Het verhaal van een vertaling: Geri de Boer over Geir Gulliksen

29 mei 2019
| | | |

Geri de Boer vertaalde Geir Gulliksens Het verhaal van een huwelijk, dat nu genomineerd is voor de Europese Literatuurprijs 2019. Ze vertelde erover tijdens de Vertalersgeluktournee bij Athenaeum Haarlem, en dat verhaal, over hekel aan een personage, Japie Krekel en twijfelachtige interpunctie, kun je nu hier lezen.

N.B. Lees ook een fragment uit Het verhaal van een huwelijk op Athenaeum.nl.

Een afrekening

Boze tongen beweren dat Het verhaal van een huwelijk het verhaal vertelt van Geir Gulliksens eigen huwelijk en de teloorgang daarvan. Een van die tongen, en niet de minste, is de ex van de auteur. Het boek veroorzaakte in Noorwegen een enorm debat over het waarheidsgehalte van boeken in het algemeen en van dit boek in het bijzonder. Gulliksen wilde lange tijd niet meedoen aan die discussie. Maar nadat zijn ex in een artikel in Aftenposten, de grootste krant van Noorwegen, had geschreven dat ze zich geëxposeerd, ja zelfs gekidnapt voelde, schreef Gulliksen een tegenartikel waarin hij zich daartegen verweert.

Nee, zegt hij, Het verhaal van een huwelijk was geen poging om af te rekenen met zijn ex en ook niet om te verwerken dat zij er met een ander vandoor was gegaan. Wel erkent hij dat goede literatuur haar oorsprong vindt in het echte leven. Hij wilde ‘een verhaal schrijven dat dicht bij het leven lag, niet mijn eigen leven, maar het leven zoals velen van ons het kennen’. Dit boek is fictie, maar gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Kort voordat het boek in Noorwegen verscheen, had hij het aan zijn ex gestuurd en gezegd: het zal wel uitgelegd worden als een verhaal over ons, maar jij weet toch dat ik niet op die manier schrijf. Daar had ze niet op gereageerd, en nu kwam dan opeens dat artikel in Aftenposten, waarin ze trouwens ook schreef dat ze het boek slechts gedeeltelijk had gelezen.

En inderdaad, oppervlakkig gezien zijn er overeenkomsten met zijn vorige huwelijk en zijn scheiding, zegt Gulliksen. ‘Man en vrouw zijn getrouwd, vrouw wordt verliefd op een ander, man raakt volkomen wanhopig, liefde – of wat het ook was – kapot.’ Verder gaat het boek over een man die wel op Gulliksen lijkt: hij draagt bijvoorbeeld net zulke ongestreken overhemden, hij heeft net zo’n grote neus, en bovendien beschikt hij over hetzelfde vermogen om zich gekrenkt te voelen. Sommige dingen zijn wel ongeveer hetzelfde: de hoofdpersoon werkt niet bij een uitgeverij, zoals Gulliksen zelf, maar is wel journalist en kinderboekenschrijver, hij is veel thuis en hij houdt ervan om een soort mannelijke huisvrouw te zijn. Maar daarmee houden de overeenkomsten op.

De vrouwelijke hoofdpersoon lijkt ook niet op zijn ex, vindt Gulliksen. Het enige wat die gemeen hebben, is het sociale milieu waaruit ze afkomstig zijn en een voorliefde voor buitensporten. Maar toen hij het boek schreef, had Gulliksen al een nieuwe relatie, en ook daarvan is ongemerkt van alles in dit boek terechtgekomen, zegt hij, vooral waar het gaat om intieme en emotionele details – ik moet eerlijk zeggen: ik benijd die mevrouw niet.

Fikse hekel

Ik weet dus dat Gulliksen deze discussie over het werkelijkheids­gehalte van zijn boek verwerpelijk vindt. Waarom ga ik er hier dan toch zo uitvoerig op in?

  • Ten eerste omdat het gewoon leuk is. Een literaire rel is altijd smullen, toch?
  • Ten tweede omdat ik bij dit boek te weinig vertaalproblemen heb gehad om een hele lezing mee te vullen, maar
  • Ten derde vooral omdat het zo herkenbaar is dat de schrijver de schuld krijgt van de daden van de hoofdpersoon.

Natuurlijk weet ik ook wel dat je de auteur en de protagonist niet met elkaar mag verwarren, maar dat ik gaandeweg een fikse hekel aan de ik-figuur kreeg, was toch wel enigszins een inbreuk op mijn vertalersgeluk. Dus toen ik het volgende boek van Gulliksen ter vertaling aangeboden kreeg, heb ik wel even geaarzeld of ik nog zo’n type aankon en mezelf moeten voorhouden dat ik Gulliksen niet mocht vereenzelvigen met zijn personages. Bovendien: het is natuurlijk verschrikkelijk knap als een schrijver een personage zó kan neerzetten, en zulke gevoelens bij de lezer kan oproepen. Daarvoor moet je heel goed kunnen schrijven. En goed geschreven is dit boek zeker: snel, helder, beeldend – bijna voyeuristisch – emotioneel, pijnlijk. 

Afgezien van mijn antipathie voor de hoofdpersoon (maar die zegt misschien meer over míj...), had ik dus weinig problemen bij het vertalen van dit boek. Goed geschreven boeken leveren meestal minder dilemma’s op dan slecht geschreven boeken, is mijn ervaring. Ik kan me eigenlijk maar twee dingen herinneren waarover ik heb zitten dubben.

Timmy of Japie of Jiminy

Het eerste was cultureel van aard. Culturele verschillen – het afwijkende onderwijs­stelsel, het nét even andere juridische systeem, aardrijkskundige begrippen of typisch Scandinavische gerechten – zulke dingen kunnen je soms flinke hoofdbrekens bezorgen. Als het geen belangrijke rol in het boek speelt, kun je een verschil soms een beetje wegmoffelen; als het wel belangrijk is, probeer je soms onopvallend een kleine toelichting in de vertaling te verwerken. Maar soms is een verschil zo cruciaal dat je er niet omheen kunt.

In dit boek was het cruciaal dat de ‘ik’ zijn vrouw in de brontekst Timmy noemt, naar Timmy Gresshoppe. Dat dat een figuur uit de kinderfilm Pinokkio is en dat die in het Nederlands Japie Krekel heet, kun je in tien seconden op internet vinden. Maar dan komt het probleem: Japie is niet echt een koosnaam voor een vrouw – en tot overmaat van ramp gaat die vrouw zich later zélf ook bij die koosnaam noemen. Ik kan me al weinig Nederlandse mannen voorstellen die hun vrouw Japie noemen, maar al helemaal geen Nederlandse vrouwen die zichzélf Japie gaan noemen. Maar wat zijn de alternatieven?

Timmy Gresshoppe laten staan? Dat vond ik geen optie. In het Nederlands bestaat Timmy Gresshoppe niet (‘gresshoppe’ is gewoon het Noorse woord voor ‘krekel’), dus daar kun je ook niet iemand naar vernoemen. Om dezelfde reden heb ik ook de Engelse naam van het figuurtje verworpen: Jiminy Cricket – hoewel dat wel wat lichter klinkt dan Japie Krekel.

Japie is misschien een beetje ouderwets. Ik vond Krekel gevoels­matig iets vrouwelijker, maar ja, dat is toch geen voornaam? Krekeltje in de verkleinvorm vond ik weer wat al te klein worden en niet zo passen bij de vrouwelijke hoofdfiguur. En in de context van dit boek, waarin de rolverdeling toch al niet erg traditioneel is, past een jongensnaam eigenlijk ook wel. In de Disney-film is de figuur Japie Krekel ook een mannetje, en in Noorwegen is Timmy een jongensnaam die niet veel voorkomt, net als Japie tegenwoordig bij ons. Bovendien wordt bij de introductie van het personage duidelijk uitgelegd waar de bijnaam vandaan komt, dus toen ik het dilemma deelde met mijn redacteur en zij haar voorkeur uitsprak voor Japie, heb ik toch maar voor Japie gekozen.

Stampend en stotend

Het tweede probleem was van taalkundige aard. Anders dan veel andere vertalers ben ik niet in de eerste plaats letterkundige, maar taalkundige. Ik probeer ook wel te letten op meer letterkundige aspecten van een boek, maar ik ben vooral erg gevoelig voor de structuur van een tekst, de zinsbouw, de grammatica, de spelling.

In dit boek vielen me taalkundig gezien twee dingen op: veel parallel gebouwde zinnen en veel zinnen met een twijfelachtige interpunctie.

Neem bijvoorbeeld de pagina’s 18 en 19: ‘Ze kreeg zin... ze rende... ze draaide... ze ging... ze schopte... ze had... ze hield ervan...’ enz. enz. Zo’n opeenvolging van gelijkvormig gestructureerde zinnen wordt in het Nederlands lelijk geacht. In Noorwegen is men daar wel toleranter in, maar daar krijg je er toch ook niet meteen de schoonheidsprijs voor.

Of neem pagina 88: de één zegt iets, komma, nieuwe regel, nieuwe alinea, geen hoofdletter; de ander zegt iets, komma, nieuwe regel, nieuwe alinea, geen hoofdletter; de eerste zegt weer iets, enzovoorts. In het Noors staan er dan ook niet eens aanhalingstekens, maar alleen een gedachtestreepje aan het begin van de repliek. Dat laatste is heel gebruikelijk in Scandinavië, dus daar heb ik toch maar aanhalingstekens van gemaakt, want dat is hier toch de gewoonte. Maar verder heb ik de interpunctie van de schrijver gehandhaafd, zoals ik ook de staccato zinnen heb gehandhaafd.

Want Gulliksen heeft, denk ik, een heel duidelijke reden voor deze manier van schrijven. Hij maakt er tempo mee, het geeft het boek vaart en helderheid – en vooral bij scènes die met seks te maken hebben, is zo’n stampend, stotend ritme eigenlijk wel op zijn plaats. Er komen alleen best veel van dat soort scènes in het boek voor, en soms dreigde het toch een beetje al te mitraillerend te worden, vond ik. Dus hier en daar heb ik een paar zinnen omgevormd tot samen­gestelde zinnen, want zo doen we dat in het Nederlands nu eenmaal vaak, maar meestal heb ik de zinsbouw en het ritme van de brontekst toch gewoon gehandhaafd.

In het volgende boek van Gulliksen, dat binnenkort bij Ambo/Anthos verschijnt onder de titel Kijk ons nu eens heb ik nog veel meer geworsteld met dit interpunctieprobleem. Daar staan tussen al die gelijkvormige zinnen ook nog komma’s in plaats van punten, en dan gaat het toch echt niet altijd om seksscènes of om tempo in het algemeen, dus daar begreep ik niet altijd wat de diepere zin van al die zonden tegen de interpunctieregels was, en had ik nog veel vaker de aanvechting om punten te zetten en gecompliceerdere zinnen te maken. Want interpunctie dient toch alleen maar om het lezen te vergemakkelijken? Maar in hoeverre tast je dan de stijl van de schrijver aan, en mag dat wel?

Over het vertalen van interpunctie is bij mijn weten nog niet veel geschreven. Misschien moet ik dat maar eens gaan doen.

Want, stel je voor dat ze me weer eens vragen een lezing te geven...

Geri de Boer vertaalde werk van onder anderen Steve Sem-Sandberg, David Lagercrantz, Jonas Karlsson, Bengt Ohlsson en Hjorth Rosenfeldt. Ze houdt ervan boeken over geschiedenis te vertalen.

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum