Recensie: Vrijheid, gelijkheid, identiteit

17 februari 2020
| | | |

Bas Heijne zet met Mens/onmens zijn onderzoek naar identiteit en onze verhouding daartoe voort, zoals hij eerder deed in OnredelijkheidMoeten wij van elkaar houden en Onbehagen. Wat betekent het om mens te zijn? In de hedendaagse mediamaatschappij lijken we een speelbal van onze emoties geworden – en dus van hen die die emoties weten te bespelen. Hoe kunnen we ons daartegen verzetten?

N.B. Op Athenaeum.nl publiceerden we voor uit zijn essaybundels Angst en schoonheid en Moeten wij van elkaar houden? En Esther Wils besprak zijn bundel Harde liefde. Nederland op zoek naar zichzelf.

In drie delen, elk op hun beurt onderverdeeld in korte, genummerde paragrafen, gaat Heijne in op maatschappelijke kwesties als nepnieuws en post-truth, de protesten van de Gele Hesjes en de afkeer van de elite waar die symbool van zijn, maar ook de veranderende betekenis van ‘grote woorden’ zoals waarheid, solidariteit en vrijheid.

1. De rede ná de emotie

Mens/onmens opent met de brand in de Notre-Dame in april 2019. Binnen een korte tijd, waarin de toren instort, rijkelui geld toezeggen voor de restauratie en details over de oorzaak van de brand naar buiten komen, verandert het verhaal van gedaante. Het symboliseert voor de één de ondergang van de christelijke traditie, voor de ander de arrogantie van de zittende macht, en voor een derde de overtuiging dat terroristen eropuit zijn de maatschappij zoals we die kennen kapot te maken. Het gaat bij deze verschillende verhalen niet zozeer om feitenvrijheid of een gebrek aan kennis en mediawijsheid, zo laat Heijne zien, mensen leven gewoon in totaal verschillende werelden, al zijn ze buren van elkaar. Hetzelfde bericht voegt zich in de context van die leefwereld, die geheel kan verschillen van die van een ander. Factchecken heeft dan ook weinig zin. 

Dit eerste deel bevat analyses die soms zo verrassend en tegelijk ijzersterk uit de hoek komen dat ik van bewondering moest lachen. Hierin staat ook het doorslaggevende inzicht dat Heijne zelf opdeed en dat als een leidraad door het boek heen loopt. Van David Hume is de beroemde uitspraak dat de rede de slaaf is van de passies. Die wijst op de ‘onredelijkheid’ die in elk mens huist. Maar de betekenis van de uitspraak reikt verder dan dat, zegt Heijne: de rede volgt letterlijk pas nadat de emoties zich hebben doen gelden. Pas als ons gevoel getriggerd wordt, gaan we ergens over nadenken. En meestal past de rede dat wat we tegenkomen gewoon in onze bestaande overtuigingen in.

Wat sinds de tijd van Hume veranderd is, is dat de media 24/7 bezig zijn dit principe uit te buiten door de passies aan te spreken en de rede monddood te maken. ‘Het is niet langer onze emotie die de rede in beweging zet; de rede bestaat enkel nog om onze emotie te rechtvaardigen.’ Het is een analyse die direct toe te passen is op de rel rond Thierry Baudet en zijn ‘treintweet’. ‘Het hád zo kunnen gebeuren’, met andere woorden, het bericht paste naadloos in zijn al bestaande leefwereld en hoefde dus eigenlijk niet eens gecorrigeerd te worden.

2. De extreme en gematigde elitehaters

Ieder zijn eigen waarheid: dat past ook bij de elitekritiek die in het tweede deel op de snijtafel ligt. Die kent vele vormen, ‘is afkomstig van links en rechts, van onderop en uit de eigen gelederen’. Dat maakt het moeilijk de gemeenschappelijke noemer van de kritiek te ontdekken. Maar die is er wel degelijk: het is volgens Heijne de ‘groeiende afkeer van het liberalisme’. Huh? denk je in eerste instantie.

Maar hij weet je met weer een slimme en glashelder opgeschreven analyse te overtuigen van dit punt, en van de gevaren ervan. De extremere elitehaters weten behendig gebruik te maken van de afkeer die ook gematigd ontevredenen ervaren, zo laat hij zien. Door in te spelen op de gedeelde emotie (in dit geval afkeer) en die zo hoog op te jagen dat de rede er niet meer bij kan, proberen zij kritiek om te smeden tot vernietigingsdrang.

3. Broederschap en de passies

In het laatste deel gaat het ten slotte over de vraag wat de mens tot mens maakt. Zijn het vrijheid, gelijkheid en broederschap, de leus die Heijne in zijn Parijse woonplaats overal omringt? Hier is de argumentatie mijns inziens minder zorgvuldig. Zoals wanneer Heijne de leus bespreekt. Waarom zou broederschap iets zijn wat alleen maar uit de mensen zelf moet komen? Is zij niet net zo goed als vrijheid en gelijkheid een waarde die de politiek meer of minder ruimte kan geven (en is het niet duidelijk dat zij nu in het neoliberalisme zeer weinig ruimte krijgt?). Zijn vrijheid en gelijkheid echt makkelijker te herkennen en verwezenlijken zijn dan broederschap? 

Het is denk ik niet de bedoeling dat je het in alles met Heijne eens bent. Door scherp en helder zijn argumentatie uiteen te zetten, neemt hij je mee in zijn visie en helpt je zo een eigen kijk op de zaak te ontwikkelen. Het mooie is dat Heijne de ‘passies’ daarbij zelf niet uit de weg gaat. Hij verwondert en ergert zich, waarna de rede aan het werk wordt gezet. Soms schiet dat naar mijn smaak iets te veel door naar de kant van de beleving, ondersteund door zinnetjes die als complete alinea of uitsmijter mogen dienen: ‘Dat frustreert,’ heet het dan. En de volgende alinea: ‘Dat frustreert enorm.’

Het is fijn om in zo’n knappe analyse even een rustpauze te krijgen, maar speelt dit niet te zeer in op bestaande emoties? Het is ook helemaal niet nodig. Als Mens/onmens namelijk iets duidelijk maakt, dan is wel dat je de mens heus nog zelf kunt laten nadenken door – sorry van de ouderwetse bewoordingen – het goede voorbeeld te geven.

Miriam Rasch studeerde literatuurwetenschap en filosofie en werkt als onderzoeker en docent media/filosofie bij de Hogeschool van Amsterdam. In 2017 verscheen bij De Bezige Bij haar essaybundel Zwemmen in de oceaan. Berichten uit een postdigitale wereld [fragment], dit voorjaar verschijnt Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme. Meer op miriamrasch.nl.

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum