De lat lag hoog. Lammie Post-Oostenbrink over het vertalen van Niklas Natt och Dags 1793

18 juli 2018
| | | |

1793 van Niklas Natt och Dag is een van de Zomerboeken van Athenaeum Boekhandel & Nieuwscentrum. Wij vroegen Lammie Post-Oostenbrink om een toelichting bij haar vertaling.

1793. Stockholm is in de greep van paranoia en samenzweringen. En dan wordt er een gruwelijk verminkt lichaam opgevist. Een romp en een hoofd, zonder ogen. Onderzoek wijst uit dat er maandenlange martelingen aan vooraf hebben moeten gaan. Voormalig jurist Cecil Winge staat voor de ogenschijnlijk onmogelijke taak om de identiteit van de romp én van de moordenaar te achterhalen. Het zal zijn laatste zaak worden, want door tuberculose nadert het einde van zijn dagen. Zijn pad voert hem tot diep in de sadistische clandestiene organisaties van de Zweedse elite. Maar ook tot in de genadeloze standenmaatschappij, waar sloebers en zwendelaars alles op alles moeten zetten om te overleven.

Natt och Dag schildert in 1793 een overweldigend portret van het achttiende-eeuwse Zweden, waar poederpruiken vertrapt in de goot liggen. Wars van alle romantiek toont hij het echte, soms ongekend ruwe leven in de statige straten en de smoezelige steegjes van Stockholm, met haarscherp politiek inzicht en een geraffineerd plot.

Vieze straten

'Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.' Een variant op dit bekende Pippi Langkous-citaat was mijn antwoord toen ik werd gevraagd door uitgeverij Prometheus om 1793 van Niklas Natt och Dag te vertalen. Ik had het boek gelezen en was erg enthousiast.

1793 is een historische roman en ik wilde de lezer het gevoel geven dat hij/zij zich in het Stockholm van 1793 bevond: de vieze straten, de bedelaars en dronkaards, de stank, de terechtstellingen, de kou, de ziektes, het spinhuis, het taalgebruik, alles moest kloppen. De lat lag hoog. Ik had geen idee dat het vertalen zou veranderen in een soort queeste naar dat ene juiste woord en dat de bibliotheek in Assen mijn redder in nood was.

Bibliotheek

Al gauw stuitte ik wat betreft het beroep van hoofdpersoon Mickel Cardell op problemen. Hij werkt bij de separationsvakt. Tegenwoordig zou je zeggen dat hij bij de zedenpolitie werkte, maar die bestond toen nog niet. Bovendien was de separationsvakt geen echte politie. Wat ook niet hielp was dat de mannen van de separationsvakt in de volksmond paltar werden genoemd.

Ik moest mijn detectivehoed opzetten en op zoek gaan naar een oplossing. Eerst op internet. Zoals Niklas Natt och Dag in zijn nawoord schrijft, is het vinden van informatie in dit digitale tijdperk in vergelijking met vroeger een stuk eenvoudiger geworden. Ik gebruik digitale woordenboeken in allerlei soorten en als ik meer moeten weten, ga ik naar Wikipedia, want daar vind ik eigenlijk altijd wel aanknopingspunten. Alleen dit keer niet. En dan kun je nog maar een ding doen: naar de bibliotheek.

Een deel van het boek speelt in een spinhuis en dat deed me aan de paupers van Veenhuizen denken. Dus ging ik op zoek naar boeken over de Maatschappij van Weldadigheid, waar Veenhuizen onder viel. Ik vond boeken van Wil Schackmann over De Ommerschans en Veenhuizen die me wat betreft achtergrondinformatie goed op weg hielpen. Maar ook bij hem geen goede Nederlandse term voor palt of separationsvakt.

Eerste horde

Bij toeval stuitte ik op een boek van Gerrit Kleis over de Coevorder provoost, dat in de zeventiende en achttiende eeuw als gevangenis én in de negentiende eeuw als tuchthuis dienstdeed. In dat boek vond ik een heleboel nuttige informatie over het woord 'tuchtmeester', nog niet helemaal wat ik zocht, maar wel een eind in de goede richting. En al lezend schoot me Overvloed en Onbehagen van Simon Schama te binnen. Ik herinnerde me dat hij daarin uitgebreid had geschreven over het tuchthuiswezen in Amsterdam.

Ook dat boek haalde ik bij de bibliotheek en wederom vond ik een hoop aanwijzingen, maar geen oplossing. Terug dus naar het internet waar ik, weer bij toeval, op de site van het Instituut voor de Nederlandse Taal (Ivdnt.org) terechtkwam. Via tuchthuis en tuchtmeester kwam ik uit bij tuchtwacht. De eerste horde was genomen: separationsvakt werd tuchtwacht.

Aardappelbal

Dan de bijnaam palt. Palt is ook een gerecht dat wordt gemaakt van aardappel en veel lijkt op Duitse knödel, maar ik kon die mannen toch moeilijk aardappelbal noemen. Daarom besloot ik na veel wikken en wegen om palt te vertalen met tuchtwacht en alleen in specifieke gevallen met een Nederlandse variant, die ik nog wel moest bedenken. Uiteindelijk koos ik voor 'blauw', omdat veel tuchtwachten wel van een borrel hielden en blauwe uniformen droegen. En zelfs aardappels zijn soms blauw.

Lammie Post-Oostenbrink vertaalt uit het Zweeds, Deens en Noors. Ze vertaalde onder meer werk van Yahya Hassan, Maja Lunde en Carsten Jensen.

Delen op

€ 22,50
€ 13,99
MINDBOOKSATH : athenaeum