plotseling te verkopen aan de Amerikaanse farmaceut Schering-Plough. Die verkoop vormde het begin van het einde van een gezond bedrijf - enkele jaren later werd Schering-Plough zelf gekocht door Merck, dat Organon in 2010 ontmantelde.
Burgers en Heilbron zijn verbonden aan de Erasmus Universiteit, respectievelijk als hoogleraar grootstedelijke vraagstukken en sociologie. Na de sluiting startten zij een 'Organon-groep' in het kader waarvan twaalf studenten bij wijze van oefening een scriptie schreven in de publieke sociologie: sociologie met en voor het publiek. Zij deden archiefonderzoek, documentanalyse, hielden een enquête onder oud-Organonmedewerkers en voerden gesprekken met betrokkenen. Met hoofdrolspeler Wijers spraken Heilbron en Burgers in het laatste stadium van het project zelf.

Creatieve constructie

Organon ontstond door de bijzondere samenwerking tussen de Osse vleesverwerker Van Zwanenberg en de Amsterdamse hoogleraar farmacologie Laqueur. Zij startten hun pionierswerk op precies het juiste moment en de juiste plaats. Directe aanleiding voor het contact met Laqueur was het opzienbarende nieuws dat Canadese onderzoekers uit de alvleesklier van varkens het hormoon insuline hadden kunnen isoleren, dat een effectief middel tegen de toen nog ongeneeslijke suikerziekte bleek te zijn. In Europa was Laqueur de eerste die insuline voor klinische toepassingen wist te isoleren. En zo ontstond de naamloze vennootschap 'tot bereiding van orgaanpreparaten op wetenschappelijke grondslag', aldus de officiële naam van Organon.
De samenwerking tussen Van Zwanenberg en Laqueur was niet alleen vernieuwend vanwege de originele combinatie tussen vleesverwerking en wetenschappelijke farmacologie, maar ook in andere opzichten. De partners behoorden geen van beiden tot gevestigde kringen, respectievelijk die van de Amsterdamse academische elite en de zakenwereld in het katholieke zuiden. Door hun beider joodse achtergrond waren zij bovendien meer dan andere zakenfamilies ingebed in een internationaal netwerk van ondernemers en wetenschappers. Uit de Organon-geschiedenis blijkt hoe essentieel internationale samenwerkingen met gerenommeerde wetenschappers waren voor het bedrijfssucces. Vaak was juist dit sociaal kapitaal beslissend in de wedloop om nieuwe stoffen te vinden, tijdig patenten aan te vragen en nieuwe producten op de markt te brengen. Ook in dit opzicht speelde de locatie een rol, want juist door de ligging in een plaats zonder universiteit of academisch ziekenhuis moest Organon een actief beleid voeren om goede onderzoekers te krijgen en te behouden. Uit het verhaal van De Winters moeder, die ook werd geïnterviewd, blijkt hoe welbewust Organon dat aanpakte.
Ook na het vertrek van de oprichters en de beruchte Softenon-affaire, die een einde maakte aan een gouden tijdperk voor de farmaceutische industrie, bleef Organon er steeds in slagen nieuwe producten te ontwikkelen en die in een groeiend aantal landen, zelfstandig of in joint ventures te verkopen. Wetenschappelijk onderzoek werd verricht met het oog op commerciële mogelijkheden en gefinancierd door het herinvesteren van een substantieel deel van de bedrijfswinst. Inmiddels maakte Organon deel uit van Akzo, een wereldwijd opererend en sterk gediversifieerd conglomeraat.
Maar in de loop van de jaren negentig ontwikkelde AkzoNobel zich tot een bedrijf gespecialiseerd in verven en coatings. Dat leidde ertoe dat in 2005, onder het bestuursvoorzitterschap van Hans Wijers, werd besloten Organon van het concern af te splitsen en naar de beurs te brengen. Die beursgang zou echter nooit plaatsvinden. Twee weken ervoor deed de farmaceut Schering-Plough een bod van 11 miljard op Organon, een bod dat Wijers naar eigen zeggen 'niet had kunnen weigeren', omdat hem dat op verwijten van 'onbehoorlijk bestuur' zou zijn komen te staan van zijn aandeelhouders. Vanaf halverwege de jaren negentig waren aandeelhouders ook in Nederland een factor van belang geworden, ten koste van het management, een ontwikkeling die was overgewaaid vanuit de VS. Het leidde tot perverse vormen van belangenverstrengelingen tussen bestuur en aandeelhouders, waarbij niet innovatie en groei, maar het vergroten van aandeelhouderswaarde het centrale bedrijfsdoel werd.
Zo kwam Organon met de verkoop aan Schering- Plough in de greep van het beursspel van zakenbanken, beleggersconsortia, hedge funds en private equity-firma's, die nauwelijks binding hadden met de onderneming en handelden op basis van een zeer korte tijdshorizon. De overname van Organon door Schering-Plough had dan ook niets te maken met bedrijfsvoering of synergie. Zij diende enkel om dat bedrijf zelf aantrekkelijker te maken als overnamekandidaat, een strategie die bekendstaat als 'dressing up the bride'. Hierin slaagde Schering-Plough uitstekend: in 2010 werd het gekocht door Merck, dat kort daarop een reorganisatie aankondigde. De activiteiten van Organon werden daarbij te onbelangrijk bevonden en het bedrijf werd ontmanteld. Als gevolg van de sluiting van Organon in 2010 gingen in Oss zo'n tweeduizend banen verloren. Oud-medewerkers hekelden het destructieve beleid van 'de Amerikanen'. Organon zou zijn 'geslacht op het hakblok van de mondialisering'.

Creatieve destructie?

De ondergang van Organon heeft weinig te maken met Schumpeters 'creatieve destructie'. Eerder is hij toe te schrijven aan de dynamiek van een aandeelhouderskapitalisme dat vooral draait om financiële operaties op geliberaliseerde en steeds verder uitdijende markten. In de context van die dynamiek is het overigens sterk de vraag of Wijers het bod van Schering-Plough überhaupt succesvol had kunnen weerstaan. Het is zeer waarschijnlijk dat hij in dat geval opzij zou zijn geschoven en Organon alsnog zou zijn verkocht. Wijers dankt aan de twijfelachtige verkoop van Organon in belangrijke mate zijn positie als 'invloedrijkste Nederlander'. In Oss wordt hij verguisd, maar verder kraait er geen haan naar. Beleggersvereniging VEB kiest hem tot topman van het jaar en hij krijgt commissariaten bij onder meer Shell, Heineken en de Britse farmaceut GlaxoSmithKline. Het aandeelhouderskapitalisme is kennelijk de economische realiteit, de rest protectionistische nostalgie.
De gang van zaken roept de vraag op of de jarenlang voorbereide beursgang van Organon ooit enige kans van slagen had. Hoe zit het bijvoorbeeld met de in november 2006 door de farmaceut Pfizer afgebroken samenwerking met Organon bij de ontwikkeling van het meest veelbelovende middel in de pijplijn? Die samenwerking had gefungeerd als 'gifpil' om Organon te beschermen tegen vijandige overnames: als Organon zou worden verkocht in plaats van naar de beurs te gaan, zou Pfizer namelijk alle rechten op dat middel krijgen. Is het toeval dat Pfizer zich kort voor de overname van Organon plots terugtrok, de gifpil inslikte? In dat kader zou ook het perspectief van de beleggerskant interessant zijn, dat jammer genoeg nauwelijks aan bod komt. Beleggers blijken in De zaak Organon een moeilijk grijpbare groep, vooral omdat aandelen steeds sneller van eigenaar wisselen (in de Verenigde Staten gemiddeld twee keer per jaar). Toch zou het interessant zijn geweest ook hun perspectief op de zaak te zien, in plaats van te blijven zitten met het beeld van een amorfe groep nietsontziende geldwolven.
Het is echter goed mogelijk dat de zaak met zulke aanvullingen alleen maar schrijnender wordt. De zaak Organon is dan ook een terechte aanklacht tegen een veel te ver geliberaliseerde overnamemarkt. Naast een onthullende reconstructie van de teloorgang van een florerend bedrijf dat om zeep werd geholpen in de ongereglementeerde mondiale financieel gedreven economie, biedt het boek tevens een uiterst informatief relaas over de wijze waarop innovatieve kracht tot stand komt en tegen welke voorwaarden die kan worden behouden. Maar vooral is het boek een prachtig voorbeeld van een nieuwe manier van onderzoek doen, in groepsverband met studenten, en buiten de gebaande paden van het eigen vakgebied, in de economie.
Voor dat laatste is goede reden. Volgens de auteurs zijn economen - bij uitstek degenen die zich in deze casus zouden moeten verdiepen - over het algemeen nog altijd meer geïnteresseerd in modellen dan in de economische werkelijkheid. Door juist die werkelijkheid als start- en ijkpunt te nemen is De zaak Organon even grensoverschrijdend als belangwekkend, zowel voor economen als voor niet-economen en, vooral, voor hun opleiders. Micha de Winters opmerking is dan ook vooral een aanbeveling voor deze nieuwe en waardevolle bijdrage aan een publiek debat dat de dominantie van het Angelsaksische bedrijfsmodel niet langer als gegeven wenst te beschouwen.

 

© De Nederlandse Boekengids

MINDBOOKSATH : athenaeum