Leesfragment: Ik wil nooit vergeven worden

27 november 2015 , door Ted Hughes

1 mei verschijnt deel 275 van de reeks Privédomein: Ted Hughes' Ik wil nooit vergeven worden, brieven, gekozen en vertaald door Nelleke van Maaren. Wij publiceren voor. 'Sylvia heeft maandagmorgen een eind aan haar leven gemaakt. Ze leek eroverheen te komen, ze schreef weer, ze verdiende voldoende geld, ze kreeg allerlei opdrachten, goede besprekingen van haar roman – en een reeks dingen, advocatenbrieven en dergelijke, stapelde zich op, ze werd woest, de dokter gaf haar heel zware kalmerende middelen – en in de tussentijd tussen de ene pil en de volgende heeft ze de kraan van de oven opengedraaid en zich vergast.'

Ted Hughes is een van de grootste Britse dichters van na de oorlog. Zijn veelzijdige productie en gloedvolle voordracht stimuleerden generaties lezers. Daarnaast zou Hughes vooral bekend worden als 'de man van' de legendarische dichteres Sylvia Plath. Haar zelfmoord, kort nadat hij haar verlaten had, wierp een schaduw over zijn leven.

Hughes zag het schrijven van brieven als een 'uitmuntende training voor een gesprek met de wereld'. Deze bloemlezing biedt een selectie uit de duizenden brieven die hij schreef in een periode van vijftig jaar. Ze tonen Ted Hughes in al zijn hoedanigheden: als dichter, minnaar, echtgenoot en vader, als goede vriend en vertrouweling, als nuchtere Engelsman met een fascinatie voor mythologie en het bovennatuurlijke, als liefhebber van de jacht, de visserij en het buitenleven, en als een man voor wie de literatuur een magisch middel was om de werkelijkheid zo intens mogelijk te ervaren.

De vele brieven aan Sylvia Plath bieden een unieke blik op Hughes' relatie met haar. Ook zijn er brieven aan Assia Wevill, de moeder van zijn derde kind, die zich net als Plath van het leven zou beroven. Dit boek schetst een gedetailleerd zelfportret van een complexe, zoekende, gepassioneerde en buitengewoon creatieve persoonlijkheid, die de uitdagingen van zijn veelbewogen leven steeds met open vizier is aangegaan.

Geen enkele Britse dichter, zelfs Keats niet, schreef brieven die ons op zo'n intieme wijze laten kennismaken met de bronnen van zijn kunst. - The Sunday Times

 

 

1963

In de vroege ochtenduren van 11 februari 1963 gebruikte Sylvia Plath de gasoven in haar flat in Fitzroy Road omzelfmoord te plegen.Haar kinderen, die in een andere kamer sliepen, bleven ongedeerd. Over de redenen waaromze zelfmoord pleegde, is eindeloos gespeculeerd, en de lezers van dit boek treffen in de hierna volgende brieven th’s eigen hypothesen aan.Ook de uitwerking die haar tragische daad op de ontwikkeling van zijn persoonlijk leven en zijn schrijven zou hebben, valt daarin terug te vinden.

Aan Olwyn Hughes
[februari 1963]                                 Ms Emory

Lieve Olwyn,
Maandagmorgen omstreeks zes uur heeft Sylvia zich vergast. De begrafenis is aanstaande maandag in Heptonstall.
Ze heeft me om hulp gevraagd, zoals zo vaak. Ik was de enige die haar had kunnen helpen, en de enige die zo afgestompt was door haar toestanden en eisen dat ik het niet herkende toen ze die hulp werkelijk nodig had.
Ik schrijf later meer. Liefs,
Ted

th geeft nu Fitzroy Road 23 op als zijn eigen adres.

 

Aan Daniel en Helga Huws
[februari 1963]                                 Ms Huws

Lieve Dan & Helga,
Sylvia heeft maandagmorgen een eind aan haar leven gemaakt.
Ze leek eroverheen te komen, ze schreef weer, ze verdiende voldoende geld, ze kreeg allerlei opdrachten, goede besprekingen van haar roman – en een reeks dingen, advocatenbrieven en dergelijke, stapelde zich op, ze werd woest, de dokter gaf haar heel zware kalmerende middelen – en in de tussentijd tussen de ene pil en de volgende heeft ze de kraan van de oven opengedraaid en zich vergast. Om 9 uur zou er een kindermeisje komen – ze kon er niet in en het was 11 uur voordat ze Sylvia eindelijk vonden. Ze was nog warm.
De begrafenis is maandag in Yorkshire.
Ik was degene die haar had kunnen helpen, en de enige die niet zag dat ze die hulp deze keer echt nodig had. Geen twijfel mogelijk wie schuld treft.
Ik zal hier voor Frieda & Nick zorgen en een soort kindermeisje zoeken.
Ted

Het poststempel is van 18 februari, een maandag en de dag van Sylvia’s begrafenis. Waarschijnlijk was de brief eerder geschreven en na enige vertraging lokaal gepost.

 

Aan Aurelia Plath
15 maart 1963                                 Ts Lilly Library

Beste Aurelia,
Het was me niet mogelijk deze brief eerder te schrijven. Jean, het kindermeisje, is fantastisch met Frieda en Nick en is al erg aan hen gehecht, vooral aan Nick. Ze is nog beter dan ik dacht dat ze zou zijn. Nu ze aan ons gewend is, is ze minder verlegen. Ze komt uit een klein dorp aan de kust van Dorset, en ze straalt echte plattelandsrust en vanzelfsprekendheid uit. Nick is zijn vroegere zelf, hij loopt een paar stapjes en zegt een paar woordjes. Frieda begint in behoorlijk lange zinnen te praten en kletst aan één stuk door. Ze is ook veel minder egocentrisch nu ze wat gekalmeerd is, en als we gasten hebben, rooft ze alles van hen weg en brengt het naar Nick. Het is niet slecht voor haar zo’n rustig iemand als Jean om zich heen te hebben. Het zou rampzalig voor haar zijn mij nu kwijt te raken.
Ik zal de schok nooit te boven komen en ik verlang daar ook niet erg naar. Ik heb de brieven gezien die Sylvia aan mijn ouders heeft geschreven, en ik vermoed dat ze soortgelijke of nog ergere brieven aan jou heeft geschreven.De bijzondere omstandigheden van ons huwelijk, het huwelijk van twee mensen die zo duidelijk werden beheerst door grote psychische afwijkingen als wij, betekenden dat we elkaar uiteindelijk reduceerden tot een staat waarin onze daden en onze normale geestestoestand veel weg hadden van krankzinnigheid. De manier waarop ze op mijn daden reageerde, lijkt ook in alle opzichten op een soort krankzinnigheid – haar aandringen op een scheiding, terwijl dat het laatste ter wereld was wat ze wilde, de trotse haat en vijandigheid, de kwaadaardige dingen die ze me liet zien, terwijl alles wat ze wilde zeggen, gewoon was dat ze niet verder kon leven als ik niet bij haar terugkwam. Pas de laatste maand werden we opeens vrienden, hechtere vrienden dan we tijdens de twee jaar daarvoor waren geweest. Alles leek voor haar de goede kant op te gaan, en we begonnen gelukkigemomenten samen te hebben. En toen kwam opeens haar boek over haar eerste instorting uit, allerlei andere duivelse details keerden zich tegen haar, ze raakte over haar toeren, smeekte me het land te verlaten omdat ze het niet kon verdragen in dezelfde stad te wonen, mijn aanwezigheid verzwakte haar onafhankelijkheid, enzovoort, daarna heel zware kalmeringsmiddelen, en dan dit. Was ik niet zo blind bezig geweestmet die worsteling met haar, wat had ik er dan niet gemakkelijk doorheen gekeken! En ik had het punt bereikt dat ik had besloten dat we nu ons huwelijk konden repareren. Ze had ermee ingestemd de scheiding stop te zetten. Ik had dat weekend al mijn afspraken voor de twee weken erna afgezegd. Ik wilde haar die maandag vragen mee te gaan op vakantie, naar de kust, ergens waar we niet eerder waren geweest. Bedenk ook hoe het mij te moede moet zijn.
We waren stekeblind, we waren allebei wanhopig, stom en trots – en die trots maakte ons dubbelzinnig, vooral haar. Ik weet dat Sylvia nu eenmaal zo was dat ze mensen die ze het meest liefhad verschrikkelijk moest straffen, maar dit geldt een beetje voor iedereen, en van mijn kant was er alleen intelligentie nodig geweest omhet te kunnen hanteren. Maar de moeilijkheden die daardoor ontstonden, het feit dat de situatie aan de oppervlakte niet problematischer was dan normaal is bij paren die uit elkaar zijn – beter zelfs dan bij de meeste, want ze had geld, roem, florerende plannen en veel vrienden – al die dingen vertraagden het proces van onze verzoening.
Ik wil nooit vergeven worden. Ik bedoel niet dat ik een openbare tempel van rouw en wroeging zal worden, eerder het tegendeel. Maar als er een eeuwigheid is, ben ik daarin verdoemd. Sylvia was een van de grootste, oprechtste geesten ter wereld, en in haar laatste maanden werd ze een groot dichter, en geen andere vrouwelijke dichter, op Emily Dickinson na, kan aan haar tippen, zeker geen levende Amerikaanse.
Ik zal nu dus zorgen voor Frieda en Nick en je hoeft je geen zorgen over hen te maken. Ik zal zo vaak over ze schrijven als ik kan. Frieda gaat net voor het eerst naar school – ze wordt wakker en schreeuwt dat ze naar school gebracht wil worden, en ze doet het daar goed, kan opschieten met andere kinderen en ze heeft twee speciale vriendinnen. Jean legt Nick in bed. Dit kindermeisje kost maar 6 pond per week en ze doet werkelijk alles. Ze heeft anderhalve dag per week vrij.
Ik wist niet hoe ik deze brief moest beginnen en nu weet ik niet hoe ik hem moet beëindigen. Ik schrijf je weer en zal je mijn plannen laten weten.
Liefs,
Ted

 

Aan Assia Wevill
[27 maart 1963]                                 Ms Emory

Assia,
Ik heb vanochtend geprobeerd je te bellen. Ik wilde je zien. Niets van wat we gisteren hebben gezegd, was juist.
Als jij & David uit elkaar gaan, moet het nu voor jullie allebei gemakkelijker zijn dan na nog een maand gezamenlijke ellende.
Zoals het nu is, is het voor ons alledrie beroerd. Als je bij mij komt, lijdt David daaronder. Als je naar hem gaat, lijd jij eronder en lijdt hij dan niet langer? Ik zie niet hoe het hem weer gelukkig kan maken als je jezelf aan hem uitlevert als een gevangene of een lichaam, tenzij het hemgeen klap kan schelen hoe jij je voelt en hij al gelukkig is dat hij je heeft, ook al is het tegen je wil.
Sinds gisteren heb ik niets anders kunnen doen dan bedenken hoe we dit kunnen oplossen. Maar de enige alternatieven zijn dat David accepteert wat jij voelt of dat hij het weigert te accepteren. Als hij het accepteert, is er enige hoop voor ons allemaal – al is het een pijnlijk vooruitzicht voor hem. Als hij weigert het te accepteren, wat voor hoop is er dan voor jou, voor hem of voor mij? Als werkelijk gebeurt wat je hebt gezegd, ga jij eronderdoor. Hij zal eronderdoor gaan in de rotzooi die er het gevolg van is. En ik stapel weer een vergissing op mijn vorige vergissing. Ik heb mijn hele leven nu gericht op de twee kinderen & op wat jij en ik zouden kunnen doen, en jij zegt dat je niet anders dan dat wilt. Ik heb je zozeer geloofd dat ik, als je nu bij David blijft, niet weet wat ik moet doen.
Ik voel me in alles wat ik hierover zeg gebonden door Davids aanspraken op jou.
Hij hoopt & gelooft dat wat jij voelt tijdelijk van aard is & zal veranderen, terwijl ik geloof dat het blijvend is. Dus het is aan jou te handelen volgens je ware gevoel en te laten zien wie van ons ongelijk heeft. Er is geen andere manier om dit op te lossen.
Je weet wat ik voel. Als mijn gevoelens voor jou wankel waren geweest, zouden de afgelopen zes weken ze zeker aan het wankelen hebben gebracht, maar dat is niet het geval, het is me alleen duidelijk geworden hoe definitief ze zijn, vooral het afgelopen weekend. Dit betekent niet dat mijn gevoelens voor jou sterker zijn dan die van iemand anders, bijvoorbeeld die van David, ooit zouden kunnen zijn,maar dat ze volledig zijn en dat je er volkomen van op aan kunt, als je dat wilt. Maar het is nu aan jou om te kiezen.
Zou David je zes maanden niet bij hem, maar bij mij willen laten wonen? Een kortere periode is onzin. Je zegt dat je nu bij hem weg wilt. Als je dan na 6 maanden nog steeds niet bij hem wilt wonen, hoe kan hij je dan opeisen, behalve in wettelijk opzicht, en hijmoet net als jij beseffen hoe zinloos dat is.
Ik bel je vanochtend. Ted

 

Aan Aurelia Plath
13 mei 1963                                 Ts Lilly Library

Beste Aurelia,
Om verschillende redenen heb ik deze brief aan jou steeds uitgesteld – omstandigheden waardoor mijn oorspronkelijke houding ten opzichte van jou verstoord is geraakt en het moeilijk is geworden te weten wat ik moet zeggen zonder eenvoudigweg ongeloofwaardig te worden.
Je zult begrijpen dat je komst in juni me voor een veelvoud aan problemen stelt. Natuurlijk wil je de kinderen bezoeken, maar nu onze herinneringen nog zo rauw zijn, dient dat op een weloverwogen manier te worden aangepakt. Hoe zal bijvoorbeeld je gemoedstoestand zijn wanneer je bij ze bent? Ik vrees dat het gevaar bestaat dat je eenvoudig vervalt in rouw om hen, bijna alsof ze Sylvia zijn, wat ook klopt – vooral Frieda. Of dat je, als je kans ziet die beklemmende sfeer te vermijden, in de verleiding komt iets veel ergers te doen, namelijk hun je liefde op te dringen – om je gevoelens voor Sylvia te bevredigen, en voor hen het gemis van Sylvia’s liefde goed te maken. Dit zou verschrikkelijk kunnen zijn. Je gevoelens voor Sylvia hebben, net als de mijne, niet langer enig object in deze wereld waarop ze zich kunnen richten, dus ze krijgen de kans een onwereldse en misschien zelfs religieuze intensiteit te ontwikkelen – en als zulke gevoelens zich richten op een substituut, zoals Nick en Frieda, worden ze psychisch gedwongen tot een wereld van irreële abstractie, gevoelens die ze niet kunnen begrijpen, die hun realiteitsgevoel ondermijnen en hun karakter vervalsen. Dit is geen theorie, want ik ben het slachtoffer van precies dezelfde gevoelens geweest op een leeftijd dat ik al aanzienlijk beter in staat was om me ertegen te verzetten dan deze kinderen, en de uitwerking was dat ze me in feite krankzinnig maakten, me van de wereld en mijzelf vervreemdden. En bij iemand als jij, Aurelia, die zo graag uiting geeft aan elk gevoel dat je goed acht, zou de impuls om hen in dat soort liefde in te wikkelen een onweerstaanbare en volkomen onbewuste neiging kunnen zijn. Als je zeker weet dat je ze natuurlijk zou behandelen, dat wil zeggen op een ontspannen, rustige manier, zou het goed voor je zijn ze te zien, maar ik ben bang voor het effect van die gespannen, waakzame bezorgdheid voor henzelf en alles om hen heen, die ook Sylvia’s levenmijns inziens zoveelmoeilijker heeft gemaakt dan het had hoeven zijn, hoe moeilijk het soms ook was – ik bedoel een min of meer permanente staat van doodsangst dat er iets verkeerd zou kunnen gaan, vervolgens paniek als dat werkelijk gebeurt, zelfs als het alleen gaat om een trein missen. Wat me doet vrezen dat zulke gevoelens van niet helemaal realistische bezorgdheid op het moment wellicht je leidende motieven zijn, zijn geruchten over dingen die je hebt gezegd die ik natuurlijk vanuit de vs hoor, in combinatie met bepaalde vragen die Warren me heeft gesteld toen hij hier was – vragen die alleen hadden kunnen opkomen in een geest die heel slecht of wellicht verkeerd geïnformeerd was omtrent de stand van zaken – en je eigenwens omvan kennissen vanmij hier details over ons leven te horen waarvan je bang bent dat ik het niet nodig acht die te leveren en die je – in alle oprechtheid – niet behoren aan te gaan. Ik voel me daardoor natuurlijk een voorwerp van onderzoek – en dat is geen toestand waaraan ik me zonder protest onderwerp. Het versterkt ook mijn wellicht onjuiste gevoel dat je vijandig staat tegenover elk verder door mij gekozen leven dat niet Amerikaans is of niet een openbare, berustende houding van berouw en zelfverwijt over Sylvia’s naam is. Aurelia, bega alsjeblieft niet de vergissing te denken dat het leed dat ik Sylvia heb aangedaan, enige aanwijzing vormt voor mijn ware gevoelens voor haar, die gewoon onveranderd zijn. Door wat ik hierboven heb beschreven, onderging mijn liefde voor haar gewoon een tijdelijke gevangenneming door wat ik alleen kan omschrijven als krankzinnigheid, die evenzeer een poging was om mezelf te bevrijden van de wurgende omstrengeling van onze intimiteit als het gevolg van een oorzaak van buitenaf.Mijn liefde voor haar is gewoon blijvend, ik beschouw haar als mijn vrouw en de enige met wie ik ooit zal trouwen, en de twee kinderen zijn de onze. Je moet dit begrijpen, en waak alsjeblieft voor welke neiging in jezelf dan ook om, nu of in de toekomst, Nick en Frieda tot een slagveld te maken.Mijn leven zal ongetwijfeld wat vreemde perioden kennen, maar wie zal zeggen dat dat niet de grootste kansen biedt die ze kunnen krijgen? We kunnen hun leven niet al te zeer tegen het leven beschermen, anders zal dat leven meer zijn dan ze aan kunnen als het komt, of zullen ze zich er niet helemaal in thuis voelen. Ik weet zeker dat je het met dit alles eens zult zijn, en misschien heeft het legioen van berichtoverbrengers de zaken wat gedramatiseerd, zoals ze altijd doen. Maar je begrijpt hoe de stand van zaken is. In het licht hiervan zul je begrijpen hoe gemakkelijk het voor mij is je bezoek hier geheel of voornamelijk op te vatten als een onderzoek naar de omstandigheden hier, een controle of iets dergelijks, en je weet hoe vanzelfsprekend het is je dat kwalijk te nemen. Ik hoopte dat we zouden kunnen voorkomen dat we, hoe onderhuids ook, tegenover elkaar komen te staan,maar dat is onvermijdelijk als jemijn leven en dat van de kinderen niet aan mij overlaat. Dan heb je, zoals gezegd, geen ander alternatief dan af te zien van een hechte relatie met de kinderen of een slagveld te maken van hun loyaliteit.
Je opmerkingen over Court Green illustreren volgens mij je enigszins onwerkelijke manier van denken over de hele zaak. Kun je je voorstellen dat ik met de kinderen woon in de kamers en hoeken van Sylvia’s grootste geluk en ergste verdriet, in feite de locatie van de misdaad die ik haar, mijzelf en alles wat menselijk is heb aangedaan? ‘Historisch belang’ van zo’n plek valt onmogelijk te overwegen. Ik wil mijn deel van de schuld volledig voelen, maar ik wil ook leven, en de kinderen zien leven, zonder erdoor verminkt te raken. En kun je je voorstellen dat Frieda en Nick opgroeien met de herinneringen van die dorpsbewoners? Je kunt ons niet willen verzegelen waar jouw herinneringen zijn verzegeld.Wij moeten een leven creëren dat niet het verleden in wordt gezogen door Sylvia’s magnetische kracht, dus misschien zullen we ongewoon forse sprongen moeten doen. Je zult dit zeker begrijpen, en beseffen dat we moeten mogen leven zonder toezicht van hoeders van het verleden, hoeveel goede bedoelingen ze ook mogen hebben.
Ik ben van plan een huis in Yorkshire te kopen, misschien in de Dales, waar de kinderen alle voordelen van een semi-plattelandsleven zullen hebben, een geworteld huis tussen gewortelde mensen, en tot mijn familie behoren. Misschien gaatHildamet pensioen en komt ze bij ons wonen, want ze wil graag ophouden met werken en is erg op de kinderen gesteld, vooral op Nicholas van wie ze, zegt ze, meer houdt dan ze ooit van haar eigen dochter heeft gehouden. Ze vertelde me dat je haar hebt uitgenodigd om met de kinderen bij jou in Amerika te komen wonen. Volgensmijmoet je fantasiemet je op de loop zijn gegaan om op zo’n idee te komen – en ik vrees dat je zulke ideeën ook mee hierheen zult brengen.
Met Nick en Frieda gaat het prima. Nicholas rent rond en Frieda is heel trots op zijn vorderingen. Hij eet zelf, kletst in een vreemd taaltje en werkt enorme hoeveelheden voedsel naar binnen. Sylvia’s zorgen over zijn oog waren blijkbaar ongegrond. Het lichte scheelzien was een optische illusie, veroorzaakt door de ongebruikelijk diepe huidplooi boven de binnenste ooghoek waardoor de pupil in dat oog dichter bij zijn neus leek te staan en bijna leek te verdwijnen als hij naar rechts keek.Maar het oog is volkomen normaal en de plooi is aan het verdwijnen nu hij groeit. Ik zal je foto’s van ze sturen.
Mijn schrijven, dat nu een vrij stabiel niveau van vakkundigheid heeft bereikt, gaat heel goed, als ik er maar voor zorg dat er geen onderbrekingen zijn, en ons inkomen is in orde. Geleidelijk aan krijg ik Sylvia’s gedichten gepubliceerd in tijdschriften, daarna zal ik ze allemaal in één bundel laten verschijnen, en misschien de gedichten van de Colossus erbij laten herdrukken, zodat alles bijeen is.
Beschouw intussen alles wat ik hier heb geschreven als een poging van mij om al te impulsieve acties van jouw kant inzake de kinderen te voorkomen en je heel openhartig te laten weten wat ik nu eenmaal gedwongen ben te denken.Het ismogelijk dat alles wat ik heb gezegd, voortkomt uit een waanidee en volstrekt onnodig is, en ik vertrouw erop dat het zo is.
Als altijd,
Ted

Hilda Farrar, th’s tante van moederskant, hielp hem voor de kinderen te zorgen.

 

Copyright originele selectie © 2007 Christopher Reid
Copyright annotaties bij de brieven © 2007 Christopher Reid
Copyright brieven © 2007 The Estate of Ted Hughes
Copyright Nederlandse selectie en vertaling © 2012 Nelleke van Maaren/ bv Uitgeverij De Arbeiderspers, Utrecht

Auteursportret cc. via Wikipedia, Maurilbert

Uitgeverij De Arbeiderspers

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum