Recensie: Met Montaigne in de sauna

18 januari 2016 , door Pieter Hoexum
| | |

Te zeggen dat Michel de Montaigne zich in zijn Essays blootgaf is een eufemisme. De essays zijn een striptease waarbij ook het laatste vijgenblad afgaat. Eigenlijk gaat Montaigne nog verder dan Stephan Sanders die naakt poserend de cover van een recente Filosofie Magazine siert. Montaigne geeft the full monty, hij is een van de zeldzame filosofen die zijn geslachtsdeel ter sprake brengt, want 'geen enkel deel kenmerkt mij zozeer als man als juist dit'.

Vleeswording

Vorm of vent? Goeie vraag, maar in geval van de essays van Montaigne niet anders te beantwoorden dan met het misschien wat laffe: onmogelijk te zeggen... beide even veel. In Montaignes essays vallen vorm en persoonlijkheid samen: hij is zijn stijl. De mens en zijn werk, het lichaam en de geest... ze klonteren samen en vormen een onontwarbare kluwen. Het woord is vlees geworden.

In zijn 'Aan de lezer' bij de uitgave van 1580 van de Essais, waarschuwt Montaigne de lezers: 'Ik vorm zelf de stof van mijn boek; u zou wel gek zijn uw tijd te verdoen met een zo frivool en ijdel onderwerp.' Met die ijdelheid valt het nogal mee, want Montaigne doet zich nergens mooier voor dan hij is, en als hij dat doet is hij zo eerlijk het erbij te zeggen. Hij is bijvoorbeeld nogal klein van stuk en bekent graag paard te rijden omdat de mensen dan eindelijk ook eens tegen hem op moeten kijken. Om dat soort eerlijkheid gaat het Montaigne: 'Ik wil dat men mij ziet in mijn eenvoud, gewoon zoals ik ben, ongedwongen en zonder opsmuk: want ik portretteer mijzelf.'

Een nieuw continent

Nederland mag zich gelukkig prijzen met twee moderne vertalingen de Essays, een hele goede van Frank de Graaff en een hele mooie van Hans van Pinxteren. Die laatstgenoemde vertaling kwam eerst in deeltjes uit en daarna in zijn geheel. Voor wie terugschrikt voor een uitgave met meer dan 1.500 pagina's is er nu weer een aantrekkelijk soort opstapje verkrijgbaar: twee essays in één bandje, 'Over de vriendschap' en 'Over enige verzen van Vergilius'.

Het essay over vriendschap is wellicht het meest beroemdste essay van Montaigne. Het gaat over zijn vriendschap met Étienne de La Boétie, de vroeggestorven schrijver van het roemruchte Vertoog over de vrijwillige onderdanigheid. Over La Boétie komt de lezer eigenlijk teleurstellend weinig aan de weet - wat jammer is, omdat het zo'n fascinerende figuur is - Montaigne heeft het toch vooral over zichzelf... Heel erg is dat dan ook weer niet, het levert een mooi en ontroerend essay op.

Maar Montaigne is hier als essayist zeker niet op zijn best. Oké, er staat die onsterfelijk mooie omschrijving: 'Omdat hij het was omdat ik het was.' Vriendschap is niet te ontleden of ergens toe te herleiden. Maar het is ook een wat braaf essay, waarin de nadruk ligt op geestelijke zaken - vriendschap is bij Montaigne vooral geestverwantschap. Bovendien overschrijdt hij de grenzen van de ontroering nogal eens en wordt soms ronduit larmoyant.

Veel interessanter, want complexer en rijker geschakeerd, is eigenlijk 'Over enige verzen van Vergilius'. Hier gaat Montaigne werkelijk op ontdekkingsreis, hier verkent hij op de tast een nieuw continent: zijn eigen lichaam. De aanleiding voor het essay vormen, zoals de titel zegt, enkele regels uit de Aeneas van Vergilius, maar zoals altijd bij Montaignes essays wordt het geen samenhangend betoog maar eerder een reeks uitweidingen over verwante onderwerpen zoals het huwelijk, liefde, hartstocht, ouderdom en vooral seks. Hier maakt Montaigne waar wat hij in het 'Aan de lezer' min of meer beloofde: 'Als ik onder een van die volken had geleefd waarvan het heet dat zij nog de gelukzalige vrijheid van de oorspronkelijke natuurwetten genieten, weet dan dat ik mij volgaarne spiernaakt had laten zien, ten voeten uit.'

Sauna

Natuurlijk - en gelukkig - poseerde Stephan Sanders niet slechts voor de cover van Filosofie Magazine, maar schreef hij daarin ook een mooi artikel, over lichaamsoefening en over de filosoof Frits Staal en met name over de man, de 'vent', Frits Staal. Sanders kende Staal-de-intellectueel al, maar leert op een gegeven moment ook de man kennen, en dat blijkt minstens zo leerzaam. Van Staal leert Sanders een nieuw soort, 'achteloze' lichaamsoefening. Staal trainde namelijk veel, maar niet om zijn lichaam te perfectioneren en om te vormen tot een statement. 'Frits Staal werd voor mij het precieze tegendeel van dit gestandaardiseerde lichaam. Hij liet me de mogelijkheid zien het lichaam te trainen, zonder dat het een publieksstunt werd. Zijn lichaam bleef zijn privé, het deed geen politieke uitspraken met zijn spieren, het behield zijn eigenheid.'

Veel later, in 2011, bezoekt Sanders met Staal, die dan al oud is, in Amsterdam een sauna: 'Ik zag toen dat dit voorbeeldlichaam inmiddels was afgeleefd, dat het verschrompeld was. Maar ook daar schaamde hij zich niet voor. Hij liep er net zo vanzelfsprekend mee rond als vroeger, toen het nog getraind was.' Het lezen van Montaignes essay 'Over enige verzen van Vergilius' kan je geloof ik het beste omschrijven als het samen met Montaigne bezoeken van een sauna.

N.B. Filosofie Magazine is verkrijgbaar bij ons Nieuwscentrum.

Pieter Hoexum  is filosoof, publicist (voor o.a. Trouw) en huisman. Hij was boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel. Zijn boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen verscheen in 2003, begin 2014 verscheen Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Hij heeft ook een website, pieterhoexum.wordpress.com.

MINDBOOKSATH : athenaeum