Leesfragment: 150 jaar Max Havelaar

27 november 2015 , door Multatuli, Gijsbert van Es
| | | |

Van woensdag 3 februari tot zondag 16 mei 2010 is bij Bijzondere Collecties (UvA) de tentoonstelling '"Het is geen roman, 't is een aanklacht!" 150 jaar Max Havelaar' te zien. 2 februari wordt de expositie, die niet alleen op het boek - waarvan BC het manuscript beheert - focust, maar ook op de toenmalige en hedendaagse politieke kant ervan, geopend, en de hertaling door Gijsbert van Es gepresenteerd. Dit weekend mogen we enkele pagina's uit het manuscript tonen en de bijbehorende hertaalde passages.

Het manuscript

We mogen enkele afbeeldingen tonen uit de facsimile-editie, die ook in boekvorm is verschenen. Erbij zijn de teksten gegeven zoals ze in de DBNL-editie terechtkwamen. Op de detailbeelden kan geklikt worden voor een grotere versie.

Multatuli, Max Havelaar: Ik ben makelaar in koffi...
De eerste pagina van het eigenlijke boek: 'Ik ben makelaar in koffi...'

Multatuli, Max Havelaar: Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, No 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt.
De eerste zinnen: 'Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, No 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt.'

Enkele pagina's verderop eindigt het eerste hoofdstuk met Droogstoppels visitekaartje:

Multatuli, Max Havelaar: Eilieve, steek het by u... 't is een kleine moeite... het kan te-pas komen... ei zie, daar is het: een adreskaartje! Die Co ben ik, sedert de Meyers er uit zyn... de oude Last is myn schoonvader.
'Eilieve, steek het by u... 't is een kleine moeite... het kan te-pas komen... ei zie, daar is het: een adreskaartje! Die Co ben ik, sedert de Meyers er uit zyn... de oude Last is myn schoonvader.'

In het tweede hoofdstuk ontmoet hij 'Sjaalman'.

Hy had dan ook wel iets van een Duitscher, en van een reiziger ook. Hy was zeer blond, had blauwe oogen, en in houding en kleeding iets dat den vreemdeling verraadde. In-plaats van een behoorlyken winterjas, hing hem een soort van sjaal over den schouder - Frits zegt ‘shawl’ maar dit doe ik niet - alsof hy zoo van de reis kwam. Ik meende een klant te zien, en gaf hem een adreskaartje: Last & Co, makelaars in koffi, Lauriergracht No 37. Hy hield het by de gasvlam, en zeide: ‘ik dank u, maar ik heb me vergist. Ik dacht het genoegen te hebben een ouden schoolkameraad voor me te zien, maar... Last? Dit is de naam niet.’ - Pardon, zei ik - want ik ben altyd beleefd - ik ben m'nheer Droogstoppel, Batavus Droogstoppel. Last en Co is de firma, makelaars in koffi, Lauriergr...
'Hy had dan ook wel iets van een Duitscher, en van een reiziger ook. Hy was zeer blond, had blauwe oogen, en in houding en kleeding iets dat den vreemdeling verraadde. In-plaats van een behoorlyken winterjas, hing hem een soort van sjaal over den schouder - Frits zegt "shawl" maar dit doe ik niet - alsof hy zoo van de reis kwam. Ik meende een klant te zien, en gaf hem een adreskaartje: Last & Co, makelaars in koffi, Lauriergracht No 37. Hy hield het by de gasvlam, en zeide: "ik dank u, maar ik heb me vergist. Ik dacht het genoegen te hebben een ouden schoolkameraad voor me te zien, maar... Last? Dit is de naam niet."
- Pardon, zei ik - want ik ben altyd beleefd - ik ben m'nheer Droogstoppel, Batavus Droogstoppel. Last en Co is de firma, makelaars in koffi, Lauriergr...'

De hertaling

Gijsbert van Es

We mogen ook enkele pagina's van de hertaling door Gijsbert van Es laten lezen. Hieronder volgen het voorwoord, hoofdstuk één en de ontmoetingspassage in zijn bewerking.

Ruim 150 woorden vooraf

Dit boek is anderhalve eeuw geleden geschreven. Het heeft geen introductie nodig. Of toch, deze. Niet eerder verscheen Max Havelaar in modern Nederlands en bewerkt tot een iets kortere versie.

Waarom deze hertaling? Omdat de oorspronkelijke versie minder toegankelijk is dan deze editie hoopt te zijn. En dus: om nieuwe (jonge) lezers te winnen voor deze klassieker, die een onbetwist hoogtepunt is in de Nederlandse geschiedenis en literatuur.

In de officiële ‘Canon van de Nederlandse geschiedenis’ staan slechts twee boeken: de Bijbel en de Max Havelaar. De nieuwe Bijbelvertaling was klaar in 2004. Deze eigentijdse Havelaar markeert z’n 150-ste verjaardag. De eerste druk verscheen op 15 mei 1860.

Wie ben ik dat ik dit boek hertaalde en bewerkte? Gewoon, een bewonderaar: van de compositie van het boek, van de bonte stijl, van z’n historische betekenis, van de felle en nog steeds actuele aanklacht tegen machtsmisbruik en uitbuiting.

Natuurlijk heb ik me afgevraagd of ik de sacrale Havelaar wel mocht herzien. Gelukkig heeft Multatuli zelf mij aangemoedigd. Hij schrijft aan het slot van dit boek, en nu parafraseer ik: ‘Ja, ik zal gelezen worden! Het was me niet te doen om mooi en precies te herschrijven. Ik wilde zo bewerken dat het boek door nieuwe generaties wordt gelezen. Hoe luider deze versie wordt afgekeurd, hoe liever het mij zijn zal, want des te groter is de kans te worden gehoord. En dat wil ik!’

Gijsbert van Es
Leiden, winter 2009/2010.

> Op nrc.nl/maxhavelaar: een uitgebreide inleiding en achtergronden bij dit boek en weblinks naar diverse sites over Multatuli en Max Havelaar.

Eerste hoofdstuk

Amsterdam, omstreeks 1860. Batavus Droogstoppel, een handelaar in koffie, kondigt aan een boek te schrijven. Droogstoppel moppert en klaagt. Hij zegt van de waarheid en niets dan de waarheid te houden. Daarover zeurt hij maar door (en maakt zichzelf belachelijk).

Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht, No 37. Het is niet mijn gewoonte romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd voordat ik ertoe overging extra papier te bestellen, en te beginnen met het werk dat u, lieve lezer, zojuist ter hand hebt genomen, en dat u moet lezen als u makelaar in koffie bent, of als u wat anders bent. Niet alleen schreef ik nooit iets wat leek op een roman, maar ik houd er zelfs niet van iets dergelijks te lezen, omdat ik een zakenman ben. Al jaren vraag ik mij af waar zulke dingen goed voor zijn, en ik ben verbaasd over de onbeschaamdheid waarmee een dichter of romanverteller u iets op de mouw durft te spelden, dat nooit is gebeurd, en meestal niet kan gebeuren. Als ik in mijn vak — ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht, No 37 — aan een principaal (een principaal is iemand die koffie verkoopt) een opdracht gaf waarin maar een klein gedeelte van de onwaarheden voorkwam die in gedichten en romans de hoofdzaak vormen, dan zou hij onmiddellijk Busselinck & Waterman nemen. Dat zijn ook makelaars in koffie, maar hun adres hoeft u niet te weten. Ik zorg er dus wel voor dat ik geen romans schrijf, of andere valse verhalen vertel. Ik ben 43 jaar, ik bezoek sinds twintig jaar de beurs, en kan dus voor de dag komen als iemand die ervaring heeft. Ik heb al heel wat bedrijven zien omvallen! En gewoonlijk, wanneer ik de oorzaken naging, zag ik dat de meeste ondernemers in hun jeugd op het verkeerde pad waren geraakt.
De leugens beginnen al in de verhalen die volwassenen aan kinderen vertellen. Het nieuwe zusje komt uit een boerenkool. Alle Hollanders zijn dapper en edelmoedig. De Romeinen waren blij dat de Batavieren hen lieten leven. De eb, in 1672 geloof ik, duurde wat langer dan gewoonlijk, expres om Nederland te beschermen. Leugens! Nederland is Nederland gebleven omdat onze ouders goed op hun zaken pasten, en omdat ze het ware geloof aanhingen. Dat is de kern van de zaak!
En steeds komen er weer leugens bij. Een meisje is een engel. Wie dat beweert, heeft nooit een zus gehad. Liefde is een zaligheid. Men vlucht met iets of iemand naar het einde van de aarde. De aarde heeft geen einde, en die liefde is ook gekheid. Niemand kan zeggen dat ik niet goed samenleef met mijn vrouw; zij is een dochter van Last & Co, makelaars in koffie. Niemand kan iets op ons huwelijk aanmerken. Zij heeft een sjaal van 92 gulden, en van zo’n malle liefde die helemaal aan het einde van de aarde wil wonen, is tussen ons nooit sprake geweest. Toen we getrouwd zijn, hebben wij een tochtje naar Den Haag gemaakt. Zij heeft toen lappen stof gekocht, waarvan ik nog steeds overhemden draag. En verder heeft de liefde ons nooit de wereld ingejaagd.
Allemaal gekheid en leugens dus! Maar ik zeg: waarheid en gezond verstand! En daar blijf ik bij. Voor de Bijbel maak ik natuurlijk een uitzondering.
En zou mijn huwelijk nu minder gelukkig zijn dan dat van de mensen die zich door de liefde een vreselijke ziekte op de hals haalden, of zich de haren uit het hoofd trokken? Of denkt u dat mijn huishouden minder goed is geregeld dan het zou zijn als ik zeventien jaar lang mijn meisje in poëzie had gezegd dat ik met haar wilde trouwen? Gekheid is het!
Ik heb niets tegen verzen op zichzelf. Als men zo nodig woorden op hun plek wil zetten, goed! Maar zeg nooit iets wat niet waar is. ‘De lucht is guur, en het is vier uur.’ Dit geldt voor mij alleen als het werkelijk guur en vier uur is. Maar als het kwart voor drie is, zou ik zeggen: ‘de lucht is guur, en het is kwart voor drie.’ De verzenmaker is door de guurheid van de eerste regel aan het hele uur gebonden. Het moet voor hem juist één uur zijn, of twee uur, enzovoorts, of de lucht mag niet guur zijn. Zeven of negen is verboden door het ritme. Daar gaat hij dan aan ’t knoeien! Of het weer moet hij veranderen, of de tijd. Eén van beide is dan gelogen.
En niet alleen die verzen drijven de jeugd tot leugens. Ga eens naar de schouwburg en luister naar de onzin die daar wordt verkocht. De held van het stuk wordt uit het water gehaald door iemand die op het punt staat failliet te gaan. Dan geeft hij hem zijn halve vermogen. Dat kan niet waar zijn. Toen mijn hoed onlangs op de Prinsengracht in het water woei — Frits zegt: waaide —, heb ik de man die hem terugbracht een dubbeltje gegeven, en hij was tevreden. Ik weet wel dat ik iets meer had moeten geven wanneer hij mijzelf eruit had gehaald, maar zeker niet mijn halve vermogen. Het is immers duidelijk dat men op die manier maar tweemaal in het water hoeft te vallen om straatarm te zijn.
Wat het ergste is bij zulke vertoningen op het toneel: het publiek went aan al die onwaarheden, die men zo mooi vindt en toejuicht. Ik had wel eens zin om zo’n hele zaal echt in het water te gooien, om dan te zien wie er nog zou juichen. Ik, die van waarheid houd, waarschuw iedereen dat ik voor het opvissen van mijn persoon niet zo’n hoge beloning wil betalen. Wie met minder niet tevreden is, mag me laten liggen. Alleen ’s zondags zou ik iets meer geven, omdat ik dan mijn beste pak draag.
Ja, dat theater bederft velen, meer nog dan romans. Het is zo meeslepend! Met wat klatergoud en wat franje van papier ziet alles er zo aanlokkelijk uit. Voor kinderen, bedoel ik dan, en voor mensen die niet uit het zakenleven komen. Zelfs als die acteurs spelen dat ze arm zijn, is hun voorstelling nog altijd leugenachtig. Een meisje wier vader failliet ging, werkt zogenaamd om haar familie te onderhouden. Heel goed. Daar zit ze dan — te naaien, te breien, of te borduren. Maar tel nu eens de steken die ze doet op het toneel. Ze praat, ze zucht, ze loopt naar het raam, maar werken doet ze niet. Een familie die van dit werk kan leven, heeft kennelijk weinig nodig. Zo’n meisje is natuurlijk de heldin. Ze heeft enkele verleiders de trappen afgegooid, ze roept voortdurend: ‘o, mijn moeder, o, mijn moeder!’ en moet dus fatsoen uitstralen. Wat is dat voor een welgemanierdheid, die een heel jaar nodig heeft om een paar wollen sokken te breien?
Allemaal gekheid en leugens!
Dan komt haar eerste minnaar, die vroeger kantoorklerk was, maar nu schatrijk is, opeens terug, en trouwt met haar. Ook weer leugens. Wie geld heeft, trouwt geen meisje dat een failliete vader heeft. En als u meent dat dit op het toneel wel mogelijk is, dan blijf ik vinden dat men de waarheidszin bederft bij het volk dat de uitzondering als regel aanneemt, en dat men de publieke zedelijkheid ondermijnt, door het te leren iets toe te juichen op het toneel wat elke fatsoenlijke makelaar of koopman voor bespottelijke krankzinnigheid houdt.
Toen ik trouwde, waren wij op het kantoor van mijn schoonvader — Last & Co — met z’n dertienen, en het is er altijd heel druk geweest! Zo hadden we bijvoorbeeld Lukas, onze pakhuisknecht, die al bij de vader van Last & Co heeft gewerkt. De firma was toen Last & Meijer, maar de Meijers zijn er al lang uit. Dat was toch wel een fatsoenlijke kerel — Lukas, bedoel ik. Geen koffieboon was er ooit kwijt, hij ging stipt naar de kerk, en drinken deed hij niet. Als mijn schoonvader in zijn buitenhuis in Driebergen was, zorgde hij voor het huis in Amsterdam, en voor het geld, en alles. Van de bank heeft hij eens 17 gulden te veel ontvangen en hij bracht ze terug! Nu is hij oud, en krom, en kan hij niet meer werken. Nu heeft hij niets, want het is altijd druk bij ons, en we hebben jong personeel nodig. Welnu, die Lukas is een nette kerel, maar wordt hij nu beloond? Komt er een prins die hem diamanten geeft, of een fee die zijn boterhammen smeert? O nee! Hij is arm, en hij blijft arm, en zo moet het ook zijn. Ik kan hem niet helpen, want we hebben jong personeel nodig, omdat het bij ons altijd zo druk is, maar ook al kon ik dat wel, waarom zou ik? Als hij nu op zijn oude dag een gemakkelijk leven kon leiden, dan zouden alle pakhuisknechten opeens lui worden, wat Gods bedoeling niet zijn kan, omdat er dan geen bijzondere beloning voor de fatsoenlijken in de Hemel overbleef.
Maar op een toneel verdraaien ze dat. Allemaal leugens!
Ik ben ook keurig, maar vraag ik hiervoor een beloning? Als mijn zaken goed gaan, en dat gaan ze, als mijn vrouw en kinderen gezond zijn, zodat ik geen gedoe heb met dokter en apotheker, als ik jaar in jaar uit een sommetje opzij kan leggen voor m’n oude dag, als Frits voorspoedig opgroeit, om later de zaak over te nemen als ik naar Driebergen ga, dan ben ik heel tevreden. Maar dit alles is een logisch gevolg van de omstandigheden, en omdat ik goed op mijn zaken pas. Voor mijn fatsoen eis ik geen beloning.
En dat ik toch werkelijk fatsoenlijk ben, blijkt uit mijn liefde voor de waarheid. Deze is, na mijn gehechtheid aan het geloof, mijn belangrijkste karaktertrek. En ik wens dat u hiervan overtuigd raakt, lezer, want het is mijn verontschuldiging voor het schrijven van dit boek.
Een tweede karaktertrek, die mij even sterk beheerst als waarheidsliefde, is de hartstocht voor mijn vak. Ik ben namelijk makelaar in koffie, Lauriergracht, No 37. Welnu, lezer, aan mijn onkreukbare liefde voor de waarheid, en aan mijn ijver voor de zaak hebt u te danken dat deze bladzijden zijn geschreven. Ik zal u vertellen hoe dat is gegaan. Omdat ik nu, voor dit ogenblik, afscheid van u neem (ik moet naar de beurs), zie ik u straks in het tweede hoofdstuk. Tot ziens dus!
Ach, steek het bij u, het kan van pas komen, ... ah, hier is het: mijn visitekaartje! Die Co ben ik, sinds de Meijers eruit zijn, ... de oude Last is mijn schoonvader.

[...]

Hij had dan ook wel iets van een Duitser, en van een reiziger ook. Hij was zeer blond, had blauwe ogen, en in houding en kleding iets wat een vreemdeling verraadde. In plaats van een behoorlijke winterjas hing er een soort sjaal over zijn schouders — Frits zegt shawl, maar dat doe ik niet —, alsof hij zo van een reis terugkwam. Ik meende een klant te zien, en gaf hem een visitekaartje: ‘Last & Co, makelaars in koffie, Lauriergracht No 37.’ Hij hield het bij de straatlantaarn, en zei: ‘Ik dank u, maar ik heb me vergist. Ik dacht het genoegen te hebben een oude schoolkameraad te zien, maar Last?, zo heet hij niet.’
‘Pardon’, zei ik, want ik ben altijd beleefd, ‘ik ben mijnheer Droogstoppel, Batavus Droogstoppel. Last & Co is de firma, makelaars in koffie, Lauriergr...’
‘Wat? Maar Droogstoppel, kent u mij niet meer? Kijk eens goed!’

[...]

© Gijsbert van Es

Bijzondere Collecties (UvA)
Uitgeverij NRCBoeken

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum