Recensie: Rauw, onverfijnd, intens leven

07 september 2012 , door Gemma Venhuizen
| |

De plaatsvervangende schaamte waarmee je realitysoaps op televisie bekijkt. Ongemak. Het lichte onbehagen als je in de bus een moeder observeert die haar kind tevergeefs tot stilte maant. Onbehagen dat niet zozeer veroorzaakt wordt door het  gekrijs, als wel door het gevoel dat je hier te veel bent. Dat het tafereel te intiem is. De sensatie tegen wil en dank een voyeur te zijn, kortom - daardoor word je overvallen bij het lezen van Liefde. Een autobiografische roman van de Noor Karl Ove Knausgård, tweede in zijn zesdelige romancyclus Mijn strijd. Door gemma venhuizen.

Niemand wordt ontzien

Met het eerste deel van de cyclus, Vader (voorpublicatie), zorgde Knausgård al voor flink wat ophef in zijn thuisland. Hij werd berispt om zijn onbeschaamdheid, geprezen om zijn eerlijkheid. Ook in Liefde is de auteur onthutsend openhartig. Al op de eerste pagina's beschrijft de schrijver hoe de gemoederen hoog oplopen als hij met zijn gezin - vrouw en drie jonge kinderen - op vakantie is. Wat volgt is een relaas van ruim zeshonderd pagina's waarin de auteur over zijn dagelijks leven als schrijver, minnaar en vader verhaalt - en over de gemengde emoties die hij daarbij heeft. Voortdurend wordt hij heen en weer geslingerd tussen gevoelens van haat en liefde voor degenen die hem na aan het hart liggen.

Zijn vrouw, zijn ouders, zijn vrienden - niemand ontziet Knausgård in zijn boek. Vooral zichzelf niet. Enerzijds wekt de auteur door zijn botte opmerkingen een onsympathieke indruk ('wat maakte het uit wat zij van me dacht. Zo dik als ze was.'), anderzijds analyseert hij zichzelf zo meedogenloos dat hij ten opzichte van anderen nog mild lijkt.

'Dus was het beter om in beweging te zijn, want dan verdwenen de blikken een voor een, weliswaar werden ze door andere vervangen, maar die hadden geen tijd om zich op mij te vestigen, ze gleden slechts langs me heen, daar loopt een idioot, daar loopt een idioot, daar loopt een idioot. Dat was het lied dat klonk als ik liep.'

Anekdotes en diepgang

Aanvankelijk lijkt Knausgård in Liefde vooral de hectiek van een jong gezin te willen weergeven en is zijn verhaal niet meer dan een opeenstapeling anekdotes. Interessant, maar ook lukraak. Met de nauwkeurigheid van een reisschrijver registreert Knausgård alles wat zich in zijn alledaagse leven afspeelt.

Juist omdat de schrijver naast diepe gedachten en emoties allerlei oppervlakkige details deelt - wat hij bij de supermarkt koopt, welke kleren hij zijn dochtertje aantrekt - raak je als lezer soms vertwijfeld. Wat is hoofdzaak, wat is bijzaak? Verdwaald in de overdaad aan details begin je je af te vragen of al die losse voorvallen wel interessant genoeg zijn om zo'n dik boek mee te vullen.

Dan, net als je de roman weg wil leggen voor een rustpauze, gaat het verhaal de diepte in. In flashbacks vertelt Knausgård over de stormachtige totstandkoming van zijn relatie met Linda - de liefde van zijn leven en de moeder van zijn kinderen. Het verhaal krijgt richting; zijsprongen komen onverwachts weer bij de hoofdlijn van het verhaal uit.

Tegelijkertijd blijft de blik van Knausgård onverminderd open. Aan het begin van Liefde constateert hij de onbevangenheid van zijn kinderen, voor wie de hele wereld nog te ontdekken valt: 'Zo veel uren, zo veel dagen, zo eindeloos veel situaties die ontstaan en beleefd worden.' En al is Knausgård te ernstig om zelf onbevangen genoemd te worden, toch neemt hij de wereld waar met een haast kinderlijke verwondering.  

Overweldigend openhartig

De intensiteit waarmee Knausgård voelt, observeert en leeft is overweldigend. Wanneer het goed gaat in de liefde, wanneer het schrijven als vanzelf gaat verkeert hij haast in extase, maar tegelijkertijd kan de meest geringe tegenslag hem uitermate somber stemmen.

Liefde kent geen hoofdstukken, geen door de lay-out opgelegde rustpunten. Als lezer word je daardoor als vanzelf meegesleurd in Knausgårds constante stroom gevoelens. Van pieken naar dalen en weer terug. Juist die afwisseling maakt het lezen draaglijk, nooit wordt het te zwartgallig.

Geen schrijver die méér aanwezig is in zijn eigen boeken dan Knausgård. Zijn autobiografie is geen verzameling hoogtepunten, geen borstklopperij, maar een rauwe, onverfijnde weergave van zijn leven. Toch leer je hem tegelijkertijd nooit kennen. Knausgård laat in zijn romans zien dat alles in beweging is. Situaties zijn nooit star, karakterts nooit zwart-wit, gevoelens nooit voor eeuwig. Daardoor is Liefde zo openhartig eerlijk - daar kan geen realitysoap tegenop.

Gemma Venhuizen is aardwetenschapper en freelance journalist.

MINDBOOKSATH : athenaeum