De eerste zinnen van Francesco Guccini en Loriano Macchiavelli, De Buizerd, Carolien Steenbergen

03 juni 2013
| | | | |

In de Appenijnen ligt het ogenschijnlijk vredige dorpje Casedisopra - Bovenhuizen. Maar onder de oppervlakte broeit het. Niet alle notabelen zijn conscientieus. En er loopt een jonge vrouw rond, Francesca, die de stilte doorbreekt. Een oude stroper, Adumas, is in het woud op zoek naar een wild zwijn voor de plaatselijke herberg Da Benito, die beroemd is om zijn Cinghiale in umido. Maar wanneer een zwijn opduikt heeft het een voet in zijn bek. Een voet, niet een poot. Adumas, verbijsterd, vergeet te schieten.

Waar een voet is moet ook ergens een lichaam zijn. Maar de Carabiniere vindt Adumas onbetrouwbaar en het dorp lacht hem uit. Die voet, ha, dat zal de Grappa geweest zijn. De enige die hem gelooft is boswachter Gherardini, bijgenaamd de Buizerd. Hij gaat op zoek naar het lijk zonder voet. De vrede wordt opnieuw verstoord. Er breekt een bosbrand uit, waarschijnlijk aangestoken. Francesca wordt gemolesteerd. Mensen worden vermist. Na de brand wordt een verkoold lichaam gevonden, met twee voeten.

De Buizerd is het nieuwste boek van het succesvolle Italiaanse schrijversduo Francesco Guccini en Loriano Macchiavelli (vier sterren in de VN Detective & Thrillergids). Wij vroegen vertaalster Carolien Steenbergen om een toelichting bij haar werk.

Stirò le gambe, che cominciavano a formicolare alle giunture. Era seduto su un cuscino naturale di soffice muschio in un avvallamento del terreno, la schiena appoggiata a un tronco di castagno.
Hij strekte zijn benen, die bij de gewrichten begonnen te tintelen. Hij zat op een natuurlijk kussentje van zacht mos in een lager gelegen deel van het terrein, met zijn rug tegen de stronk van een kastanje geleund.

Hij, dat is Adùmas. Een oude stroper die af en toe visioenen ziet. Maar wat hij op een avond tijdens zijn strooptochten in de bek van een everzwijn ontwaart, is bepaald geen hersenschim. Ook al nemen de bewoners van het toeristische bergdorpje Casedisopra hem aanvankelijk allesbehalve serieus. Deze sappige misdaadroman, die zich afspeelt in de Italiaanse Apennijnen, is doorspekt met couleur locale en heeft als hoofdspeurder een boswachter, omringd door eigenzinnige superieuren en ondergeschikten. De plaatselijke trattoria vormt het decor waar de kloof tussen bergbewoners en nieuwkomers, dorpsroddels, onderlinge nijd en locale vetes over tegenstrijdige belangen breed worden uitgemeten. Dit alles tegen de achtergrond van het geliefde gebergte en het bedreigde bos.

Een vertaler ziet zich met deze componenten voor een aantal uitdagingen gesteld. Allereerst  het spreektaalregister van de gevarieerde dorpsgemeenschap. In de plaatselijke trattoria doen volop praatjes de ronde, neemt men elkaar veelvuldig op de hak en zijn vileine steken onder water en gekibbel aan de orde van de dag. Dit resulteert in een levendige stijl vol dialoog, in soms uiterst informele omgangstaal, in woordgrapjes en termen uit het plaatselijke dialect.  De mopperende stroper Adùmas blinkt erin uit. Ook Francesca, een tierende studente uit Bologna die het huis van haar overleden grootouders uit alle macht tegen sloop door projectontwikkelaars probeert te beschermen, kan er wat van en reageert haar woede en frustratie af in niet mis te verstane bewoordingen.  

Een tweede bron van gepuzzel – maar vertalers houden daar zo van! – is verbonden met het genre. In het eerste hoofdstuk lanceert Adùmas de lezer door zijn lugubere vondst immers midden in een spannende noir. Daar horen speurders bij. In De buizerd maken we kennis met Marco Gherardini van de Dienst Bosbeheer. Deze boswachter heeft een volledige opsporingsbevoegdheid en opereert als inspecteur. Hij wordt bijgestaan zo niet tegengewerkt door ambtenaren uit de pikordes van bosbeheer, politie en carabinieri. Deze personages worden genoemd en dikwijls ook direct aangesproken met hun rang of titel: maresciallo, comandante, sovrintendente, appuntato… Italiaanse realia waar in het Nederlands vaak geen exact equivalent van bestaat, doordat de korpsen of posities van desbetreffende diensten in Italië en Nederland niet (altijd) volledig overeenkomen.   

Dan is er ten slotte de habitat van al deze vermakelijke personages, de niet-menselijke protagonist van het verhaal. En dat is de natuur: de bergen, het bos met zijn rijkdom en verscheidenheid aan flora en fauna, de waterlopen, de luchten en de atmosfeer. De streekgebondenheid van de fraaie, uitgebreide natuurbeschrijvingen was bij het vertalen een belangrijk punt van aandacht. De schildering van het berglandschap en het bos, de namen van de dieren, planten en bomen: lange zinnen die in vertaling even natuurlijk moeten vloeien en het opgeroepen beeld direct voor de geest moeten toveren. Ook als er in de stronk van een kastanje iets ligt wat daar niet thuishoort. 

Carolien Steenbergen is boekvertaler Frans en Italiaans. Ze vertaalde onder meer werk van Nicoletta Gezzi, Elio Pecora, Chahdortt Djavann en Gandolfo Cascio.

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum