Eerste zinnen van Breece D’J Pancakes Vossenjagers, vertaald door Johannes Jonkers

11 maart 2016
| | | |

Op 8 april 1979 maakte de 26-jarige Breece D’J Pancake een einde aan zijn leven. Hij liet twaalf verpletterende, krachtige en authentieke verhalen na over het harde rurale leven in West Virginia. In 1983, postuum verschenen, maakten ze grote indruk in de literaire wereld.

Johannes Jonkers vertaalde de verhalen van Breece D'J Pancake in Vossenjagers. We vroegen hem zijn vertaling toe te lichten.

I open the truck ’s door, step onto the brick side street. I look at Company Hill again, all sort of worn down and round. A long time ago, it was real craggy and stood like an island in the Teays River. It took over a million years to make that smooth little hill, and I’ve looked all over it for trilobites. I think how it has always been there and always will be, at least for as long as it matters.
Ik open het portier van de vrachtwagen, stap uit op het klinkerstraatje. Ik kijk weer naar Company Hill, helemaal afgesleten en rond. Lang geleden was hij echt ruig en stond hij als een eiland in de Teays. Het heeft een miljoen jaar geduurd om die kleine gladde heuvel te maken, en ik heb hem van boven tot onder afgespeurd op zoek naar trilobieten. Ik bedenk hoe hij er altijd is geweest en er altijd zal zijn, tenminste zolang het ertoe doet.

Dit zijn de eerste vijf zinnen van het eerste verhaal ‘Trilobieten’ uit de bundel Vossenjagers van Breece D’J Pancake; in de oorspronkelijke uitgave was dit het titelverhaal. Kale zinnen, eenvoudig en ritmisch. De stijl van Pancake wordt niet voor niets met die van Hemingway vergeleken. Ogenschijnlijk niet moeilijk, maar het is de kunst om het ook in het Nederlands kort en krachtig te houden en de toon te pakken te krijgen. In de eerste zin heb ik ‘side street’ met ‘straatje’ vertaald, zodat ik ‘klinker’ eraan vast kon plakken; ‘klinkerstraatje’ vind ik mooier, ook in het ritme van de zin, dan bijvoorbeeld een onwoord als ‘klinkerzijstraat’. In de derde zin heb ik ‘that smooth little hill’ niet vertaald met het misschien meer voor de hand liggende ‘dat gladde heuveltje’ maar met ‘die kleine gladde heuvel’, weer met het oog op – met een oor voor – het ritme, maar ook omdat ik al met ‘hij’ naar ‘Hill’ heb verwezen, en bij ‘heuveltje’ zou dat ‘het’ worden, in dit geval een hinderlijke overgang.

Thematiek

In deze eerste zinnen wordt meteen een deel van de thematiek van de verhalen aangestipt. De personages – mijnwerkers, keuterboeren, binnenschippers, jagers, boksers, hanenvechters, stierenfokkers, stuk voor stuk arme sloebers – zijn vergroeid met hun geboortegrond, zowel in positieve als in negatieve zin; ze worden erdoor bepaald. Ze zijn op tragische wijze vastgeketend aan de armoede van hun heuvelachtige geboortestreek in de Appalachen in de staat West Virginia, ook de streek waar de schrijver van deze verhalen is geboren en getogen en die hij in deze verhalen onvergetelijk tot leven brengt. Maar de personages zijn ook ten diepste gehecht aan de streek, ze ontlenen er hun identiteit aan. In dit eerste verhaal is het geologische verleden van het landschap het enige wat Colly, de hoofdpersoon, houvast biedt in een snel veranderende wereld. Door de verbondenheid met die oertijd kan hij boven het beklemmende en bedreigende hier en nu uitstijgen en zijn eigen leven relativeren. Deze troostrijke kracht van het verleden wordt onder meer gesymboliseerd door trilobieten, fossielen van uitgestorven geleedpotigen, waarnaar Colly op zoek is.

Colly treurt om de dood van zijn vader. Hij moet onder ogen zien dat hij niet in diens voetsporen kan treden, dat hij de nagedachtenis aan zijn vader zal moeten ontheiligen. De suikerrietplantage is onder zijn handen verpieterd. Zijn jeugdvriendin Ginny laat het platteland en het verleden los, en gaat studeren in Florida. Colly voelt zich in de steek gelaten. Er ontstaat een onoverbrugbare kloof tussen hen. Colly kan en wil het verleden niet loslaten. Hij vertelt Ginny dat hij als kind diep teleurgesteld was toen bleek dat de schaduw die op een dag over hem heen gleed niet die van een pterodactylus was, maar die van een vliegtuig. Hij wil geen verandering, wil niet naar de stad, maar ziet in dat de boerderij waarop hij geboren is ook geen toekomst meer heeft. Zijn moeder wil de boerderij verkopen, Colly verzet zich tegen beter weten in. Het verhaal is een soort elegie over een manier van leven die ten dode is opgeschreven.

Laatste zin

De angst voor het ongewisse, voor de nakende ontheemding, wordt in de laatste zin van dit verhaal – net als in de eerste alinea – bezworen door het besef van de oeroude geschiedenis van het landschap.

I feel my fear moving away in rings through time for a million years.
Ik voel hoe mijn angst zich in kringen door de tijd heen miljoenen jaren van mij verwijdert.

In het Engels heeft de zin een duidelijk ritme; dat ritmische heb ik in de vertaling ook nagestreefd. Ik heb me de vrijheid gepermitteerd ‘a million’ met ‘miljoenen’ te vertalen, omdat ik dat hier beter vond klinken, en in de geologie en de paleontologie kijkt men tenslotte niet op een miljoen jaar meer of minder. Trilobieten zijn honderden miljoenen jaren oud.

Uitzichtloosheid

In de meeste andere verhalen van deze bundel ontbreekt deze bij alle melancholie hoopgevende, positieve dimensie en overheerst uitzichtloosheid. In het tweede verhaal, ‘Dal’, spelen de fossielen weer een rol, maar nu hebben ze een negatieve betekenis. De hoofdpersoon, de mijnwerker Buddy, een arme bewoner van een stacaravan in een van de hollows, de kleine dalen in West Virginia, is een verloren ziel die geen middelen heeft om zich boven zijn ellende te verheffen. Hij noemt fossielen ‘ol’ dead stuff’, ‘oud dood spul’, en begrijpt niet waarom een zoontje van een kameraad ze verzamelt. Hij droomt ervan rijk te worden door zich juist tegen het oude te keren, tegen de traditionele manier van steenkolen winnen, tegen zijn familie, tegen het verleden. Hij wil zijn medekompels opruien tot een staking en dan zijn plan uitvoeren om de hele mijnstreek op te blazen. De oorspronkelijke titel van dit verhaal, ‘Hollow’, is dubbelzinnig, want betekent naast ‘dal’ ook ‘hol’ in de zin van innerlijk leeg. In de vertaling kon de dubbelzinnigheid van deze titel helaas niet gehandhaafd worden, al zou je kunnen zeggen dat Buddy zich letterlijk én figuurlijk in een diep dal bevindt, een dal waar hij nooit meer uit komt.

Johannes Jonkers vertaalde werk van onder anderen Penelope Fitzgerald, Sebastian Barry, Charles Jackson, Paul Auster, Bret Easton Ellis en Lawrence Norfolk. Over Barry en Jackson schreef hij eerder op Athenaeum.nl.

Delen op

€ 19,99
€ 49,90
€ 23,50
€ 18,95
€ 13,95
€ 15,50
MINDBOOKSATH : athenaeum