Recensie: Handel duurzaam, naar de urgentie van de pasgeborene

30 november 2015 , door Leonhard de Paepe
| | | | |

In 1978 zit Hans Jonas in prettige afzondering in Villa Feuerring in Beth Jizchak (Israël). De dan 75-jarige veteraan, die zeker acht jaar lang in Europa en het Midden-Oosten deelnam aan allerlei veldslagen, legt de hand aan wat zijn meest bekende werk zal worden: Das Prinzip Verantwortung. Het is nu vertaald als Het principe verantwoordelijkheid. Onderzoek naar een ethiek voor de technologische civilisatie door Ingrid ten Bos, en de actualiteit en algemene geldigheid voor de problemen van nu is verbijsterend. Door leonhard de paepe.

Leerling van Heidegger

De Joodse filosoof Hans Jonas werd geboren in 1903 nabij Venlo in Mönchengladbach, hij studeerde theologie en filosofie in Freiburg en Berlijn, en in Heidelberg onder Martin Heidegger, die hem onderwees in de fenomenologie en hem de vraag naar het Zijn leerde. Toen zijn leermeester zich aansloot bij de nsdap voelde Jonas zich gedwongen Europa te verlaten en begon een roerig en gevaarlijk leven. Hij trok naar Engeland en later naar Noord-Amerika waar hij uiteindelijk zal sterven.

Als oude man beproeft hij nog eenmaal zijn getrainde hersenen en schrijft het boek dat hem beroemd zal maken. Hij voelt zich te oud om de moeite te doen in het Engels te schrijven en keert terug naar zijn moedertaal, het Duits, en hij verontschuldigt zich voor de klad in zijn Frankische Duits, die het door de lange jaren buiten zijn geboorteland ongetwijfeld zal vertonen. Maar Het Principe verantwoordelijkheid is een onderzoek waarin de lessen van Heidegger met name in de eerste hoofdstukken goed merkbaar zijn.

Want hij begint een filosofieboek zoals alleen deze generatie Duitse denkers ze kan schrijven. Vanaf het allereerste begin is zijn argumentatie ijzingwekkend precies. Van de veranderde menselijke conditie, naar de vraag van het zijn, en de menselijke verantwoordelijkheid, zonder ooit een stap te maken die niet waterdicht filosofisch onderbouwd is.

Veel is ontzettend

Jonas begint met een gedicht uit Sophocles' Antigone, waarin de mens wordt beschreven als een wezen dat angstaanjagend is:

Veel is ontzettend, en niets
Ontzettender dan de mens.

Ontzettend is de mens, omdat hij alleen de elementen en zelfs wilde dieren aan zich onderwerpen kan met louter en alleen zijn verstand. Hierin is hij het wezen dat heerst over de natuur.

In de rest van het boek zal Jonas dit eeuwenoude inzicht met grote urgentie betrekken op zijn tijd. De urgentie die de oude man voelde, het onheil dat hij aan zag komen, heeft – helaas – nog weinig aan betekenis ingeboet. Vrijwel alle termen in het hedendaagse debat komen langs: milieucrisis, energiecrisis, genetische manipulatie, ‘have’s and have-nots’, ‘global city’, de eindigheid van natuurlijke hulpbronnen, tot aan ecologie en internationaal terrorisme! (in 1979!).

De mogelijkheden van de technologie

Dit alles is de achtergrond van het fundamentele inzicht van Jonas: de techniek is in onze tijd zo krachtig geworden dat zij ons in staat stelt dingen te doen waarvan de consequenties ontzettend zijn. Ingrijpender dan ons denken kan voorspellen. Niet alleen omvatten de consequenties voor het eerst hele continenten, maar ze brengen ook toekomstige generaties in situaties waar ze niet meer verantwoordelijk voor zijn, maar waar ze zich wel toe moeten verhouden.

Die verantwoordelijkheid, die volgt uit de ontzettende mogelijkheden die de mens dankzij de moderne technologie heeft, ligt, aldus Jonas, of wij het willen of niet, in onze handen. Jonas, die dit ruim dertig jaar voordat (onze) politici het beginnen te begrijpen, inziet voelt zich genoodzaakt om de consequenties daarvan te doordenken.

Handel duurzaam

Het principe verantwoordelijkheid is een ethiek die hieraan wil beantwoorden. Hij wijst erop dat alle vormen van ethiek tot nu toe - ‘Heb je naaste lief zoals jezelf’, ‘Maak je eigen welzijn ondergeschikt aan het algemeen belang’, ‘Behandel je medemens nooit alleen als middel, maar ook altijd als doel op zich’, enzovoort - nooit rekening hielden met de toekomst. Ze hebben allemaal een inherente onmiddellijkheid. Maar de mens was ook niet eerder in staat om komende levensvreugde en levenscondities zo te bedreigen door lichtzinnigheid nu.

De onverbiddelijke zwaarte van dit inzicht legt hij neer hij in een variant op Kants beroemde ‘categorische imperatief’: handel zo dat de gevolgen van je handeling niet in strijd zijn met de duurzaamheid van echt menselijk leven op aarde.

Jonas voegt dus het element tijd toe, maar laat niet na om te waarschuwen tegen utopie. Iedere utopie spiegelt de mens een eindtijd voor waarin alle leven op aarde zijn uiteindelijke bestemming vindt. Dit idee is zelf verantwoordelijk voor grandioze lichtzinnigheden die de levens van alle Europeanen op een of andere wijze hebben geraakt. Er is geen paradijselijke bestemming en we zijn niet in staat om de natuur uiteindelijk volledig te humaniseren, zoals utopisten ons beloven. We zijn een kwetsbaar en dubbelzinnig wezen, dat nooit is wat hij denkt, en nooit denkt wat hij is. Met deze onzekerheid over onszelf moeten we leven.

Het kind als oerobject van de verantwoordelijkheid

Al wat we zeker weten, is dat er een plicht is om voort te blijven bestaan - dat is het ethisch appèl van de pasgeborene. In het kind ontwaart Jonas het oerobject van de verantwoordelijkheid. Zo zijn wij gedwongen onszelf te beteugelen omwille van de mensheid zelf. Zijn oplossing noemt hij de heuristiek van de vrees. Een zoekend, bescheiden en terughoudend denken, dat liever zichzelf iets ontzegt dan een weddenschap aan te gaan met de natuur met als inzet de volgende generaties.

En zo bespreekt Jonas zijn inzicht met de autoriteit van zijn urgentie en het ambacht van zijn jarenlange filosofische scholing. Hij trekt zijn oorspronkelijke gedachte van de ethiek naar de ontologie, van de vrije tijd naar de vriendschap, en van het socialisme naar het kapitalisme. En van de utopie naar de politieke verantwoordelijkheid. Zonder zijn argumentatie ooit te ontslaan van zijn strengheid, lijkt Jonas te willen schreeuwen, dat de uitdaging voor de eenentwintigste eeuw niet is: redt de banken, maar: redt de mensheid.

Dit boek verdient een eerste vertaling in het Nederlands, al is het dan dertig jaar later. Aan urgentie heeft het boek weinig ingeboet. Nimmer probeert Jonas ons niet als een botte politicus te overtuigen: hij laat zijn redenering voor zich spreken. Hij laat de waarheid schijnen.

Leonhard de Paepe studeerde aan de kunstacademie en is filosoof. Hij is docent Esthetica aan de de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK).

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum