Leesfragment: Lezen in Frankrijk

06 juni 2018 , door Margot Dijkgraaf
| | | | | |

Vandaag verschijnt Lezen in Frankrijk. Een literaire tour de France van Margot Dijkgraaf. Morgen wordt het boek gepresenteerd bij Spui25. Wij brengen de eerste pagina's.

Frankrijk: iedereen heeft er een beeld van. Een zwerm culturele connotaties bepaalt het imago van het land, maar vaak blijft dat beperkt tot clichébeelden. De culturele identiteit van een land wordt voor een groot deel bepaald door schrijvers. Dit boek laat zien welk beeld van Frankrijk er uit de hedendaagse Franstalige literatuur naar voren komt. In elk hoofdstuk neemt een Franse schrijver de lezer mee op reis naar een plek die een belangrijke rol speelt in zijn of haar werk.

Zo brengt Michel Houellebecq ons naar Rocamadour, een op een rots gebouwde middeleeuwse bedevaartplaats in Zuidwest-Frankrijk, om er de Zwarte Madonna te vereren. We reizen met Patrick Modiano mee naar Nice, en we bezoeken de multiculturele wijk Château Rouge in Parijs met Alain Mabanckou. Vanuit de favoriete plek van de schrijver of schrijfster duikt Dijkgraaf verder het boek in. Zo ontstaat een caleidoscopisch beeld van het hedendaagse Frankrijk en een nieuw portret van de Franstalige literatuur van nu.

Een boek voor iedereen die zich voor het huidige Frankrijk interesseert, of je er nu op vakantie gaat of er slechts in gedachten verkeert.

  • ‘Dit is een onmisbaar boek. Nadat ik het gelezen had, besefte ik dat ik de Franse literatuur, en het land dat daarbij hoort, veel te lang verwaarloosd had. Ik heb een aantal Franse schrijvers ontdekt die het op uiterst intelligente wijze hebben over dingen die ook ons, 500 kilometer verder naar het Noorden, aangaan. Dijkgraaf plaatst de schrijvers, hun boeken en hun ideeën in hun eigen omgeving, waardoor het ook een aantrekkelijk en boeiend reisboek voor Frankrijk geworden is.’ - Cees Nooteboom
  • 'Waakzaam omgaan met informatie, niet te snel oordelen, verder onderzoeken tot je zorgvuldig een plaatje hebt samengesteld. Zo werkt Margot Dijkgraaf ook.' - Marja Pruis in De Groene Amsterdammer

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Dijkgraafs Spiegelbeeld en schaduwspel. Het oeuvre van Hella S. Haasse.

 

Voorwoord

De Franstalige literatuur van nu is springlevend, bruisend en gevarieerd. Ieder jaar verschijnen er in Frankrijk honderden nieuwe literaire boeken: romans, récits, korte verhalen, reisboeken, essays. Achter iedere titel schuilt een eigen blik op de wereld, iedere roman verschaft ons een eigen inzicht in de mens, iedere schrijver verhoudt zich op zijn eigen manier tot Frankrijk.
Wie met de auto door Frankrijk rijdt en de autoroute mijdt, ziet hoe het landschap ieder uur verandert, graanvelden maken plaats voor heuvels, glooiende heuvels worden spectaculaire, met sneeuw bedekte bergen, eiken en kastanjebomen wisselen van plaats met mediterrane platanen en olijfbomen. Iedere streek, iedere plek heeft haar eigen geschiedenis, haar eigen sporen uit het verleden, haar regionale keuken. Geen wonder dat Nederlanders er zo graag vertoeven. Iedere streek heeft vaak ook haar eigen schrijvers, haar eigen boekenbeurs, haar eigen literaire prijs. Het landschap van Frankrijk is net zo veelvormig en gevarieerd als zijn paysage littéraire, zijn literaire landschap.
Wat is er leuker dan een boek lezen dat zich afspeelt op de plek waar je je bevindt? Of een roman te bestuderen die direct of indirect verwijst naar de stad die je bezoekt of de streek waar je verblijft? Je komt terecht in een fascinerende histoire des traces, zoals Jean-Christophe Bailly het noemt, je kijkt met andere ogen naar de plek waar je bent, je speurt naar tekens, je verdiept je op een andere manier in de geschiedenis.
Voor het werk van Philippe Claudel moet je naar de Lorraine, voor Patrick Modiano kun je naar Parijs, maar ook naar Nice, een personage van Michel Houellebecq kun je volgen in Rocamadour, in Bourges kom je dicht bij het universum van Jean-Christophe Rufin, de toren van Montaigne bij Bordeaux brengt je bij Hélène Cixous en Parijs kun je verkennen in de voetstappen van Fouad Laroui en Alain Mabanckou.
Voor dit boek schreef ik twintig portretten van levende Franstalige schrijvers. Ieder hoofdstuk begint op een plek die voorkomt in een recente roman van de betreffende auteur. Een plek die ik heb uit- en opgezocht, met het boek in de hand. Vandaar duik ik verder zijn of haar werk in. Het portret van Jean Echenoz, auteur van de roman Ravel, begint bij het Musée Ravel in Montfort l’Amaury, een stadje ten westen van Parijs; het werk van Marie Darrieussecq bracht me naar Bayonne en Biarritz, voor een roman van J.M.G. Le Clézio reed ik samen met mijn man, die van het reizen voor dit boek net zo heeft genoten als ik, naar Saint-Martin-Vésubie, een stadje in de Alpes-Maritimes, anderhalf uur rijden vanuit Nice.
De twintig schrijvers in dit boek zijn soms al gelauwerd, soms nog niet zo lang geleden gedebuteerd. Ze zijn man, vrouw, jong of al wat ouder, geboren binnen Frankrijks grenzen of daarbuiten. Ze zijn in het Nederlands vertaald, of (nog) niet. Vaak heb ik hen ook zelf gesproken en laat ik ze aan het woord. Wat ze gemeen hebben, is dat het voor mij toonaangevende literaire stemmen van nu zijn, dat ik hen relevant en beeldbepalend vind in het huidige Franse literaire landschap. Ik had ook vijfentwintig portretten kunnen schrijven. Of dertig. Want wat valt er veel te beleven in de Franse literatuur van nu. In haar onlangs verschenen boek Warum die Franzosen so gute Bücher schreiben (Rowohlt) illustreert ook de Duitse critica Iris Radisch haar fascinatie voor de literatuur van Sartre tot Houellebecq.
Om Frankrijk hangt een zwerm van culturele connotaties die het imago ervan bepaalt. De taal, de geschiedenis, het landschap, de film, de keuken, de musea – het zijn allemaal elementen die bijdragen aan het imago van een land, in de ogen van de eigen inwoners en in die van anderen. Vooral de kunsten zetten de toon. Literatuur is bij uitstek essentieel in de beeldvorming over een land en wie aan het vergelijken slaat, ziet niet alleen ‘de ander’, het andere land, maar ontwikkelt ook een andere focus op zichzelf en het eigen land. Al in 1810 laat Madame de Staël in haar essay De l’Allemagne de Fransen hun oosterburen ontdekken, ze schrijft over hun manier van leven, denken, schrijven. Maar tegelijkertijd schrijft ze indirect over haar eigen land, over de cultuur en de literatuur in Frankrijk in haar eigen tijd.
In mei 2011 wijdde de Nouvelle Revue Française een nummer aan het thema ‘Un tour de la France’, het schetst een literair panorama van Frankrijk. Meer dan twintig schrijvers en critici schreven voor de gelegenheid een verhaal of een kort artikel over het land waarin ze woonden, over steden, dorpen of streken, ze schreven over hun familie, over boeken en beelden uit hun jeugd die ze nog op hun netvlies hadden. Het was uit nieuwsgierigheid dat hij besloot tot een dergelijke ‘cartografische onderneming’, schrijft samensteller Stéphane Audeguy, maar er was tegelijkertijd aanleiding toe, want ‘we denken wel dat we weten wat nationale identiteit, multiculturalisme en globalisering betekenen’, maar dat is maar schijn. Laten we eens aan schrijvers vragen, zo bedacht hij, wat ze ‘over, met, naast Frankrijk’ te zeggen hebben. Want ‘niets kan Frankrijk beter in kaart brengen dan literatuur’.
In dit boek ga ik op zoek naar het beeld dat er in recente Franstalige literatuur van Frankrijk wordt gegeven. De twintig schrijvers die ik portretteer, dragen via hun werk op de een of andere manier bij aan het beeld dat wij ons vormen van l’hexagone, zoals Frankrijk vaak wordt aangeduid. In hun romans, in hun verhalen resoneert de culturele identiteit van Frankrijk. Zo niet direct, dan toch indirect, zo niet bewust, dan toch onbewust belichten ze een aspect van Frankrijk. Ze doen dat met een kritische of historische blik, persoonlijk of afstandelijk, vanuit de verbeelding of juist met de neus op de realiteit gedrukt, beschouwend of geestig, in staccato zinnen of juist barok en lyrisch, ze kiezen voor korte puntige schetsen, dikke avonturenromans of juist voor verstilde portretten.
De roman is het populairste literaire genre – dat is in Frankrijk niet anders dan elders in Europa. Populairder dan het essay, poëzie of toneel. Maar wat is een roman? Wie kan die nog definiëren? De roman is elastisch en neemt tegenwoordig heel uiteenlopende vormen aan. De roman kan stukken essay bevatten, krantenberichten, mailwisselingen of in de vorm van een fabel zijn gegoten, zoals Zabor [onze recensie] van Kamel Daoud.
Net als in Nederland verliest de pure fictie terrein. Lezers willen literatuur die ‘waargebeurd’ is. Overal zoekt de roman steeds meer een verhouding tot de waarheid en de werkelijkheid, hij staat steeds dichter bij de persoonlijke ervaring, bij de realiteit en het fait divers. De lezer wil een roman vrái en geen ’vrai roman’, met andere woorden: een roman die op de werkelijkheid is gebaseerd en niet puur uit de verbeeldingskracht van de schrijver voortspruit. Literaire non-fictie zouden we in Nederland wellicht zeggen, een term die in Frankrijk geen gangbaar equivalent kent. Maar ook dat etiket dekt bij lange na niet alle boeken die in Frankrijk als roman worden bestempeld. Biografie, autobiografie, autofictie, enquête, herinneringen, non-fictie – op bijna alle boekomslagen in Frankrijk prijkt de aanduiding ‘roman’.
Zowel in Frankrijk als in Nederland blijft oorlog een belangrijk literair thema. Het werk van de in 2014 met de Nobelprijs bekroonde Patrick Modiano draait van begin tot einde om geschiedenis en herinnering, in zijn geval in relatie tot de Tweede Wereldoorlog. Maar onder die schijnbare alledaagsheid bevindt zich een mysterie, over hun levens ligt een schaduw van nostalgie en verloren tijden, de schimmige nevel van vage handel, moord, misdaad en plotse verdwijningen. Iedere roman van Modiano heeft onderhuids elementen van een detective, vaak een die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn oorsprong vindt.
Oorlog is het onderwerp van veel boeken die de laatste jaren bekroond werden met de belangrijkste literaire prijzen. In 2017 kreeg Eric Vuillard de prix Goncourt voor L’ordre du jour, een boek over de rol van grote industriëlen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Olivier Guez reconstrueerde in zijn met de prix Renaudot bekroonde récit La disparition de Josef Mengele [toelichting door de vertalers] het leven van de Duitse nazi die de wijk nam naar Zuid-Amerika. Het zijn maar een paar voorbeelden uit vele.
Al een paar jaar is, binnen en buiten Frankrijk, de exofiction een trend, fictie geïnspireerd op personen die echt hebben bestaan, of het nu misdadigers, staatsmannen of schrijvers zijn. David Foenkinos schreef over de Joodse schilderes Charlotte Salomon, Véronique Olmi over de Soedanese Bakhita en, Marie Darrieussecq over de Duitse kunstenares Paula Modersohn-Becker. Frédéric Beigbeder boog zich over J.D. Salinger, Anne en Claire Berest schreven over het leven van Gabriële Buffet-Picabia, Olivia Elkaim over Jeanne Hébuterne, de vrouw van Amadeo Modigliani, Camille Laurens over het model van Degas, et cetera.
Ver voor de hausse aan exofiction publiceerde Jean Echenoz al een roman over de componist Ravel. Net als Julia Deck, aan wie ik ook een hoofdstuk wijd, publiceert hij zijn werk bij uitgeverij Minuit. Het is een van de weinige uitgeverijen waarvan de auteurs van oudsher min of meer als groep kunnen worden gezien, van wie de stijl en de thematiek duidelijk verwant zijn. De nouveau roman (waartoe onder andere Nathalie Sarraute, Alain Robbe- Grillet, Beckett worden gerekend) is zonder twijfel een van de belangrijkste stromingen in de Franse literatuur van de twintigste eeuw. Tot hun opvolgers, de nouveaux nouveaux romanciers, horen bijvoorbeeld Jean Echenoz en Jean-Philippe Toussaint. In hun voetstappen staat Julia Deck. Geografische aanwijzingen, zakelijke precisie, een intellectuele, doordachte, hoog literaire stijl met een thrillerachtig verhaal waarin veel te raden blijft – je vindt het allemaal terug in Decks eerste romans.

[...]

 

© M. Dijkgraaf / Amsterdam University Press B.V., Amsterdam 2018

MINDBOOKSATH : athenaeum