Recensieoverzicht: A.S. Byatt, Hanny Michaelis & Zadie Smith (30 november 2016)

05 december 2016
| | | | | | | | |

Onze wekelijkse samenvatting van de recensies in kranten en tijdschriften, met dit keer aandacht voor Richard J. Evans, Jesús Carrasco (NRC), Hanny Michaelis en Zadie Smith (De Groene Amsterdammer), Auke Hulst en Christiaan Weijts (Het Parool) A.F.Th. van der Heijden (Vrij Nederland), A.S. Byatt en Julia Blackburn (de Volkskrant), Christophe Vekemans (De Morgen) en Kris Van Steenberge en Rachel Cusk (De Standaard).

Oudere afleveringen van deze rubriek zijn te raadplegen in ons archief. Ook de recensies in de Vlaamse kranten en weekbladen worden opgenomen in het overzicht, met dank aan Johan Eeckhout. Tussen rechte haken staan de redactionele items op Athenaeum.nl.

Recensieoverzicht:  A.S. Byatt, Hanny Michaelis & Zadie Smith (30 november 2016)

Delen op

€ 12,50

Voor De Verdieping interviewde Julie Phillips A.S. Byatt, over Brexit, en over schrijven en verzamelen: 'Ze komen natuurlijk overeen. Je verzamelt voorwerpen en die bestudeer je. Ik verzamel ideeën en levens van mensen om te bestuderen - echte mensen en mensen uit boeken. Omdat ik geen autobiografische fictie schrijf, heb ik meer dan één leven nodig, net zoals ik meer dan één glazen bol nodig heb, met verschillende patronen, om te kunnen vergelijken wat hetzelfde is en wat anders. Het is het menselijk verlangen om dingen te willen begrijpen.'

En in Letter & Geest interviewt Leonie Breebaart Kwame Anthony Appiah, wiens De erecode. Hoe morele revoluties plaatsvonden nu in vertaling van Willem Visser is verschenen. Over Zwarte Piet, tolerantie, afgebonden voeten, meisjesbesnijdenis, en slavernij: 'Dat is ook het antwoord op een van de grote vragen in de Amerikaanse politiek: waarom is het socialisme nooit van de grond gekomen? Het antwoord is simpel: ras. Het effect van de rassenscheiding was dat de arme, witte bevolking óók onderdrukt werd. Want er was altijd nog een groep die voor nóg minder wilde werken.'
En Sybilla Claus sprak Arlie Hochschild (Strangers in Their Own Land: Anger and Mourning on the American Right: 'Gaandeweg mijn bezoeken en gesprekken bedacht ik wat hun "onderliggende verhaal" is. Dat gaat niet om feiten of oordelen, maar puur om emoties: al zo lang doen de witte, oudere, meestal mannelijke christenen hun best, maar het gaat maar niet vooruit. Ze staan in een lange rij te wachten op hun beurt. Maar ze staan stil. En kijk wat er gebeurt: er zijn anderen die voorkruipen, vrouwen, minderheden, immigranten, uitkeringstrekkers.'

In 'Ik heb een droom' Jacques Klöters, van wie onlangs Visite uit de hemel en Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen verschenen.

Recensies! Janita Monna las Hans Tentije, Om en nabij ('zeker nu, nu het gelige herfstlicht een bijna permanent gevoel van melancholie oproept, wil je deze poëzie dicht onder handbereik hebben'), en drie recensenten bespreken de romans van zwarte grote-prijswinnaars.

  • Vrouwkje Tuinman over Paul Beatty's Booker Prize winnende The Sellout: 'Iedere zin in The Sellout zet je eigen kleur, of gebrek eraan, op scherp. Iedere pagina leert je dat je niks weet. Niet over hoe het is om van een ander ras te zijn. Niet over de vraag of rassen wel bestaan.'
  • Gerwin van der Werf over Colson Whiteheads National Book Award winnende The Underground Railroad: 'Een triomf van de verbeelding en tegelijk snijdend realistisch.'
  • Ger Leppers over Leïla Slimani's met de Prix Goncourt bekroonde Chanson douce: 'Het merkwaardige dubbelleven van haar hoofdpersoon, de wurgende uitzichtloosheid waarin zij belandt, Slimani zet het overtuigend neer. Haar zinnen zijn droog en kort - wat meer bijzinnen hadden niet misstaan - maar ze stuwen het verhaal onweerstaanbaar voort.'

Beeldboek van de week is P&M, van Yolanda Entius, Peter Kimpe en Rolf Toxopeus; Mirjam Noorduijn licht Het boekenboek. Onmisbare jeugdboeken uit de Lage Landen, dat ze samen met Veerle Vanden Bosch schreef, toe; en Emilia Menkveld besprak Simone van Saarloos' De vrouw die [leesfragment]: 'Wat een prikkelend gedachte-experiment had kunnen zijn, is niet meer dan een wat sneu portret van een vrouw met grootheidswaan en puberale grillen.'

Bart Braun las John Donvan en Caren Zuckers Autisme. De vele gezichten van een stoornis ('Autisme is in de eerste plaats een biografie van het verschijnsel met die naam. Zucker en Donvan zijn Amerikanen, de nadruk ligt daardoor sterk op hun eigen land en Groot-Brittannië. Ze zijn niet zuinig met details: hun boek weegt 1,2 kilogram en telt 720 pagina's.') en Paul van der Steen is enthousiast over de verhalen maar niet over de boeken van Dominique Lanni, Atlas van de imaginaire landen, en Bjørn Berges Verdwenen landen van de wereld. Vijftig markante landen die niet meer bestaan ('Lanni's verkenningen langs de verschillende werelddelen zijn wel erg summier. Berges Verdwenen landen van de wereld [...] heeft dezelfde tekortkoming. De Noor schrijft bovendien minder to the point dan de Fransman.').

Edwin Kreulen prijst Lieneke Dijkzeul ('Als er iemand kan schrijven en ook nog eens inhoud biedt, is het Dijkzeul.') naar aanleiding van Dagen van schaamte, en Bas Maliepaard, ten slotte, is eveneens vol lof over Bette Westera's Arme Rijk ('Niet voor iedereen, dit boek, maar zeker genietbaar voor liefhebbers van sprankelend taalspel en ongewone sprookjes.').

De boekrecensies van Trouw verschijnen elke zaterdag in Letter en Geest, en zijn voor abonnees te raadplegen op trouw.nlTrouw is te koop bij het Nieuwscentrum. 

 

In Sir Edmund deze week een interview door Hans Bouman met Antonia Byatt, die deze week de Erasmusprijs in ontvangst neemt voor haar werk in het genre Life Writing (waar De Gids vijdag 9 december een themanummer over presenteert). Byatt vertelt over het boek waar ze nu aan werkt, dat veel wegheeft van haar laatst uitgebrachte roman, The Children’s Book. De roman loopt over een tijdsbestek van eind Eerste Wereldoorlog tot begin Tweede Wereldoorlog. ‘Het werk vordert langzaam. Ik zit pas in de jaren twintig, in Wenen. Ik heb veel achtergrondinformatie verzameld en notitieboeken vol aantekeningen gemaakt, maar tob de laatste tijd met mijn gezondheid. Ik heb in het ziekenhuis gelegen, mijn geheugen gaat achteruit, dus ik zal veel aantekeningen moeten herlezen.’

Een uitgebreid artikel van Frits van Exter over boeken over populisme. Van Exter bespreekt twee boeken, namelijk What is Populism? van Jan-Werner Müller en On Extremism and Democracy in Europe van Cas Mudde: ‘Beide wetenschappers pleiten ervoor populisten niet uit te sluiten maar in te sluiten.’ En Maarten Doorman bespreekt twee werken over Martin Luther. Lyndal Roper schreef de biografie Martin Luther: Renegade and Prophet, waarin ze heeft geprobeerd de psychologisch portret van Luther te schrijven. Minder te spreken is Doorman over de biografie van Andrew Pettegree, Het merk Luther. Pettegree vergeet volgens Doorman een kritische blik te werpen op Luthers propaganda en imago in die tijd. ‘Onbedoeld geeft hij een treffend vroeg voorbeeld van hoe een uitgekiende mediastrategie en grofgebekt populisme tot een onwaarschijnlijk succes kan leiden.’

Rutger Pontzen las het boek De museale snelweg af. België en Noord-Frankrijk van Karel Schampers. In het boek komen juist de kleinere, onbekendere musea voorbij. Schampers houdt in zijn boek ‘een pleidooi voor meer aandacht aan dit soort veronachtzaamde musea’.

Deze maand verscheen Lenteloos voorjaar. Oorlogsdagboek 1940-1941 van Hanny Michaelis (bezorgd door Nop Maas) [leesfragment]. ‘In haar meisjesdagboek toont Hanny Michaelis zich stoer, scherpzinnig en tegelijk onzeker,’ vindt Aleid Truijens. En Marjan Slob is erg enthousiast over het uit het Engels vertaalde Draad. Het delicate leven van John Craske van Julia Blackburn. ‘Zo’n boek over bijna niks vraagt overgave van de lezer. Maar die schijnbare stuurloosheid maakt het boek ook spannend.’

Behalve dat er games bestaan voor op de Xbox, bestaan er ook boekversies van. Pjotr van Lenteren bespreekt een aantal boeken dat over games gaat: de boeken Verloochend van Oliver Bowden, Ontwerp en bouw. Ongelooflijke Minecraftprojecten van Kirsten Kearney, De geheimen van survivors (van uitgeverij Meis & Maas), de serie Strijd om Elementia met daarbij het vierde deel Het recht van de sterkste van Sean Fay Wolfe, Het officiële ScratchJr-boek van Marina Umaschi Bers en Mitchel Resnick en Programmeren voor kinderen van Carol Vorderman komen langs in deze bespreking.

Verder een aantal korte bijdragen:

  • Arjan Peters over James Salter (De kunst van fictie en Light Years [leesfragment]) en Sjoerd en Margje Kuyper (Mooi leven).
  • Erik van den Berg over Dagboeken 1872-1886 van Gerlach Ribbius Peletier: ‘De notities geven een haast jounalistieke impressie van het tijdvak waarin de beau monde de Méditerranée, de Alpen en Noorse fjorden als vakantiebestemming ontdekt.’
  • Wineke de Boer over de heruitgave van De sperwer van Maheux van Jean Carrière: ‘Hoewel dit zeker geen lofzang is op de primitieve mens, ‘‘le bon sauvage’’ van Rousseau, krijg je gaandeweg begrip voor deze natuurmannen, die leven als dieren en niet anders zouden willen.’
  • Persis Bekkering over De ruiter van Jan van Mersbergen [leesfragment]: ‘Het proza van Van Mersbergen is doortrokken van zinnelijkheid.’
  • Paul Onkenhout over Het grote boek van het Sinterklaasjournaal van Ajé Boschhuizen: ‘‘‘Het belangrijkste is dat je door de schoorsteen kunt. De kleur van een Piet is maar bijzaak.’’ […] Niet iedereen wil naar Ajé Boschhuizen luisteren, maar hier heeft hij een punt.’
  • Patrick van IJzendoorn over All Out War. The Full Story of How Brexit Sank Britain’s Political Class van Tim Shipman: ‘In zijn uitputtende, wonderlijk snel geschreven Brexit-boek All Out War toont Tim Shipman aan dat het verlies onvermijdelijk was.’
  • Hanneke Groenteman las de eerste tien pagina’s van de boeken De toga van mijn vader van Yehudi Moszkowicz, Paardenkracht van Lars Mytting en Luisteren &cetera van Bertram Mourits en Pieter Steinz. 
  • En Erik van den Berg bespreekt de omslag van de Groene Bijbel

De boekrecensies van de Volkskrant verschijnen elke zaterdag in Sir Edmund, en zijn te raadplegen op volkskrant.nl/boeken - een selectie is slechts voor abonnees toegankelijk. De Volkskrant is te koop bij het Nieuwscentrum.

 

The Children's Book | A. S. Byatt | 9780307473066
€ 22,50
Het merk Luther | Andrew Pettegree | 9789045031644
€ 29,99
Draad | Julia Blackburn | 9789023499657
€ 29,99
Verloochend | Oliver Bowden | 9789026142239
€ 20,99
De kunst van fictie | James Salter | 9789023440451
€ 16,99
Light years | James Salter | 9780141188638
€ 12,95
Mooi leven | Sjoerd Kuyper | 9789089672292
€ 17,50
De ruiter | Jan van Mersbergen | 9789059366657
€ 18,99
Paardenkracht | Lars Mytting | 9789025449360
€ 19,99
3 | Pieter Steinz ; Bertram Mourits | 9789045029191
€ 19,99
Verloochend | Oliver Bowden | 9789026142246
€ 9,99
De ruiter | Jan van Mersbergen | 9789059366664
€ 9,99
Paardenkracht | Lars Mytting | 9789025449377
€ 9,99

‘Ondanks alle spitstechnologie en gelikt design is er nog steeds een tussenwereld waar verbeelding ongeremd mag zijn,’ schrijft Cathérine Ongenae in een stuk over donkere sprookjes. Onze behoefte aan transcendente ervaringen ziet ze o.a. in het fotoboek Wilder Mann van Charles Fréger. De Franse fotograaf portretteerde in 18 Europese landen gemaskerde figuren die putten uit de plaatselijke folklore. Ook Jenny Offill bood in haar nu pas vertaalde debuut De laatste dingen [toelichting door de vertaler | leesfragment] ‘een antwoord op de toenemende behoefte aan ongefilterde wildheid en poëtische weerhaken,’ schrijft Ongenae, die citeert uit enkele interviews waaruit Offills interesse in sprookjes blijkt. En zowel de Amerikaanse auteur Thomas Thwaites als de Brit Charles Foster gingen nog een flinke stap verder en verplaatsen zich in een dier. In Goatman doet Twaites verslag van zijn poging om 3 dagen als geit te leven terwijl Foster in de huid kroop van 5 diersoorten, vervat in Being a Beast. ‘Hoe aards hun pogingen ook zijn, toch sluiten deze onderzoekers perfect aan bij wat bijna inherent is aan een spirituele of zelfs folklorische traditie. Door letterlijk het beest uit te hangen en je tot het dierenrijk te bekeren, verstoor je de orde en ontdoe je je van de toxines van een leven dat niet natuurlijk is,’ besluit Ongenae.

Dirk Leyman is hoegenaamd geen countryliefhebber en dus ‘misschien wel de ideale, weerspannige lezer voor Johnny Paycheck’, Christophe Vekemans ongewone biografie van een obscure countryster. ‘Het is de gave van Vekeman dat hij je - ondanks alle reserves bij het genre - moeiteloos voortjakkert door zijn grillig geschrift,’ stelt Leyman tevreden vast.  Ook Vekemans novelle Gezellig is anders, geschreven in opdracht van de Te Gek!? campagne, wordt besproken. Die laat zich, dankzij de ‘exclamatieve stijl’ en ‘licht hysterische vergelijkingen’ lezen als een vintage Vekeman, maar ‘is net daarom ook een tikje voorspelbaar in zijn voorspelbaarheid’.

Twee stukken stonden eerder in Nederlandse bladen, Edwin Krijgsman over Elena Ferrantes Het verhaal van het verloren kind [leesfragment] en Hans Bouman over Notendop van Ian McEwan [leesfragment]. 

In Het judasloon, nu in herziene vertaling beschikbaar, schetste Anna Seghers in 1983 loepzuiver hoe doodgewone mensen in een doodgewoon Duits dorp zich in de nazomer van 1932 achter het nazisme scharen. Joseph Pearce wijst op het belang van de roman waarin Seghers in ‘stugge haast nieuwezakelijkheidstijl’ een tijdloos thema behandelt.

De titels uit ‘In een notendop’:

  • Woensdag, de debuutroman van Matthijs Duyck
  • Het bleekblauwe handschrift van een vrouw, heruitgave van een klassieker van Franz Werfel
  • Daedalea, nieuwe poëzie van Tomas Lieske
  • De weerman van Olivier Rolin [toelichting door de vertaler]
  • De poëziebundel Dwalmgasten van Mischa Andriessen [leesfragment]
  • Gustav & Anton van Rose Tremain

De boekrecensies van De Morgen verschijnen elke woensdag in de bijlage Boeken. De Morgen is ook te koop - op dezelfde dag - bij het Nieuwscentrum. 

Na 36 jaar verschijnt António Lobo Antunes’ meest autobiografische roman’ Reis naar het einde in het Nederlands. Marijke Arijs ziet dan ook wat ‘jeugdige onstuimigheid’ in dit vroege werk. ‘Zijn exuberante verbeelding gaat geregeld met hem aan de haal, maar hij heeft onmiskenbaar al een eigen stem en stijl’, merkt ze op. Wie zich in de woordenstroom laat meedrijven houdt er ‘een overweldigende leeservaring’ aan over.

‘Bemoediging, ruimhartigheid, meevoelend begrip en genade’ zijn voor Martha Nussbaum attitudes die je tegenover woede kan en moet stellen, Rik Torfs vindt dat Nussbaum met Woede en vergeving eens te meer de wereld vergroot, rustig stemt en verder reikt dan de waan van de dag. De Duitse oriëntalist Navid Kermani verdiepte zich in christelijke kunst en praat met Patrick De Rynck over Goddelijke kunst, waarin hij ook over de  toenadering tussen de islam en het christendom schrijft. Hij houdt ook een hartstochtelijk pleidooi voor het begrijpen van de complexiteit van de tekst: ‘onlangs wilde ik mijn dochter helpen, maar ik maakte het voor haar alleen maar moeilijker. Ik wees op de complexiteit van teksten, terwijl haar leraren voorgeprogrammeerde antwoorden wilden. Ik voelde me hulpeloos’.

De vraag naar wat kitsch en naar wat romantiek is, beheerst de poëzie van Michaël Vandebril, Luuk Gruwez vindt dat je New Romantics ook als een ‘ouderwetse queeste identiteit’ kan beschouwen. Ruben Mooijman signaleert twee boeken over de relatie tussen de islam en het Westen, de Gentse iman Khalid Benhaddou pleit voor wederzijds begrip in Is dit nu de islam? en de Nederlandse wetenschapsjournalist Marcel Hulspas  benadert in Wie is er bang voor Mohammed? de islam ‘met een verfrissende nuchterheid’.

Na zijn succesdebuut Woesten [leesfragment] plaatst Kris Van Steenberge Blindelings [leesfragment] in een eigentijdser kader. Sofie Gielis is fel ontgoocheld: Van Steenberges eigenzinnige toon is verdwenen. En John Vervoort las de inventieve, spannende en soms grappige misdaadroman De gedachtelezer van Iain Levinson en Peter Jacobs is gecharmeerd door Oliver Hilmes ‘collagegeschiedenis’ Berlijn 1936.

Kathy Mathys ervaart De gin-kast van Leslie Jamison als ‘een zwaar boek vol moeizame levens’, het is aan de stijl van Jamison te danken dat het nooit saai wordt. Meer enthousiasme van Matthys voor Rachel Cusks Transit. De Engelse schrijfster focust opnieuw op Faye, een schrijfster die na een stukgelopen huwelijk haar identiteit kwijt is. De recensente besluit met: ‘Rachel Cusk schrijft over klassieke onderwerpen als familie, relaties, ouderschap en eenzaamheid maar de uitwerking is volstrekt origineel en moedig.’ Ook nog ruimte voor een essay van Niña Weijers over de rol van echtheid in de literatuur en aandacht voor De beste beer ter wereld, waarin de auteurs Paul Bright, Brian Sibley, Jeanne Willis en Kate Saunders vier nieuwe verhalen brengen over Winnie de Poeh.

De boekrecensies van De Standaard verschijnen elke vrijdag in de bijlage De Standaard der Letteren. De Standaard is ook te koop - op dezelfde dag - bij het Nieuwscentrum.

NRC Boeken opent met een stuk van Bas Heijne over Richard J. Evans' De eeuw van de macht. Europa 1815-1914 [recensie]. 'Door zijn aanpak laat Evans overtuigend zien dat Europa over een gemeenschappelijke geschiedenis beschikt, waarin de afzonderlijke, nationale geschiedenissen ieder een aparte culturele en politieke smaak en kleur hebben, maar waarin de meeste ontwikkelingen wel degelijk gelijk opgaan,' schrijft Heijne onder meer. Arjen Fortuin sprak verder met Jesús Carrasco, wiens tweede roman onlangs in Nederlandse vertaling verscheen. 'Ik heb twaalf jaar reclameteksten geschreven. Dat gaat in je hand zitten. Reclame vraagt om één goede zin, die dagelijkse oefening in verdichting is in mijn schrijven gaan zitten. Daar ben ik absoluut van overtuigd,' zegt hij onder meer in het interview. Van Ger Groot een bespreking van de Carrasco's De grond onder onze voeten. 'De woeste kracht van zijn debuut evenaart hij niet, maar met deze roman bewijst hij glansrijk zijn schrijverschap,' aldus Groot.

Sebastiaan Kort las Vrouwkje Tuinmans Afscheidstournee. '[H]et lijkt er op dat Tuinman zich met de uitwerking van de roman eerder heeft laten leiden door het streven om Achille's ware leven zo waarachtig mogelijk op te tekenen, dan door het tot stand brengen van een structuur en schrijfstijl die een krachtige roman oplevert,' staat er onder andere in het stuk. Janet Luis vindt Eva Meijers Het vogelhuis aanstekelijk en ontroerend. Thomas de Veen stelt dat Christine Otten in We hadden liefde, we hadden wapens de goede woorden gevonden heeft. 'Meer opsmuk zou Otten wellicht "verdacht" gemaakt hebben.' En Jarett Kobek heeft volgens Bernard Hulsman met zijn roman Ik haat het internet veel te veel gewild.

Robert Gooijer recenseert John le Carrés De duiventunnel, 'een groot aantal smakelijk beschreven avonturen op die vooral inzicht bieden in de totstandkoming van de romans van Le Carré'. Allard Schröder wijdt een stuk aan Fik Meijers Petrus. Leerling, leraar, mythe. 'Moderne, toegankelijke biografieën van Petrus zijn dun gezaaid, alleen al daarom is dit boek de moeite waard,' schrijft hij. Folkert Jensma leverde een bespreking van Paul Cliteurs Bardot, Fallaci, Houellebecq, Wilders. Juridische vervolging van religiekritiek en vreemdelingenvrees. 'Voor wie dat kan incasseren en gehoorzaam in het strafbankje plaatsneemt, wacht een lucide kritiek op de islam, een met vaart geschreven, harde analyse van het politieke klimaat,' lezen we onder meer. Rob van den Berg bespreekt Sam Goudsmit van Martijn van Calmthout. 'Goudsmit mag dan in wetenschappelijk opzicht niet een van de groten zijn geweest, zijn leven biedt voldoende stof voor een interessante biografie. Die is helaas niet helemaal uit de verf gekomen,' staat er aan het eind van de recensie. Van Hubert Smeets ten slotte een stuk over Diederick Slijkermans Enfant terrible. 'Qua compositie volgt de biograaf de al te traditionele chronologie van en-toen-en-toen. De maatschappelijke context komt er in verhalende zin ook bekaaid van af,' stelt Slijkermans. 'Maar als politieke geschiedenis is Enfant terrible een boek dat zich een eeuw na het finest hour van Treub laat lezen als een actueel programma.'

De boekrecensies van NRC Handelsblad verschijnen elke vrijdag in Boeken, en zijn voor abonnees te raadplegen op Nrc.nl. NRC Handelsblad is te koop bij het Nieuwscentrum.

De schrijfster Antonia Susan Byatt won dit jaar voor haar bijdrage aan het genre Life Writing de Erasmusprijs. Leen Huet is groot bewonderaar van haar werk. ‘Vind ik het erg dat ik A.S. Byatt laat heb ontdekt en haar ontwikkeling niet heb gevolgd? Nee. Ik weet nu dat er nog een hele wereld op me ligt te wachten: zorgvuldig opgebouwd, vol van intelligent design, verrukkelijke details, nieuwe ontdekkingen. A.S. Byatt maakte die wereld en ik kan hem betreden wanneer ik zin heb.’

Margot Dijkgraaf was de afgelopen tien jaar vice-voorzitter van de stichting Praemium Erasmianum, die de prijs aan Byatt toekende, en vraagt zich in haar essay af wat het werk van Byatt zo bijzonder, zo humanistisch en zo Europees maakt. Dijkgraaf sluit haar essay af met het noemen van volgens haar de kern van Byatts oeuvre, namelijk studie, creativiteit en scheppingskracht. En ook Christien Franken bespreekt Byatt. Franken beschrijft hoe ze tijdens haar studie Engels in een boekhandeltje in Engeland voor het eerst in aanraking kwam met Byatt, hoe ze onder andere door Byatts geëmancipeerde kijk op vrouwen, vrouwelijkheid en sekseverhoudingen steeds meer bewondering voor het werk opbouwde, maar hoe ze daarna door haar promotieonderzoek veranderde in een wetenschappelijke lezer van het werk. Inmiddels is Franken geen professionele literatuurwetenschapper meer en is daarmee volgens haar de derde periode in haar lezersleven aangebroken. ‘Nu geniet ik (zonder de geschiedenis te verloochenen) als common reader van haar vakmanschap en is het opnieuw feest.’

‘Wordt hetzelfde soort boek in het ene Europese land als roman gezien en in het andere als non-fictie? Of heeft deze ogenschijnlijke discrepantie te maken met de vijfenzeventig jaren die de publicatie van Boltanski’s roman scheiden van de eerste verschijning van Anne Franks Achterhuis?’ Maarten Asscher beschrijft aan de hand van de boeken Het achterhuis van Anne Frank en La Cache van Christophe Boltanski [recensie] de dunne scheidslijn tussen fictie en non-fictie.  ‘Alles wat in hoofdzaak de eigen of andermans levensgeschiedenis betreft, of het nu om fictie gaat of om non-fictie, komt in dezelfde categorie terecht: life writing’, komt hij tot de conclusie. Volgens Asscher moeten we uitkijken dat een ‘allesomvattende categorie’ als life writing een evidente beoordeling van teksten niet in de weg zit.

Geerdt Magiels gaat in zijn essay in op de interactie tussen lichaam en geest. Magiels bespreekt aan de hand van boeken als The Mind Club van Daniel M. Wegner en Kurt Gray, Animal Madness van Laurel Braitman, Cure van Jo Marchant, The Buddha Pill van Miguel Farias en Catherine Wikholm en Surfing uncertainty van Andy Clark onder andere de geest van het dier en de geest van onszelf. Magiels stelt dat iedereen gevoelig is voor het verkeerd waarnemen en begrijpen van dingen en dat dit een basismechanisme van de hersenen is. ‘Hopelijk kan het inzicht dat alle mensen in dit opzicht meer op elkaar gelijken dan we veronderstellen, een brug van empathie zijn naar hen die uit de bocht van de werkelijkheid vliegen.’ Dan Pim Klaassen, die het nieuwe boek van Dick Swaab, Ons creatieve brein. Hoe mens en wereld elkaar maken, in zijn bespreking ‘een enigszins teleurstellende bijdrage aan de discussies die zijn eerdere werk scherp stelde’ noemt. ‘[M]enig lezer zal de samenhang van alle thema’s die Swaab presenteert niet precies zien, en daarbij uiteindelijk ook nog achterblijven met een minder eenduidig beeld van de relatie tussen brein en creativiteit dan gehoopt.’

‘Weliswaar wijdt Dawkins het laatste lange hoofdstuk van deze autobiografie aan zijn wereldbeeld als bioloog, toch laat hij de kritische vragen van zijn vrienden onbeantwoord,’ schrijft Frans W. Saris over de autobiografie van Richard Dawkin, Brief Candle in the Dark: My Life in Science. En ook in de rest van zijn werk, zoals An Appetite for Wonder: The Making of a Scientist en The Selfish Gene: 40th anniversary edition blijven antwoorden op kritische vragen van vrienden en leerlingen volgens Saris uit. Dit jaar kwamen de biografie van Barry Hay (door Sander Donkers en Barry Hay) Hay. Biografie van de grootste rockster van Nederland, de autobiografie van Bruce Springsteen Born to run [recensie] en de autobiografie van Lol Tolhurst Cured: The Tale of Two Imaginary Boys uit. Jamal Ouariachi maakt een vergelijking tussen de drie en schrijft dat het hem opvalt dat (auto)biografieën van rocksterren een grote overeenkomst vertonen: ‘in tegenstelling tot andersoortige schrijvers lijken de hoofdfiguren van deze rockbio’s geen verhaal over te brengen, maar een zelfbeeld. Zij willen ons lezers ervan overtuigen dat de manier waarop zij zichzelf zien, de juiste is.’

‘Nelson legt haar verhaal niet vast, ze legt het open, ze geeft de controle nogmaals uit handen. De meest literaire bijdrage aan een discussie over het vrouwelijk lichaam roept de meeste vragen op – en overstijgt daarmee het individuele bevallingsverhaal.’ Daan Stoffelsen vergelijkt Maggie Nelsons De argonauten [leesfragment], waarvan de Nederlandse vertaling onlangs verscheen [toelichting door de vertaler], met Pamela Erens’ Eleven hours, dat de weeën en bevalling van hoofdpersoon Lore beschrijft.

‘Zou zo’n behendige pen, als die generatie op generatie wordt doorgegeven, echt een tijd kunnen inluiden waarin elke willekeurige hand, zwart, wit, in staat is te schrijven dat het ‘mooier dan nu nooit zal gaan’. Ook Ta-Nehisi Coates gelooft dat, of op zijn minst: droomt daarvan.’ Kim Schoof essayeert Ta-Nehisi Coates’ Tussen de wereld en mij [recensie] en concludeert dat velen vergeten dat het boek op zichzelf al een talige verzetsdaad is.

Een artikel over de joods-Oostenrijkse auteur Stefan Zweig, wiens boeken na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid raakten, maar nu weer een opleving beleven. Marleen Rensen gelooft dat de dingen die Zweig schreef over Europa nog steeds als relevant beschouwd kunnen worden. Volgens Rensen vormde het schrijven over andere culturen en tijdvakken Zweigs eigen Europese (levens)verhaal. ‘De aanhoudende revival van Zweig laat zien dat dit verhaal, alle pessimisme over Europa ten spijt, nog steeds een publiek vindt.’ En Willem Otterspeer ziet wel wat in life writing. Aan de hand van het boek John Aubrey: My Own Life dat Ruth Scurr over de zeventiende-eeuwse edelman John Aubrey schreef, legt Otterspeer uit dat de definitie van life writing misschien vaag blijft, maar dat deze vaagheid ook juist ruimte biedt, ‘voor het doorbreken van genre, voor wijdlopende nieuwsgierigheid, voor leven.’

Rob Hartmans bespreekt de vierduizend bladzijden tellende biografie Jacob Burckhardt. Eine Biographie die Werner Kaegi ooit schreef over de cultuurhistoricus Jacob Burckhardt. ‘Vanzelfsprekend is een biografie als die van Kaegi niet geschikt voor een breed publiek, maar als monument voor de grootheid en eruditie van Burckhardt, en negentiende-eeuwse geleerdheid in het algemeen, is het onvervangbaar en uiterst waardevol.’

Arthur Eaton interviewt psychohistoricus Charles B. Strozier, wiens boek Your Friend Forever, A. Lincoln dit jaar verscheen. Strozier vertelt over het boek en daarmee over Abraham Lincoln, over wie er de afgelopen jaren veel wetenschappelijke discussie is geweest met betrekking tot de vraag of hij homoseksueel zou zijn geweest. Strozier wijdde al eerder een hoofdstuk aan dit onderwerp. Dat veroorzaakte al veel opschudding in Amerika: ‘mijn eerste boek kreeg veel aandacht in de Amerikaanse pers en veel lezers bleven steken bij dit detail. Sterker nog, het veroorzaakte een storm in het Lincoln-veld, ook al omdat het samenviel met de uitbraak van AIDS.’ Verder een artikel van Marijke Huisman, over slave narratives, ofwel de (auto)biografische teksten van ex-slaven uit het Engelse taalgebied. Huisman bespreekt het boek Long Past Slavery: Representing Race in the Federal Writers’ Project, waarin hoogleraar geschiedenis Catherine A. Stewart aan de hand van interviews met ex-slaven onderzoekt hoe men in de jaren dertig in Amerika omging met het slavernijverleden. ‘Het resultaat is,’ aldus Huisman, ‘een fascinerende studie over het Ex-Slave Project, opgevat als arena voor contemporaine discussies over geschiedenis, identiteit en burgerschap.’

‘Harvey had vele interesses, zoals het een uomo universale betaamde. Zijn bibliotheek was daar een welbewuste afspiegeling van.’ Kristof Smeyers werkt aan een reconstructie van de boekenkast van de schrijver Gabriel Harvey (1545-1630). Volgens Smeyers legt dit niet alleen de boekenverzameling, maar ook een deel van het karakter van de schrijver bloot. ‘[A]ls www.shareyourself.tumblr.com in de zestiende eeuw had bestaan, zou Harvey geheid zijn boekenkast door enkele Instagramfilters hebben gejaagd.’ Tot slot een artikel van Sjoerd van Hoorn, die Augustinus als enige terechte ‘vader van de autobiografie’ beschouwt. Bovendien verschijnen er nu nog steeds veel biografieën over Augustinus. Zo verscheen onlangs Augustine: Conversions and Confessions van Robin Lane Fox [recensie], waaruit blijkt dat het leven van Augustinus misschien wel ingewikkelder in elkaar zat dan we tot nu toe dachten. Lane Fox argumenteert namelijk dat: ‘Augustinus nooit tot het christendom is bekeerd omdat hij altijd al christen was. Augustinus was tot zijn doop in 386 veeleer op zoek naar wat het ware christendom was.’

De Nederlandse Boekengids verschijnt zesmaal per jaar. Het tijdschrift is te koop bij het Nieuwscentrum.

In Het Parool deze week een interview door Maarten Moll met Auke Hulst, over zijn nieuwe roman En ik herinner me Titus Broederland [leesfragment]. Hulst vertelt over de mythische wereld die hij heeft proberen te scheppen en over in hoeverre de roman autobiografisch is. ‘Mensen die me wel een beetje kennen, of mijn boeken hebben gelezen, zullen denken dat het zich in het Groningse landschap afspeelt. Ik ben daar geboren, en mijn ouders, atheïsten en beiden cultureel angehaucht, zijn na hun huwelijk verhuisd naar een huis in een bos ergens op het Groningse platteland, te midden van een vrij strenge gereformeerde gemeenschap. Een curieus gezin. We waren outsiders.’

Dieuwertje Mertens recenseert Christiaan Weijts’ roman Het valse seizoen [leesfragment]. Mertens geeft de roman vier sterren, maar noemt de opbouw en personages soms wat traditioneel en cliché. ‘Dat het echte samenspel (op kitscherige wijze) het daverende slotakkoord vormt, is voorspelbaar. We hopen dat dit onderdeel is van de thematiek die Weijts in de roman uitwerkt.’ En Arie Storm las Geloof in mij, het nieuwe boek van Jacob Groot. Storm is van mening dat het verhaal ‘snel verteld’ simpel is, maar dat de geschreven proza al snel als vanzelf poëzie wordt. ‘Je moet je inderdaad goed concentreren en de aandacht erbij houden.’

Oorlogsdagboek 1940-1941 van dichter Hanny Michaelis (1922-2007) gaat echter niet alleen over de zielenroerselen en dagelijkse beslommeringen van een zeventienjarige, ook brengt het de oorlog heel dichtbij.’ Hanneloes Pen bespreekt Lenteloos voorjaar. Oorlogsdagboek 1940-1941 [leesfragment] en noemt het boek ‘zeer lezenswaardig’.

Onlangs kwam Thomas Dekker. Mijn gevecht, de biografie die Thijs Zonneveld over Thomas Dekker schreef, uit. In het boek worden ook andere wielrenners in een negatief daglicht geplaatst. Arthur van den Boogaard denkt niet dat dit nodig was geweest. ‘Het beoogde doel – therapie voor Dekker, een waarschuwing voor de jeugd, het blootleggen van een cultuur – wordt dan ook bereikt.’ En nog een non-fictierecensie, van Hans Knegtmans, over Zonden in de politiek onder redactie van Anne Bos. ‘Het is te veel voor één jaarboek, dat een grabbelton is van artikelen.’

Tot slot een bespreking van de Thriller Witte raaf van Bram Dehouck. ‘Witte raaf mag dan compositorisch geen toonbeeld van elegantie zijn, het siert de schrijver dat hij ook nu het experiment niet schuwt,’ schrijft John Jansen van Galen. ‘Zelfs de mindere thriller kan zijn literaire kwaliteiten niet verloochenen.’

De boekrecensies van Het Parool verschijnen elke donderdag in PS. Het Parool is te koop bij het Nieuwscentrum.

In Elsevier deze week een recensie van Irene Start over de uit het Engels vertaalde thriller van Lee Child: Onder de radar. ‘Child is niet van de subtiliteiten, zijn zinnen zijn kort en zijn moorden bijna zakelijk.’

En: ‘Meer dan een kroniek van een ooit beloftevolle wielrenner is de biografie van Thomas Dekker een schelmenroman met een onuitstaanbaar verwend nest in de hoofdrol.’ Joppe Gloerich over de biografie van Thomas Dekker die deze maand verscheen: Thomas Dekker. Mijn gevecht, door Thijs Zonneveld.

Elsevier verschijnt elke donderdag en is voor abonnees toegankelijk via weekblad.elsevier.nl. Elsevier is te koop bij het Nieuwscentrum.

Xandra Schutte noemt Zadie Smiths Swing Time in De Groene Amsterdammer 'een rijke, wervelende roman' [recensie]. Daarnaast van Fiep Bodegom een stuk over A.S. Byatt. 'De tegenstelling tussen literatuur als onmisbaar en integraal onderdeel van het leven en de alledaagse, politieke werkelijkheid vat het omvangrijke oeuvre van Byatt mooi samen,' schrijft Bodegom onder meer. Joost de Vries bespreekt Hanny Michaelis' Lenteloos voorjaar [leesfragment], dat 'vooral [laat] zien hoe razend vlug mensen zich aan veranderende omstandigheden aanpassen, hoe snel het leven doorgaat'. En Kees 't Hart bespreekt Alleen zij van Fikry El Azzouzi. 'Ik pleit voor andere literatuurroutes,' aldus 't Hart. 'Die van de tegenspraak, de overdrijving, de valse grap en het gelukkige dromen, precies de route zoals El Azzouzi in het eerste driekwart van zijn roman aflegt. Waarom verderop ineens die somberheid, dit inpeperen van het verdriet van de maatschappelijke verhoudingen? Dat horen we al de hele dag. Moet dat ook nog in een roman?'

De Groene Amsterdammer is elke woensdag al te koop bij het Nieuwscentrum. Athenaeum Boekhandel verzorgt de boekverkoop voor de website van De Groene.

 

De vrouw die, de debuutroman van Simone van Saarloos [leesfragment], gaat over een moleculair biologe die de marathon van New York in boerka wil gaan lopen. Voor Vrij Nederland ging Van Saarloos zelf gehuld in boerka de straat op en keek naar de reacties van voorbijgangers. ‘De mensen die op straat naar mij in boerka scholden, verwachtten duidelijk geen respons. Ze passeerden mij, eerder alsof er géén mens onder de stof schuilging dan dat er een zielig mens onder zat.’

Carel Peeters’ ‘Literaire Kroniek’ gaat deze week over Lenteloos voorjaar. Oorlogsdagboek 1940-1941 van Hanny Michaelis [leesfragment]. ‘Verliefdheid en scherpzinnigheid leiden bij Michaelis een leven los van elkaar, alsof ze niet bij één persoon horen. Maar ze maken haar scherpzinnigheid poreus en flexibel, en haar verliefdheden standvastig en gespierd.’

‘[J]e hebt ambitie die vervulbaar is én zodanig opgeschroefde ambitie dat die een zware wissel trekt op je bestaan en slechts constant staande op je tenen te verwezenlijken is. Die laatste, hogere vorm is A.F.Th. van der Heijdens ambitie.’ Jeroen Vullings schrijft een uitgebreide bespreking van het werk van Van der Heijden, met in het bijzonder Kwaadschiks [leesfragment], de nieuwste roman in de De tandeloze tijd-cyclus.

Vrij Nederland verschijnt elke woensdag, een selectie van de recensies is op vn.nl/boeken raadpleegbaar. Vrij Nederland is te koop bij het Nieuwscentrum).

MINDBOOKSATH : athenaeum