Leesfragment: Items #2-2011

27 november 2015 , door Jonathan Puckey
| | | |

In het nieuwe nummer van Items wordt uitgebreid aandacht besteed aan de toepassing van nieuwe technologieën in kleding. Verder een artikel over tentoonstellingsontwerp dat de bezoeker steeds vaker een totaalervaring wil bieden; Niels ’t Hooft over de Nederlandse gameindustrie; een dubbelinterview met Ilse Crawford en Walter Amerika, de nieuwbakken Curator, resp. Connector van de Design Academy Eindhoven en het portfolio van productontwerpster Pieke Bergmans (Design Virus).

Als voorproefje hier alvast de Goudmijn, een vaste rubriek in Items waarin iemand zijn favoriete boek beschrijft. Dit maal vertelt grafische ontwerper Jonathan Puckey waarom het verhaal 'Galley Slave' van Isaac Asimov zo’n indruk op hem maakte.

Items #2-2011 ligt aanstaande vrijdag in de winkel!

Beeld bij De Goudmijn van Jonathan Puckey in Items 2-2011.

‘Al meer dan tweehonderdvijftig jaar lang vervangt de machine de mens na eerst het handwerk verdrongen te hebben. Aardewerk rolt uit vormen en persen. Kunstwerken zijn vervangen door identieke prullen die aan de lopende band worden vervaardigd. Noem dat voor mijn part vooruitgang. De kunstenaar moet zich beperken tot abstracties, tot het uitbeelden van ‘ideeën’. De machine doet de rest. Denkt u dat de pottenbakker tevreden is met uitsluitend geestelijke creaties? Denkt u dat hij de aanraking met de klei niet mist, het groeien van de vorm onder zijn handen – het samenwerken van de hand én de geest? Gelooft u niet dat het groeien van de vorm niet als een ‘feedback’ werkt en daardoor de vormconceptie kan veranderen en verbeteren?’

Dit is een citaat uit de laatste scène van het korte verhaal 'De Galeislaaf' (in het Engels heeft 'The Galley Slave' een dubbele betekenis – galley proofs zijn onopgemaakte drukproeven), dat werd geschreven door Isaac Asimov in 1957. Ik kwam het verhaal tegen toen ik Robot Visions las, een verzameling van achttien korte science fiction verhalen en zestien korte essays. Asimovs robotverhalen gaan over de complexe interactie tussen mensen en technologie. Iets wat Asimov graag het Frankenstein Complex noemt.
Het verhaal zelf is een courtroom drama. Het begint in 2033, als Simon Ninheimer, een professor in de sociologie, een rechtszaak tegen U.S. Robots aanspant omdat ze zijn reputatie hebben geschaad. Hij stelt dat de experimentele EZ-27 robot met opzet delen van zijn boek Sociale Spanningen bij ruimtereizen en hun oplossing heeft herschreven en veranderd terwijl hij alleen de onopgemaakte drukproeven moest controleren en corrigeren. Dan blijkt dat Ninheimer, in een poging U.S. Robots te saboteren, zelf de arme robot de opdracht gaf zijn boek te veranderen. Nadat hij het proces verloren heeft ontmoet professor Ninheimer Susan Calvin, de robopsychologe van U.S. Robots die zijn plannen heeft gedwarsboomd.

‘Ik hoop dat die robot u vandaag of morgen de nek omdraait!’ zegt Ninheimer nijdig, en als hem gevraagd wordt zich nader te verklaren steekt hij een gevoelvolle speech af:

‘Een boek moet vorm krijgen in de handen van de schrijver. Je moet letterlijk zien hoe de hoofdstukken zich ontwikkelen en groeien; zien hoe ze beginnen af te wijken van de oorspronkelijke conceptie. Er bestaat zoiets als het lezen van drukproeven en het verbeteren van bepaalde woorden en zinnen. In ieder stadium van het spel zijn er honderden contactpunten tussen iemand en zijn werken en dat contact is prettig en vergoedt iemand, meer dan wat ook, het werk dat hij aan zijn schepping moet besteden. Uw robot neemt ons dat allemaal af!’

Ninheimers koortsachtige verklaring beschrijft een frustratie over de automatisering waarmee we ons allemaal kunnen vereenzelvigen. Iedere keer dat een ooit handmatig proces wordt gestroomlijnd door nieuwe technologie vindt er een verlies van ambachtelijk vakmanschap plaats. Wij, als ontwerpers, zijn steeds meer aangewezen op ons intellect en we zijn afhankelijk van onze software om de ruwe beelden in ons hoofd snel te kunnen illustreren.
Er moet meer aan design te pas komen dan het aanklikken van kleuren en typefaces tot het er goed uitziet. Toch laat software ons geloven dat het daarop neerkomt. Geef me vijf minuten en ik kan je een document geven dat naar de drukker kan. De cliënt wil een andere kleur en typeface? Ach, niks staat in steen gehouwen, het is in vijf seconden veranderd. We hoeven geen redenen voor onze beslissingen te zoeken. De voorlaatste versie is tenslotte maar een Undo terug.
Door toe te geven aan het gemak van het gebruik van softwarepakketten voor ons werk veranderen we langzaam zelf in cliënten en schilderen we onszelf langzaam het schilderij uit:

‘[...] Uw robots corrigeren nu onze drukproeven en vroeg of laat zullen ze het schrijven van ons overnemen, het opzoeken van bronnen, het nalezen en selecteren van passages, ja, misschien zelfs het vormen van conclusies uit bestaande gegevens. En wat blijft er dan voor ons geleerden over? Niet meer dan één ding: het bedenken van de bevelen die aan robots moeten worden gegeven! Ik wil de wereld van de toekomst dit besparen en dat was mij meer waard dan mijn reputatie. Ja, dat was de reden waarom ik koste wat kost US-Robot wilde vernietigen!’

Ook al delen we Ninheimers angst, toch is het uitzetten van de computer en het romantiseren van ambachtelijkheid ook niet alles. In plaats daarvan moeten we actief gaan meedoen aan het vormgeven van onze technologie om processen in gang te zetten die de manier waarop we kleien en vormgeven beïnvloeden. Onze gemankeerde verhouding tot technologie moet terugveranderen in een samenwerking.
In plaats van collectief in te stemmen met de gestroomlijnde tools die ons verkocht worden door grote softwarebedrijven moeten we de persoonlijke verhouding die we vroeger hadden met onze gereedschappen weer opeisen. We moeten interessante wrijvingspunten herintroduceren in onze gladde geoptimaliseerde software. We moeten leren zelf gereedschappen te creëren. Want tenslotte is een computer niet meer dan dat: een gereedschap om gereedschappen te creëren.

Jonathan Puckey is grafisch ontwerper en woont en werkt in Amsterdam. Met het Conditional Design team maakte hij in Items # 2 2010 t/m # 1 2011 beeldcolumns. Hij studeerde in 2006 af aan de Rietveld Academie, en geeft daar nu (met andere leden van het Conditional team, Luna Maurer en Roel Wouters) les in grafisch ontwerpen.

Galley Slave / Galeislaaf
Kort verhaal uit:
The coming of the robots
Isaac Asimov, 1964
Geciteerde Nederlandse vertaling:
De komst van de robots
Zwarte Beertjes 1246
A.W. Bruna & Zoon,
Utrecht/Antwerpen, 1969

Items

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum