Recensie: Antwoorden op een onbeantwoordbare vraag - naar de beste politiek

30 november 2015 , door Pepijn Corduwener
| | | | |

‘Hoe kunnen wij mensen onszelf het beste besturen?’ Een vraag die de mensheid al ruim tweeduizend jaar bezighoudt en waarop tientallen filosofen, denkers en intellectuelen een antwoord hebben proberen te vinden. In het 1100-pagina tellende boek On Politics zet Alan Ryan hun replieken op deze vraag uiteen. Zijn betoog is rijk, uitputtend, maar uiteindelijk te encyclopedisch om nieuwe inzichten te bieden. Door pepijn corduwener.

Grondig en kleurrijk

De Brit Alan Ryan werkt al jaren in de Verenigde Staten als hoogleraar politicologie aan de Princeton University. Zijn specialisatie is politieke ideeëngeschiedenis, en dan in het bijzonder die van de liberale denkers John Dewey en John Stuart Mill. Hij staat bekend als een geleerde die zich verdiept in meer dan alleen het werk van de denkers die in zijn onderzoek centraal staan. Hij doet grondig en kleurrijk onderzoek naar de persoonlijkheden en de achtergronden die canonieke werken hebben beïnvloed. In een interview wijdde hij bijvoorbeeld uit over het seksleven van de Franse filosoof Alexis de Tocqueville en zijn huwelijk met een oudere vrouw van lagere komaf dan de aristocraat zelf.

Eenzelfde aandacht voor historische omstandigheden en persoonlijke eigenaardigheden komt terug in On Politics: A History of Political Thought from Herodotus to the Present. Deze studie kan beschouwd worden als het magnum opus van de hoogleraar en wellicht zelfs als dat van de recente politieke ideeëngeschiedenis als zodanig. Alle voorname denkers van meer dan vijfentwintig eeuwen Westerse politieke geschiedenis komen aan bod. Ze worden in hun tijd geplaatst, sociaal en cultureel gecontextualiseerd en vooral met elkaar vergeleken.

Twee vragen

Het gevaar dat een werk dat zo’n grote tijdspanne bestrijkt altijd loopt is dat het oppervlakkig, anachronistisch of onsamenhangend wordt. Alan Ryan weet alle drie de gevaren te ontlopen. Dit doet hij vooral door het werk twee vragen mee te geven die de verschillende denkers en tijdsperioden met elkaar verbinden: de eerste vraag is hoe de elite en de massa, of gewone burgers, zich tot elkaar verhouden. De tweede vraag is wat vrijheid is en in welke politieke context deze vrijheid tot stand komt. Mag vrijheid bijvoorbeeld ook betekenen dat je je in het geheel niet bezighoudt met het bestuur van de politieke eenheid waarvan je deel uitmaakt?

Ryan maakt direct duidelijk dat wie een definitief antwoord op deze vragen zoekt zich beter niet tot dit boek kan wenden. Maar dat wil niet zeggen dat de antwoorden die worden geformuleerd geen praktische waarde hebben of relevant kunnen zijn voor politieke vraagstukken van vandaag de dag. Juist door onze eigen visie te contrasteren met die van onze voorgangers kunnen nieuwe ideeën immers het licht zien, zo betoogt hij.

Intelligente dwarsverbanden

Maar in de eerste plaats is On Politics een boek over boeken, door Ryan in twee delen opgezet met daarbinnen chronologisch de belangrijkste auteurs uit ieder tijdvak. Het eerste deel handelt over de periode van de klassieke oudheid tot aan Machiavelli, waarbij ook veel aandacht is voor Christelijk politiek gedachtegoed.

De usual suspects van Socrates tot Aristoteles komen aan bod, waarbij het vooral gaat om hun conceptie van de begrippen gerechtigheid en vrijheid. Aan de hand van Pericles illustreert Ryan hoe vrijheid in het Athene van meer dan tweeduizend jaar geleden alleen kon bestaan in politiek handelen. Een onderscheid tussen publieke en private vrijheid bestond niet, alleen de man die zich met politiek bezighield kon gelijk zijn aan zijn medeburgers en daarin tevens zijn vrijheid realiseren. Pericles’ verdediging van de klassieke democratie in zijn laatste rede wordt door Ryan vergeleken met de Gettysburgtoespraak van Abraham Lincoln ruim twee millenia later.

Het zijn dit soort intelligente dwarsverbanden, meestal knap wars van anachronisme, die het werk levendig houden en laten zien dat veel van de kwesties waarmee politiek filosofen worstelden dezelfde gebleven zijn. Luther en Socrates bijvoorbeeld: qui custodet ipsos custodes – wie controleert de sterke arm van de macht – gold in het oude Griekenland evenzozeer als in de tijd van de almacht van de Paus.

Een ander voorbeeld is Plato en Marx: beiden antipolitici die streefden naar een harmonieuze sociale orde, zonder conflict en daarmee ook zonder politiek. Zij worden gecontrasteerd met 'realisten' als Machiavelli, die zo weliswaar niet 'het doel heiligt de middelen' aanhing, maar wel probeerde politiek en moraal te scheiden. Ryans heldere en wat onderkoelde schrijfstijl komt juist bij dit soort spanningsvelden naar voren: 'Machiavelli outraged opinion because he took pains to insist that political succes demands morally obnoxious acts from anyone seriously engaged in politics.'

De erfenis van grote denkers

Naar andere drijfveren voor politiek handelen zoekt Ryan in het tweede deel van zijn boek. Het meest fascinerende van dit gedeelte is dat hij inzichtelijk maakt hoe de cummulatieve erfenis van denkers van Thomas Hobbes tot Max Weber doorwerkt. John Lockes conceptie van een functionele en daarmee beperkte staatsmacht inspireerde liberalen eeuwen later, Montesquieu, Rousseau en Guizot waren een inspiratiebron voor Alexis de Tocqueville. Maar het boek is meer dan een werk over hoe grote dode denkers dachten over de werken van andere grote dode denkers: cummulatief is hun invloed ook omdat ze hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de liberale democratie en het denken over politiek vandaag de dag – zonder dat Ryan daarbij een teleologisch perspectief hanteert.

Ryan laat daarbij ook zijn eigen favorieten zien: John Stuart Mill, auteur van On Liberty, is er een. De auteur maakt inzichtelijk hoe onder diens zelfverzekerde verteltrant een grote onzekerheid over de antwoorden die hij formuleerde op het vrijheidsvraagstuk schuilging. John Dewey is een andere. De Amerikaanse filosoof verdedigde democratie wellicht krachtiger dan velen tevoren. Het draaide bij Dewey’s alomvattende democratieopvatting dan ook niet meer alleen om de vraag 'hoe wij onself moeten besturen', maar om het creëren van een van democratie doordrongen maatschappij en cultuur, een ideale gemeenschap in de moderne wereld waarbij mensen geleerd wordt voor zichzelf te denken.

Politieke filosofie voor een breed – soms overschat - publiek

On Politics is een gebalanceerd werk, indrukwekkend in omvang, helderheid en vooral kwaliteit van analyse. Ryan schrijft ook goed, blijft ook meer dan 1000 pagina’s lang enthousiast over zijn onderwerp en geduldig in het uitleggen waarom voor ons ogenschijnlijk futiele zaken in andere tijden een grote relevantie hadden. Origineel is het werk echter weinig, en af en toe eenvoudigweg een lange opsomming met een sterk eurocentrisch karakter.

Het is weliswaar een herculesiaanse taak een boek te schrijven over alle politieke filosofie van oudheid tot heden, maar juist daarom had het werk scherpere keuzes kunnen maken. 'Patience en self-control never hurt scholarship,’ schrijft hij prijzend over Erasmsus. Aan geduld heeft Ryan geen gebrek, maar op het gebied van de bondigheid schiet het werk toch regelmatig tekort. Door het encyclopedische karakter riskeert het werk nu als naslagwerk te worden gebruikt – waarvoor Ryan het boek niet heeft bedoeld en wat ook de knappe dwarsverbanden tekortdoet. En hoewel het werk qua taalgebruik toegankelijk is, wordt af en toe veel voorkennis verondersteld: de grote lijnen van de Engelse burgeroorlog in het hoofdstuk over de zeventiende-eeuwse filosoof John Locke bijvoorbeeld. Het illustreert hoe Ryan zijn rol ziet: als een hoogleraar die politieke filosofie voor een breder publiek begrijpelijk wilt maken, maar daarbij af en toe het niveau en het uithoudingsvermogen van zijn studenten overschat.

Pepijn Corduwener is als docentpromovendus verbonden aan het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht.

MINDBOOKSATH : athenaeum