Recensie: Watson! The game is afoot!

30 november 2015 , door Martin Smit
| | | |

Vlak voor zijn dood liet Dr. John Watson, biograaf en ‘beste vriend en collega,’ van consulting detective Sherlock Holmes, testamentair vastleggen dat het manuscript van het laatste door hem opgetekende avontuur over de Londense detective, pas honderd jaar later openbaar mocht worden gemaakt. Het zou te schokkend zijn voor de publieke opinie om het eerder prijs te geven, zo stelde hij. Het onthutsende relaas zou in het Engeland van honderd jaar geleden een te grote schok teweeg gebracht hebben.

Anthony Horowitz – bekend als fantasy–auteur, schrijver van jeugdliteratuur en als scenarist van televisieseries als Foyle’s War, Midsummer Murders en Hercule Poirot – is de bezorger van dit ‘laatste manuscript van Dr. Watson,’ nu geboekstaafd als Het huis van zijde (The House of Silk, vertaald door Dennis Keesmaat). Door martin smit.

Het authentieke verslag van Dr. Watson, zo meldt de auteur, kan nu eindelijk aan de openbaarheid worden prijs gegeven, ook al gaan die honderd jaar niet helemaal op, want Watson schreef het in 1915. En inderdaad, de zaak die door Sherlock Holmes moet worden opgelost – met enige weemoed door Dr. Watson op papier gezet – blijkt precaire en stuitende elementen te bevatten, die ook nu nog Britse aristocratische en hooggeplaatste kringen in diskrediet zouden kunnen brengen. De voorzichtigheid die Watson in acht nam, was zeker niet voorbarig. Daarnaast blijkt het verhaal aspecten te bevatten die in het licht van recente onthullingen over seksueel misbruik van minderjarigen, opvallend actueel blijken te zijn. Maar niet gezeurd, het belangrijkste is dat na ruim tachtig jaar voor lezers van Sherlock Holmes opnieuw de zo vertrouwde roep op 221B Baker Street klinkt: ‘Come on, Watson! The game is afoot!’

Na de dood van Holmes…

Sir Arthur Conan Doyle (1859–1930) schreef tussen 1887 en 1927 56 korte verhalen en vier romans over Sherlock Holmes. Doyle was niet de eerste auteur in het detectivegenre maar hij wist het wel te populariseren. Voor Conan Doyle was het schrijven van verhalen over Holmes broodschrijverij, hij wilde liever een echte literator zijn. Om van zijn detective af te zijn liet hij deze in The Final Problem (1893) samen met zijn aartsvijand professor Moriarty in de Reichenbach–waterval storten. Het lezerspubliek, gewend aan de Holmes–feuilletons in het populaire tijdschrift The Strand, tekende protest aan: hoon en afkeuring waren Conan Doyles deel. Zodanig dat hij zich enige tijd later gedwongen voelde Holmes terug te laten keren. Hij publiceerde nog tientallen nieuwe door Dr. Watson geschreven avonturen over Sherlock Holmes.

… en van Conan Doyle

Een Engelse krant meldde onlangs dat schrijver Anthony Horowitz (1956), enkele minuten nadat hij door de erven Conan Doyle was gebeld met het verzoek of hij een nieuwe roman over Sherlock Holmes wilde schrijven, hij al voor zijn computerscherm ging zitten. In werkelijkheid echter duurden de onderhandelingen over vorm, inhoud en de door de erven gewenste authenticiteit enkele maanden. Voor Horowitz was het verzoek een vervulling van een jeugddroom, voor de erven de eerste maal dat zij een auteur daadwerkelijk verzochten een nieuw Sherlock Holmesverhaal te schrijven. Na de dood van Conan Doyle hebben weliswaar diverse auteurs nieuwe verhalen rond de detective geschreven, onder wie detectiveschrijvers John Dickson Carr (tevens biograaf van Arthur Conan Doyle) en Ellery Queen, maar deze verhalen verschenen zonder goedkeuring van de erven.

De recente televisieserie Sherlock (2010) en twee nieuwe speelfilms over Holmes bewijzen dat diens avonturen nog steeds tot de verbeelding spreken. Wellicht heeft de serie Sherlock – Holmes als een moderne detective in deze tijd – de Erven Doyle juist bewogen de oorspronkelijke ingrediënten van de Holmesverhalen weer tot leven te willen wekken.

Vertrouwd labyrint

Horowitz zet zijn Holmesverhaal op volgens het klassieke Conan Doylestramien: een op het eerste gezicht onbeduidende zaak, leidt door een opeenvolging van gebeurtenissen en sporen tot een veel grotere en ingewikkelder affaire. Feiten die los van elkaar lijken te staan, blijken juist in het verloop van de zaak meer en meer verweven.

Een kunsthandelaar uit Wimbledon verzoekt Holmes uit te zoeken welke geheimzinnige man hem volgt en mogelijk zou kunnen bedreigen. In de speurtocht naar deze onbekende zet Holmes zijn Baker Street Irregulars in, een groepje straatjongens die voor hem hand- en spandiensten verrichten. Door onachtzaamheid van Holmes wordt een van de jongens op gruwelijke wijze vermoord. Hij voelt zich verantwoordelijk en bijt zich vast in een zoektocht in een vrijwel onoplosbaar lijkend labyrint van losse aanwijzingen. Ondanks de tegenwerking die hij ondervindt van zijn broer Mycroft (zeer opmerkelijk!) en van een vasthoudende inspecteur van Scotland Yard, ontspint zich een zenuwslopende jacht op de moordenaars. De verrassende ontknoping is een opeenvolging van stuitende onthullingen en schokkende gebeurtenissen. Het onschuldig klinkende Huis van zijde blijkt, zo schrijft Watson, ‘een huis van ontucht, een huis van perversie’.

Foutjes die kloppen

De Holmesiaanse elementen die Horowitz in zijn verhaal weet te verwerken, maken Het huis van zijde tot een volwaardig verhaal in de Sherlock Holmescanon: personages, sfeertekening, Holmes’ deductietalent en vermommingen. Verwijzingen naar andere Holmesverhalen ontbreken niet, precies zoals Conan Doyles Watson vaak refereerde aan eerdere verhalen.

Het verhaal is gesitueerd in het Victoriaanse Londen van 1890. Vanzelfsprekend is het winter en het is koud en mistig. Net als in de originele Holmesverhalen ontbreekt de eigenzinnige huishoudster Mrs. Hudson niet, evenals de onvermijdelijke inspecteur Lestrade, met zijn rattig uiterlijk. Het feit dat Horowitz professor Moriarty op de achtergrond laat figureren, is geen verrassing. Wél de rol van Mycroft Holmes, die dit keer niet, zoals in The Greek Interpreter, een helpende hand biedt.

Horowitz heeft zich niet alleen de schrijfstijl van Dr. Watson uitstekend eigen gemaakt, ook diens gedachtegang en redeneringen weet hij, net als Conan Doyle, geloofwaardig onder woorden te brengen. Ook in dit verhaal dringt Watson niet helemaal door tot de finesses in het denken van Holmes: de detective bepaalt, maar geeft zich nooit helemaal bloot. Op die manier blijft hij ook voor de lezer soms ongrijpbaar en afstandelijk.

Opmerkelijk is dat Horowitz, ondanks zijn uitstekende inleving in Watson en Holmes, zich met betrekking tot datering van het verhaal, in combinatie met andere feiten, wat onjuistheden permitteert. Of misschien juist niet? Ook Watson (Conan Doyle) blijkt zich in zijn verslagen meer dan eens in soortgelijke punten te vergissen. Of voert het inlevingsvermogen van Horowitz zó ver dat hij bewust dit soort ‘foutjes’ laat zitten? Dat zou knap zijn.

Hopelijk volgt binnenkort opnieuw een schrijfopdracht van de Erven Conan Doyle voor Anthony Horowitz. Op dit boek hoort een vervolg te komen.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum