Recensie: Je veertien belachelijke lezers

30 november 2015 , door Marleen Louter
| |

Klik het gedicht 'Toch is het vannacht' aan op de website van Tonnus Oosterhoff, en er verschijnen en verdwijnen woorden op het scherm, meebewegend in de ritmiek van een fuga van Bach. Uitspraken worden over het scherm geroepen, 'gedaante' verandert in 'geraamte', verandert in 'geboomte'. Zijn digitale poëzie is een van de redenen waarom Oosterhoff in 2011 de P.C. Hooftprijs in ontvangst mocht nemen. Maar wie zijn bundel Leegte lacht leest, merkt dat de vernieuwing die hij teweegbrengt niet afhankelijk is van een medium: zijn poëzie op papier is minstens zo innovatief. Door marleen louter.

In Leegte lacht - de titel is ontleend aan een krantenartikel waarin Tweede Kamerlid René Leegte wordt geciteerd - verdwijnen ook voortdurend woorden naar de voor- en achtergrond. Oosterhoffs gedichten zijn zelden nadrukkelijk metaforisch. Ze hebben vaak nauwelijks een pointe of hoofdgedachte, maar zijn te beschouwen als stelsels - dat woord valt vaak wanneer over Oosterhoffs poëzie wordt gesproken - van woorden en volzinnen, spreektaal en typografische onregelmatigheden; stelsels die tijdens het lezen uitdijen en weer inkrimpen.

Donkerrode bal in de as:
een hart van gif doortrokken
kan niet verteerd worden door vuur.

Ouders aanbidden,
voorouders zijn dol op
soepele soepele leden.

Blaas het kaarsje nu maar uit,
je verjaardagskaars, blaas maar uit,
blaas uit, uitblazen!

[…]

Een grillig fragment, het bovenstaande. Een bombastische beginstrofe, waarna het gedicht tot twee keer toe na de witregel een compleet andere weg inslaat. Iets soortgelijks is zichtbaar op woordniveau in de tweede strofe; in de anticlimax van het woord 'leden', waarnaar de hele strofe opbouwt. Zo doet Oosterhoff dat steeds. Het ene woord zet het volgende in een ander licht, maakt het belangrijker maar ontdoet het het volgende moment van betekenis, laat het haast verdwijnen, zoals de woorden op het scherm. De woorden en hun betekenis hebben een plaats en een tijd, en beïnvloeden elkaar voortdurend.

In die zin is de poëzie van Oosterhoff als experimenteel te beschouwen. Maar wie de gedichten in Leegte lacht al te technisch bekijkt, komt bedrogen uit. Want de essentie van Oosterhoffs gedichten zit hem niet in een oneindige rekensom van klank en woordbetekenis. In Leegte lacht is wel degelijk een Dichter aan het woord die, behalve over het vermogen zich uit te drukken in zeer bijzondere poëtische beelden, ook over humor en retorisch talent beschikt.

[…]

Werkelijkheid en wet, twee ogen.
Wartaal is waarheid, wie kijk je aan?
Ik ben, en dan houd ik erover op ook,
verdwaald in de anekdotische woning.
Het beste is niks, dat nog eenmaal.
Marion Harris rookte in bed, wat haar dood werd.
Was ze toen beter? Genezen bedoel ik?

Oosterhoff stelt vragen, spuit zijn mening alsof hij antwoord verwacht. Dat zijn poëzie voortdurend in beweging is, staat die communicatie niet in de weg. Integendeel; het intensiveert die juist. Het uitblijven van een antwoord drukt vervolgens een stempel op de woorden, en het is die dialoog, een omtrekkende beweging, die eindeloos intrigeert. Ook zelf benoemt Oosterhoff die vraag om instemming, in een gedicht waaruit je een credo zou kunnen destilleren:

[…]

Je twaalf lezers, je veertien belachelijke lezers.
Ze zijn als jij. Als jij… wilt? Nee, als jij. Dienen voor
niets deugen; ze stemmen met je in
als je zingt in de lege kerk,
de kerk met de galm, de douchecel
als je het enige preekt wat je weet:
'Vlak bij de waarheid is niemand depressief.'
Omdat de waarheid zo meevalt? Nee, daarom niet.
Maar omdat de waarheid

slijpt aandachtig de punt van zijn pijl.

De woorden van de dichter galmen door een nagenoeg lege kerk, of in de douchecel, afgesloten van de buitenwereld. Maar het doet er niet toe: de poëzie zelf bevat het antwoord. Weer werkt hier de laatste regel als een afleidingsmanoeuvre, een perspectiefverandering op het hoogtepunt van de tekst. Wie dicht bij de waarheid probeert te komen, zal hem niet kunnen benoemen, lijkt de dichter te willen zeggen. Je kunt alleen net zo lang rondcirkelen, de taal binnenstebuiten keren, tot je er ergens aan raakt.

Marleen Louter is neerlandica en werkt als redacteur voor Uitgeverij Lemniscaat.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum