Recensieoverzicht: Stefan Hertmans, Hanya Yanagihara, Nathan Hill, Dimitri Verhulst (de week van 5 oktober)

10 oktober 2016
| | | | | | | | | | | | | | | | | |

Onze wekelijkse samenvatting van de recensies in kranten en tijdschriften, met dit keer aandacht voor Stefan Hertmans, Hanya Yanagihara, Nathan Hill, Dimitri Verhulst, en verder: Magda Szabó, Emanuele Trevi, Herta Müller (Trouw), Chimamanda Ngozi Adichie, Margriet de Moor (de Volkskrant), Hugh Aldersey-Williams, Paul Claes, Nir Baram (De Morgen), Maggie Nelson, Lize Spit (De Standaard), K. Michel, (NRC), Arjan Polhuijs, Oek de Jong (Het Parool), Elena Ferrante, Ian McEwan, Ronald Giphart (De Groene Amsterdammer) en Peter Terrin (Vrij Nederland).

Oudere afleveringen van deze rubriek zijn te raadplegen in ons archief. Ook de recensies in de Vlaamse kranten en weekbladen worden opgenomen in het overzicht, met dank aan Johan Eeckhout. Tussen rechte haken staan de redactionele items op Athenaeum.nl.

Recensieoverzicht: Stefan Hertmans, Hanya Yanagihara, Nathan Hill, Dimitri Verhulst (de week van 5 oktober)

Delen op

Nicole Lucas interviewde Hanya Yanagihara, schrijfster van Een klein leven (A Little Life, vertaald door Josephine Ruitenberg en Kitty Pouwels) [leesfragment]. Yanagihara vertelt onder andere over de onenigheden met haar uitgever over de cover en de inhoud, en ze legt uit waarom mannen centraal staan in haar boek. 'Ik wilde de wereld verkennen van mannen die in elkaars gezelschap verkeren. Ik denk dat veel vrouwen daar benieuwd naar zijn. Ik heb het altijd fascinerend gevonden te zien hoe mijn vrienden met elkaar omgaan. Dat gebeurt in een taal die je steeds terug ziet komen, onafhankelijk van leeftijd, etniciteit, klasse of seksualiteit. Je ziet een man een andere man hard op de schouders slaan, en daarmee een omhelzing of een kus uitbeelden. Je ziet een man worstelen om bepaalde dingen te zeggen, bepaalde emoties te hebben en ze te laten zien. Huilen bijvoorbeeld. Dat is niet omdat ze geen toegang hebben tot die emoties, maar ze worden niet aangemoedigd er een stem aan te geven.'

Janita Monna bespreekt Hans Keilsons Sonnetten voor Hanna (uit het Duits vertaald door Jos Versteegen), gedichten waar de auteur in het na zijn dood verschenen dagboek al naar verwees. De angstige, beklemmende tijd van de oorlog is volgens Monna overal voelbaar in deze liefdesgedichten. 'In de vorm alleen al, de strakke sonnetten, en in de gedragen taal - als om al te hevige gevoelens op afstand te houden.' Sofie Messeman las de autobiografie Herta Müller: Mijn vaderland, een appelpit (vertaald door Ria van Hengel) en schrijft: '[Ze] bezit ze lades vol met uitgeknipte woorden, die in hun concreetheid doen denken aan bezwerende fetisjen. Ze maakt er woordcollages mee, absurde woordcombinaties, waarmee ze de - haar al even vreemde - realiteit bedwingt. Het is een van de vele fascinerende details over haarzelf die Müller prijsgeeft in deze 'autobiografie'. Het boek schept een indringend beeld van het eigenaardige, soms angstige, soms bijgelovige, maar altijd zeer evocatieve poëtische universum van Herta Müller.' Emilia Menkveld mist diepgang in Zie de dromers, de debuutroman van Imbolo Mbue (Behold the dreamers, vertaald door Anne Jongeling): 'Mbue wil laten zien wat de onzekerheid van het immigrantenbestaan met mensen kan doen. Kun je je schikken in je lot en toch gelukkig zijn? Het zijn belangrijke thema's, maar de roman mist de diepgang die het verhaal werkelijk aangrijpend zou maken.' Rob Schouten vindt Stefan Hertmans De bekeerlinge [leesfragment] soms 'over te top': 'De bekeerlinge is een intense proeve van tegenstellingen, tussen de verbeten zoektocht van een schrijver en de woeste tijd die hij oproept, en tussen de onwrikbare loop van de geschiedenis en de waanzinnige emoties bij haar deelnemers. Meer dan Hertmans' gelauwerde Eerste Wereldoorlogroman Oorlog en terpentijn is dit een barok boek, meeslepend maar ook zo nu en dan over de top.'

'In indringend zwart en wit, in chronologische volgorde, gewoon zoals het was,' schrijft Christine Baart over de foto's in UCP van Laura Hospes. De deur van Magda Szabó (uit het Hongaars vertaald door Anikó Daróczi en Ellen Hennink) is volgens Elke Geurts een 'meesterwerk'. 'Dat zit 'm in het compositorische vernuft, de beeldende en poëtische stijl, de ultieme dosering, en vooral in het ongewoon diepe inzicht in de psyche dat de schrijfster ons verschaft. Telkens wanneer je denkt dat alles je duidelijk is, opent ze weer een nieuwe deur, en daarachter zit weer een deur, en dat biedt steeds weer andere perspectieven op het verhaal waarin de ongeletterde Emerence toch oneindig veel wijzer blijkt te zijn dan de gestudeerde schrijfster, die haar eigen menselijke tekortkomingen - en die van ons - in De Deur stapje voor stapje en genadeloos blootlegt. Prachtig. Lezen, dus,' aldus Geurts.

'Af en toe heb ik gesnakt naar een iets saaiere vader dan ik had. Maar hij was een heel bijzondere man. Ik ben hem door deze zoektocht beter gaan begrijpen en kan erin berusten dat hij was wie hij was. De wereld heeft mensen als mijn vader nodig,' schrijft Aurelia van Maalen, en vertelt waarom ze Dag, ik ga vrijheid halen is gaan schrijven. Paul van der Steen dook in Het Grote Jaren 70 Boek van René Kok, Erik Somers en Paul Brood en So 70's. De jaren zeventig. Van ABBA tot zitkuil van Wilbert Schreurs. Van der Steens voorkeur gaat uit naar het eerste. 'Het geheim van het welslagen zit evengoed in het maken van de juiste keuzes: een duidelijke thematisering, uit het overaanbod aan foto's een tegelijkertijd de tijdgeest typerende en toch eigenzinnige selectie,' schrijft hij en hij noemt het Het Grote Jaren 70 Boek 'een feest der herdenking'. Edwin Kreulen vindt dat Drie dagen en levenslang van Pierre Lemaître (Trois jours et une vie, vertaald door Richard Kwakkel) weinig spanning bezit, maar 'de manier waarop Lemaître het verhaal kleinhoudt, en de lezer zonder al te veel clichés binnenloodst in de gevoelswereld van Antoine, maakt dit boek toch het uitlezen waard,' schrijft Kreulen.

Bas Maliepaard las Alaska van Annà Woltz. Dit 'avontuurlijke feelgood-verhaal' is volgens hetzelfde succesrecept geschreven waarmee ze al meerdere prijzen won, waaronder de Gouden Griffel. 'Een voortreffelijke stijl - eigentijds, spitsvondig, vlot, originele beelden en psychologische diepgang [gecombineerd] met een filmisch en humorvol avontuur, dat heel veel kinderen aanspreekt,' aldus Maliepaard.

En tot slot Ronald de Rooy over Emanuele Trevi's Een onmogelijke ontmoeting met Pier Paolo Pasolini (bijna waargebeurd) (uit het Italiaans vertaald door Jeanne Crijns): 'Trevi treedt letterlijk in Pasolini's voetsporen door naar Eleusis af te reizen om zelf de gewijde plaats van de mysteriën te beleven. Maar tegen die tijd zal menig lezer al in verwarring zijn afgehaakt. Wat rest is een interessant portret van Laura Betti en Pasolini, maar wie nog geen vergaande kennis heeft van Pasolini's werk kan zich beter tot andere schrijvers wenden.'

De boekrecensies van Trouw verschijnen elke zaterdag in Letter en Geest, en zijn voor abonnees te raadplegen op trouw.nlTrouw is te koop bij het Nieuwscentrum.

 

Aimée C. Kiene sprak via skype met Chimamanda Ngozi Adichie, de Nigeriaanse schrijfster van het essay We Should All be Feminists, dat in 2013 werd gesampled door Beyoncé. Het essay verschijnt binnenkort in het Nederlands en in oktober zal Adichie, die drie romans en een verhalenbundel schreef en afwisselend in Washington en Nigeria woont, over feminisme spreken op het Brainwash-festival in Amsterdam. Tijdens het interview vertelt Adichie dat het feminisme van Beyoncé niet haar type feminisme is, 'want het is een soort feminisme dat tegelijkertijd nogal veel ruimte geeft aan de noodzakelijkheid van mannen'. Ze vertelt dat haar opvattingen over feminisme niet zijn veranderd toen ze van Nigeria naar de VS verhuisde, maar dat ze wel nieuwe dingen leerde. Over de persoonlijke en grappige anekdotes in haar essay zegt ze het volgende: 'Humor kan helpen om bij mensen een voet tussen de deur te krijgen, zodat ze luisteren naar wat je te zeggen hebt. Maar humor is niet altijd nodig. Je kunt niet verwachten dat mensen die in een ondergeschikte positie zitten grappen daarover begrijpen en accepteren. Dus, ja, ik lach, en ik probeer geestig te zijn, maar ik als het over ongelijkheid heb, ben ik ook bloedserieus.' En op de vraag of ze weleens overweegt om terug te gaan naar Nigeria, antwoordde ze: '[...] nee, ik denk niet aan vertrekken, maar ik vraag me soms wel af of ik mijn kind in Amerika wil opvoeden. Ik wil haar niet laten opgroeien met het idee dat ze zwart is.'

'Bent u ook op Schiphol geweest?' 'Jazeker, mee met een vogelverjager. Een paar keer zelfs, ook 's nachts. Haast vervreemdend prachtig. Nauwelijks mensen, daar op die sappige groene terreinen.' Arjan Peters interviewde Margriet de Moor van wie onlangs Van vogels en mensen [leesfragment] verscheen. 'Ik denk niet dat er ook maar iets in deze roman staat dat niet in het echt is gebeurd. Het hoe en ook het waarom. Twee simpele begrippen die allesbehalve simpel zijn. Meestal weten we niet waardoor we gestuurd worden. Heel vaak zijn onze motieven belevenissen, absoluut niet afkomstig uit de koker van ons verstand,' zegt van de Moor over haar nieuwe boek. En 'vergeleken bij Elsjes terechtstelling [in De schilder en het meisje] was de scène in mijn nieuwe boek [...], van de ene vrouw die voor het Centraal Station in Amsterdam een andere in een bouwput gooit, een peuleschil,' vertelt De Moor.

Remco Campert schreef een gedicht over het leed van de vluchtelingen dat steeds dichterbij komt, 'slechts de wand van het televisiescherm scheidt ons van het leed van de vluchtelingen', aldus Campert. En hij las het gedicht 'Het zijn maar kleine dingen' van Elly de Waard en 'Nationaliteit' van Bernd. G. Bevers. 'Vroeger zou je zo iemand een plakker of behang noemen,' schrijft Arjan Peters in zijn column over writers in residence. 'Aan een schrijver die gewoon thuis zit, in zijn hoogstpersoonlijke residentie zogezegd, zouden we geen Engelse naam geven. Terwijl het vooral daar gebeurt,' stelt Peters.

'Opnieuw is Hertmans' diep zinnelijke verbeeldingskracht indrukwekkend. Hij heeft zich grondig verdiept in de kleding, gebruiken en keukens van de vele steden waarlangs hij reist,' schrijft Persis Bekkering over Stefan Hertmans' nieuwe boek De bekeerlinge [leesfragment]. 'Zo aards als de beschrijvingen zijn, zo verheven de overpeinzingen over zijn grote thema, de tijd zelf. Hertmans evoceert de tijd als een personage, dat grinnikend om de hoek staat of diep onder de aarde bromt', aldus een enthousiaste Bekkering. Ranne Hovius las twee boeken over autisme: Autisme. De vele gezichten van een stoornis van John Donvan & Caren Zucker (uit het Engels vertaald door Arjanne van Luipen, Jan Willem Reitsma en Albert Witteveen) en Anders denken: de valkuilen en verborgen talenten van autisme van Marcia Goddard. 'De gedetailleerde verhalen van Donvan en Zucker en de overzichtelijke beschrijvingen van Goddard geven samen een redelijk compleet beeld van de geschiedenis en de stand van zaken van het autisme-onderzoek', aldus Hovius. Hans Bouman las De nix van Nathan Hill (uit het Engels vertaald door Dennis Keesmaat) en schrijft: 'De roman getuigt niet alleen van gedegen research, maar ook en vooral van inlevingsvermogen en stilistische brille. Met overtuigingskracht brengt Hill net zo gemakkelijk verdwaasde hippies en militante feministes in de sixties tot leven, als opportunistische millennials in de jaren tien. [...] De nix is soepel geschreven en leest lekker weg, maar met minder zijpaden en subplots was het een sterkere roman geweest.'

'Het slothoofdstuk van De weg, over Xun-Zi uit de derde eeuw voor Christus, mag gerust de apotheose heten van een toch al anti-romantisch boek,' schrijft Olaf Tempelman over De weg van Michael Puett (hoogleraar Oost-Aziatische Studies) en Christine Gross-Loh (Amerikaans publiciste van Chinese origine). 'De weg is een interessant, inzichtelijk en laagdrempelig boek. Of de makkelijk leesbare Chinese wijsheden zich ook makkelijk laten toepassen - "Lees en leef in dit boek!", ronkt een aanprijzing - valt te bezien', aldus Tempelman. Aleid Truijens is erg enthousiast over J. Slauerhoffs brieven in Een varend eiland [leesfragment]. 'Slauerhoff spreekt nog altijd tot de verbeelding. Dat komt ook doordat zijn taal nog zo fris is, zo ongekunsteld, niet muf geworden door het stof van de tijd. Dat is ook het eerste dat opvalt aan de brieven die Hein Aalders heeft bijeengebracht in Een varend eiland [...]. Er is iemand aan het woord die leefde in de jaren twintig en dertig van de vorig eeuw, maar hij klinkt zo levend, zo geagiteerd, alsof hij naast je staat,' schrijft Truijens.

Haro Kraak, die onlangs debuteerde met Lekhoofd [leesfragment], is niet zo enthousiast over Prachtige, dierbare dagen [recensie] van Jay McInerney (vertaald uit het Engels door Nico Groen en Joris Vermeulen): 'Dat McInerney met elk boek een minder gevaarlijke versie van hetzelfde schrijft, is vooral zonde voor de literaire bakvissen, die zich telkens met grote verwachtingen door dunner uitgesmeerd proza moeten ploegen. Met een deegroller walst McInerney zijn eigen materiaal platter en platter.' Arjan Peters is niet echt te spreken over De eerste vrouw van Susan Smit: 'Een sympathiek trekje van Smit, die met De eerste vrouw ook laat zien dat een van de thema's uit Huidpijn van Saskia Noort - een geslaagde vrouw kan, juist door haar succes, ergernis wekken bij een partner die minder aandacht krijgt -, al veel langer bestaat dan het in die thriller lijkt. Minder sympathiek is Smits verslaving aan tuttebellendooddoeners. [...] Als ze zich oorspronkelijker zou uitdrukken, hoeft ze de lezers niet zo bij het handje te nemen. Dan komen die vanzelf naar haar toe', aldus Peters. En Anet Bleich las Fout in de Koude Oorlog. Nederland in tweestrijd, 1945-1989 van Martin Bossenbroek. Bij zijn perceptie van de Koude Oorlog kunnen volgens Bleich kritische kanttekeningen worden gemaakt. Bijvoorbeeld bij de biografieën van Albert Kersten over Luns en Hans Schoots over Ivens, waar Bossenbroek zó zwaar op leunt dat het volgens Bleich afbreuk doet aan de originaliteit. En 'in zijn verlangen om iedereen tot 'fout' in de Koude Oorlog te verklaren schiet Bossenbroek door,' schrijft Bleich, 'zo laat hij onvermeld dat er Atlantici waren die wel oog hadden voor schending van mensenrechten door rechtse dictators: een Max van der Stoel, een Willy Brandt, een Jimmy Carter.'

In de rubriek 'Kort & goed':

  • Erik van den Berg over Herman Melvilles De klerk Bartleby (uit het Engels vertaald door Rosalien van Witsen)('Ach Bartleby! Ach mensheid!', zijn de slotwoorden van dit zich als een bankschroef sluitende gruwelverhaal, dat misschien ook wel een komedie is.')
  • Martijn van Calmthout over Barry W. Fitzgeralds Secrets of Superhero Science ('Het boek is in feite een handleiding voor het bouwen van superhelden en hun superspullen. Daarmee bewandelt hij een wat andere route dan eerdere boeken in dit genre, die vaak blijven steken in saaie uitleggerigheid.')
  • Bo van Houwelingen over Dimitri Verhulsts Het leven gezien van beneden ('Niet vaak spreekt er uit een vrolijk boek zoveel tragiek.')
  • Marjan Slob over Hans Thijssens Wat filosofen weten. Over het verlangen naar geluk en de honger naar kennis ('Nieuw is het allemaal niet wat Thijssen op prettig bezonken toon vertelt, maar zijn kritiek op de huidige 'professorenfilosofie' staat als een huis.')
  • Pay-Uun Hiu over Sun Li's De zoetzure smaak van dromen ('Natuurlijk gaat het wringen zodra de Nederlandse gewoonten en opvattingen over de drempel van het restaurant het huis insijpelen, via taal, school en vrienden, en Sun een eigen leven opeist dat zich loswrikt van de Chinese familiemoraal. De meerwaarde van Sun Li's boek is dat ze die wrijvingen en cultuurclashes scherp neerzet vanuit het perspectief van de puber die ze dan is [...], maar dat je ook een mooi inzicht krijgt hoe dit migrantengezin toch een balans weet te vinden.')

En tot slot besteedt Erik van den Berg aandacht aan de door Moker Ontwerp vormgegeven omslag van Victor Frölkes Dagboek van een postbode.

De boekrecensies van de Volkskrant verschijnen elke zaterdag in Sir Edmund, en zijn te raadplegen op volkskrant.nl/boeken - een selectie is slechts voor abonnees toegankelijk. De Volkskrant is te koop bij het Nieuwscentrum.

 

De bekeerlinge | Stefan Hertmans | 9789023499626
€ 19,99
Een varend eiland | J. Slauerhoff | 9789029500005
€ 31,50
De eerste vrouw | Susan Smit | 9789048832170
€ 22,50
Anders denken | Marcia Goddard | 9789000350513
€ 20,00
De Nix | Nathan Hill | 9789023401162
€ 24,99
De Nix | Nathan Hill | 9789023401162
€ 24,99
In die tijd die | Elly de Waard | 9789463360036
€ 15,90
Wat filosofen weten | Hans Thijssen | 9789460042843
€ 14,95
De bekeerlinge | Stefan Hertmans | 9789023499534
€ 12,99
Een varend eiland | J. Slauerhoff | 9789029510356
€ 12,99
De eerste vrouw | Susan Smit | 9789048832194
€ 9,99
Autisme | John Donvan | 9789045031088
€ 9,99
Anders denken | Marcia Goddard | 9789000350520
€ 3,49
De Nix | Nathan Hill | 9789023419365
€ 9,99

Voor De Morgen sprak Marnix Verplancke met de ‘fantastische Britse wetenschapsauteur’ Hugh Aldersey-Williams. Die onderzoekt in Het getij alles over eb en vloed, van de historische zoektocht naar waar ze vandaan komen tot getijdencentrales en de invloed van de klimaatwijziging.  Voor het boek zat hij op een dag twaalf uur naar de zee te kijken en ervoer het ritme van eb en vloed, waar we vervreemd van zijn geraakt: ‘Zelfs de mensen die van de zee leven, hebben vandaag het geduld niet meer om haar ritme te volgen.’

Paul Claes vertaalde haast het volledige oeuvre van Arthur Rimbaud en publiceert nu een roman over zijn tumultueuze omgang met Victor Hugo, De haas en de regenboog. Dirk Leyman vertoefde ‘in een vernuftig spiegelpaleis waarin je door talloze referenties en intertekstualiteit in het ootje genomen wordt’.  Claes’ roman bevat ‘virtuoze passages’ maar ‘ontspoort soms in een biografisch essay of een staaltje hogere poëziehermeneutiek’.

Nir Baram trok voor Een land zonder grenzen [leesfragment] één jaar lang door de bezette gebieden, op de grens tussen Israël en Palestina. Joseph Pearce merkt hoe rustig Baram blijft in de confrontatie met de overvloed aan meningen, standpunten en overtuigingen die hij er aantreft, ‘hij onderzoekt zo grondig mogelijk maar vraagt zich tegelijk af hoe hij de waarheid kan achterhalen’. En door het ‘woud van naakte feiten en onverbloemde verklaringen’ veroorlooft hij zich ook een literaire ontboezeming over de grenzeloze schoonheid van het landschap.

En Jonas Mortier beschrijft onder de kop ‘van het goede iets te veel’ wat hij zo problematisch vindt aan Nix, de debuutroman van Nathan Hill: ‘Hij wil te veel laten zien tot welke krachttoeren hij in staat is. Hij heeft zo veel boeken over schrijven verteerd dat hij een in zijn genre prima boek heeft afgescheiden, dat toch niet echt blijft hangen.’

De opsommingen uit ‘In een notendop’:

  • Vier variaties voor cello, gloednieuwe verhalen van Jan Brokken, Marente de Moor, Ilja Leonard Pfeijffer en Annelies Verbeke rond dit weemoedige instrument
  • De vrolijke wijsheid. Zoeken en denken en leven met Michel de Montaigne door Alexander Roose
  • Mijn kleine geluksdoosje, een pop-upboek voor kinderen van Jo Witek en Christine Roussy
  • Het puberdier van de Duitse journalist en auteur Jan Weiler
  • Het zijn lange dagen, een heruitgave van het debuut van Luc Boudens uit 1989
  • Ik bid de liefde, 22 minnedichten, door Elvis Peeters hertaalde gedichten van Henric van Veldeke.

Het artikel van Arjan Peters over Gioia Smids’ Blikvangers, omslagen, affiches, reclame – tekeningen van Fiep Westendorp stond eerder in de Volkskrant.

De boekrecensies van De Morgen verschijnen elke woensdag in de bijlage Boeken. De Morgen is ook te koop - op dezelfde dag - bij het Nieuwscentrum.

 

In 'Boek van de week' recenseert Kathy Mathys 'het volstrekt originele' De argonauten van Maggie Nelson. Het 'extreem intieme' boek, een autobiografie rond gender, relaties en ouderschap, 'stemt tot nadenken, vraagt om traagheid, maar de intellectuele en emotionele beloning is groot', aldus Mathys. Mark Cloostermans heeft geen problemen met het cynisme, de platte humor en een zekere grilligheid in de structuur in Dimitri Verhulsts Het leven gezien van beneden. Maar wat hem wel stoort is dat 'Verhulst weigert zijn verhaal over de relatie tussen cultuur en politiek naar het heden te trekken'. Dit had diepgaander denkwerk vereist, iets wat je van een auteur met zijn reputatie mag verwachten. Daarnaast Toon Horsten over Verhulsts Spoo Pee Doo, 'een boek dat het van de stijl en de drive moet hebben'. 'Genie Verhulst' over een trip tegen een dramatische achtergrond waarbij de hoofdpersoon genot en geluk zoekt 'als was het een verzet tegen terreur en dictatuur,' schrijft Horsten.

In Macht en verzet zoomt Ilija Trojanow in op de naoorlogse geschiedenis van Bulgarije onder het communisme, hij putte uit gesprekken met mensen uit het staatsapparaat en politieke gevangenen voor een roman waarin hij twee personages lijnrecht tegenover elkaar plaatst. Karen Billiet vindt dat hij op deze manier een stem geeft aan alle Bulgaren die onder het communisme leefden in een roman waarin de naoorlogse geschiedenis erg toegankelijk voorbij trekt. Pascal Verbeken doet verslag van zijn omzwervingen in Berlijn, samen met Piet de Moor die met Berlijn. Leven in een gespleten stad zijn grote Berlijn-boek levert, over zijn decennialange fascinatie voor de stad. Michaël Bellon uit zijn ontgoocheling over Cees Nootenbooms dagboek 533. Een dagenboek [leesfragment], er 'kroop helaas te weing inspiratie en transpiratie in [...], naar onze smaak een tussendoortje te veel'.

Alexandra De Vos signaleert de 'goed gedocumenteerde studie van de passies en zeden (of zedeloosheis) van de Franse royalty in Lust en liefde in Versailles van Michel Vergé-Franceschi en Anna Moretti. Ook signalementen van Johan Op de Beeks Het hart van Napoleon, Tom van de Weghes Tom in alle staten en de graphic novel en kunstenaarsbio Weegee. Serial photographer van Max de Radiguès en Wauter Mannaert en een relaas van Lize Spit over hoe ze debuteerde met Het smelt [leesfragment|recensie].

Alexander Van Caeneghem las Het groene glas, 'een typische roman van Torgny Lindgren'; 186 pagina's volstaan 'om te zeggen wat nog gezegd dient te worden : kunst is de noodzakelijke verbinding van geest en materie'. En Hilde Van den Eynde las Het gen, waarin Pulitzerwinnaar Siddhartha Mukherjee de allesomvattende geschiedenis van de genetica uit de doeken doet. Naast de grondige geschiedschrijving gaat hij ook uitvoerig na wat de mensheid met de kennis van de genetica heeft gedaan. 'Zeggen dat de auteur zijn boek ambitieus heeft opgevat' is voor de recensente dan ook een understatement.

De boekrecensies van De Standaard verschijnen elke vrijdag in de bijlage De Standaard der Letteren. De Standaard is ook te koop - op dezelfde dag - bij het Nieuwscentrum.

 

Arjen Fortuin las voor deze bijlage Stefan Hertmans De bekeerlinge [Leesfragment]. De roman raakt volgens hem 'aan vragen over het belang van verhalen, van religie en literatuur - zoals kunst vermag. Deze schrijver heeft véél te vertellen. Laten we hopen dat hij daar in zijn volgende boek een overtuigender verpakking voor vindt dan de oververhitte woord-, beeld- en clichémachine die deze roman óók is'. Joyce Roodnat sprak daarnaast met Hanya Yanagihara, auteur van Een klein leven [leesfragment]. 'De treurige waarheid van de schrijver, ook van de schrijver met succes, is dat de wereld niet geïnteresseerd is. Bijna niemand leest, op een kleine groep mensen na die werkelijk om boeken geeft, en een iets grotere groep die er nieuwsgierig naar is,' zegt Yanagihara in het interview. 'Ik heb het geluk dat mijn boek in beide groepen is opgemerkt. Maar meer vind ik er niet van. Een kunstenaar in New York moet uitkijken geen praalhans te worden.'

Arie van den Berg schrijft over de verzamelde gedichten van K. Michel en diens nieuwe bundel Te voet is het heelal drie dagen ver. 'In feite zijn de gedichten van K. Michel sinds zijn debuutbundel Ja! Naakt als de stenen onveranderlijk dun qua onderwerp en betoog, maar toch steeds weer een ferme uitnodiging tot verbaasd anders kijken,' lezen we in het stuk. Mirjam Noorduijn noemt Alaska van Anna Woltz een 'Griffelwaardige boek' en Thomas de Veen recenseert Emy Koopmans romandebuut Orewoet [leesfragment]. 'Wat je van Orewoet nog het meest bijblijft is hoe de roman gaandeweg steeds weer over iets anders blijkt te gaan, hoe die zich verdiept en steeds gelaagder wordt,' aldus De Veen in het stuk. Roos van Rijswijk dan, zij bespreekt Olja Savicevic' Vaarwel, cowboy. 'Savicevic blinkt uit in zwart-komische personagebeschrijvingen, die ervoor zorgen dat de roman ondanks de doffe ellende van het naoorlogse Split een aangename lichtheid behoudt,' vindt Van Rijswijk.

'Een knap en uiterst origineel portret van een verdorven wereld, waarin zelfs het weinige goede dat er nog over is door het kwaad wordt verpletterd,' schrijft Michel Krielaars over Macht en verzet van Ilija Trojanow. Robert Gooijer bespreekt Robert Harris' Conclave. 'Harris […] heeft plezier in het speelse gebruik van Dan Brown-achtige elementen - complotten, documenten in geheime bergplaatsen - maar neemt de precies omschreven regels die gelden op een conclaaf en het geloofsleven van zijn hoofdpersonen serieus,' merkt Gooijer op. 'Anders dan Brown blijft Harris een mate van waarschijnlijkheid nastreven terwijl hij rustig naar de climax toe werkt.' Oscar Garschagen wijdt een stuk aan Gideon Rachmans 'fascinerende' en 'zeer leesbare' Easternisation: War and Peace in the Asian Century. En Jan Donkers recenseert Floris-Jan van Luyns 'originele, vaak somber stemmende boek' Aan de andere kant is alles beter.

Rob van den Berg las Philip Balls The Water Kingdom. A Secret History of China. 'Ball heeft met water een prachtige kapstok gevonden om een fascinerende beschaving in een nieuw en opvallend licht te zien,' vindt hij. Sjoerd de Jong verdiepte zich in Bob Dylan Compleet van Philippe Margotin en Jean-Michel Guesdon. 'Hun commentaar op songs en albums is doorgaans trefzeker en precies, en dat motiveert de lezer om nog eens te gaan luisteren,' merkt De Jong onder andere op. Van Peter Zantingh verder een stuk over U2 Onder een bloedrode hemel. Hij meent dat de bundel niet aantrekkelijk is voor diegenen die geen fan van U2 zijn. 'Daarvoor zijn te veel bijdragen van middelmatige kwaliteit,' schrijft hij. En Toef Jaeger leverde een stuk over Elly Kamps biografie Ferdinand en Johanna, 'niet alleen een mooi portret van een huwelijk tussen twee kunstenaars, maar ook van Johanna Bordewijk, die voor de meeste lezers een onbekende zal zijn'.

De boekrecensies van NRC Handelsblad verschijnen elke vrijdag in Boeken, en zijn voor abonnees te raadplegen op Nrc.nl. NRC Handelsblad is te koop bij het Nieuwscentrum.

 

Marike Wouters interviewde voor Het Parool Arjan Polhuijs over zijn boek Pionier. 'Het begint met degene die het gaat leiden. Er is altijd iemand in een bedrijf die denkt: dit kan anders. [...] Ik noem ze de witte raven: mensen die sterk en licht zijn, die zaken kunnen veranderen', zegt Polhuijs. Marjolein de Cocq sprak met Hanya Yanagihara over haar nieuwe boek Een klein leven [leesfragment]. Ze vertelt onder andere dat ze zich voor de mannenvriendschap liet inspireren door kunstwerken die ze door de jaren heen verzamelde, vooral de tekeningen en schilderijen van Geoffrey Chadsey van stoeiende jongens. En over haar beste vriend, Jared Holth, die met haar meelas. 'Zo veel in mijn boek weerspiegelt de gesprekken die Jared en ik over vriendschap hebben gevoerd, elke vrijdagavond', vertelt Yanagihara.

Thomas Verbogt las The art of fiction van James Salter wiens werk hem soms doet denken aan Richard Yates, 'de schrijver van onder meer Revolutionary road, een auteur die net als Salter in Nederland tamelijk laat ontdekt is en helaas niet op dezelfde hartelijke wijze is omarmd,' schrijft Verbogt. 'Yates komt overigens niet voor in deze lezingen van Salter. Hij noemt wel veel namen, schrijvers die hij bewondert en van wie hij geleerd heeft. En wat van hem te verwachten is: hij doet dat los, nooit pretentieus. [...] In een paar stappen is hij bij Balzac. Hij wijst op zijn liefde voor details waardoor je alles ziet wat hij beschrijft. Je kijkt als het ware in het boek om je heen', aldus Verbogt.

Korte besprekingen:

  • Maarten Moll over Koos van Zomerens Alptraum ('Alptraum is een mooi requiem voor de hond Stanley, maar vooral een onderzoek van de schrijver naar hoe een gebeurtenis je herinnering vormt. Dat heeft Koos van Zomeren prachtig laten zien.')
  • Patrick Meershoek over Karin Amatmoekrims Tenzij de vader [leesfragment] ('[...] met Tenzij de vader levert Amatmoekrim wederom een boek af waarin diep wordt gegraven in het gevoelsleven van Suriname en alle liefde en waarin alle pijn die aan de oppervlakte komen, met dezelfde zorg en aandacht worden behandeld.')
  • Dieuwertje Mertens over Conny Braams Ik ben Hendrik Witbooi [leesfragment] ('Het verhaal is in verslaggevende stijl opgetekend, wat een actieve vertelling oplevert. De lezer ziet de geschiedenis voor zijn ogen gebeuren. [...] Ze slaagt er echter niet in om van Hendrik Witbooi een persoon van vlees en bloed te maken.')

En tot slot een wat langere bespreking van Arie Storm over Het visioen aan de binnenbaai, de nieuwe essaybundel van Oek de Jong. 'Dit is een aantrekkelijk aspect van Het visioen aan de binnenbaai: De Jong buigt zich over zijn eigen werk en dat van anderen en hij laat zien hoe dat volgens hem in elkaar zit. Het is aantrekkelijk doordat hij concrete voorbeelden geeft', schrijft Storm. Hij vindt het 'een boeiende essaybundel van een van onze belangrijkste schrijvers'.

De boekrecensies van Het Parool verschijnen elke donderdag in PS. Het Parool is te koop bij het Nieuwscentrum.

 

In Elsevier: Peter ter Mors bekeek Blikvangers (samenstelling Gioia Smid), over Fiep Westendorps oeuvre ('Opvallend is dat de eigenzinnigheid en vrolijkheid van haar illustraties voor de vrouwenpagina van Het Parool volop terugkomen in haar werk in opdracht.'), en Gerry van der List over Bruce Springsteens autobiografie Born to Run ('Uit Springsteens levensverhaal spreekt net zo veel passie, oprechtheid en beeldend vermogen als uit zijn liedjes. Een geweldig boek dus.').

Elsevier verschijnt elke donderdag en is voor abonnees toegankelijk via weekblad.elsevier.nl. Elsevier is te koop bij het Nieuwscentrum.

 

Anne Branbergen leverde voor dit nummer een stuk over Elena Ferrante, of liever over het echtpaar dat naar alle waarschijnlijkheid achter het pseudoniem schuilgaat. 'Het was onverteerbaar dat de Napolitaanse mysterie-schrijfster die op het nachtkastje van Hillary Clinton ligt een slimme constructie zou zijn van een gepensioneerd echtpaar dat al tientallen jaren meedraait in het politiek correcte intellectuele circuit. Hoe saai!' schrijft ze onder meer. Joost de Vries recenseert daarnaast Ronald Gipharts Lieve [leesfragment]. 'Zijn stijl is kraakhelder, elke actie wordt psychologisch gemotiveerd (soms zozeer dat er wel heel weinig voor de verbeelding van de lezer overblijft). Zijn vertelstem is alwetend, maar buitengewoon manipulatief,' lezen we in de bespreking.

Jaap Tielbeke verdiepte zich in Je hebt wél iets te verbergen van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis. 'Nu en dan lijkt toegankelijkheid (het boek is helder en vlot geschreven) voorrang te krijgen op theoretische diepgang. Terwijl het juist [de] diepgravende analyses zijn die het gesprek over privacy naar een ander niveau kunnen tillen. Maar oké, Martijn en Tokmetzis zijn journalisten, geen studeerkamergeleerden; en hun waarschuwing voor de gevaren van een surveillancemaatschappij klinkt krachtig, al was het maar omdat ze laten zien dat Kafka's Het proces minstens zo visionair was als 1984,' aldus Tielbeke. Van Kees 't Hart. Verder een stuk over Gepassioneerd wikken en wegen, een verzameling essays van Simon Vestdijk. '[J]e voelt in zijn essayistiek steeds in de verte een rommelende lachbui komen opzetten die hij nog net weet te onderdrukken,' merkt 't Hart op. En Graa Boomsma las Ian McEwans Notendop [leesfragment], volgens hem 'een gewiekste, nogal cerebrale exercitie in literair vernuft die ten koste gaat van de personages. Die blijven aan het plotje bungelen en blijven poppetjes aan het koord van de schrijver'.

De Groene Amsterdammer is elke woensdag al te koop bij het Nieuwscentrum. Athenaeum Boekhandel verzorgt de boekverkoop voor de website van De Groene.

 

Jeroen Vullings bespreekt dit keer Yucca, de nieuwste roman van Peter Terrin [leesfragment]. Hij schrijft onder meer: ‘Yucca is geen roman die je tijdens het lezen helemaal “rond” kunt krijgen, juist vanwege Terrins indringende eredienst aan het onderbewuste. Maar naspoken zal dit boek, en hoe.’ En Carel Peeters ‘Literaire kroniek’ is volledig gewijd aan aan Michel Houellebecq, die onlangs de Frank Schirrmacherpreis won.

Vrij Nederland verschijnt elke woensdag, een selectie van de recensies is op vn.nl/boeken raadpleegbaar. Vrij Nederland is te koop bij het Nieuwscentrum).

 

MINDBOOKSATH : athenaeum