Recensie: Het ontstaan van de Verenigde Naties ontluisterd

02 november 2010 , door Joop Hopster
| | | | | | | | |

De Verenigde Naties zijn niet opgericht door wereldvreemde idealisten, maar door landen die allemaal hoopten hun eigen belangen ermee te kunnen dienen. Het instituut VN is niet zomaar – als een enchanted palace – uit het niets opgedoken, maar is vooral een 'doorstart' van de Volkerenbond. En bovendien zijn de VN niet geworden wat wie dan ook ervan verwachtte. Mark Mazower zet zich in No Enchanted Palace hard af tegen een utopisch beeld van de VN, en belicht de ideologische oorsprongen ervan aan de hand van een handvol denkers en politici. Wie een verheven idee heeft van de VN, moet dit boek zeker lezen; en wie dat toch al niet heeft, krijgt hier haarfijn uitgelegd waardoor dat komt, zegt joop hopster.

Mark Mazower, hoogleraar aan Columbia University, is waarschijnlijk het bekendst vanwege Dark Continent. Europe's Twentieth Century, een boek waarin ideologie een grote rol vervulde. Hij bekeek hierin de geschiedenis van de twintigste eeuw als een conflict tussen communisme, liberalisme en fascisme/nationaal-socialisme. No Enchanted Palace. The End of Empire and the Ideological Origins of the United Nations is een soortgelijk boek: institutionele geschiedenis vind je er niet in, jaartallen zijn schaars, en ideologie speelt een hoofdrol in dit prikkelende, essayistische boek over het ontstaan van de Verenigde Naties.

Mazower beklemtoont de grote mate van continuïteit tussen de Volkerenbond en de Verenigde Naties. Hoewel er wel degelijk verschillen waren – de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie waren lid, er kwam een vetorecht voor permanente leden van de Veiligheidsraad, nationale soevereiniteit kreeg meer gewicht en bescherming van minderheden minder –, waren de Verenigde Naties ook volgens onderhandelaars en andere tijdgenoten vooral een voortzetting van de Volkerenbond onder een andere naam, die vooral diende om associaties met de besmette naam van de Volkerenbond te vermijden. De bij de oprichting van dit nieuwe instituut betrokkenen koesterden echter allemaal hun eigen hoop en plannen.

De eerste van de ideologen die Mazower behandelt, is de Zuidafrikaanse premier Jan Smuts, die ervan overtuigd was dat het witte ras een civilising mission had in Afrika, omdat zwarten nog niet toe waren aan zelfbestuur. Smuts was een van de drijvende krachten achter de hoogdravende retoriek van de preambule van het VN-Handvest – wonderlijk voor iemand die aan de basis stond van de apartheid. Hij hoopte dat de grootmachten via de VN konden zorgen voor wereldvrede, de verspreiding van Europese idealen en het instandhouden van de koloniale rijken.

Nummer twee is Alfred Zimmern, een internationale betrekkingen-specialist uit het interbellum, die geloofde in de morele superioriteit van de values van het Britse imperium, en hoopte dat de omvorming tot Commonwealth het voortbestaan ervan zou kunnen redden; dat klonk immers gelijkwaardiger, maar het geheel zou intact blijven. De Verenigde Naties zouden een soort wereldwijde uitbreiding van het Britse Commonwealth moeten vormen. Na zijn teleurstelling over het instorten van het Britse imperium veranderde hij van mening over onder wiens leiding de wereldgemeenschap zou moeten staan: voor hem werden toen de Verenigde Staten in plaats van Groot-Brittannië de hoeder van de wereldgemeenschap, die het lichtende morele voorbeeld zou moeten geven.

Na deze imperialistische internationalisten gaat Mazower in op Joseph Schechtman en Raphael Lemkin, twee Joodse denkers die in 1941 naar de Verenigde Staten waren gevlucht. Schechtman was gedesillusioneerd doordat de Volkerenbond gefaald had bij het beschermen van minderheden: uiteindelijk hadden staten binnen hun nationale grenzen vrijwel ongestoord hun gang kunnen gaan. Met zoveel nadruk op nationale soevereiniteit geloofde hij niet langer in internationaal recht en hij pleitte dan ook voor grootscheepse volksverhuizingen op basis van etniciteit, zodat met de etnische minderheden ook de minderhedenproblemen vanzelf zouden verdwijnen. Raphael Lemkin trok exact de omgekeerde conclusie: de genocide (een term van Lemkin) op de Joden betekende voor hem dat het internationaal recht juist versterkt moest worden, precies omdat het had gefaald. 

De laatste hoofdpersoon is Jawaharlal Nehru, de eerste Indiase premier, die lijnrecht tegenover Jan Smuts kwam te staan in de VN. Waar Smuts had gehoopt dat de VN een middel konden zijn waardoor koloniale rijken zouden kunnen blijven bestaan, toonde Nehru aan dat de VN ook gebruikt kon worden als forum en vehikel voor antikolonialisme. Nehru protesteerde tegen de slechte behandeling van de Indiase minderheid in Zuid-Afrika, en wist voor elkaar te krijgen dat de VN een rol kreeg bij conflicten binnen het Britse Commonwealth; exact het omgekeerde van wat Smuts voor ogen had gehad.

Waar de Volkerenbond nog verlangde dat lidstaten etnische minderheden beschermden, kreeg nationale soevereiniteit in de Verenigde Naties een groter gewicht ten koste van de bescherming van minderheden. En met het anti-kolonialisme ontstonden er steeds meer nationale staten, die veelal lid werden van de VN. De grootmachten, die hadden gehoopt de VN te kunnen gebruiken voor hun eigen belang, kregen met de groei van het aantal lidstaten steeds minder te zeggen. En de voormalige koloniën hechtten doorgaans ook veel belang aan aan hun eigen soevereiniteit en wilden internationale inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden voorkomen. Zo werden de VN geleidelijk aan een andere instituut dan wie dan ook vooraf had verwacht. No Enchanted Palace maakt inzichtelijk hoe dit zijn beslag kreeg, en hoe de teleurstelling over wat de VN vermogen, met de tijd gegroeid is. Een soms droevig stemmend, maar nuttig boek.

Joop Hopster is redacteur van het Historisch Café.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum