Recensie: Hoe kinderlijke adoratie omslaat in volwassen ergernis

20 februari 2013 , door Carmen Meuffels
| | | |

Wat doe je wanneer je een schrijver bent en je het aftakelingsproces van je ouders van dichtbij hebt meegemaakt? Het antwoord ligt voor de hand: hun levensverhaal reconstrueren in een roman. Dat doet Nico Dijkshoorn – onder meer bekend als huisdichter bij De Wereld Draait Door en als columnist voor Voetbal International en dagblad De Pers – in zijn nieuwste roman. Nooit ziek geweest is een aaneenschakeling van memorabele momenten aan de hand waarvan het levensverhaal van zijn ouders, Klaas en Nel Dijkshoorn, beschreven wordt. Door carmen meuffels.

Het is geen vrolijk verhaal: de gekke vader tegen wie Nico als kleine jongen met kinderlijke adoratie opkeek, blijkt in retrospectief altijd al een egoïstisch en ronduit domme man geweest te zijn. Zijn moeder komt er iets beter vanaf, al is dat vooral te danken aan het feit dat haar rol minder groot is dan die van de vader. Klaas is luidruchtig aanwezig, vestigt graag de aandacht op zichzelf, ook (of misschien wel: juist) wanneer dat ten koste gaat van anderen. Hij schept op over capaciteiten die hij in werkelijkheid helemaal niet heeft, dramt vaak net zo lang door tot hij zijn zin gekregen heeft en is voortdurend overtuigd van zijn eigen gelijk op een ergernisopwekkende manier.

Kort, eenvoudig, punt

In korte, eenvoudige zinnen, tijdens het lezen waarvan je Dijkshoorns voordragende stem bijna kunt horen resoneren, worden herinneringen aan zijn vader opgesomd:

‘Mijn vader heeft hardnekkig geprobeerd een honkballer van mij te maken. Dat is hem niet gelukt. Je kunt niet zeggen dat hij zijn best niet heeft gedaan. Zelf honkbalt hij al vanaf zijn zestiende. Ieder weekend een of twee wedstrijden en vier keer per week trainen. Een kwart van mijn leven heb ik op honkbalvelden doorgebracht.’

De anekdotes, ingeleid met behulp van vergelijkbare zinnen die niets aan de verbeelding overlaten (‘Mijn aardrijkskundelerares spreekt mij aan in de gang.’ – ‘Wij staan met de caravan op camping de Nollen, net buiten Callantsoog.’ – ‘We staan op een landweg, kilometers landinwaarts in Spanje’), zijn nu en dan amusant, maar vaker flauw. Ook een spannende ontdekking weet Dijkshoorn niet uit te buiten. Wanneer Nico erachter komt dat Klaas en diens jongere broer Ger enkele maanden in Duitsland hebben doorgebracht tijdens de oorlog (zonder dat iemand zich herinnert wat zij daar deden), wordt het mysterie abrupt aan de kant geschoven doordat Nico bewust besluit onwetend te blijven:

‘Na twee anekdotes is de reis naar Duitsland alweer naar de vergetelheid geduwd. Niemand heeft het er nog over. Niemand zoekt iets uit. Ik ook niet.’

Ambiguïteit maakt plaats voor ergernis

De eerste helft van Nooit ziek geweest bevat enkele vertederende anekdotes waarin Klaas nu eens niet opgevoerd wordt in zijn rol als arrogante zak, maar als liefhebbende opa die buitenproportioneel blij is wanneer hij mag oppassen op zijn kleindochter Marlon:

‘Als ik twee dagen later thuiskom van mijn werk zit Klaas op onze bank met Marlon slapend op zijn borst. Hij doet zijn vinger voor zijn mond. Hij fluistert. “Ze is kapot. We zijn naar Artis geweest.” Marlon ligt met haar wang op zijn borst. […] Na een halfuur wordt Marlon wakker. Klaas geeft haar aan mij. Ik houd haar vlak voor zijn gezicht en zeg: “Kijk eens, opa van Artis.” Ze pakt zijn neus en lacht. Zijn ogen lopen vol. Hij staat op en gaat even het badje omspoelen. Dat was hij vergeten.’

Langzamerhand maken neutrale of vertederende anekdotes zoals deze plaats voor minder leuke herinneringen, waarin Klaas’ eigenwijsheid onuitstaanbaar wordt. De ruzies tussen Nico en zijn vader, maar ook die tussen Klaas en Nel, lopen hoog op. Wanneer bij Nel de taalstoornis afasie en bij Klaas dementie wordt geconstateerd, is dat het begin van het einde: ze moeten opgenomen worden.

De opname van de ouders verbetert de situatie niet: moeder blijft een cynische vrouw die haar tirades tegen Klaas alleen maar onderbreekt om de aandacht te vestigen op haar eigen ziekte, vader blijft een onuitstaanbare opschepper. Alle ambiguïteit (schuilt er achter opschepper Klaas toch nog een lieve, toegewijde vader of niet?) die er was, ebt snel weg, te snel. Gevoelens van vertedering of medelijden maken plaats voor alomvattende ergernis. Ook het personage Nico, dat iets te gretig expliciteert dat hij anders is dan zijn ouders omdat hij wél gestudeerd heeft en wel boeken leest, kan op weinig sympathie rekenen.

Meer P. Kouwes dan Lanoye?

Wat stof voor een ontroerend egodocument had kunnen zijn, blijft door het gebrek aan nuance en de clichématige karakterschetsen (vader is een hardvochtige honkballer, moeder een zeurende huisvrouw die Tupperwareparty’s organiseert en een cursus patroontekenen volgt) steken op het niveau van een boek vol korte stukjes die soms vermakelijk en steeds voorspelbaar zijn. Nooit ziek geweest is daarom eendimensionaler dan een psychologiserend, stilistisch rijk boek als Tom Lanoyes Sprakeloos, waarin de boekenweekgeschenkauteur niet alleen zijn moeders ziekte maar ook zijn eigen machteloosheid thematiseert.

Maar misschien moet je Dijkshoorns roman lezen zoals je zijn geïmproviseerde gedichten, ooit onder het pseudoniem van P. Kouwes, ook leest: met oog voor het melige van het leven. In stukjes waarin Dijkshoorn grapjes maakt is hij immers op zijn best. Zo sluit hij een beschrijving van het eerste muzikale optreden van de jonge Nico af met een gortdroge, humoristische mededeling over de volgende kandidate:

‘Ik haal het snoer uit mijn versterker, laat de gitaar met de band over mijn schouder langs mijn linkerbeen hangen en loop het podium af, vlak langs een meisje met een map onder haar arm. Zij gaat iets vertellen over middelgrote knaagdieren in China.’

Maar zulke stukjes zijn in Nooit ziek geweest in de minderheid.

Carmen Meuffels heeft een Master Literatuur en Cultuurkritiek aan de Universiteit Utrecht afgerond en volgt nu een opleiding tot docent Nederlands als tweede taal. Deze recensie zal ook verschijnen op Recensieweb.nl.

MINDBOOKSATH : athenaeum