Leesfragment: Noord

06 januari 2018 , door Sien Volders

Het wordt een opvallend debuut genoemd: afgelopen november verscheen Noord van Sien Volders. Lees bij ons een fragment. 

In de vroege jaren tachtig trekt Sarah, een jonge zilversmid op een kantelpunt in haar leven, voor een tijd naar het noorden. Ze komt in een afgelegen goudzoekersstadje terecht en ontmoet er Mary, die de enige winkel en het postkantoor uitbaat. Het pad van beide vrouwen kruist dat van twee mannen: mannen die leven voor muziek, vrijheid en het ongetemde bestaan. Gaandeweg leert Sarah hoe Mary's leven een voorafspiegeling is geweest van het hare en wat het betekent vrij te zijn.

 

2. Dodge

Sarah ziet aan het zonlicht op de muur dat het al ver voorbij tienen moet zijn. Haar hoofd doet pijn en de nasmaak van te veel sigaretten maakt haar misselijk. Ze schopt de dekens van zich af neemt een douche.
Het motel ligt aan de rand van de snelweg en haar kamer kijkt uit over een vlakte. De laatste plekken vuile sneeuw weigeren te smelten. Haar hoofd leunt tegen het raam, de punten van haar donkere krullen als natte penseeltjes op haar schouders. In de verte kan ze de bergen van het noorden zien. Er woelt onrust in haar buik.
Ze knielt naast haar rugzak. Uit het voorste vak haalt ze een toilettas en graaft er een tijdje in. Uiteindelijk kiest ze drie stuks van een oudere serie. Een ring en armband, oorbellen die bij de armband horen. De sieraden van gisteren graait ze van het nachtkastje en bergt ze op. Ze rommelt tussen de samengepropte kleren naar ondergoed dat er nog min of meer fris uitziet en trekt daaroverheen schone kleren aan.
Met alles weer samengestouwd in de rugzak komt ze beneden in de lobby. Net als de rest van het motel is het er netjes, maar oud en versleten. De geur van vervlogen decennia versmolten met het vaste tapijt, het stoffige behang en de lambrisering. Dit is het laatste motel voor Forty Mile. Over een paar mijl gaat de Highway 37 over in de Klondike Highway, de laatste rechte lijn naar het noorden. Nog driehonderd mijl en dan zal ze er zijn. Een dag, een uur of zes rijden.

Tot laat in de avond had ze verderop in een bluescafe aan de toog gezeten om de voorlaatste etappe van haar roadtrip te vieren. Het was een kroeg zoals ze er onderweg al meerdere had geprobeerd. Het volk ruiger dan ze gewend was, de muziek beter. Halverwege de avond was er een oudere man naast haar komen zitten. Een pet op om zijn kaalheid te verbergen, een baard en een indrukwekkende buik. Al dronken, maar rustig. Beiden met een elleboog op de toog, bier voor zich, hadden ze elkaar toegeknikt.
'Geen prater, he?'
Hij was sneller van begrip dan ze verwacht had.
De man was een ideale buur voor een avond alleen. Met lange tussenpauzes hadden ze een gesprek gevoerd. Over het leven, de weg en het noorden. Over niks en alles. Hij had bevestigd wat ze al vermoedde; dat ze naar de juiste plek ging om na te denken. Goed volk. Stug, maar goed.
lets na middernacht had ze afscheid genomen. De man aan de bar was de eerste met wie ze de afgelopen week gesproken had en hij had niet eens naar haar naam gevraagd.
Sarah rekent af voor het ontbijt en de nacht. Buiten het motel staat de zon al hoog. Met haar rugzak over een schouder loopt ze naar haar auto. Het olijfgroen van de lak is amper zichtbaar onder de laag modder en vuil.
Het leer van de zitting voelt nog ijskoud aan van de nacht. Op de achterbank ligt het slagveld van een week onderweg, van Vancouver tot hier. Nu nog een laatste dag naar haar eindbestemming. Nog driehonderd mijl verder, het enige en laatste stadje ten noorden van alles.

In wat ondertussen een vast ritueel geworden is, klikt ze haar gordel vast en vouwt ze de wegenkaart op de juiste route. Ze opent de koffer met cassettes en laat haar vingers over de ruggen van de doosjes glijden. Aan de hoogtelijnen en inkleuring van de kaart te zien komt er van alles, vandaag. Vlaktes, bossen, laaggebergten en weidse zichten. Slingerende rivieren. Slechts twee bruggen.
Ze heeft nog geen wetmatigheid gevonden in de manier waarop ze muzieksoorten toekent aan landschappen. Er zijn constanten, dat zeker. Gebergten gaan goed met punk, valleien en vlaktes eerder met new wave. Haar humeur is de hele reis hetzelfde gebleven: een gemoed gebrand op het uitstellen van de beslissing die ze nemen moet. Weg en doel zijn één.
Ze twijfelt. Blijft dan hangen bij punk. Hardcore. Ze kiest. Eerst Black Flag, dan NoMeansNo, dan Minor Threat. Ze legt de cassettes in de juiste volgorde en start de motor. Het is een halve dag rijden tot het laatste en enige tankstation voor Forty Mile. In de koffer heeft ze twee volle jerrycans benzine. De ergste vrieskou is achter de rug, voor een bevroren motorblok hoeft ze niet meer te vrezen.
De weg meandert tussen bossen, gaat soms een paar mijl rechtdoor, buigt dan af voor een slingerende rivier, volgt de oever om uit te wijken voor een bergkam. Hoe verder de dag vordert, hoe harder ze rijdt. De lente begint zich hier nog maar net een weg door de sneeuw te smelten. De toendra ligt er als een grillig dambord van witte sneeuwvlakken en bruin gras bij. De berkenbossen zijn nog kaal. Witte, tere stammen met een kantwerk van bruine twijgjes eromheen.
De weg naar het noorden is op een paar trucks na van haar alleen. Het hele noorden is van haar alleen. Ze trommelt mee op het stuur, knikt op de maat van het gesyncopeerde geschreeuw van de zanger.
Van tijd tot tijd dwingt ze haar gedachten naar de brief met het aanbod, de beslissing die haar thuis wacht. Ze legt de keuzes naast elkaar. Het lukt haar niet om hardnekkige bijgedachten weg te gummen. Het landschap lonkt en haar blik zwerft algauw weer over vlaktes en bergen.
Na vier uur is het ontbijt uitgewerkt en begint haar maag te knorren.

Voor het tankstation staat een truck geparkeerd. Sarah wacht in haar auto tot de chauffeur terugkomt, instapt en vertrekt. Ze tankt en loopt het gebouwtje binnen. Het ruikt er zoet, naar koek. Een vleug oude koffie. Motorolie en pis. De uitbater had al aan het raam staan kijken toen ze uitstapte. Sarah voelt hoe hij nauwlettend elke beweging die ze maakt volgt.
'Alleen op reis?'
Ze kijkt hem aan. Sjofel, dikbuikig en in een smerige blauwe overall. Ze knikt en vraagt of hij een toilet heeft. Hij wijst met zijn kin naar een hoek achterin, grinnikt.
'Zet je schrap, miss.'
Het is er smerig en het stinkt, maar het is welkom.
Terug in de winkel neemt ze haar tijd. Ze pakt wat extra water uit de rekken, chocolade, gedroogd vlees en rozijnen. Voor het rek met tijdschriften blijft ze even dralen. Tv-gidsen, twee kranten en veel blootbladen. Een Vogue van een jaar oud. Met het hoofd schuin staat ze te twijfelen. Ze kijkt naar de man achter de balie. Hij blijft kijken wat ze doet. Even voelt ze gêne, dan herpakt ze zich. Ze legt op zijn balie wat ze net uit de rekken nam, pakt het tijdschrift en bladert tot ze bij de advertentie van het juweliershuis komt. Vier bladzijden ver in het magazine, een dubbele pagina.
Ze zucht.
Het merk staat er in grote letters boven, de rest van de aandacht moet naar het fotomodel gaan, blijkbaar. Dat ligt naakt op een bed, slechts bedekt met een bontdeken, een zwoele oogopslag. Het juweelontwerp is niet slecht, vindt ze. De edelstenen zijn te protserig, zoals altijd. Ze moet goed zoeken voor ze de naam van de ontwerper vindt. Onderaan, in kleine letters op de rechterpagina.
Zo.
Is dit wat ze wil?
Ze zucht opnieuw en zet het tijdschrift terug in het rek. Bij de kassa vraagt ze of ze koffie kan krijgen.
'Tuurlijk.' Hij neemt een beker van het rek achter zich en giet koffie uit de grote thermos op zijn toonbank.
'Mooi wagentje, miss. Waar kom je vandaan?'
'Vancouver.'
De man kijkt haar met zijn hoofd in de nek aan. Kijkt dan weer naar de auto. Hij houdt de pot suiker omhoog, zij schudt van nee.
'Hoeveel dagen?'
'Een week, nu.'
'Mooi karretje. Van je ouwe gekregen?'
'Gekocht, altijd willen hebben.'
De man kijkt opnieuw naar de auto. 'Hoe reed ie in de Rockies?'
'Goed. Fijne klimmer. Heerlijk in de bochten. Hoe is de rest van de weg?'
De man krabt in zijn nek. 'Mwah. Bereid je maar voor op lakschade. Over een paar mijl houdt de verharde weg op. Permafrost. Al wat hard is vriest toch kapot. Goede weg, maar gravel. Zonde van die lak. 290 pk?'
'330. Het is de four barrel.'
'Hmm. Zulke mooie autootjes zien we hier zelden.' Ze drinkt haar koffie op, rekent af en neemt afscheid. Bij de deur roept hij haar na.
'Pas op in de schemer, miss, je wilt geen eland door je voorruit!'
Sarah stapelt de nieuwe eetwaar netjes in de passagiersstoel en toetert ten afscheid. In haar achteruitkijkspiegel ziet ze de man in zijn deuropening staan. Hij steekt zijn hand op.
Nog honderd mijl.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum