De eerste zin van Alice Albinia's Leela's boek, vertaald door Luud Dorresteyn

06 mei 2013
| | | | | |

Leela is een gesloten vrouw. Zelfs haar man Hari weet niets over haar geheimzinnige verleden. Ze is met hem getrouwd onder de voorwaarde dat hij haar er nooit naar zal vragen. Wanneer het paar na vijfentwintig jaar uit New York vertrekt en terugkeert naar Leela s geboorteland India, komt haar traumatische verleden stukje bij beetje toch aan het licht. In deze kettingreactie van pijnlijke, ontroerende maar ook hilarische gebeurtenissen speelt de vrolijke hindoegod Ganesh een actieve rol, hoewel zijn pogingen om alles in goede banen te leiden nogal eens mislukken. We vroegen vertaalster Luud Dorresteyn om de eerste zin van Alice Albinia's Leela's boek toe te lichten.

Leela's boek is de voortzetting van het grote heldendicht de Mahabharata, waarin de wordingsgeschiedenis van het hindoeïsme in duizenden verzen wordt beschreven. In Leela's boek zijn we tientallen generaties verder en in onze tijd beland, maar Ganesh speelt dus nog steeds een rol; hij heeft namelijk destijds op eigen houtje enkele personages aan het epos toegevoegd, die hij intussen niet meer in de hand heeft. Hij probeert alles in goede banen te leiden door zich af en toe in mensengedaante met hen te bemoeien, maar zijn scheppingen zijn zo eigenzinnig, dat het hele verhaal een eigen leven dreigt te gaan leiden.

Dit sprankelende familie-epos gaat over moeizame relaties tussen ouders, kinderen, zusters, geliefden, homo's en hetero's, en speelt zich af in Delhi met zijn onuitroeibare standsverschillen en spanningen tussen hindoes en moslims. Het geeft een heel goed beeld van de complexe werkelijkheid van India.

O, elephant–headed god, son of Lord Shiva and Parvati; scribe who wrote down the Mahabharata from the seer Vyasa's dictation: Lord Ganesh, look favourably on this endeavour.
O god met het olifantenhoofd, zoon van Heer Shiva en Parvati, hij die de Mahabharata opschreef zoals gedicteerd door de ziener Vyasa: Heer Ganesh, wees deze onderneming welgezind.

Dit wordt een heleboel zoek– en leeswerk, was mijn eerste gedachte toen ik deze eerste zin las. En dat was ook zo, het werd een vertaling waarvoor ik me aanvankelijk moest en later wilde verdiepen in de achtergronden van het verhaal. Zo gaat dat bij goed geschreven boeken: je belangstelling wordt dusdanig gewekt, dat je rondom het onderwerp verder leest. Dat is een van de redenen waarom ik mijn werk nog steeds met plezier doe.

Opzoekwerp en omgooien

Wat kwam ik zoal tegen in de eerste, lyrische zin?

Een meevallertje. 'O' kan blijven staan. Gewoonlijk staat er in het Engels 'Oh', wat dan vaak in Nederlandse vertalingen ten onrechte als 'Oh' terugkeert. Toegegeven, het is eigenaardig, maar als ik 'Oh' zie staan in een Nederlandse vertaling moet ik enige weerzin overwinnen om verder te lezen, want hoe letterlijk vertaald zal de rest zijn?

Het eerste dilemma. Heeft de ‘elephant–headed’ Ganesh een kop of een hoofd? Olifantkoppige god. Olifanthoofdige god. Een god met een kop of hoofd als een olifant. Nee, natuurlijk niet. Het is de 'god [let op de kleine letter] met het olifantenhoofd'.

Ha, daar hebben we het lastige woord ‘Lord’. Vaak is het niet goed te vertalen en soms moet je het gewoon onvertaald laten, maar dat doe ik alleen als het niet anders kan. Hoe wordt die Shiva in het Nederlands aangeduid? Algauw blijkt na enig zoekwerk dat 'Heer' in dit geval een acceptabel equivalent is.

Is een ‘scribe’ een scribent? Dat heeft in het Nederlands een nare bijsmaak. Schrijver? Nee, want Ganesh heeft de Mahabharati weliswaar neergepend, maar niet zelf bedacht, zoveel heb ik intussen wel begrepen. Schriftsteller? Te stijfjes. Oké, dan maar de constructie veranderen in 'hij die de Mahabharata opschreef'.

Dan:naar het dictaat van de ziener Vyasa? Wat een lelijke zin. Ook dit ga ik omgooien. En dan is er nog de ‘seer’. Was die Vyasa inderdaad 'een ziener' of werd hij anders aangeduid? Opzoeken maar weer. Inderdaad, hij was een ziener. Dus wordt het: 'zoals gedicteerd door de ziener Vyasa'. En in dit geval mag de in het Nederlands vaak overbodige dubbele punt gewoon blijven staan.

‘Lord Ganesh, look favourably on this endeavour.’Daar hebben weer een‘Lord’. Tja, Ganesh is tenslotte een hindoegod, dus hij mag best 'Heer' worden genoemd, lijkt me. Heer Ganesh, kijk welwillend naar deze onderneming? Nee, dat doet me denken aan een zin uit een toneelstuk van vóór het tijdperk–Maria Goos. Ik maak ervan: 'Heer Ganesh, wees deze onderneming welgezind.'

Zo ben ik dus een boek lang zin voor zin bezig. Overigens is de rest van de tekst voor het merendeel niet in deze lyrische stijl, maar wel bloemrijk en zorgvuldig geschreven. Het is een kwestie van puzzelen, wikken en wegen en in elkaar passen. Maar doordat ik om het onderwerp heen lees, kom ik steeds meer te weten over het hindoeïsme en India zodat – dankzij die geestelijke bagage – het doorhakken van knopen steeds vlotter gaat.

Een prettig verschijnsel bij een goed geschreven boek is dat het taalkundig gezien gemakkelijker te vertalen is dan de pennenvruchten van een minder vlot formulerende auteur. Een goede oorspronkelijke tekst kan ingewikkeld zijn, de zinnen kunnen een halve bladzijde beslaan, maar met enig gepuzzel kom je er altijd wel uit. Terwijl je bij stroevere teksten regelmatig in dubio staat of je de auteur precies moet volgen of dat je de vrijheid mag nemen er een vlottere draai aan te geven door bijvoorbeeld de zoveelste superlatief weg te laten of een zin in stukken te hakken. Dat probleem had ik gelukkig niet bij deze vertaling.

Actualiteit: verkrachting en Ariërs

Dit werk werd voor mij een verkenningstocht rondom het oude Indiase epos de Mahabharata en wekte mijn belangstelling voor het moderne India. Mijn vertaling viel precies in de periode dat de wereld werd opgeschrikt door de busverkrachtig van dat meisje in Delhi.

Ook in Leela's boek, dat in deze tijd speelt, wordt een jong moslimmeisje verkracht en lijken de gevolgen aanvankelijk helemaal voor haar rekening te komen. Alice Albinia beschrijft het denkproces dat de verkrachter doormaakt. Ten slotte weet hij zijn daad voor zichzelf niet alleen te vergoelijken maar zelfs te rechtvaardigen omdat hij, als vrome hindoe, tot de slotsom komt dat het een goddelijke daad was.

Dit misbruik past bij een van de rode draden in het verhaal, die gaat over de onverzoenlijkheid tussen behoudende hindoes en zij die vrijer van geest zijn. Zo geloven conservatieve hindoes in India in de 'Arische invasietheorie'. Die theorie gaat ervan uit dat de lichtgekleurde hindoes 'Ariërs' zijn en daarom zijn verheven boven de donkergetinte Dravidiërs en moslims. In Leela's boek geeft een conservatieve hindoe zijn aanstaande schoonzoon, iemand die zich met erfelijkheidsleer bezighoudt, toestemming om met zijn dochter te trouwen mits de jongen kan aantonen dat er zoiets als een Arisch gen bestaat. Dit leidt uiteraard tot allerlei ongerijmde en vermakelijke situaties.

In Nederland gaan onze nekharen bij die besmette term meteen overeind staan. Daarom ben ik eerst maar eens uitgebreid in de materie gaan spitten om te zien of ik geen kardinale fout maakte door het woord arya met 'Arisch' te vertalen. Maar nee, ik stuitte zelfs op een website en een filmpje van hindoes in Nederland, die zich hebben verenigd in een beweging om hun eigen Arische of 'edele' afkomst en cultuur in stand te houden.

Er is een wereld voor me opengegaan bij het vertalen van dit geestige boek. Het spreekt me aan als een auteur zoveel kennis op een onnadrukkelijke en humoristische wijze in een literair verhaal kan verweven en ik wens iedereen veel leesplezier toe.

Luud Dorresteyn ontving voor deze vertaling een werkbeurs van het Nederlands Letterenfonds. Ze heeft tientallen boekvertalingen op haar naam staan.

Delen op

€ 12,50
MINDBOOKSATH : athenaeum