Een grafrede voor Das Mag door Daan Heerma van Voss

15 mei 2018
| | |

Afgelopen week, tijdens ons evenement rondom de finissage van Das Mag en de lancering van Sampler , hield Thomas Heerma van Voss een grafrede voor zijn geliefde Das Mag. Lees hem hier na.

N.B. Deze week verschijnt de nieuwe roman van Daan Heerma van Voss, Noem het liefde. Morgen publiceren we voor.

Lieve Das Magazin,

Zoals een beroemde Oud-Hollandse streekdichter eens schreef: de dag die we wisten dat zou komen, is aangebroken.

We zijn hier bijeen om stil te staan bij jouw dood, die we allemaal zagen aankomen.

In je laatste interview zei je ten onder te gaan aan je eigen succes. Ja, dat soort dingen zei je, die laatste jaren, toen je begon op te scheppen over berichtjes van Meester Bart, toen je ineens praatte in emoticons. Achteraf kunnen we zeggen dat je jezelf overschreeuwde, dat je bang was.

Dat zegt iedereen altijd, achteraf.

Oké, dit gaat raar klinken. Ik was erbij toen je werd verwekt, op de dansvloer van de Stadsschouwburg. Ik stond ernaast. Nee, ik stapte niet opzij, noch deed ik mee. Het was een mooie aanblik, twee bronstige gasten die elkaar besnuffelden en besprongen. Een dag later was je een embryo. Twee weken later een foetus. Drie maanden later was je een gezonde baby, met mij naast je wieg, die zijn nek strekte om je beter te kunnen zien. Je werd hier geboren, herinner je je dat nog, in dit pand? Ik droeg die dag een rode joggingbroek. Soms wordt me de vraag gesteld: wat zou je anders doen, als je alles opnieuw mocht beleven? Het enige zekere antwoord op die vraag: ik zou minder vaak een rode joggingbroek dragen.

Maar jij hield nu eenmaal van die broek. Jij hield van rare dingen. Van fashion risks. Jij herkende de sprankeling van glorie die in elke mislukking schuilt.

Je groeide snel op. We werden onafscheidelijk. Wat hadden we een plezier. We telden de weken af tot we elkaar weer zouden zien, de dagen, de uren. Op een gegeven moment, dat mag ik nu wel onthullen, werden we intiem. Maar we beloofden elkaar vrij te laten; het werd een open relatie. Ik werd weleens met een ander gefotografeerd, dat was niet handig, waarna jij je pagina's voor allerlei volk opende, volk waaraan ik je vaak had voorgesteld. Maar we vergaven elkaar, altijd.

Oké, er moet me iets van het hart. Op je sterfbed las je een lijst voor met iedereen die in je was geweest. En ja, ik stond op de eerste plek, dat wel, maar is zoiets nodig? Welk nut heeft het, dat ik nu weet dat je zes orgasmen hebt bereikt met Johan Fretz?

Je hoort mij niet beweren dat je dood samenhangt met die promiscue levensstijl, dat hoor je mij echt niet zeggen, dat zou ik nooit doen, niet zonder enig concreet bewijs. Laten we het erop houden dat het niet heeft geholpen. Ja, je was dus een beetje een hoer. Dat is verder ook niet erg, ik bedoel, dat is ook een beroep, maar het moet wel worden gezegd.

[Lange stilte]

Jij zou me nu opstandig aankijken en zeggen: 'Ik was tenminste classy.'

Ja. Je groeide op. We groeiden samen op. We werden classy. Het valt natuurlijk nooit te bewijzen of te ontkrachten, maar ik denk dat we totaal andere mensen waren geweest als we elkaar niet hadden ontmoet. Misschien hadden we elkaar wel nodig, toen, lang geleden.

Wat was je mooi, hè? Die paar middenjaren, waarin je leek te glimmen, waarin iedereen naar ons keek. Wat waren we mooi, samen. Heel soms maakte een van ons een opmerking over eindigheid. Het kon niet voor altijd zijn. Dat is iets nooit.

Over de laatste anderhalf kan ik kort zijn. We zagen elkaar minder vaak. Je belde me minder vaak op, vroeg me niet meer om advies. Soms zag ik je ergens liggen, in een vensterbank, op een vloer, en dan keek ik beschaamd weg. Door de manier waarop je niet terugkeek, wist ik zeker dat je me had gezien. We bleven naar elkaar kijken, over de schutting. We waren trots op elkaar, dat weet ik zeker.

Ik heb je verwekt zien worden, en nu breng ik je een laatste saluut.

Moge je je vrijheid vinden, waar je ook terecht zult komen.

Saluut.

En dan breng ik ook graag een tweede saluut, voor de sampler-auteurs, die aan iets nieuws beginnen. Het tijdschrift is dood. Lang leve het boek.

MINDBOOKSATH : athenaeum